Werkervaringsplaatsen – tijdspad

Rondetafelgesprek SZW: leerdoel moet voorop staan bij werkervaringsplek – 17 februari 2017

Op 16 februari 2017 organiseerde het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een rondetafelgesprek over de situatie van pas afgestudeerden met als centrale vraag: ‘Zijn stages na het afstuderen echte stages of werkervaringsplaatsen?’ Linde Gonggrijp en Iris Harmsen (bestuur sectie Startende Psychologen) zaten namens het NIP aan tafel.

Het gesprek vond plaats op verzoek van de Tweede Kamerleden John Kerstens (PvdA) en Paul Ulenbelt (SP). Volgens initiatiefnemers duiken steeds geluiden op dat jongeren na het afstuderen slechts in een stage of werkervaringsplaats aan de slag kunnen. Onduidelijk is dan vaak of het echt om een stage of werkervaringsplaats gaat of dat eigenlijk sprake is van een arbeidsovereenkomst. NVO, NIP en de Stichting Masterpsychologen hebben eind 2015 een enquête uitgezet waarvan de resultaten begin 2016 zijn uitgelicht in het tv-programma De Monitor. Dit leidde tot aandacht in de media, de Tweede Kamer en een Plan van Aanpak van Minister Asscher (SZW)

Door middel van dit rondetafelgesprek willen initiatiefnemers meer zicht krijgen op de mate waarin bedoeld fenomeen zich voordoet, of en zo ja welke sectoren daar het meest vatbaar voor zijn en welke mogelijke oplossingen voorhanden zijn. Uit onderzoek van het Ministerie van SZW en een meldpunt van FNV Jong blijkt dat het met name gaat om de sectoren GGZ, architectuur en marketing/communicatie. De Tweede Kamerleden denken eraan om vakbonden, beroepsverenigingen, werkgeversorganisaties, onderwijsinstellingen als ook de Inspectie SZW uit te nodigen voor dit gesprek.

NVO en NIP zijn positief over het initiatief dat de Tweede Kamer nu neemt zodat alle partijen om tafel komen. Daar hebben we ons ook voor ingezet. Inhoudelijk hebben we bij beide Kamerleden aangegeven dat het niet alleen moet gaan om het arbeidsvoorwaardelijke van een stage of werkervaringsplaats na afstuderen, maar evenzeer over de kwaliteit en borging van de werkzaamheden die stagairs/WEP’ers uitvoeren, het bepalen van leerdoelen en de begeleiding daarbij. Anders is het risico groot dat het slechts als een cao-vraagstuk wordt aangevlogen, terwijl het breder is. Uiteraard willen we ook een bijdrage leveren aan dit gesprek.

Werkervaringsplaatsen spelen vaak bij startende psychologen en dit is een onderwerp dat hoog op de agenda van de sectie staat. Naast het optimaal informeren van onze doelgroep, neemt de sectie geregeld deel aan overleggen rondom werkervaringsplaatsen met betrokken organisaties om hierbij op te komen voor de rechten van starters. Door de sectie wordt dit overleg toegejuicht omdat er hierdoor serieus aandacht wordt besteed aan dit probleem. Er werden diverse oplossingen voorgedragen waarmee we de volgende stap kunnen maken in de aanpak van stagemisbruik.

Deskundigen, de Inspectie SZW, werknemers-, brancheorganisaties en een werkgever – bespraken de problematiek rondom stagemisbruik tijdens het rondetafelgesprek. Het onderwerp blijkt erg complex en de meningen liepen erg uiteen.

Volgens CNV Jongeren is 9,8% van de jongeren in Nederland werkloos. Veel starters hebben een werkplek die niet bij hun opleiding past en veel van ze vraagt terwijl ze weinig tot niets betaald krijgen. Onderzoek van NVO & NIP wees uit dat 70% van de starters met een werkervaringsplek volwaardig werk doet, maar vaak zonder goede begeleiding. De vele wisselingen van starterscontracten zorgen voor verminderde kwaliteit en continuïteit van de zorg, terwijl er wel met een kwetsbare groep cliënten wordt gewerkt.

 

Meningen verschillen sterk

Over het toestaan van werkervaringsplekken verschillen de meningen sterk. Praktijkervaring opdoen zou tijdens de studie moeten gebeuren, maar een werkervaringsplaats kan soms werkloosheid voorkomen. “Liever een goed geregelde werkervaringsplek dan werkloos thuis zitten”, stelt Linde Gonggrijp. FNV Jong pleit voor een eerlijk loon: “Veel starters kunnen het zich niet permitteren te Rondewerken voor slechts een onkostenvergoeding.”

De deskundigen brachten nog enkele ideeën in om stagemisbruik tegen te gaan, zoals de numerus fixus op bepaalde studies (waaronder psychologie) invoeren, de voorlichting over het werkveld voor en tijdens de studie verbeteren en stages verplicht in opleidingen opnemen. Door opleidingen moet kritisch naar stages gekeken worden: als er al niet voldoende stages zijn, is er ook niet voldoende werk en moet daar iets mee gedaan worden.

 

Duidelijke afspraken

Een beroepsprofiel kan helpen als ijkpunt met duidelijke punten waaraan starters (masterpsychologen) moeten voldoen. Hiermee kan met werkgevers in gesprek worden gegaan om duidelijke afspraken te maken over wat startersfuncties inhouden. Voor de aanwezige werkervaringsplekken moeten duidelijke regels komen.

Linde Gonggrijp wees op de richtlijnen die ook in de handreiking werkervaringsplekken van NIP & NVO zijn opgenomen: de tijd moet worden afgebakend, het leerdoel moet voorop staan en er moeten duidelijke afspraken gemaakt worden over aansprakelijkheid. Linde Gonggrijp: “De regels rondom werkervaringsplaatsen moeten helder gedefinieerd worden, eventueel in de cao worden opgenomen. Er dienen goede afspraken te komen met brancheorganisaties. De eerste stappen hiervoor zijn vanuit het NIP al gezet.”

Waar vrijwel iedereen het over eens was, is dat werkervaringsplekken goed moeten worden gereguleerd. Het leerdoel moet bij een werkervaringsplek voorop staan en er moet perspectief zijn op doorgroeimogelijkheden.

 

Stagemisbruik onder de loep –  9 februari 2017

Deze week kwam uit onderzoek van SZW naar voren dat twee Limburgse instellingen in de ggz, stagiaires in dienst hebben, die feitelijk een normale dienstbetrekking vervulden.

Dit is een vervolg op eerdere nieuwsberichten waarin deze misstanden ook in de branche van psychologen is genoemd.

 

Kamerbrief: Plan van aanpak tegen misbruik stage-/werkervaringsplekken – 2 december 2016

Minister Asscher (SZW) heeft de Tweede Kamer met een kamerbrief/rapportage (pdf) geïnformeerd over de stand van zaken van het plan van aanpak tegen misbruik van stage-/werkervaringsplekken bij afgestudeerde jongeren en de verdere voortgang van de ondernomen activiteiten.

In deze brief wordt het NIP aangehaald als gesprekspartner. Ook wordt de verwijzing gemaakt naar de enquête die onder afgestudeerde psychologen en pedagogen is gehouden. Daarin geeft 30 procent van de respondenten aan gekozen te hebben voor een stage omdat tijdens het solliciteren gewezen is op het gebrek aan ervaring, 24 procent omdat er geen betaalde functie te vinden zou zijn en 15 procent om binnen de betreffende organisatie in aanmerking te komen voor een volwaardig betaalde functie.

 

SPS-NIP naar Den Haag –  15 november 2016

Veel psychologiestudenten schatten hun arbeidskansen verkeerd in. Dat is te wijten aan onvoldoende voorlichting. Daarbij komt het beperkte aanbod van banen voor starters, waardoor zij zich vaak gedwongen voelen om een werkervaringsplek te accepteren. De grote vraag naar GZ-opleidingsplekken staat niet in verhouding tot het aanbod ervan.

Het NIP en SPS-NIP vinden dat dit anders moet. Zij  hebben minister Bussemaker (Ministerie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en minister Asscher (Ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid) in een brief gevraagd om extra aandacht. Naar aanleiding van de brief is het NIP uitgenodigd voor een gesprek in Den Haag.

Directeur van het NIP, voorzitter van het Landelijk Bestuur SPS-NIP en Student in Sector Gezondheidszorg zijn donderdag 24 november 2016 naar Den Haag gegaan om het probleem rondom opleidingsplekken en stageplekken bij het ministerie bespreekbaar te maken. Zij hebben aan tafel gezeten met de Ministeries Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Er zijn veel verschillende onderwerpen besproken waarbij de focus lag op het tekort aan stageplekken en opleidingsplekken en de gevolgen hiervan. Hieronder wordt er dieper ingegaan op onze brief die naar dit gesprek heeft geleid.

De afgelopen jaren is de Bachelor Psychologie één van de twee populairste opleidingen van heel Nederland (VSNU, 2016). Het is ontzettend leuk om te zien dat de studie Psychologie zo populair is en dat veel scholieren interesse hebben in dit werkveld. Wel zorgt deze hoge instroom van studenten voor een scheve verhouding tussen het aantal studenten en het aantal arbeidsplekken. Dit geldt vooral voor studenten die een klinische specialisatie kiezen. Van de psychologiestudenten specialiseert 70% zich in een klinische masterrichting (De Monitor, 2016). Na vier jaar hard werken en het behalen van een Bachelor- en Masterdiploma is men klaar voor de arbeidsmarkt. Op dit moment blijkt het echter nog erg lastig om snel aan een baan op niveau te komen.

Door de hoge instroom van psychologiestudenten en de hierdoor hoge uitstroom van psychologiestudenten in combinatie met te weinig opleidings- en werkplekken, vallen veel studenten na hun studie in een gat. Veel afgestudeerden kiezen ervoor om een werkervaringsplek aan te nemen. Uit onderzoek van De Monitor (in samenwerking met het NIP, de NVO en Stichting Masterpsychologen) blijkt dat veruit het merendeel van de afgestudeerde psychologen (circa 73%) zich gedwongen voelt on(der)betaalde werkervaringsplekken te accepteren (De Monitor, 2016). Het onderzoek van De Monitor leidde eerder al tot Kamervragen en heeft veel stof doen opwaaien. De term “werkervaringsplekken” is bij derde en vierdejaars psychologiestudenten nu onderhand welbekend.

In de brieven naar minister Schippers en minister Asschers heeft SPS-NIP geprobeerd de problematiek rondom de in- en uitstroom van psychologiestudenten zo goed en bondig mogelijk in kaart te brengen. Daarnaast is SPS ingegaan op diverse oplossingen om de problematiek te verminderen. Ten eerste zouden meer GZ-opleidingsplekken een deel van de problematiek kunnen wegnemen. Veel afgestudeerde klinisch psychologen kunnen niet aan een GZ-opleiding beginnen door het beperkte aantal plekken. Ten tweede zou er meer aandacht besteed kunnen worden aan praktijkvaardigheden binnen de bachelor en masteropleiding. Zo hebben studenten meer handvaten om na hun studie aan de slag te gaan en een beter beeld van wat van hen verwacht wordt na het afstuderen. Ten derde moet de voorlichting over de studie psychologie verbeterd worden. De arbeidskansen zijn op het moment niet gunstig voor klinisch psychologen. Het NIP en SPS-NIP wil scholieren niet de kans ontnemen om de studie psychologie te kiezen. Het is immers een heel leuk en interessant werkveld. Wel moeten scholieren deze optie goed af kunnen wegen.

  • Voor meer informatie over de numerus fixus vind je hier een interessant artikel. Voor vragen kun je SPS-NIP telefonisch (030 820 15 68) of per mail (sps-nip@psynip.nl) bereiken.

De Sectie Psychologie Studenten (SPS) behartigt de belangen van de psychologiestudent en informeert over de mogelijkheden binnen de psychologie. De sectie Startende psychologen zet zich in voor de belangen van de net afgestudeerde student.

 

Geef de blijvende problematiek voor psychologiestudenten en starters aandacht! – 15 juli 2016

Nog steeds schatten veel studenten psychologie hun arbeidskansen verkeerd in dankzij onvoldoende goede voorlichting. Nog steeds zijn de banen voor starters beperkt en voelen zij zich vaak gedwongen om een werkervaringsplek te accepteren.

Daarnaast zijn er nog steeds te weinig gz-opleidingsplekken beschikbaar, ondanks de behoefte bij ggz-instellingen. Dat moet anders vinden we! Daarom hebben we minister Bussemaker van OCW en minister Asscher van SZW in een brief gevraagd om extra aandacht voor deze problematiek.

 

Handreiking werkervaringsplaatsen – 7 juli 2016)

NVO en NIP publiceren exclusief voor leden, de handreiking werkervaringsplaatsen. Veel van onze jonge leden zijn voor een eerste baan aangewezen op een werkervaringsplaats.

Als beroepsverenigingen staan we hier, met vele anderen, wat ambivalent tegenover. Maar het is nou eenmaal de realiteit. Het belangrijkste vinden we in de gegeven situatie dat we starters die zijn aangewezen op een werkervaringsplaats, zo goed mogelijk ondersteunen. Daarom ontwikkelden we deze handreiking. Je kunt hem gebruiken bij het aangaan van een contract of als checklist als je al een werkervaringsplaats hebt.

De handreiking gaat in op leerdoelen, begeleiding en supervisie, vergoeding, duur van de overeenkomst, het perspectief na de werkervaringsplaats, pensioen, WW en bijstand en de aansprakelijkheid in relatie tot de beroepscodes van NVO en NIP. Want weet: als lid van NVO of NIP ben je gehouden aan de beroepscode. Dat betekent dat je je, in welke professionele hoedanigheid dan ook, dus ook op een werkervaringsplaats, aan de grenzen van je vakbekwaamheid moet houden.

Als NVO en NIP laten we het niet bij deze handreiking. Na de zomer gaan we op bestuurlijk niveau in gesprek met de verschillende brancheorganisaties van de jeugdzorg, ggz en de gehandicaptenzorg. We streven ernaar om op overstijgend niveau afspraken te maken met de werkgevers. We denken dat dat in het belang van alle betrokkenen is, niet in de laatste plaats de cliënt. Ook zijn we in overleg met het ministerie van sociale zaken en de arbeidsinspectie over regelgeving en toezicht op werkervaringsplaatsen en stemmen we af met FNV.

 

Inspectie SZW pakt werkervaringsplekken aan met vacaturescan – 1 juli 2016

Om werkervaringsplekken aan te pakken wil de inspectie SZW vacatureteksten gaan scannen. Hierbij kijken ze of een onderneming niet gewoon op zoek is naar een zo goedkoop mogelijke arbeidskracht. Op basis van de vacaturescan zal de Inspectie SZW een aantal ondernemingen selecteren waar het komende jaar een onderzoek zal plaatsvinden.

Heeft u direct of zijdelings van doen met werkervaringsplekken? Dan kan u de inspectie hierbij ondersteunen door hen hierin van verder informatie te voorzien. Graag horen zij:

  • welke organisaties en bedrijven binnen de sector werkervaringsplekken aanbieden
  • op welke manieren werkervaringsplekken worden aangeboden

U kunt uw reactie en tips voor de inspectie mailen naar de beleidsmedewerker NVO/NIP Jos Driessen (j.driessen@nvo.nl).

Het scannen van vacatureteksten komt voort uit een eerder plan van aanpak dat minister Asscher van Sociale zaken op 12 april jl. heeft gepresenteerd. Begin dit jaar was er veel aandacht voor dit onderwerp. Zo besteedde onder andere het tv-programma De Monitor (KRO-NCRV) uitgebreid aandacht aan dit onderwerp en is er onder leden van het NIP, NVO en SMP een enquête hierover uitgezet.

 

Psychologen van de toekomst – 21 maart 2016

De NIP-sectie Startende Psychologen zet zich in voor starters in de psychologie die het moeilijk vinden om een baan te vinden. Vaak wordt er enkele jaren aantoonbare werkervaring gevraagd, of is de titel GZ-psycholoog een vereiste.

Anne Kuiper en Nikki Boutellier zijn zelf ook starters. Anne Kuiper heeft Health and Social Psychology gestudeerd en werkt als vestegingsmanager bij een huiswerkinstituut. Nikki Boutellier heeft de studie Kinder- en Jeugdpsychologie afgerond en werkt momenteel bij het UMC Utrecht. Deze maand vertellen zij in het NIP-katern hoe de sectie dat aanpakt.

Het bestuur van de sectie bestaat uit zeven startende psychologen uit verschillende werkvelden. Ieder bestuurslid zet zich in voor een betere positie van starters en vervult hiervoor een aparte functie binnen het bestuur. Binnen de sectie is Anne Kuiper verantwoordelijk voor de website en het promoten van verschillende activiteiten.

‘Hoewel ik mijn baan leuk vind, ben ik blij dat ik hiernaast actief ben bij het NIP omdat ik me daardoor nog echt verbonden voel met het werkveld,’ vertelt ze. ‘Ook vind ik het belangrijk een rol te kunnen spelen bij het oplossen van problemen die veel starters op de arbeidsmarkt ervaren.’

Zoals onder andere in de uitzending over werkervaringsplekken van het tv-programma De Monitor naar voren kwam, werken veel afgestudeerden in de psychologie onder hun niveau. ‘Ook komt het voor dat zij een werkervaringsplaats hebben waarvoor zij nauwelijks betaald krijgen,’ stelt Anne. ‘Wij vinden dat psychologen die een vierjarige academische opleiding hebben voltooid, trots mogen zijn op de competenties en theoretische achtergrond die ze hebben.’

Door haar bestuursfunctie kan Anne ook echt meedenken aan eventuele oplossingen, in plaats van alleen de negatieve verhalen te horen. ‘Dat is voor mij heel waardevol.’ Daar sluit Nikki Boutellier zich bij aan. Zij werkt momenteel bij het UMC Utrecht en gaat per april 2016 een werkervaringsplaats in het buitenland vervullen, om daar meer behandelervaring op te doen. Ze is momenteel verantwoordelijk voor de maandelijkse nieuwsbrief van de sectie en onderhoudt contacten met verschillende samenwerkingsinstanties.

‘De reden dat ik graag bestuurslid bij de Startende Psychologen wilde worden, was dat ik in mijn omgeving merkte dat er bij recent afgestudeerden een negatieve stemming heerste. Slimme en enthousiaste psychologen werden keer op keer afgewezen voor sollicitaties, omdat ze te weinig ervaring hadden. Ik wilde deze mensen weer hoop geven en in een positie komen waarin ik echt concrete steun kon bieden. De sectie biedt die steun in de vorm van nuttige bijeenkomsten of het geven van belangrijke informatie. Maar ook door activiteiten te organiseren zoals sollicitatieboosts en het jaarlijkse symposium om startende psychologen beter richting werkgevers te positioneren. Daarbij behartigt de sectie de belangen van de starter binnen het NIP.’

Anne: ‘Startende psychologen zijn de psychologen van de toekomst. Zij zijn opgeleid tot kritische academici met kennis van verschillende aspecten van de psychologie en hebben een frisse blik op het werkveld van de psycholoog.’ ‘Wij motiveren starters graag om dit uit te dragen,’ vervolgt Nikki, ‘en ondersteunen ze op weg naar hun ideale baan en bij hun ontwikkeling als kritische en goed opgeleide professional.’

 

Kamervragen over onkostenvergoeding beginnende ggz-krachten – 4 januari 2016

Tweede Kamerlid Paul Ulenbelt (SP) heeft Kamervragen gesteld aan minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht dat veel beginnende ggz-krachten werken voor een onkostenvergoeding.

Dit bleek uit de uitzending van tv-programma De Monitor op zondagavond 3 januari. Hierin werden de resultaten getoond van de enquête die was uitgezet door NIP, NVO en SMP onder ruim 1000 respondenten.

Deze resultaten hebben nu geleid tot de volgende vier Kamervragen aan de minister:

1. Wat is uw reactie op het bericht Veel beginnende ggz-krachten krijgen alleen onkostenvergoeding? 
2. Bent u van mening dat hier sprake is van een arbeidsrelatie waarbij loon verschuldigd is? Zo ja, wat gaat u hieraan doen? Zo nee, waarom niet?
3. Bent u van mening dat, indien er geen sprake is van een boventallige functie waarbij een leerdoel centraal staat, er met terugwerkende kracht voldaan moet worden aan het wettelijk minimumloon dan wel de van toepassing zijnde cao? Zo ja, wat gaat u hieraan doen? Zo nee, waarom niet?
4. Bent u bereid de Inspectie SZW per direct onderzoek te laten doen naar deze situatie? Zo ja, op welke termijn kunt u de Kamer over de resultaten informeren? Zo nee, waarom niet?

Zodra de minister deze vragen heeft beantwoord, kunt u een bericht verwachten op onze website.

Minister Asscher heeft al wel schriftelijk laten weten dit voorjaar met een plan van aanpak te komen en daarvoor met partijen om de tafel te gaan die hiermee te maken hebben. Het NIP gaat er dan ook van uit dat zij daarbij betrokken wordt en input kan leveren (in inhoud en vorm). Dit onderwerp is urgent en we gaan ervan uit op zeer korte termijn een afspraak in te plannen met medewerkers van het ministerie.

Naar aanleiding van de resultaten van de enquête is het NIP van mening dat er voorwaarden gesteld zouden moeten worden aan een werkervaringsplaats. Het NIP wil, samen met de NVO, daarom streven naar een convenant met werkgevers om de voorwaarden te verbeteren. Ook willen we samen met het NVO starters een doordachte handreiking bieden zodat zij zelf zo goed mogelijk kunnen onderhandelen bij het aangaan van een werkervaringsplaats.

 

Fair en relevant: de criteria voor een werkervaringsplaats! – 3 januari 2016

De laatste jaren zijn er op de arbeidsmarkt veel werkervaringsplaatsen (WEP) ontstaan voor startende psychologen. Het NIP begrijpt dat de banen in deze tijd niet voor het oprapen liggen en erkent en betreurt dat er maar weinig banen beschikbaar zijn voor startende psychologen. Het NIP hanteert het volgende standpunt: werkervaringsplaatsen mogen geen alternatief zijn voor volwaardige arbeidsplaatsen, moeten fair zijn en relevante werkervaring opleveren!

De uitslagen van de enquête onder startende psychologen die het NIP, de NVO en Stichting Masterpsychologen samen met De Monitor hebben uitgevoerd laten zien dat er nog veel zaken niet goed gaan. De resultaten van de enquête laten zien dat de voorwaarden om een WEP fair te laten zijn te vaak geschonden worden. Daarnaast geven WEP’ers in de enquête verontrustend vaak aan dat zij eigenlijk een reguliere, volwaardige arbeidsplaats bezetten.

Het NIP vind een werkervaringsplaats fair als:

  • afspraken zijn vastgelegd in een contract, (18 % geeft aan dat er geen contract is)
  • minimaal een stagevergoeding conform de Cao GGZ wordt betaald, (slechts 11 % krijgt € 500,- per maand of meer) – volledige reiskostenvergoeding wordt geboden, (26% krijgt, al dan niet volledig, een reiskostenvergoeding)
  • werkbegeleiding en supervisie geregeld is, (De enquête laat zien: gemiddeld krijgt een WEP’er 1,1 uur per week supervisie. Daarnaast geven veel WEP’ers aan dat geen vaststaand aantal uren supervisie hebben. De groep die dit aangeeft kon ook geen aantal uren noemen.)
  • verrichten van werkzaamheden op het niveau van een afgestudeerd psycholoog (masterniveau)
  • beperkt in duur en omvang. Dus 6 tot 12 maanden en niet voltijds (dit geeft de psycholoog een kans om daarnaast extra inkomsten te verwerven).

 

Convenant met werkgevers

Werkgevers en startende psychologen en pedagogen zijn gebaad bij een goede aansluiting van studie op de arbeidsmarkt. Het NIP en de NVO willen daarom met de werkgevers een convenant gaan opstellen waarin de belangrijkste knelpunten worden geadresseerd.

 

Steun voor WEP’ers

NIP en NVO bieden ondersteuning voor starters en mensen op een werkervaringsplaats door o.a.:

  • Samen een handreiking of checklist voor starters die een werkervaringsplaats gaan vervullen te ontwikkelen; – Arbeidsvoorwaardelijke en rechtspositionele consequenties goed in beeld te brengen;
  • Bijeenkomsten en workshops van en voor starters te blijven aanbieden en deze breed onder de aandacht te brengen van studenten in de masterfase en starters op de arbeidsmarkt;

 

Meer informatie