Symptomen van depressie

Een depressie ontstaat door een combinatie van omgevings-, psychische, biologische en genetische factoren. Van een depressieve stoornis spreekt men bij aanwezigheid van 5 van onderstaande symptomen, waarvan minimaal 1 kernsymptoom, gedurende minstens 2 aaneengesloten weken.

 

Kernsymptomen

  • sombere stemming gedurende het grootste deel van de dag
  • duidelijke vermindering van interesse of plezier in (vrijwel) alle activiteiten, bijna dagelijks en gedurende het grootste deel van de dag
 

Overige symptomen

  • duidelijke gewichtsvermindering of -toename
  • slapeloosheid of overmatig slapen
  • psychomotorische agitatie of remming
  • moeheid of energieverlies gevoelens van waardeloosheid of buitensporige of onterechte schuldgevoelens
  • verminderd vermogen tot nadenken, concentratieverlies of besluiteloosheid
  • terugkerende gedachten aan de dood, terugkerende suïcidegedachten, een suïcidepoging of een specifiek plan om suïcide te plegen
Daarnaast moeten de symptomen in significante mate lijden of beperkingen veroorzaken in het sociaal of beroepsmatig functioneren of in het functioneren op andere belangrijke terreinen. Ten slotte mogen de symptomen niet het gevolg zijn van de directe fysiologische effecten van een middel (alcohol of drugs) of een somatische aandoening, en er zijn uitsluitingscriteria om de grens met bipolaire stoornis en psychotische stoornissen te bewaken. 1 2 Wanneer iemand niet (volledig) aan bovenstaande criteria voldoet, is er sprake van depressieve klachten (of ‘subklinische depressie’ in DSM-terminologie).
 

Referenties

1 American Psychiatric Association (2013). Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5 (R)). Arlington, VA: American Psychiatric Association
2 Ministerie van VWS (2017). Zicht op depressie: de aandoening, preventie en zorg. Themarapportage van de Staat van Volksgezondheid en Zorg.