Sectie II (vrijgevestigden) en sectie III (instellingen)

 

Wanneer word ik gezien als een vrijgevestigde praktijk (sectie II) en wanneer als instelling (sectie III)?

De formulering van het onderscheid tussen vrijgevestigden (sectie II) en instellingen (sectie III) is als volgt geformuleerd: Een zorgaanbieder valt onder sectie II indien deze voldoet aan de onderstaande kenmerken:
  1. De cliënt/patiënt kiest zelf zijn regiebehandelaar, die dus ook behandelt.
  2. De regiebehandelaar is persoonlijk zorginhoudelijk verantwoordelijk, levert de zorg zelfstandig, tenzij er sprake is van een opleidingssituatie (een opleiding wordt niet beschouwd als medebehandelaar) of waarneming.
  3. De in de vrijgevestigde praktijk in de Wet big-geregistreerde regiebehandelaren beschikken ieder over een op naam en persoonlijke AGB-code geregistreerd kwaliteitsstatuut.
  4. De vrijgevestigde praktijk is zelfstandig en is niet verbonden aan een instelling; er is geen sprake van juridische en/of financiële afhankelijkheid van een andere rechtspersoon.
  5. De bepaling van een vrijgevestigde aanbieder of instelling gebeurt aan de hand van de AGB-code van de praktijk; zie onderstaand.
De zorgaanbieder die declareert met één van onderstaande AGB-classificatiecodes wordt gezien als instelling (sectie III). Andere zorgaanbieders worden gelijkgesteld met een vrijgevestigde. Classificatiecode           Omschrijving 06                                           Groep 06 Ziekenhuizen 06-29                                    Groep 06-29 Psychiatrisch Ziekenhuis 19                                           Audiologische Centra 22                                           Zelfstandige Behandelcentra Extramurale praktijken medisch specialisten 25                                           Inrichting voor Psychiatrische Deeltijdbehandeling 30                                           Instelling voor Verstandelijk Gehandicapten 35                                           Instelling voor Visueel Gehandicapten 45                                           Verpleeginrichtingen 47                                           Verpleeginrichtingen 54                                           GGZ instellingen (PUK/PAAZ) 60                                           Instellingen voor Dagverpleging voor Ouderen 70                                           Kinderdagverblijven 72                                           RIBW 73                                           Wlz Gecombineerd 75                                           Thuiszorginstellingen 79                                           RIAGG   Is de declarant op de factuur een WTZi toegelaten instelling (niet zijnde van rechtswege toegelaten) die GGZ zorg levert, met één van de bovenstaande AGB-classificatiecodes, dan valt deze onder sectie III. In andere gevallen onder sectie II.  

Ik heb meerdere AGB codes: een persoonlijke code en een code voor de praktijk. Van welke code moet ik uitgaan voor het bepalen of ik onder een vrijgevestigde of instelling val?

Als zorgverlener heeft u zowel een of meerdere persoonlijke AGB code(s) op basis van registratie en AGB code als zorgaanbieder (praktijk). De code van de zorgaanbieder bepaalt of er sprake is van een vrijgevestigde of een instelling.

Onder welke sectie valt een groepspraktijk waarbij samengewerkt wordt met mensen die niet in loondienst zijn? Hoe zit het met hybride vormen in organisaties?

Als de declarant op de factuur niet valt onder criteria voor sectie III dan vallen ook zij onder sectie II. Zorgaanbieders dienen allen dan wel ieder een kwaliteitsstatuut te hebben.  

Bij zorgverzekeraars werden verschillende eisen ten opzichte van elkaar gesteld over wanneer een praktijk aangemerkt kan worden als vrijgevestigde of instelling. Wordt dit anders met het kwaliteitsstatuut?

Met het kwaliteitsstatuut wordt een duidelijk criterium geformuleerd over wat onder een vrijgevestigde verstaan wordt en wat onder een instelling. Dit criterium moet de discussie overbodig maken over het verschil tussen een vrijgevestigde en een instelling. De zorgverzekeraars wordt gevraagd om zich aan dit onderscheid te houden.  

Ik werk zowel als vrijgevestigde als bij een instituut. Hoe moet ik het regelen met het kwaliteitsstatuut?

Als u als vrijgevestigde onder sectie II van het kwaliteitsstatuut valt, moet u zelf een kwaliteitsstatuut maken. Voor het werken bij een instelling geldt dat de instelling het kwaliteitsstatuut sectie III maakt.