Het werk in de forensische psychologie

Het voeren van therapeutische gesprekken op minimaal 1,5 meter afstand ligt voor de hand en digitaal behandelen is gewenst (telefoon, face time, zoom etc). In de klinische- en ambulante forensische zorg wordt er voorlopig vooral digitaal behandeld, of anders telefonisch voor bijvoorbeeld het afnemen van intakes.

In de penitentiaire inrichtingen worden alleen /de nodige gesprekken gevoerd op 1,5 meter afstand, bijvoorbeeld in de isolatiecellen of in het penitentiair psychiatrisch centrum. Minder urgente gesprekken vinden telefonisch plaats. In instellingen als een FPA, FPC, en instellingen voor TBS en SGLVG+ wordt er waar mogelijk digitaal behandeld. Er worden telefonische- of op 1,5 meter afstand face- to face gesprekken gevoerd.

Voor de klinische patiënten en de gedetineerden is het een extra moeilijk tijd. Voor hen is het niet mogelijk om bezoek te ontvangen, niet van familie, niet van een advocaat, noch van een externe behandelaren of onderzoekers. Hun resocialisatietraject loopt mogelijk vertraging op met alle gevolgen van dien. Er wordt steeds meer gekeken naar wat wél mogelijk is, zoals het gebruik maken van beeldbellen, verruiming van belmomenten en het beschikbaar stellen van recreatieve middelen.

Er wordt veel nagedacht over het compenseren van de lasten betreffende de maatregelen. Het personeel zet zich in voor het organiseren van kleinschalige dagbesteding en arbeid. Hierbij wordt ingespeeld op de vraag hoe gedetineerden een bijdrage kunnen leveren aan de gezamenlijke strijd tegen corona. Zo worden er op landelijk niveau tijdens de arbeid extra mondkapjes gemaakt.

 

De psychologen

Ook voor het personeel hebben de maatregelen grote gevolgen. Sommige psychologen werken thuis, en niet alle psychologen krijgen de benodigde supervisie/werkbegeleiding en kunnen hun hele takenpakket uitvoeren, waaronder bepaalde diagnostiek en behandelingen. Sommige psychologen voelen zich zelfs onzeker over het behoud van hun baan.

Ondertussen moeten de psychologen die wel aan het werk zijn, denken aan de hygiëne-maatregelen en het continu 1,5 meter afstand houden van collega’s. Het is een grote uitdaging om in deze omstandigheden toch nog zo veel mogelijk taken professioneel op te pakken, en tegelijkertijd maatgericht te werken.

 

De uitdagingen

De psychologen staan voor nieuwe vraagstukken, te weten: welke maatregelen moeten we en kunnen we nemen op onze werkplek, en op persoonlijk vlak? Hoe geven we vorm aan digitale gespreksvoering? Wat te doen als een patiënt niet digitaal behandeld wil worden? Wat gebeurt er met de patiënten/gedetineerden die beginnen of al begonnen zijn aan hun re-integratie?

Al met al wordt er veel gevraagd van ons probleemoplossend vermogen, onze creativiteit en onze veerkracht. Alle instellingen en inrichtingen volgen de RIVM-richtlijnen en handelen conform de landelijke overheidsmaatregelen. Dit, in combinatie met de GGZ-richtlijnen biedt een basis van waaruit de forensische psychologen en andere forensische zorgmedewerkers moeten werken.

Indien de situatie langer aanhoudt, zal de forensische sector voor een ingewikkelde vraag komen te staan. Weegt de lichamelijke gezondheidswinst voor patiënten en de samenleving nog wel op tegen de dreigende verslechtering van de psychiatrische toestand van onze patiënten en het toenemen van het risico op delictgedrag?

Bestuurslid sectie Forensische Psychologie Tinde Haarlemmer