Psychodiagnostisch (test)onderzoek op afstand

Leden vragen zich af of het verantwoord is op afstand psychodiagnostisch (test)onderzoek te doen. Wat zegt de Commissie Testaangelegenheden Nederland (COTAN) hierover?

Het is afhankelijk van het type test of deze op afstand kan worden afgenomen. De psycholoog zal daarbij op basis van de testhandleiding, de cliënt en de casuïstiek zelf een afweging moeten maken.

Terughoudendheid met betrekking tot de overgang van face-to-face testafnames naar digitale vormen van testafname zonder toezicht is aan te raden, met name als dit betrekking heeft op het afnemen van (papieren) tests die bedoeld zijn om onder toezicht te worden afgenomen.

De AST-NIP 2017, paragraaf 2.2.8.a ‘Afnameprocedure: verantwoordelijkheid’ geeft als richtlijn dat de psycholoog die het psychodiagnostisch onderzoek uitvoert, de verantwoordelijkheid heeft over de procedure van testafname, scoring, interpretatie en rapportering. Een onderdeel daarvan is dat bij het afnemen van een test de door de testauteur bedoelde procedure van afname, zoals vermeld in de testhandleiding, wordt gehandhaafd.

ls in de testhandleiding wordt uitgegaan van testafname onder toezicht (van de psycholoog), oftewel een proctored testafname en de test wordt op afstand zonder toezicht (unproctored) afgenomen, dan kan dit een effect hebben op de interpretatie van de testscores. Voor een juiste interpretatie van de testscore is het namelijk van belang dat de test onder dezelfde condities wordt afgenomen als de condities waarin het instrument is genormeerd.

Unproctored testafname heeft uiteraard het voordeel dat een test op afstand kan worden afgenomen, maar de nadelen ervan zijn dat deze vorm van afname gevoeliger is voor fouten en fraude. In het herzien addendum unproctored gegevensverzameling (pdf) op het COTAN beoordelingssysteem wordt beschreven dat de invloed van de nadelen van unproctored afname per type instrument lijkt te verschillen. Onderzoek laat zien dat de invloed van unproctored testafname verwaarloosbaar is voor persoonlijkheidsvragenlijsten, niet-cognitieve vragenlijsten en/of niet-vaardigheidstests. Bij capaciteiten- en vaardigheidstests is meer voorzichtigheid geboden, onder andere omdat daar niet te controleren is of er bepaalde hulpmiddelen zijn gebruikt tijdens de afname.

Met het oog op ongeoorloofd kopieergedrag en vermindering van de bruikbaarheid is het niet aan te raden om persoonlijkheidsvragenlijsten per post of e-mail aan cliënten te verstrekken; zie ook paragraaf 2.2.3 van de AST-NIP 2017 over ruwe testgegevens.

 
Meer richtlijnen over psychodiagnostiek en testen op afstand