Ongecontracteerde zorg

Naar aanleiding van het nieuwsbericht Weg van ongecontracteerde zorg: betere voorwaarden voor de professional (20 november 2018) ontvingen het NIP-bestuur en het sectie-bestuur GGZ vragen over de positie die het NIP inneemt ten aanzien van het ongecontracteerd kunnen (blijven) werken onder de zorgverzekeringswet. Daarom lichten we hier het NIP-standpunt verder toe.

 

Het NIP heeft zich in het hoofdlijnenakkoord GGZ (11 juli 2018) sterk gemaakt voor het niet koppelen van kwaliteit van zorg aan de status van al dan niet gecontracteerd zijn. Het NIP gaat uit van de integriteit en deskundigheid van de professional (werkend volgens de Beroepscode en conform richtlijnen), en dat dit niet anders is voor gecontracteerde of niet gecontracteerd psychologen. Ook al omdat het kwaliteitsstatuut GGZ, de WMG, de vele NZa regels en de diverse polisvoorwaarden van zorgverzekeraars voor zowel gecontracteerde als ongecontracteerde professionals gelden.

Het NIP heeft dit ook steeds benadrukt bij het in de kamerbrief genoemde onderzoek. Gecontracteerd of ongecontracteerd zegt niets over de geleverde kwaliteit en/of continuïteit, dit bleek ook uit het onderzoek.

Het negatief oordelen over ongecontracteerde zorg in zijn algemeenheid heeft het NIP bij de HLA GGZ 2018-overleggen bestreden en daarom is juist in de HLA-tekst opgenomen dat ‘partijen ongecontracteerde zorg onwenselijk vinden enkel daar waar het ondoelmatig en onrechtmatig is en dat gecontracteerd werken aantrekkelijk gemaakt moet worden.’ Dit omdat het NIP zich wel verantwoordelijk voelt voor én kwaliteit van zorg, én toegankelijkheid van zorg én betaalbaarheid van zorg (nu en in de toekomst).

Het NIP stelt wel dat het inperken van de mogelijkheden om ongecontracteerd te werken het recht op de vrije artsenkeuze raakt. Dit recht is verankerd in artikel 13 van de Zorgverzekeringswet. En dat recht is voor het NIP een belangrijk uitgangspunt. Echter niet alleen staat de keuzevrijheid voor de patiënt op het spel, maar wordt ook de balans in het gereguleerde marktstelsel in de (ggz) zorg zoals dat nu functioneert (driehoek zorgverzekeraar, aanbieder en patiënt) bedreigd. Voor het evenwicht in de zorgmarkt is het van belang dat niet alle macht bij één partij komt te liggen.

Het NIP heeft het hoofdlijnenakkoord ondertekent met het door alle partijen gedeelde uitgangspunt dat contractering kan helpen om tot goede afspraken te komen over kwaliteit, toegang en kosten. En dat dit kan bijdragen aan de toekomstbestendigheid van het stelsel. Echter, zoals ook in het bericht Weg van ongecontracteerde zorg: betere voorwaarden voor de professional beschreven, stellen we wel voorwaarden aan die contractering:

  • Goede kostendekkende tarieven voor kwalitatief hoogwaardige zorg
  • Voldoende zorgbudget om clientenstops te voorkomen
  • Billijke kwaliteitseisen die goed aansluiten bij de professionele normen van zorg en transparant te maken zijn
  • Onafhankelijke bemiddeling door geschillencommissie als de zorgaanbieder en verzekeraar er toch niet uitkomen.

Het NIP blijft meedenken om de positie van de professional, naast die van de patiënt, het uitgangspunt te laten zijn van een goed werkend contracteringssysteem, waarbij het aangaan van een contract een positieve keuze is, en geen verplichte keuze.