Maak kennis met – De electroconvulsietherapie psycholoog

Esmée Verwijk werkt als klinisch neuropsycholoog in de psychiatrie en is gespecialiseerd in elektroconvulsietherapie (ECT), voorheen bekend als shocktherapie.

‘Ik hoor vaak: bestaat dat nog? Er rust een stigma op; onder andere het gevolg van films zoals ‘One flew over the cookoo’s nest’ waarin ECT als een pressie-middel werd gebruikt.’
‘De getoonde beelden zien er vaak dramatisch uit. Maar ECT is geen foltering. Door stroom toe te dienen stimuleren we het brein en wekken we een epileptisch insult op. Dit insult is de therapie. Toen er nog geen anesthesie en spierverslappers werden gebruikt, leek het alsof de elektriciteit de ‘stuiptrekkingen’ veroorzaakte, maar wat je in werkelijkheid zag was een grand mal epileptische aanval.’

Wie komen er in aanmerking voor ECT?
‘Er zijn heldere indicaties die in een landelijke richtlijn zijn vastgelegd. De behandeling wordt toegepast op mensen die zeer ernstig depressief zijn en specifieke kenmerken hebben: ze functioneren bijvoorbeeld niet meer zelfstandig, zijn psychotisch depressief, suïcidaal of de medicatie heeft niet geholpen.’
‘Ik werk in een psychiatrisch ziekenhuis van een GGZ-instelling op de afdeling stemmingsstoornissen en maak onderdeel uit van het  multidisciplinaire behandelteam voor ECT. Samen met de psychiater coördineer ik het zorgpad van de ECT-behandeling. Deze functie kent vele taken waaronder indicatiestelling en de begeleiding van patiënten en hun familie door middel van psycho-educatie.’

Wat is uw belangrijkste taak?
‘Het monitoren van de cognitieve bijwerkingen. Gedurende de behandeling ontstaan er problemen op het gebied van het geheugenfunctioneren. Mensen kunnen bijvoorbeeld tijdelijk geen nieuwe informatie opslaan. Wie daar last van krijgt, is van te voren niet te voorspellen. Hier willen we graag verder wetenschappelijk  onderzoek naar doen.’
‘Sommige mensen zeggen wel eens: wat een heftige behandeling, moeten we dat wel doen? Dan reageer ik: Behandelingen zoals chemotherapie zijn ook heftig, maar bijwerkingen neem je op de koop toe als het je leven kan redden. Maar liefst 60 procent van onze patiënten heeft baat bij ECT. Dat wil zeggen dat hun depressie totaal is opgeknapt. Bij de overige 40 procent werkt ECT gedeeltelijk of verlicht het de symptomen. Het komt niet vaak voor dat ECT helemaal niet werkt.’

Klopt het dat relatief veel mensen na een succesvolle behandeling weer depressief worden?
‘In onze patiëntengroep valt gemiddeld  40 procent binnen een half  jaar terug, maar het is een misverstand dat de behandeling dan niet heeft gewerkt. Het is de ziekte die dan terug komt. Daarom is het belangrijk om iemand na de ECT-behandeling  in balans te houden, bijvoorbeeld met medicijnen of cognitieve gedragstherapie. Dat lukt helaas niet altijd.’
‘Als hulpverlener vind ik het natuurlijk wel lastig als de ECT niet voldoende effect heeft, vooral als het de laatste behandelmethode was en iemand vervolgens op zoek gaat naar trajecten om het leven te beëindigen.’

Waarom bent u eigenlijk met ECT gaan werken?
‘Het is voor mij als neuropsycholoog en ook als wetenschapper een interessante behandeling vanwege de neuropsychologische effecten. Bovendien zie ik elke dag dat mensen er beter van worden. En als er al blijvende gevolgen van bijwerkingen zijn, worden ze vaak op de koop toegenomen.’
‘Op zoek gaan naar een optimale behandeling van de patiënt is wat mij drijft. Op basis van vragen die patiënten mij in de spreekkamer stelden, ben ik bijvoorbeeld een onderzoek gestart waaruit bleek dat niet iedereen last krijgt van geheugenproblemen, in tegenstelling tot wat tot dan toe werd gedacht. Mocht ik ooit een psychotische depressie krijgen, dan zou ook ik de bijwerkingen op de koop toenemen. Ik wil dat mijn team dan meteen start met ECT.’