Uitspraken 2020 College van Toezicht

De geanonimiseerde uitspraken gedaan door het College van Toezicht in het jaar 2020. De uitspraken van het College van Beroep uit 2020 vindt u in een apart document.

Uitspraak 20/04 CvT
Klager verwijt de psycholoog, die behandelaar is geweest van klagers ex partner, dat zij een rapportage over deze ex partner heeft uitgebracht die niet voldoet aan de eisen die daaraan gesteld worden, en die is overgelegd in een procedure bij het Gerechtshof. Voorts klaagt klager over het feit dat de psycholoog heeft geweigerd om op klagers verzoek haar rapportage te herroepen/in te trekken.
De psycholoog heeft als meest verstrekkende verweer het College verzocht om de klachten niet te behandelen, op grond van artikel 2.1.7. van het Reglement voor het Toezicht, aangezien de klachten van klager reeds twee maal door het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (RTG) en eveneens twee maal door het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) zijn beoordeeld.
Gelet op het bepaalde in artikel 2.1.7 lid 1 van het RvT, de omstandigheden van het geval, en nu niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die tot een andere beslissing moeten leiden, komt het College tot het besluit de klacht niet in behandeling te nemen.
Klacht niet in behandeling genomen.
Datum uitspraak CvT: 03-06-2020.

Uitspraak 19/28 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog, die als gedragswetenschapper werkzaam was bij het team van klaagster en haar collega, dat zij onware en ongefundeerde uitspraken heeft gedaan jegens haar en haar collega, en hen daarmee in diskrediet heeft gebracht.
Klaagster acht de psycholoog verantwoordelijk voor het feit dat zij en haar collega ziek thuis zitten.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Naar het oordeel van het College kan de psycholoog geen tuchtrechtelijk verwijt ter zake van haar uitspraken worden gemaakt, nu het hier ging om het aanspreken van een collega op zaken die op haar functioneren betrekking hebben, hetgeen past binnen de werkwijze van een multidisciplinair team.
Dergelijke gesprekken vallen buiten de beoordeling van het College.
Het verwijt dat de psycholoog verantwoordelijk is voor het feit dat klaagster en haar collega ziek thuis zitten is niet onderbouwd en de juistheid van deze stelling is dan ook niet komen vast te staan.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 21 april 2020

Uitspraak 19/26 CvT
Klager verwijt de psycholoog, die als gedragswetenschapper werkzaam was bij het team van klager en zijn collega, dat zij onware en ongefundeerde uitspraken heeft gedaan jegens hem en zijn collega, en hen daarmee in diskrediet heeft gebracht.
Klager acht de psycholoog verantwoordelijk voor het feit dat hij en zijn collega ziek thuis zitten.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Naar het oordeel van het College kan de psycholoog geen tuchtrechtelijk verwijt ter zake van haar uitspraken worden gemaakt, nu het hier ging om het aanspreken van een collega op zaken die op zijn functioneren betrekking hebben, hetgeen past binnen de werkwijze van een multidisciplinair team.
Dergelijke gesprekken vallen buiten de beoordeling van het College.
Het verwijt dat de psycholoog verantwoordelijk is voor het feit dat klager en zijn collega ziek thuis zitten is niet onderbouwd en de juistheid van deze stelling is dan ook niet komen vast te staan.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 21 april 2020

Uitspraak 19/38 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog onder meer dat zij zich bij de behandeling van klaagsters zoon uiterst passief heeft opgesteld en dat zij niet deskundig is op het gebied van autisme.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College heeft niet kunnen constateren dat de psycholoog zich passief heeft opgesteld.
Integendeel, zij heeft in het contact met klaagster meermaals haar bereidheid om te helpen laten zien, door zelfs in het weekend en tijdens haar vakantie met klaagster contact te hebben.
Evenmin heeft het College kunnen constateren dat de psycholoog niet deskundig is op het gebied van autisme.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 5 februari 2020

Uitspraak 19/18 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij de opdracht van de rechtbank als verwoord in de beschikking waarin zij tot bijzondere curator over klagers zoon is benoemd, heeft aanvaard zonder dat er eerst ‘een waarheidsvinding’ had plaatsgevonden. Volgens klager had de psycholoog signalen omtrent ‘pathogene ouderschap’ moeten onderzoeken.
Klager stelt voorts dat de psycholoog het verslag aan de rechtbank anders heeft geformuleerd dan met hem was besproken en dat zij heeft nagelaten zijn correcties over te nemen.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College is van oordeel dat de psycholoog juist heeft gehandeld door niet eerst ‘een waarheidsvinding’ te doen plaatsvinden. Het doen van onderzoek teneinde een diagnose te stellen bij de minderjarige dan wel het cliëntsysteem, of het behandelen van een minderjarige dan wel het cliëntsysteem behoort niet tot de taak van een bijzondere curator. De omschrijving van de opdracht, zoals verwoord in de beschikking van de rechtbank, laat dergelijke handelingen ook niet toe.
Wel is het College van oordeel dat de psycholoog heeft gehandeld in strijd met artikel 93 van de Beroepscode 2015. Aan klager kwam het recht op correctie toe voor wat betreft die passages in het verslag die op hem betrekking hebben. Dit geldt evenzeer voor moeder met betrekking tot de passages die over haar gaan.
De stelling van de psycholoog dat het aan de rechtbank was en niet aan haarzelf om klagers correcties, althans voor zover het om feitelijke onjuistheden ging, in het verslag aan te brengen, gaat niet op.
Het College heeft er begrip voor dat de psycholoog is afgegaan op hetgeen in de documenten Werkproces benoeming bijzondere curator o.g.v. art. 1:250 BW en Leidraad werkwijze en verslag bijzondere curatoren ex artikel 1:250 BW is vermeld. Het College is echter van mening dat de beroepscode voor psychologen, en met name artikel 93, prevaleert. Nu het echter de eerste keer is dat het College in het kader van de ingediende klacht de afweging moet maken tussen de verplichtingen van het hierboven genoemde Werkproces, c.q. de Leidraad, en de beroepscode van het NIP, besluit het College geen maatregel op te leggen.
Wel geeft het College de psycholoog als NIP-lid mee, dat zij zich, als zij wordt benoemd tot bijzondere curator, ervan bewust dient te zijn dat zij zich ook in die functie (van bijzondere curator) aan de verplichtingen van de beroepscode van het NIP dient te houden.
Klacht deels gegrond, zonder oplegging van een maatregel.
Datum uitspraak CvT: 5 februari 2020.

Uitspraak 19/13 CvT
Klager verwijt de psycholoog (die zijn dochter is) dat zij hem ten onrechte ‘voor gek heeft verklaard’ in een tegen hem gevoerde gerechtelijke procedure betreffende de erfenis van moeder en dat de kosten van die procedure bovendien door de praktijk van de psycholoog worden vergoed.
De psycholoog heeft aangevoerd dat klager niet-ontvankelijk is in de klacht nu sprake is van een privé-situatie.
Het College heeft bij tussenbeslissing d.d. 18 september 2019 geoordeeld dat klager wel degelijk ontvankelijk is in zijn klacht. Verweerster heeft in de processtukken gebruik gemaakt van de aanduiding psycholoog. Daarmee is sprake van beroepsmatig handelen. Tevens kan klager worden gekwalificeerd als betrokkene. De psycholoog is in de gelegenheid gesteld een inhoudelijk verweerschrift in te dienen.
De klacht is vervolgens op basis van de stukken inhoudelijk behandeld.
Het College is van oordeel dat de psycholoog in de processtukken niet met een verwijzing naar haar deskundigheid als psycholoog uitspraken over klagers persoonlijkheid, gedrag en mentale toestand had mogen doen, zoals zij heeft erkend.
Dat de psycholoog deze bewoordingen niet zelf heeft gebezigd, maar dat haar advocaat dit op eigen initiatief aldus heeft verwoord, doet naar het oordeel van het College niet ter zake. Haar advocaat heeft de stukken namens haar ingediend. zij is voor de inhoud ervan verantwoordelijk te achten.
Het College acht artikel 48 van de Beroepscode 2015 overtreden.
Dat de kosten van de procedure door de praktijk van de psycholoog worden vergoed is niet komen vast te staan. Overigens is het aan de psycholoog te beslissen hoe zij de gerechtelijke procedure tegen klager financiert, het College treedt daar niet in. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Ten aanzien van een eventueel op te leggen maatregel overweegt het College het volgende.
Het College heeft er begrip voor dat de gemoedstoestand van de psycholoog er gezien de omstandigheden toe heeft geleid dat zij de door haar advocaat opgestelde processtukken niet nauwkeurig heeft doorgelezen. De psycholoog heeft blijk gegeven van zelfinzicht en
haar excuses aangeboden voor het feit dat dit is gebeurd.
Dit alles overwegende besluit het College de psycholoog geen maatregel op te leggen.
Klacht deels gegrond, zonder oplegging van een maatregel.
Datum uitspraak CvT: 5 februari 2020.
Hoger beroep ingesteld