Uitspraken 2019 College van Toezicht

De geanonimiseerde uitspraken gedaan door het College van Toezicht in het jaar 2019. De uitspraken van het College van Beroep uit 2019 vindt u in een apart document.

 

Uitspraak 18/51 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij de dossiers van haar en haar overleden echtgenoot in opdracht van de erven van de therapeut niet veilig beheert, dat sprake is van belangenverstrengeling omdat de psycholoog ook cliënt was van de overleden therapeut en dat zij niet bereid is het dossier van haar overleden echtgenoot te vernietigen.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College is van oordeel dat klaagster ontvankelijk is in de klacht.
Niet vast is komen te staan dat de beheerde dossiers voor allerlei personen toegankelijk zijn. De psycholoog heeft als groepsgenoot van klaagster en haar man het collegiaal beheer van de dossiers op zich kunnen nemen. Ook was de psycholoog niet verplicht tot vernietiging van het dossier van de echtgenoot nu het beroepsgeheim niet eindigt bij het overlijden van de cliënt.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 5 juni 2019

Uitspraak 18/46 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij door het opstellen van een verklaring ten behoeve van klaagsters moeder, welke verklaring uitspraken over klaagster bevatte, de vertrouwelijkheid heeft geschonden, die zij in acht had meten nemen nu klaagster destijds haar cliënt was.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College is van oordeel dat de psycholoog in strijd heeft gehandeld met de artikelen 51, 71 en 96 van de Beroepscode 2015.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 15 mei 2019.

 Uitspraak 18/55 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij hem in zijn verweerschrift in een eerdere klachtprocedure op onjuiste en ongefundeerde wijze heeft beschuldigd.
Het College heeft zich alvorens de klacht voor verweer door te sturen naar de psycholoog beraden over de ontvankelijkheid.
Het College heeft geconstateerd dat de thans door klager ingediende klacht ook reeds door hem in die eerdere klachtprocedure is ingebracht.
In die klachtzaak is in twee instanties uitspraak gedaan. Tegen het oordeel van het College van Beroep bestaat geen verdere beroepsmogelijkheid.
Artikel 2.1.5. van het Reglement voor het Toezicht bepaalt dat het College geen klacht in behandeling neemt waarover het reeds eerder uitspraak heeft gedaan.
Klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht.
Datum uitspraak CvT: 17 april 2019.

Uitspraak 18/31 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder meer dat zij een onjuist selectie-assessment heeft afgenomen, dat niet objectief was en dat op hem als een wasstraat is overgekomen.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College is van oordeel dat de psycholoog voorafgaand aan het assessment voldoende informatie aan klager heeft verstrekt. Niet vast is komen te staan dat de psycholoog niet objectief was. Evenmin is gebleken dat klager en de psycholoog onvoldoende met elkaar hebben kunnen communiceren vanwege de niet-Nederlandse achtergrond van klager.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 17 april 2019

Uitspraak 18/30 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij een melding over haar bij Veilig Thuis heeft gedaan en dat zij daarbij de meldcode niet heeft nageleefd.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College is van oordeel dat de psycholoog gelet op de omstandigheden die in de overwegingen van het College zijn weergegeven, terecht tot de melding is overgegaan. In dit geval is het de psycholoog niet te verwijten dat zij noodgedwongen stap 3 (het gesprek met de cliënt) heeft overgeslagen.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 17 april 2019

Uitspraak 18/28 CvT
Klaagster verwijt haar behandelend psycholoog dat zij in haar bejegening zeer dwingend was, waardoor klaagster zich onder druk gezet voelde.
Ook stelt klaagster dat de psycholoog haar geheimhoudingsplicht heeft geschonden door de wijze waarop zij haar verweerschrift in de klachtprocedure heeft geformuleerd.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College heeft niet kunnen constateren dat de psycholoog dwingend was jegens klaagster, maar acht haar handelwijze juist zorgvuldig.
Met betrekking tot de formulering van het verweerschrift is het College van oordeel dat de psycholoog binnen de marge van haar eigen beoordelingsbevoegdheid is gebleven bij de keuze van de gegevens die zij in haar verweer heeft verstrekt.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 17 april 2019

Uitspraak 18/49 CvT
Klagers verwijten de psycholoog dat hij hen intimiderend en onprofessioneel heeft behandeld bij de door hen ingediende klachten tegen de praktijk. Ook is niet duidelijk of de klachtafhandeling onafhankelijk is geweest.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College is van oordeel dat de psycholoog zich te veel heeft laten leiden door zijn emoties. Hij had deskundig advies en ondersteuning moeten vragen gelet op zijn weerstand tegen en gevoeligheid voor mogelijk in te dienen klachten. Wat betreft de klachtprocedure heeft het College niet vast kunnen stellen dat verstrekte  informatie hierover onduidelijk is geweest.
Artikel 41 en 102 van de code overtreden.
Klacht deels gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 13 maart 2019

Uitspraak 18/29 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder meer dat zij een onjuist forensisch psychologisch rapport heeft opgesteld waarin hij wordt gediagnosticeerd als narcist. Klager stelt dat hij hierdoor zijn zaak bij de rechter tot uitbreiding van de omgang met zijn zonen heeft verloren.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College is van oordeel dat de door de psycholoog uitgebrachte rapportage voldoet aan de daaraan te stellen vereisten. Wel had de psycholoog een en ander wat zakelijker en omzichtiger op schrift kunnen stellen. Met inachtneming van deze kanttekening is een rapport van voldoende gehalte uitgebracht.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 13 maart 2019

Uitspraak 17/38 CvT
Klager verwijt de psycholoog, die is opgetreden als bijzondere curator over klagers zoon, onder meer dat hij een rapport heeft opgesteld, waarin geen lijn is te ontdekken en waarin de onderbouwing van zijn stellingen en adviezen ontbreekt.
De psycholoog heeft als primair verweer opgeworpen dat klager niet-ontvankelijk is in zijn klacht, onder meer omdat hij zijns inziens niet als psycholoog heeft gehandeld. Daarnaast heeft de psycholoog gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College is van oordeel dat klager in zijn klacht ontvankelijk is. Naar het oordeel van het College heeft de psycholoog in strijd gehandeld met artikel 97 van de Beroepscode 2015, aangezien een aantal conclusies in het rapport niet wordt gedragen door de bevindingen.
Klacht gegrond zonder oplegging van een maatregel, aangezien de psycholoog geen lid meer is van het NIP en zijn registratie inmiddels ook is geëindigd.
Datum uitspraak CvT: 11 maart 2019.

Uitspraak 18/45 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij in korte tijd tot twee keer toe haar belofte niet is nagekomen. Zij reageerde pas na twee weken op een e-mail van klaagster en heeft het eerder toegezegde bedrag pas zeer laat aan klaagster terugbetaald.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College is van oordeel dat de psycholoog, die als basispsycholoog werkzaam is in een praktijk zonder collega’s, niet heeft gezorgd voor een goede kwaliteit van haar beroepsmatig handelen. De door de psycholoog genoemde privé omstandigheden, die ten tijde van het klachtwaardig handelen leidden tot een onbalans in haar leven, maken dit niet anders. De psycholoog heeft ten opzichte van klaagster die in een moeilijke en kwetsbare periode verkeerde in verschillende opzichten niet professioneel gehandeld.
Artikel 107 van de Beroepscode overtreden.
Klacht gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT:13 februari 2019

Uitspraak 18/39 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij zich in een gesprek op botte wijze heeft uitgelaten over haar hond en dat de psycholoog haar op een wijze heeft behandeld waardoor zij zich steeds kleiner voelde worden.
De psycholoog heeft erkend dat haar opmerking over de hond niet juist was. Zij heeft voorts verklaard dat zij aan het einde van een gesprek niet aan een cliënt vraagt of het gesprek aan de verwachtingen heeft voldaan. Voor het overige heeft de psycholoog de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog niet sensitief en empathisch heeft gehandeld. Opvallend is dat de psycholoog en klaagster hetzelfde verhaal vertellen maar dat de beleving geheel anders is geweest. De psycholoog heeft geen effectieve gesprekstechniek ter voorkoming van miscommunicatie gebruikt.
Artikelen 101 en 23 van de Beroepscode overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 13 februari 2019

Uitspraak 18/33 CvT
Klagers verwijten de psycholoog dat hij niet te vertrouwen is in zijn contacten met de gemeente en sjoemelt met gemeenschapsgelden.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College heeft geoordeeld dat de verschillende klachtonderdelen niet zijn komen vast te staan. Klacht ongegrond.
Uitspraak CvT: 13 februari 2019

Uitspraak 18/32 CvT
Klaagster verwijt haar behandelend psycholoog onder meer dat zij haar vertrouwen heeft geschaad door de indruk te wekken dat zij met klaagsters oom, met wie de psycholoog bevriend was, over de behandeling van klaagster heeft gesproken. Deze vriendschap is door verweerster met klaagster besproken; klaagster heeft ervoor gekozen toch door te gaan met de behandeling.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College heeft geconstateerd dat het woord van klaagster tegenover dat van verweerster staat. Niet kan worden vastgesteld dat verweerster vertrouwelijke informatie over klaagster met klaagsters oom heeft gedeeld.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 13 februari 2019

Uitspraak 18/24 CvT
Klaagster verwijt haar behandelend psycholoog dat zij veel afspraken heeft afgezegd, en dat vaak pas kort van tevoren.
Ook klaagt zij over het feit dat de psycholoog haar heeft gevraagd of zij iemand wist om haar bij te staan bij het opzetten van een bedrijf.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd en gesteld dat zij door een medische aandoening, die haar op onverwachte momenten verhinderde om haar werk te doen, en waarvan klaagster op de hoogte was, genoodzaakt was de afspraken te verzetten.
Het College is van oordeel dat de psycholoog, toen bleek dat zij de afspraken vaak moest afzeggen, de afweging had moeten maken of zij op deze manier kon doorgaan met de behandeling van klaagster, en met haar had moeten overleggen of het wellicht beter zou zijn haar (tijdelijk) door te verwijzen naar een andere psycholoog. Door dat niet te doen heeft de psycholoog in strijd gehandeld met artikel 107 van de Beroepscode 2015.
Daarnaast heeft de psycholoog zich, door klaagster het bovenvermelde verzoek te doen, schuldig gemaakt aan rolvermenging als bedoeld in artikel 52 van de Beroepscode 2015.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 13 februari 2019

Uitspraak 18/35 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij de behandelrelatie na bijna 8 jaar te abrupt heeft beëindigd zonder de continuïteit te waarborgen. Ook heeft hij geen informatie van de psycholoog ontvangen bij het opnieuw aangaan en voortzetten van de professionele relatie.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog de behandelrelatie niet in overleg met deze kwetsbare cliënt heeft afgerond door middels een drieregelig briefje de behandelrelatie op te zeggen en de continuïteit daarvan niet (direct) te waarborgen. Dat de psycholoog dit kreeg aangeraden door zijn intervisiegroep maakt dit niet anders. Ook het feit dat de psycholoog ten tijde van het schrijven van dit briefje privé veel zorgen had om zijn zoon, leidt niet tot een andere beslissing.
Dat de psycholoog geen schriftelijke behandelinformatie aan klager heeft verstrekt is niet vast komen te staan. Dit deel van de klacht is ongegrond.
Artikel 40, 19 en 107 van de Beroepscode overtreden.
Klacht deels gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 16 januari 2019

Uitspraak 18/26 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij onjuiste en belastende informatie aan de psycholoog van het NIFP, die in opdracht van Jeugdzorg onderzoek deed naar een passende zorgregeling met betrekking tot de kinderen, heeft gegeven. De psycholoog is meegegaan in de beweringen van moeder en heeft deze beweringen als feitelijkheden aan de psycholoog gemeld, aldus klager. Voorts klaagt klager erover dat de psycholoog ondanks zijn herhaalde verzoeken daartoe weigert antwoord te geven op zijn vraag hoe zij tot haar bevindingen is gekomen.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College is van oordeel dat de psycholoog in strijd heeft gehandeld met artikel 96 en artikel 15 van de Beroepscode 2015.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 16 januari 2019

Uitspraak 18/23 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog, optredend als door de rechtbank benoemde mediator, onder meer dat zij partijdig is opgetreden door alleen reacties van vader te verwerken, onduidelijkheid heeft laten bestaan betreffende de evaluatie van het ouderschapsplan en een nieuw advies heeft uitgebracht zonder klaagster en de kinderen te horen.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College is van oordeel dat niet vastgesteld kan worden dat de psycholoog reacties van alleen vader heeft verwerkt in het rapport. De psycholoog heeft wél onduidelijkheid laten voortduren betreffende de evaluatie en waarom zij toen een gesprek met vader alleen heeft gevoerd. Daardoor is zij niet onafhankelijk en objectief opgetreden én dit heeft er toe geleid dat de psycholoog eenzijdig en onjuist is voorgelicht. Daarbij komt dat de psycholoog deze informatie heeft opgenomen in een nader advies zonder klaagster verder te raadplegen.
Artikelen 41, 90 en 98 van de Beroepscode overtreden.
Klacht deels gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 16 januari 2019