Uitspraken 2018 College van Beroep

Uitspraak CvB 2017/13 (CvT 17/07)
Klager komt in hoger beroep. Klager heeft geen grieven geformuleerd tegen het kennelijk ongegrond verklaren van de klacht en het niet in behandeling nemen van de klacht door het College van Toezicht.
Nu klager geen grieven heeft geformuleerd tegen het oordeel van het College van Toezicht en ook overigens niet blijkt van de onjuistheid van de overwegingen van het College van Toezicht, komt het College van Beroep tot het oordeel dat het beroep ongegrond is.
Het College van Beroep bevestig de beslissing van het College van Toezicht.
Datum uitspraak: 18-05-2018
Uitspraak CvT 17/07

Uitspraak CvB 2017/10 (CvT 15/55)
Klager komt in hoger beroep. In dit hoger beroep zijn de feiten die klager aan het klachtonderdeel ten grondslag heeft gelegd, evenmin komen vast te staan. Daarom kan in het hoger beroep niet worden beoordeeld of die feiten tot gevolg hebben dat de psycholoog in strijd met de Beroepscode heeft gehandeld.
Het College van Beroep verklaart het beroep ongegrond.
Datum uitspraak: 18-05-2018
Uitspraak CvT 15/55

Uitspraak CvB 2017/11 (CvT 16/46)
De psycholoog komt in hoger beroep. De psycholoog heeft tegen het gegrond verklaren van de klacht door het College van Toezicht als grief aangevoerd dat sprake was van de uitzonderingsgrond bedoeld in artikel 7 van de Beroepscode 2015 en voorts dat het gehele onderzoek hem heeft gebracht in een conflict van plichten waarvoor hij zelf een belangenafweging diende te maken en niet behoefde af te gaan op een afgeleide opinie van vakgenoten.
Voor zover de psycholoog zich in hoger beroep, naast de uitzonderingsgrond van art. 7 van de Beroepscode, heeft willen beroepen op het bestaan van een conflict van plichten, overweegt het College van Beroep dat de psycholoog dit geenszins aannemelijk heeft gemaakt. Het feit dat sprake is geweest van schending van artikel 7 van de Beroepscode, zoals de psycholoog – blijkens de beslissing van het College van Toezicht- bij de mondelinge behandeling in eerste aanleg feitelijk ook heeft erkend, maakt het beroep op een conflict van plichten reeds vruchteloos, nog daargelaten dat de psycholoog ook niet heeft voldaan aan de overige eisen die in de jurisprudentie worden gesteld aan een gerechtvaardigd beroep op een conflict van plichten.
Het College van Beroep bevestigt de beslissing van het College van Toezicht.
Datum uitspraak: 16-03-2018
Uitspraak CvT 16/46

Uitspraak CvB 2017/05 (CvT 16/16)
De psycholoog komt in hoger beroep. De psycholoog stelt dat sprake is geweest van een behandelrelatie met klaagster en dat het College van Toezicht niet eerdere klachten met het daarbij horende klachtnummer bij de beoordeling van de op te leggen maatregelen had mogen betrekken.
Samengevat is het College van Beroep, anders dan het College van Toezicht, van oordeel dat het niet onaannemelijk is dat er sprake is geweest van een behandelrelatie tussen klaagster en de psycholoog. De uitgevoerde behandeling heeft echter niet voldaan aan de daaraan te stellen eisen van zorgvuldigheid. Voorts stelt het College van Beroep dat de tuchtrechter bij zijn oordeel rekening dient te houden met alle feiten en omstandigheden. Het College van Toezicht heeft terecht rekening gehouden met eerder ten aanzien van de psycholoog gegeven tuchtrechtelijke beslissingen.
Het College van Beroep vernietigt de uitspraak van het College van Toezicht en verklaart, opnieuw rechtdoende, de klacht gedeeltelijk gegrond. Nu een belangrijk deel van de inleidende klacht ongegrond wordt verklaard, ziet het College van Beroep aanleiding voor een lichtere maatregel en volstaat, rekening houdend met alle relevante omstandigheden, met het opleggen van een berisping.
Datum uitspraak: 16-03-2018
Uitspraak CvT 16/16

Uitspraak CvB 2017/08 (CvT 16/32)
Klager komt in hoger beroep.
Het College van Beroep is van oordeel dat de psycholoog niet heeft voldaan aan de eisen van de hier toepasselijke Beroepscode voor wat betreft het inzien van het rapport voordat deze aan de rechtbank werd toegestuurd.
Het College van Toezicht heeft de juiste beoordelingscriteria toegepast op het rapport van de psycholoog en is daarbij tot bevindingen gekomen die het College van Beroep onderschrijft.
Het College van Beroep vernietigt de beslissing van het College van Toezicht van 14 december 2016 voor zover daarin de klacht over schending van het inzagerecht van klager en diens mogelijkheid om bezwaren op schrift te stellen is verworpen en legt aan de psycholoog de maatregel van waarschuwing op.
Datum uitspraak: 18-01-2018
Uitspraak CvT 16/32

Uitspraak CvB 2017/07 (CvT 16/29)
Klagers komen in hoger beroep. Zij hebben onder meer aangevoerd dat het College van Toezicht artikel 7 van de Beroepscode 2015 onjuist heeft toegepast omdat er, volgens klagers, geen wettelijke verplichting bestaat op basis waarvan de zoon van klagers, persoonlijk een rol zou moeten spelen in het onderzoek van de psycholoog.
Het College van Beroep onderschrijft het oordeel van het College van Toezicht dat de psycholoog niet onprofessioneel heeft gehandeld en bevestigt de beslissing van het College van Toezicht.
Datum uitspraak: 19-01-2018
Uitspraak CvT 16/29

Uitspraak CvB 2017/06 (CvT 16/07)
Zowel klager als de psycholoog komen in hoger beroep. Klaagster heeft aangevoerd dat zij het niet eens is met de opgelegde maatregelen. Volgens haar zou gegrondverklaring van de klacht moeten leiden tot ontzetting van de psycholoog uit het NIP-lidmaatschap en/of doorhaling in het NIP-register.
De psycholoog heeft onder meer aangevoerd dat het College van Toezicht ten onrechte heeft geoordeeld dat de psycholoog professionele en niet-professionele rollen heeft vermengd en geen rekening heeft gehouden met het feit dat zij sinds 01-01-2015 geen lid NIP is.
Het College van Beroep stelt vast dat de psycholoog bij klaagster een gevoel van verwarring en onveiligheid heeft bewerkstelligd, temeer nu klaagster – zoals bij de psycholoog bekend was – problemen ondervond in de hechting. De psycholoog heeft daarmee geen oog gehad voor de interactionele dynamiek die tussen haar en klaagster speelde en voor haar eigen rol daarin. Zij heeft in dit opzicht de problematische aspecten van haar professionele relatie met klaagster niet, en in elk geval onvoldoende, onderkend en zij heeft daardoor ook nagelaten deze (bijvoorbeeld) systematisch in intervisie aan de orde te stellen.
Het College van Beroep verwerpt het hoger beroep van klaagster, vernietigt de beslissing van 14 december 2016 van het College van Toezicht ten aanzien van de klachtonderdelen 2 (geheel) en 3 (gedeeltelijk), verklaart klaagster niet-ontvankelijk in onderdeel 2 van haar oorspronkelijke klacht en bepaalt dat aan de psycholoog geen maatregelen kunnen worden opgelegd doordat zij geen lid van het NIP meer is;
Datum uitspraak: 18-01-2018
Uitspraak CvT 16/07

Uitspraak CvB 2017/04 (CvT 15/54)
De psycholoog komt in hoger beroep. Hij heeft onder andere aangevoerd dat het College van Toezicht ten onrechte heeft geoordeeld dat de rapportage van de psycholoog niet voldoet aan de criteria 1, 2, 3 en 4 die zijn vermeld in de bestreden beslissing.
Het College van Beroep is met het College van Toezicht van oordeel dat het rapport niet voldoet aan het merendeel van de daaraan gestelde criteria. Het hiertegen gerichte beroep van de psycholoog wordt dan ook verworpen, onder handhaving van de beslissing van het College van Toezicht.
Datum uitspraak: 18-01-2018
Uitspraak CvT 15/54

Uitspraak CvB 2017/02 (CvT 16/23)
De psycholoog heeft de contacten met de dochter overgenomen van een collega uit de praktijk en had toen aan beide gezag uitoefenende ouders toestemming moeten vragen voor voortzetting van de behandeling van de dochter. Dat zij ook werkelijk toestemming aan klager heeft gevraagd, is echter onvoldoende aannemelijk geworden. Daarbij is van belang dat de psycholoog op grond van artikel III.3.2.5 van de Bc 2007 ook informatie dient te verstrekken over het doel van de professionele relatie, de context waarin deze plaatsvindt en de plaats van de cliënt en de psycholoog hierin. Het College van Beroep onderschrijft echter wel de overweging van het College van Toezicht dat de psycholoog onvoldoende ervoor heeft gezorgd dat zij in haar beroepsmatige handelen onafhankelijk en objectief kon optreden, zoals is voorgeschreven in artikel 41 van de Bc 2015.
Het College van Beroep bevestigt de beslissing van het College van Toezicht.
Datum uitspraak: 18-01-2018
Uitspraak CvT 16/23