Uitspraken 2016

 

Uitspraak 16/32 CvT
Klager klaagt over een door de psycholoog opgestelde pro justitia rapportage. Tevens verwijt hij de psycholoog dat hij niet in de gelegenheid is gesteld de rapportage in te zien voordat deze naar de rechtbank werd gestuurd.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de rapportage voldoet aan de daarvoor geldende criteria.
Nu klager aan de psycholoog had laten weten dat hij geen behoefte had aan voorafgaande inzage, kon hij daarop niet in een later stadium terugkomen.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 14-12-2016
Hoger beroep ingesteld.

Uitspraak 16/30 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder meer dat zij hem niet in staat heeft gesteld het assessmentrapport te bespreken voordat het sollicitatiegesprek met de opdrachtgever zou plaatsvinden, en dat zij heeft geweigerd het rapport aan te passen.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, noch met betrekking tot het inzagerecht, noch ten aanzien van het correctierecht. Het College heeft evenmin kunnen constateren dat het rapport niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 14-12-2016

Uitspraak 16/29 CvT
Klagers verwijten de psycholoog dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld in het kader van een opdracht met betrekking tot een beroep op vrijstelling van de leerplicht met betrekking tot hun zoon.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog professioneel heeft gehandeld in haar keuze voor de door haar te hanteren methode om de aan haar gestelde vraag te beantwoorden.
Ook heeft de psycholoog juist gehandeld door de opdracht terug te geven toen zij constateerde dat de beschikbare methoden daartoe ontoereikend waren.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 14-12-16

Uitspraak 16/28 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder meer dat hij hem niet in staat heeft gesteld het assessmentrapport te bespreken voordat het sollicitatiegesprek met de opdrachtgever zou plaatsvinden, en dat hij heeft geweigerd het rapport aan te passen.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, noch met betrekking tot het inzagerecht, noch ten aanzien van het correctierecht. Het College heeft evenmin kunnen constateren dat het rapport niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 14-12-2016

Uitspraak 16/26 CvT
Klaagsters verwijten de psycholoog dat hij de gewezen echtgenoot van klaagster heeft geadviseerd in het kader van de omgang met hun dochter.
Daarnaast verwijten klaagsters de psycholoog dat hij een verklaring heeft afgegeven aan de raadsonderzoeker.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog onduidelijk is geweest met betrekking tot de verschillende rollen die hij heeft vervuld. Ook wekt de psycholoog door zijn woordkeuze in de e-mail aan de gewezen echtgenoot van klaagster de indruk van partijdigheid.
De psycholoog had niet zonder de gerichte toestemming van klaagster een verklaring aan de raadsonderzoeker mogen verstrekken.
De artikelen III.2.1.4, III.2.3.4 en III.3.3.16 van de Beroepscode 2007 zijn overtreden, evenals de artikelen 21, 89 en 96 van de Beroepscode 2015.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 14-12-2016

Uitspraak 16/14 CvT
Klaagster heeft bezwaren tegen het door de psycholoog verrichte onderzoek met betrekking tot haar kinderen en tegen de onderzoeksrapportage.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College heeft onderzoek en rapportage aan de onderstaande criteria getoetst.

  1. Het rapport vermeldt de feiten, omstandigheden en bevindingen waarop het berust.
  2. Het rapport geeft blijk van een geschikte methode van onderzoek om de voorgelegde vraagstelling te beantwoorden
  3. In het rapport wordt op inzichtelijke en consistente wijze uiteengezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen
  4. Het rapport vermeldt de bronnen waarop het berust.
  5. De rapporteur blijft binnen de grenzen van zijn deskundigheid.

Het College heeft geconstateerd dat onderzoek en rapportage aan deze criteria voldoen.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 14-12-16

Uitspraak 16/12 CvT
Klaagster heeft bezwaren tegen het door de psycholoog verrichte onderzoek met betrekking tot haar kinderen en tegen de onderzoeksrapportage.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College heeft onderzoek en rapportage aan de onderstaande criteria getoetst.

  1. Het rapport vermeldt de feiten, omstandigheden en bevindingen waarop het berust.
  2. Het rapport geeft blijk van een geschikte methode van onderzoek om de voorgelegde vraagstelling te beantwoorden
  3. In het rapport wordt op inzichtelijke en consistente wijze uiteengezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen
  4. Het rapport vermeldt de bronnen waarop het berust.
  5. De rapporteur blijft binnen de grenzen van zijn deskundigheid.

Het College heeft geconstateerd dat onderzoek en rapportage aan deze criteria voldoen.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 14-12-16

Uitspraak 16/07 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij haar te lang in therapie heeft gehad, dat zij de therapie op onjuiste wijze heeft afgesloten en dat zij niet duidelijk was in haar rollen.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College heeft geconstateerd dat de psycholoog heeft nagelaten controlemomenten in de therapie in te bouwen, waardoor haar de stagnatie die in de behandeling optrad niet is opgevallen. Aan de psycholoog kan een gebrek aan methodisch handelen worden verweten.
De psycholoog heeft nagelaten ervoor te zorgen dat de professionele relatie zonder misverstanden werd afgerond. Evenmin heeft de psycholoog klaagster verwezen naar een collega, dan wel terugverwezen naar de huisarts. Daarmee heeft de psycholoog de continuïteit van de professionele relatie niet gewaarborgd.
Daarnaast heeft de psycholoog professionele en niet-professionele rollen vermengd, waardoor zij niet meer in staat was een professionele afstand tot klaagster te bewaren.
De artikelen III.1.2.1, III. 2.1.2, III.2.3.5, III.3.2.4, III 3.2.5 en III.4.1.2 van de Beroepscode 2007 zijn overtreden.
Klacht gegrond, maatregelen: berisping en voorwaardelijke schorsing gedurende zes maanden van het lidmaatschap van de verenging.
De maatregel gaat eerst in indien de psycholoog de navolgende bijzondere voorwaarde niet is nagekomen:

  • dat de psycholoog binnen een jaar na het onherroepelijk worden van deze uitspraak 25 uur supervisie met aandacht voor diagnose, planning, therapieproces, overdracht/tegenoverdracht volgt bij een psycholoog die als supervisor is opgenomen in het supervisorregister van de Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie (NVP). De (geanonimiseerde) casus van klaagster kan hierbij een rol spelen.
  • na afloop van de supervisie dient de psycholoog een door de supervisor ondertekende supervisieverklaring aan het College over te leggen ten bewijze dat zij aan deze voorwaarde heeft voldaan

Datum uitspraak CvT: 14-12-16
Hoger beroep ingesteld.

Uitspraak 16/23 CvT
Klager verwijt de psycholoog, die zijn ex-echtgenote en minderjarige dochter in behandeling heeft, dat zij door haar adviezen tot wijziging van de omgangsregeling tussen klager en dochter, een verkeerde invloed heeft. Klager stelt dat de psycholoog teveel naar de moeder luistert en hem als vader buiten beeld houdt.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog de dochter niet zonder toestemming van klager en zonder hem te informeren over het doel van de professionele relatie, de context ervan en de plaats van de psycholoog en de cliënt hierin, in behandeling had mogen nemen. Daarnaast heeft de psycholoog er onvoldoende voor gezorgd dat zij in haar beroepsmatig handelen onafhankelijk en objectief kon optreden.
De artikelen I.1.5.1, III.2.1.4, III.3.2.3, III.3.2.4 en III.3.2.5 van de Beroepscode 2007 zijn overtreden, evenals artikel 41 van de Beroepscode 2015.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 16-11-2016

Uitspraak 16/20 CvT
Klagers klagen over de gang van zaken met betrekking tot een onderzoek van hun minderjarige zoon.
Zij verwijten de psycholoog onder meer schending van zijn privacy. Ook nemen zij het de psycholoog kwalijk dat zij niet meer in gesprek met hen heeft willen gaan na het eindgesprek.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog de privacy van de zoon van klagers onvoldoende heeft gewaarborgd door een e-mail met betrekking tot het onderzoek te sturen naar het algemene e-mailadres van zijn school.
Voorts oordeelt het College dat de psycholoog opnieuw met klagers in gesprek had moeten gaan.
De artikelen 21, 63 en 72 van de Beroepscode 2015 zijn overtreden.
Het College acht de overtredingen van de Beroepscode niet zodanig verwijtbaar dat er aanleiding is voor het opleggen van een maatregel. Daarbij neemt het College mede in overweging dat de psycholoog heeft verklaard hiervan te hebben geleerd en maatregelen te hebben genomen om in de toekomst vergelijkbare problemen te voorkomen.
Klacht gegrond, geen maatregel.
Datum uitspraak CvT: 16-11-2016

Uitspraak 16/17 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog onder meer dat zij ernstig is tekortgeschoten bij de behandeling van klaagsters zus.
De psycholoog heeft als meest verstrekkende verweer gevoerd dat klaagster niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar klacht, omdat zij precies dezelfde klacht aanhangig heeft gemaakt bij het Regionaal Tuchtcollege.
Het College besluit met verwijzing naar artikel 2.1.7 van het Reglement voor het Toezicht, welk artikel per 18 januari 2016 aan genoemd reglement is toegevoegd, de klacht niet in behandeling te nemen, nu klaagster exact dezelfde klacht heeft ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege en er niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die tot een andere beslissing moeten leiden.
Klacht niet in behandeling genomen.
Datum beslissing CvT: 16-11-2016

Uitspraak 15/54 CvT
Klaagster, een instelling voor jeugdzorg, en als zodanig betrokken bij een door de psycholoog opgesteld rapport, klaagt onder meer over de kwaliteit van dit rapport en van het daaraan voorafgaande onderzoek.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College heeft onderzoek en rapportage aan de onderstaande criteria getoetst.

  1. Het rapport vermeldt de feiten, omstandigheden en bevindingen waarop het berust.
  2. Het rapport geeft blijk van een geschikte methode van onderzoek om de voorgelegde vraagstelling te beantwoorden
  3. In het rapport wordt op inzichtelijke en consistente wijze uiteengezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen
  4. Het rapport vermeldt de bronnen waarop het berust.
  5. De rapporteur blijft binnen de grenzen van zijn deskundigheid.

Het College is van oordeel dat de rapportage niet voldoet aan de criteria 1 tot en met 4.
Daarnaast acht het College het handelen van de psycholoog tuchtrechtelijk verwijtbaar, omdat hij zijn rapportage lijkt te gebruiken ter uiting van zijn persoonlijke opvattingen over problematiek als de onderhavige.
De artikelen 41, 96 en 97 van de Beroepscode 2015 zijn overtreden.
Klacht gegrond, maatregel: berisping en voorwaardelijke ontzetting uit het lidmaatschap van de vereniging, met als bijzondere voorwaarde het ondergaan van 20 supervisiesessies.
Bijkomende voorwaardelijke maatregel: schriftelijke mededeling van de beslissing en de gronden waarop deze berust aan de leden van de vereniging.
Daarnaast tijdelijke schorsing uit het betreffende NIP-register, totdat aan de bijzondere voorwaarde is voldaan.
Datum uitspraak CvT: 16-11-2016

Uitspraak 16/18 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij de begeleiding abrupt heeft verbroken, zonder enige verklaring daarvoor. Daarnaast klaagt zij onder andere over het feit dat de psycholoog weigert een door haar gemaakt en aan de psycholoog gegeven schilderij  terug te geven.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College acht de beëindiging van de professionele relatie in het licht van de omstandigheden, waaronder het feit dat klaagster van meervoudige hulpverlening was voorzien, en waarbij de begeleiding van de psycholoog uit professioneel oogpunt geen meerwaarde had, niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
Klaagster heeft het schilderij in een brief aan verweerster zelf als gift betiteld.  Hoewel het misschien niet verstandig was een dergelijke gift te aanvaarden gelet op de setting en de hoogsensitieve persoonlijkheid van klaagster, is de acceptatie niet klachtwaardig.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 12-10-2016
Hoger beroep ingesteld.

Uitspraak 16/03 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder andere dat hij alleen maar met klager heeft gepraat zonder resultaat;
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College oordeelt dat aan de behandeling van klager een behandelplan ten grondslag lag. Hieruit blijkt dat de psycholoog op voldoende gestructureerde wijze met de behandeling van klager is begonnen. Klager heeft vervolgens zélf voortijdig het contact met de psycholoog beëindigd. Dit leidde er toe dat de behandeldoelen niet gehaald konden worden.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 12-10-2016

Uitspraak 16/09 CvT
Klagers verwijten de psycholoog onder andere dat hij onderzoek heeft gedaan bij hun zoon terwijl deze op dat moment niet herkenbaar druk gedrag vertoonde en niet op zijn gemak was. De resultaten van het onderzoek zijn daardoor niet betrouwbaar. De onderzoeksvraag is maar half beantwoord en gedragsobservaties ontbreken.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College oordeelt dat in voldoende is mate gebleken dat klagers op de testdag met verweerder hebben besproken dat hun zoon op die dag buitengewoon druk was. Verweerder heeft over het drukke gedrag toen opgemerkt dat dergelijk gedrag de waarnemingen kan beperken. Daarmee heeft verweerder de indruk gewekt dat er zeer waarschijnlijk vervolgonderzoek zou komen.
Het College is voorts van oordeel dat het rapport in onvoldoende mate de bevindingen van de onderzoekers vermeldt. Gedragsobservaties van het besproken drukke gedrag van de zoon ontbreken in de rapportage. Daarmee is hetgeen in de rapportage is opgenomen een te beperkte selectie van de bevindingen.
Artikelen 45, 15 en 38 van de beroepscode 2015 zijn overtreden.
Klacht gegrond, berisping
Datum uitspraak CvT: 14-09-2016
Hoger beroep ingesteld.

Uitspraak 15/63 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder andere dat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden door informatie uit het individuele gesprek dat hij voerde met klager te delen met de bedrijfsarts. Verder vindt klager dat de psycholoog te veel verschillende functies binnen het bedrijf vervult.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College oordeelt dat niet duidelijk is geworden of de psycholoog informatie met de bedrijfsarts heeft gedeeld.
Het College is voorts van oordeel dat de psycholoog door het vermengen van professionele en niet-professionele rollen onduidelijkheid heeft gecreëerd naar klager. Daarmee heeft de psycholoog niet geheel in lijn gehandeld met artikel 51 van de code maar deze handelwijze is niet zodanig ernstig dat de klacht gegrond moet worden verklaard.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 14-09-2016
Hoger beroep ingesteld.

Uitspraak 15/62 CvT
De klacht houdt in dat de organisatie van de psycholoog volgens klaagster moet worden beschouwd als een ‘sektarische psychogroep waarin manipulatie, overschrijding van grenzen op het gebied van privacy en seksualiteit, afhankelijk maken en machtsmisbruik aan de orde is.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College oordeelt dat  de psycholoog door de wijze waarop zij de groepstrainingen heeft vormgegeven, in het bijzonder door als trainers personen in te zetten die in relatie tot klaagster niet alleen trainer waren, maar ook familielid of werkgever, en door klaagster aan een dergelijke groep te laten deelnemen, verantwoordelijk wordt geacht voor de daardoor ontstane mogelijkheid van schending van de vertrouwelijkheid.
Voorts oordeelt het College dat de psycholoog ook overigens er onvoldoende voor heeft gezorgd dat werd voorkomen dat in de door het instituut verzorgde trainingen waaraan klaagster deelnam, rolvermenging en rolverwarring ontstond.
Het College is voorts van oordeel dat de psycholoog jegens klaagster in strijd met het beginsel van respect heeft gehandeld door klaagsters moeder en broer te benaderen met het verzoek hun versie van het levensverhaal van klaagster op papier te zetten en dit stuk vervolgens in deze klachtprocedure over te leggen. Daarmee heeft de psycholoog zich veel minder discreet en terughoudend betracht dan voor een adequaat verweer noodzakelijk was. Artikelen III.2.1.1, III.2.3.3, III.1.5.3 en III.3.1.2 van de Beroepscode 2007 zijn overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 14-09-2016

Uitspraak 15/58 CvT
Klager, directeur van een middelbare school, verwijt de psycholoog onder andere dat de inhoud van zijn advies aangaande een leerling van onvoldoende kwaliteit is. Volgens klager heeft verweerder geen verstand van onderwijs en kan hij niet oordelen dan wel meedenken over speciaal onderwijs.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist en  in zijn verweer gesteld dat het hem niet duidelijk is over welk advies klager het heeft.
Op het verweer en het aanvullend verweer heeft klager, ondanks herhaalde uitnodiging daartoe, niet gereageerd. Klager heeft aldus nagelaten zijn klacht ter zake nader toe te lichten. De klacht voldoet hiermee niet aan de daaraan te stellen eisen van begrijpelijkheid.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 14-09-2016

Uitspraak 16/19 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder andere dat hij tijdens de coachingsgesprekken verkregen vertrouwelijke informatie heeft ingebracht in de driegesprekken met de regiodirecteur. Hierdoor is de vertrouwelijkheid geschonden.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College oordeelt dat de psycholoog toen hij instemde met de opdracht het driegesprek te leiden onvoldoende kritisch heeft nagedacht over zijn beroepsmatig handelen. Omdat de psycholoog al was opgetreden als coach van klager kon hij niet meer als neutraal persoon een gesprek  met klager en de leidinggevende aangaan. De psycholoog wist  al te veel van klager en heeft daarmee de schijn van partijdigheid gewekt.
Artikel 51 van de beroepscode 2015 is overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 24-08-2016

Uitspraak 16/15 CvT
Klaagster, moeder, verwijt de psycholoog dat zij vlak voor de zitting betreffende voorlopige voorzieningen haar mening over het gedrag en de  agressiviteit van vader ten aanzien van de kinderen en zijn capaciteit om voor de kinderen te zorgen volledig heeft herzien.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College beslist dat het, gelet op artikel 2.1.7 van het RvT en de omstandigheden van het geval, de klacht niet in behandeling neemt nu bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg een gelijkluidende klacht is ingediend.
Klacht niet in behandeling genomen.
Datum uitspraak CvT: 24-08-2016

Uitspraak 16/13 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder andere dat zij een onderzoeksrapport heeft ondertekend dat is opgesteld door een niet universitair opgeleide psycholoog, als ware het onderzoek door haar zelf uitgevoerd.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College oordeelt dat verweerster als professioneel handelend beroepsbeoefenaar niet een rapport met bevindingen kan opstellen zonder klager zelf gezien te hebben. In geval van psychologisch onderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van een psychodiagnostisch medewerker is het standaardprocedure dat de psycholoog de cliënt zelf ziet bij de intake en bij de presentatie van de conclusies in het rapport.
Artikel III.1.5.3 en artikel III.3.2.4 van de beroepscode 2007 zijn overtreden.
Klacht gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 24-08-2016 

Uitspraak 16/06 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder andere dat zij  een verklaring over hem   heeft opgesteld, waarin staat dat hij zich aan mishandeling heeft schuldig gemaakt, terwijl zij geen toestemming aan hem heeft gevraagd om over hem te mogen rapporteren. Gezien het feit dat de verklaring was gericht aan de advocaat van zijn ex-vrouw, wist de psycholoog dat deze aan de rechter zou worden overgelegd. De verklaring is zowel in civiele als in strafrechtelijke zaken door zijn ex-vrouw overgelegd om  hem te profileren als ‘mishandelaar’, aldus  klager.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de door verweerster opgestelde verklaring kan worden gekwalificeerd als een rapportage in de zin van artikel I.1.2.15 van de Beroepscode 2007. De psycholoog heeft in strijd met artikel III.3.3.16 een oordeel over klager gegeven, zonder dat zij dit uit eigen waarneming of onderzoek had verkregen en zonder dat klager daarvoor – gerichte- toestemming had gegeven. De psycholoog heeft nagelaten de vereiste terughoudendheid te betrachten en de bron en relevantie van de gegevens aan te geven. Het College acht de overtreding van dit codeartikel temeer ernstig nu de psycholoog haar verklaring aan de advocaat van de ex-vrouw van klager heeft gestuurd, zodat zij ervan kon uitgaan dat deze verklaring in een gerechtelijke procedure zou worden overgelegd.
Klacht deels gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 24-08-16

Uitspraak 16/04 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder andere dat hij zonder zijn toestemming en voordat hij de rapportage ter inzage had ontvangen, de uitkomst van het assessment mondeling heeft meegedeeld aan de opdrachtgever.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist en heeft zich beroepen op de volgens hem door klager verleende mondelinge toestemming.
Het College oordeelt dat de bewijslast ter zake bij de psycholoog ligt. In dit geval is de psycholoog er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat klager toestemming heeft verleend om te rapporteren aan de werkgever, bijvoorbeeld door het overleggen van een schriftelijke verklaring van klager daaromtrent.
Artikel 89 van de Beroepscode 2015 is overtreden.
Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 24-08-2016

Uitspraak 15/29 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder andere dat hij klager onvoldoende vertrouwen en onvoldoende hoop heeft geboden.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog met zijn handelen niet de autonomie en zelfbeschikking van klager heeft bevorderd. Zo heeft de psycholoog onvoldoende met klager overlegd over de termijn waar binnen het behandelplan zou worden opgesteld. Voor klager was daarmee gedurende langere tijd niet duidelijk of hij de professionele relatie met de psycholoog zou aangaan, voortzetten of beëindigen. De opstelling van het behandelplan duurde immers twee keer zo lang als normaal.
Artikelen III.3.2.1 en III.3.2.4 van de beroepscode 2007 zijn overtreden.
Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 24-08-2016

Uitspraak 16/11 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder andere dat zij in de rapportage heeft opgenomen dat bij haar cliënte geen sprake is van Münchhausen by proxy, zonder een bron voor deze bevinding te noemen. Zij heeft klager bij het opstellen van de rapportage buiten beeld gehouden en was daarmee vooringenomen.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de rapportage niet voldoet aan de vereiste criteria die worden gesteld aan zorgvuldige rapportage nu de psycholoog in de ongedateerde verklaring heeft aangegeven dat er volgens haar geen sprake is van het “syndroom van Munhausen-by-proxy” bij cliënte. Ze heeft daarbij echter in het geheel niet vermeld op grond van welke “nu aanwezige gegevens”zij tot deze conclusie is gekomen. Voorts heeft de psycholoog in haar verklaring van 22 oktober 2015 als professional uitspraken gedaan over klager, die geen cliënt van haar was en die zij nooit had gezien, en die haar geen toestemming had gegeven om uitspraken over hem te doen. Hiermee heeft zij nagelaten onafhankelijk en objectief op te treden. De psycholoog kan de resultaten van haar beroepsmatig handelen hierdoor niet verantwoorden.
Artikel 96 en 41 van de beroepscode 2015 zijn overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing .
Datum uitspraak CvT: 15-06-2016

Uitspraak 16/10 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij, ondanks herhaalde verzoeken daartoe, heeft nagelaten haar een afschrift van het volledige dossier te zenden.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Op klaagsters in maart 2015 gedane verzoek om een verslag van de gesprekken heeft de psycholoog in april 2015 geantwoord dat zij een verslag voor haar zou maken, maar aan deze toezegging heeft zij geen gevolg gegeven. Pas nadat klaagster een klacht had ingediend bij het College, op 22 februari 2016, heeft verweerster uiteindelijk op 25 maart 2016 aan klaagsters verzoek voldaan.
Artikel 67 van de Beroepscode 2015 is overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 15-06-2016

Uitspraak 16/02 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog onder andere dat zij heeft geweigerd haar een afschrift van het dossier van de dochter van klaagster en van haar eigen dossier te verstrekken. Ook is het dossier volgens klaagster niet zodanig ingericht dat het naar vorm en inhoud voor de cliënt redelijkerwijs toegankelijk is.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog toen klaagster daarom verzocht aanstonds een afschrift van het gehele dossier met betrekking tot klaagster aan haar had behoren te geven en niet had mogen volstaan met verstrekking van een door de psycholoog opgestelde samenvatting. Aan het verzoek om een afschrift van het dossier van de dochter kon verweerster niet voldoen, nu zij niet de behandelaar van de dochter was.De door de psycholoog aan klaagster verstrekte samenvatting voldoet niet aan de in artikel 68 van de Beroepscode 2015 vermelde eis van toegankelijkheid van het dossier.
De artikelen 67 en 68 van de Beroepscode 2015 zijn overtreden.
Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 15-06-2016

Uitspraak 15/61 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog onder andere dat zij een onjuist rapport heeft opgesteld en dat zij geen gebruik heeft kunnen maken van het blokkeringsrecht.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de rapportage Voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Het College is verder van oordeel dat klaagster een blokkeringsrecht toekomt. De psycholoog heeft dus in strijd met de code gehandeld door aan klaagster mee te delen dat het rapport zou worden doorgestuurd en haar niet in de gelegenheid te stellen het blokkeringsrecht uit te oefenen.
Artikel 94 van de beroepscode 2015 is overtreden.
Klacht gegrond, geen maatregel.
Datum uitspraak CvT: 15-06-2016

Uitspraak 15/59 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog onder andere dat zij een onjuist rapport heeft opgesteld  En dat zij geen gebruik heeft kunnen maken van haar blokkeringsrecht.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat  de rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen.
Het College is verder van oordeel dat klaagster een blokkeringsrecht toekomt. De psycholoog heeft dus in strijd met de code gehandeld door aan klaagster mee te delen dat het rapport zou worden doorgestuurd en haar niet in de gelegenheid te stellen het blokkeringsrecht uit te oefenen
Artikel 94 van de beroepscode 2015 is overtreden.
Klacht gegrond, geen maatregel.
Datum uitspraak CvT: 15-06-2016

Uitspraak 15/04 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder andere dat zij tijdens de behandeling van de kinderen eenzijdig en vooringenomen te werk is gegaan en ten onrechte heeft nagelaten beide ouders gelijktijdig uit te nodigen voor (intake)gesprekken. Daardoor is de indruk ontstaan dat er meer aandacht voor moederszijde dan voor vaderszijde was, en ontstond een situatie dat beide kinderen in een behandelingstraject zijn terechtgekomen, waaraan hijzelf geen deel had en waarin hij geen inbreng had, aldus klager.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog in deze niet onzorgvuldig is geweest of in strijd met gemaakte afspraken heeft gehandeld. Niet is gebleken dat de psycholoog heeft nagelaten klager bij de behandeling te betrekken of dat er ongelijkwaardigheid was in het contact tussen de psycholoog en moeder en het contact dat zij met klager had.Dat de behandeling niet heeft geresulteerd in contact tussen klager en de kinderen is de psycholoog niet aan te rekenen.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 15-06-2016
Hoger beroep ingesteld.

Uitspraak 15/02 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder andere dat zij tijdens de behandeling van de kinderen eenzijdig en vooringenomen te werk is gegaan en ten onrechte heeft nagelaten beide ouders gelijktijdig uit te nodigen voor (intake)gesprekken. Daardoor is de indruk ontstaan dat er meer aandacht voor moederszijde dan voor vaderszijde was, en ontstond een situatie dat beide kinderen in een behandelingstraject zijn terechtgekomen, waaraan hijzelf geen deel had en waarin hij geen inbreng had, aldus klager.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog in deze niet onzorgvuldig is geweest of in strijd met gemaakte afspraken heeft gehandeld. Niet is gebleken dat de psycholoog heeft nagelaten klager bij de behandeling te betrekken of dat er ongelijkwaardigheid was in het contact tussen de psycholoog en moeder en het contact dat zij met klager had. Dat de behandeling niet heeft geresulteerd in contact tussen klager en de kinderen is de psycholoog niet aan te rekenen.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 15-06-2016
Hoger beroep ingesteld.

Uitspraak 15/56 CvT
Klager, ouder zonder ouderlijk gezag, verwijt de psycholoog dat zij weigert hem informatie te verschaffen omtrent de behandeling van zijn dochter, en dat zij weigert hem bij de behandeling te betrekken.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog door met een beroep op haar beroepsgeheim en zonder enige verdere motivering, te weigeren klager over de behandeling van zijn dochter te informeren, heeft gehandeld in strijd met artikel I.1.5.2. van de Beroepscode 2007.
Voorts had het op de weg van de psycholoog gelegen om, gelet op het behandeldoel, informatie aan klager over de situatie te vragen, nu hij een belangrijke rol in het leven van zijn dochter vervult en een intensief contact met haar heeft.
Ook artikel III.3.1.1 van de Beroepscode 2007 is overtreden.
Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 11-05-2016

Uitspraak 15/53 CvT
Klagers verwijten de psycholoog onder andere dat zij niet onbevooroordeeld te werk is gegaan en klaagster als moeder van de zoons in een slecht daglicht heeft gesteld.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat het door de psycholoog opgestelde rapport aan de daaraan te stellen vereisten voldoet.
Niet is gebleken dat de psycholoog te weinig tijd in het onderzoek naar klagers heeft gestoken. Het rapport maakt een voldoende doorwrochte indruk.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 11-05-2016
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2016/19
Klagers zijn in hoger beroep gekomen en hebben aangevoerd dat de psycholoog door het College van Toezicht in de bloemetjes is gezet. Voorts is de zaak niet nauwkeurig bekeken.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College van Beroep is van oordeel dat het College van Toezicht het handelen van de psycholoog voldoende kritisch heeft bezien.
Voorts is de psycholoog bij het onderzoek op een voldoende duidelijke en heldere manier te werk gegaan. De klachten zijn door het College van Toezicht voldoende nauwkeurig behandeld.
Het College van Beroep verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beslissing.
Datum uitspraak CvB: 16-12-2016

Uitspraak 15/39 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder andere dat zij klager een toestemmingsverklaring heeft laten ondertekenen voorafgaand aan het assessment zodat hij geen andere keus had dan die te ondertekenen.
Daardoor is de rapportage zonder dat klager hem had gezien aan de opdrachtgever gestuurd.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de tekst van het door verweerster gebruikte formulier betreffende toestemming om te rapporteren te dienstverlenend naar de opdrachtgever is geformuleerd. Daarin staat immers in de tweede zin als uitgangspunt vermeld dat het bureau in eerste instantie aan de opdrachtgever rapporteert. Dit is echter onjuist omdat in eerste instantie juist aan de cliënt gerapporteerd moet worden die vervolgens toestemming moet kunnen geven dan wel zijn blokkeringsrecht moet kunnen inroepen om de rapportage al dan niet uit te laten brengen aan de externe opdrachtgever.
De artikelen 2, 89, 91, 94 en 97 van de beroepscode 2015 zijn overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 11-05-2016

Uitspraak 15/52 CvT
Klaagster, een instelling voor jeugdzorg, en als zodanig betrokken bij een door de psycholoog opgesteld rapport, klaagt onder meer over de kwaliteit van dit rapport.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel  dat de conclusies en met name de beantwoording van de onderzoeksvragen door de psycholoog niet, dan wel onvoldoende, zijn onderbouwd. Niet is in het rapport vermeld op welke gronden de bevindingen en conclusies berusten en wat de beperkingen daarvan zijn. De wijze waarop de psycholoog zijn oordeel in het rapport heeft verwerkt lijkt veeleer op een ‘statement’ dan op een psychologische rapportage. Ook heeft de psycholoog nagelaten om aan behoorlijke bronvermelding te doen.
De artikelen 96 en 97 van de Beroepscode 2015 zijn overtreden.
Klacht gedeeltelijk gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 20-04-2016
Hoger beroep ingesteld.

Uitspraak 15/49 CvT
Klagers verwijten de psycholoog onder andere dat zij klaagster bij het inplannen van de afspraak niet heeft gezegd dat zij niet bij het gesprek met haar man aanwezig mocht zijn en dat de psycholoog aan klaagster gezegd heeft dat zij het handje van haar man moest loslaten.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat klagers de feiten waarop de klachtonderdelen zijn gebaseerd onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt. Het College wijst die klachtonderdelen dan ook, bij gebrek aan feitelijke grondslag, af.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 20-04-2016

Uitspraak 15/44 CvT
Klager heeft bezwaar tegen mededelingen die de psycholoog telefonisch aan de raadsonderzoeker heeft gedaan omtrent de situatie rond de hoofdverblijfplaats van klagers zoon Lucas.
De klacht is tevens gericht tegen de inhoud van e-mails die verweerder op verzoek van de advocaat van moeder aan haar heeft gestuurd.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog, die de thuissituatie van moeder, vader en zoon niet kende, zich er niet toe had mogen laten verleiden om uitspraken over die thuissituatie te doen.
De psycholoog kon zich hierover immers geen oordeel vormen, omdat hij slechts met moeder had gesproken.
De artikelen III.4.3.2 , III.2.1.4 en III.3.3.16 van de Beroepscode 2007 zijn overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 20-04-2016

Uitspraak 15/03
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij – als hoofdbehandelaar – in strijd met de Beroepscode heeft gehandeld omdat zij een tussentijdse evaluatie heeft verstrekt dan wel heeft laten verstrekken die niet met klaagster is besproken en die onjuist isDe psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog overtuigd kon zijn van de bevoegdheid en de bekwaamheid van de medebehandelaar bij de zelfstandige uitvoering van haar deel van de behandeling. Zij was immers vóór de wijziging van de regelgeving jarenlang werkzaam geweest als zelfstandig hoofdbehandelaar. De psycholoog kan als hoofdbehandelaar naar het oordeel van het College niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden voor het feit dat de medebehandelaar – zonder dat verweerster hiervan op de hoogte was – in oktober 2014 de tussentijdse evaluatie heeft verstuurd.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 20-04-2016

Uitspraak 14/59
Klaagster verwijt de psycholoog onder andere dat zij rapportages en/of wijzigingen daarop niet standaard aan cliënten verstrekten dat het eindrapport is verzonden zonder inzage aan klaagster.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog heeft voldaan aan het aan klaagster toekomende inzagerecht toen zij het rapport aan klaagster heeft toegemaild en haar om commentaar heeft gevraagd. Vervolgens heeft klaagster ingevolge haar correctierecht opmerkingen bij het rapport kunnen maken. De psycholoog heeft die opmerkingen in het rapport verwerkt en het definitieve rapport aan de opdrachtgever gestuurd na toestemming daartoe van klaagster.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 20-04-2016  

Uitspraak 15/36 CvT
Klager heeft bezwaar tegen de eenzijdige stopzetting van het traject door verweerder.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College ziet geen aanleiding om te constateren dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar jegens klager heeft gehandeld door het traject te beëindigen. Klager heeft aangevoerd dat hij met zijn klacht beoogt te bewerkstelligen dat de behandeling voor het onderdeel neuro-feedback wordt vervolgd en afgemaakt, en dat de hertest wordt uitgevoerd. Voor zover klager dit heeft bedoeld als onderdeel van zijn klacht, merkt het College op dat de klachtprocedure bij het College niet voorziet in een dergelijke mogelijkheid. Het College beperkt zich tot de beoordeling of de psycholoog al dan niet in strijd met de Beroepscode heeft gehandeld.
Klacht ongegrond
Datum uitspraak CvT: 16-03-2016

Uitspraak 15/35 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog onder meer dat hij de communicatie die hij over klaagster had met de huisarts niet met haar heeft afgestemd.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat verweerder aan klaagster niet de noodzakelijke gerichte toestemming heeft gevraagd voor het verzenden van zijn brief aan de huisarts op 7 oktober 2014. Bovendien behoort tot de voorwaarden van gerichte toestemming het geven van de mogelijkheid tot inzage vooraf in schriftelijke stukken die aan derden, waaronder dus ook de huisarts, worden verstuurd. Daarnaast heeft verweerder een uitlating die hij in een driegesprek met klaagster en de huisarts deed onvoldoende met klaagster voorbesproken.
Artikelen III.3.2.21, I.1.2.12 en III.3.2.17 van de beroepscode 2007 zijn overtreden.
Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 16-03-2016
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2016/17
Klaagster is in hoger beroep gekomen en heeft onder meer aangevoerd dat het College van Toezicht de klachten en de feiten onjuist heeft samengevat.
De psycholoog heeft verweer gevoerd.
Het College van Beroep heeft het samengevatte onderdeel van de klacht dat de psycholoog (i) niet werkelijk een diagnose heeft gesteld, (ii) aan de huisarts een diagnose heeft meegedeeld die niet op deugdelijk onderzoek was gebaseerd en (iii) ten onrechte geen (werkelijk) behandelplan heeft geformuleerd, gegrond verklaard. Het beroep ten aanzien van de overige klachtonderdelen verwerpt het College van Beroep.
Het College van Beroep legt de psycholoog de maatregel van berisping op.
Datum uitspraak CvB: 20-01-2017

Uitspraak 15/27 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder andere dat zij contact heeft opgenomen met de nieuwe huisarts van klager zonder zijn toestemming en de huisarts daarbij heeft aangeraden klager  te verwijzen naar de tweede lijn.
De psycholoog heeft de klacht grotendeels erkend.
Het College is van oordeel dat de psycholoog onjuist gehandeld heeft door aan de huisarts (een derde) gegevens te verstrekken over klager zonder daarvoor vooraf gerichte toestemming te vragen. Dat klager een behandelcontract heeft ondertekend waarin hij in het algemeen toestemming heeft gegeven om na afloop van de behandeling de huisarts te informeren, doet hieraan niet af.
Artikelen 81 en 1.12 van de beroepscode 2015 zijn overtreden.
Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 16-03-2016
Hoger beroep ingesteld.

Uitspraak CvB 2016/11 
Klager is in hoger beroep gekomen. Hij heeft onder andere aangevoerd dat niet blijkt dat de psycholoog op de hoogte was van de visie van prof. dr. J. van Os. Hieruit volgt dat de psycholoog onvoldoende op de hoogte was van de stand van de wetenschap zoals deze uit de vakliteratuur blijkt.
De psycholoog heeft verweer gevoerd.
Het College van Beroep heeft geoordeeld dat de professionele standaard wordt ingevuld door algemene en specifieke richtlijnen en protocollen over een bepaald onderwerp. De rapportage van prof. dr. Van Os over klager waarin een specifieke vraagstelling over klager wordt beantwoord kan niet als zodanig worden gekwalificeerd.
Het College van Beroep bevestigt de beslissing van het College van Toezicht.
Datum uitspraak CvB 09-09-2016

Uitspraak 15/11 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder andere dat zij een behandelvoorstel heeft gedaan dat in de gegeven omstandigheden niet passend is. Zij heeft onvoldoende informatie betreffende het KuK-traject gegeven.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog aan de ouders en de dochters heeft kunnen voorstellen deel te nemen aan de KuK-groepsbehandeling  Dat de psycholoog onvoldoende informatie over het KuK-traject heeft verstrekt, is niet gebleken. Ontevredenheid bij klager over de lange duur van het traject levert op zichzelf geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen aan de zijde van verweerster op.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT:16-03-16

Uitspraak 15/10 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder andere dat zij samen met zijn consulent verantwoordelijk is voor het aan hem verleende ontslag en voor de daardoor door hem geleden schade.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College heeft niet kunnen vaststellen dat er sprake is geweest van een behandelrelatie tussen klager en verweerster. Uit de stukken kan niet worden afgeleid dat de bedoeling van contacten tussen klager en verweerster een andere was dan de door verweerster gestelde begeleiding door verweerster van de consultant. Het College heeft niet kunnen constateren dat klagers dienstverband niet is voortgezet ten gevolge van bemoeienissen dan wel nalaten van de kant van verweerster.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 16-03-2016
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2016/16
Klager is in hoger beroep gekomen en heeft aangevoerd dat er wel degelijk een behandel- en diagnoserelatie was en dat het College van Toezicht, uitgaande van onjuiste uitgangspunten, ten onrechte heeft overwogen dat de klacht ongegrond is.
De psycholoog heeft verweer gevoerd.
Het College van Beroep concludeert dat de rol van de psycholoog ten opzichte van klager méér heeft omvat dan zij zich herinnert. Het is aannemelijk dat het wel degelijk de bedoeling is geweest dat de psycholoog bij klager bepaalde onderzoeken zou uitvoeren.
Niet is komen vast te staan dat het ontslag in wezenlijke mate het gevolg is geweest van enig handelen of nalaten van de psycholoog.
De grieven zijn ten dele gegrond, maar dat leidt er niet toe dat enig onderdeel van de klacht succes heeft. Het College van Beroep verklaart het beroep ongegrond.
Datum uitspraak CvB: 20-01-2017

Uitspraak 15/47 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij vertrouwelijke informatie over de partner van klaagster, afkomstig van zijn moeder, heeft doorgespeeld aan klaagster. De psycholoog zou hebben aangegeven dat haar partner geen goede jongen voor haar was en dat hij een stoornis had. Bovendien heeft zij klaagster verzocht daarover te zwijgen tegen haar partner. De relatie van klaagster is hierdoor verbroken en klaagster is door dit handelen van de psycholoog in de problemen gekomen.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat het niet kan uitsluiten dat kennis van zowel klaagster als de moeder van haar toenmalige vriend in het hoofd van verweerster aanwezig was. Dat er door verweerster informatie is doorgegeven is echter niet vast komen te staan.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 17-02-2016

Uitspraak 15/45 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij vertrouwelijke informatie over klaagster heeft doorgegeven aan de inmiddels ex-partner van haar zoon.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat het niet kan uitsluiten dat kennis over zowel klaagster als de (toenmalige) vriendin in het hoofd van de psycholoog aanwezig was. Dat er door verweerster informatie is doorgegeven is echter niet vast komen te staan.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 17-02-2016

Uitspraak 15/37 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder andere dat zij aan de recherche zou hebben doorgegeven waar hij werkt en dat hij de kenmerken vertoont van een kindermisbruiker en verkrachter. Daardoor is klager zijn aangepaste werkplek kwijtgeraakt.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat gelet op hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd niet vast is komen te staan dat verweerster een valse verklaring aan de recherche heeft afgegeven.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 17-02-2016 

Uitspraak 15/23 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij een psychologisch rapport heeft opgesteld over zijn minderjarige zoon zonder klager vooraf om schriftelijke toestemming te vragen. Dit heeft tot gevolg gehad dat klager niet is geraadpleegd en hem geen inzage is verstrekt in de gegevens.
De psycholoog heeft de klacht grotendeels erkend.
Het College is van oordeel dat de psycholoog voorafgaand aan de behandeling aan beide ouders toestemming had moeten vragen en dit bij voorkeur schriftelijk moeten (laten) vastleggen. Het is dus niet voldoende om, zoals verweerster heeft gedaan, de ene ouder opdracht te geven om de andere ouder te informeren. Het is de verantwoordelijkheid van de psycholoog zelf de toestemming van de andere ouder te vragen en te verkrijgen. Verweerster heeft juist gehandeld door de klacht te erkennen en direct haar manier van praktijkvoering op dit vlak aan te passen.
Artikelen I.1.5.1, III.3.2.3 van de beroepscode 2007 zijn overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 17-02-2016

Uitspraak 15/15 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog onder meer dat hij tijdens de mediation die zij onderging met haar ex-vriend – naast individuele therapie – onvoldoende distantie en objectiviteit in acht heeft genomen. Ook heeft hij niet voldaan aan haar verzoek een rapportage op te stellen.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog toen hij van klaagster de sms en e-mail van 31 maart 2014 ontving (met richtlijnen voor het gesprek van 1 april) dit gesprek af had moeten zeggen. Door deze richtlijnen te accepteren, althans ze niet expliciet te verwerpen, heeft de psycholoog zich zodanig door klaagster laten beïnvloeden dat hij zijn werkwijze en de resultaten daarvan niet langer professioneel kon verantwoorden. Hij heeft klaagster en haar ex-vriend hierdoor niet dezelfde informatie kunnen verstrekken over het doel van de professionele relatie, de gang van zaken en de wijze van rapportering. Het College acht het verder onjuist dat de psycholoog in het tweede mediationgesprek heeft gezegd dat hij met zijn vriendin vaker op dezelfde wijze omgaat als de ex-vriend met klaagster deed. Door een dergelijke opmerking te maken “als mannen onder elkaar” verloor de psycholoog de onafhankelijkheid en objectiviteit in zijn beroepsmatig handelen.
Artikelen III.1.3.5, III.2.1.4 en III.3.2.9 van de beroepscode 2007 zijn overtreden.
Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 17-02-2016

Uitspraak 15/65 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder andere dat hij het dossier, een week nadat hij de uitspraak in hoger beroep heeft ontvangen, nog steeds niet heeft teruggekregen. En dat klager als ontevreden cliënt van het reïntegratiebureau niet is uitgenodigd voor het tevredenheidsonderzoek.
De psycholoog is niet aanstonds om een reactie op de klacht gevraagd.
Het College is van oordeel dat de klacht in al zijn onderdelen kennelijk ongegrond is en neemt de klacht, conform artikel 2.1.6 van het Reglement voor het Toezicht, niet in behandeling.
Klacht wordt niet in behandeling genomen.
Datum uitspraak CvT: 17-02-2016
Hoger beroep ingesteld.  

Uitspraak 15/24 CvT
Klagers hebben ernstige bezwaren tegen de door de psycholoog gehanteerde werkwijze en haar attitude m.b.t. een onderzoek betreffende hun zoon in het kader van vrijstelling van de plicht om bij een school ingeschreven te staan. Klagers zeggen het beeld dat van de zoon in de rapportage wordt geschetst onvoldoende te herkennen.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat in het rapport voldoende tot uitdrukking komt om welke feiten en omstandigheden het gaat. Ook wordt op voldoende wijze uiteengezet op welke bevindingen het berust. De keuze van de onderzoeksmethoden, het interpreteren van de onderzoeksresultaten en het daaraan koppelen van conclusies behoren tot de beleidsvrijheid van de psycholoog   . De psycholoog kon naar het oordeel van het College op goede gronden komen tot de door haar in het rapport vermelde conclusies en advisering.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 17-02-2016
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2016/12 
Klagers zijn in hoger beroep gekomen. Zij hebben aangevoerd dat het College van Toezicht te weinig aandacht heeft besteed aan hun argumenten, onvoldoende belang heeft toegekend aan de bescherming van het kind en dat de psycholoog bij onderzoek en rapportage onzorgvuldig te werk is gegaan. Voorts heeft het College van Toezicht er niet voor gezorgd dat partijen gezamenlijk de zittingsruimte hebben verlaten.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College van Beroep heeft geoordeeld dat alle grieven falen.
Het College van Beroep bevestigt de beslissing van het College van Toezicht.
Datum uitspraak CvB 11-11-2016

Uitspraak 15/22 CvT
De klacht heeft betrekking op een onderzoek in het kader van een omgangsbegeleidingstraject. Klager verwijt de psycholoog dat zij bij het onderzoek onzorgvuldig, ondeskundig en onprofessioneel heeft gehandeld. Ook beschikte de psycholoog volgens klager niet over de vereiste deskundigheid.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog, die een postmaster- registratie heeft, te weten de NIP-registratie kinder- en jeugdpsycholoog NIP voldoende deskundig was om het onderzoek uit te voeren. Met betrekking tot de rapportage komt het College na toetsing aan de daarvoor geldende vijf criteria tot het oordeel dat deze niet voldoet aan de. criteria 1, 2 en 3.. De psycholoog is in de, summiere, verslaglegging op meerdere punten tekortgeschoten. Niet is vermeld welke methodieken zijn toegepast. Ook worden de conclusies niet gedragen door de bevindingen. Door na te laten verslagen van de gesprekken met de kinderen te maken, heeft de psycholoog gehandeld in strijd met de Beroepscode, die voorschrijft dat de psycholoog van zijn professionele activiteiten op zodanige wijze aantekening houdt, dat hij in staat is van zijn handelwijze verantwoording af te leggen.
De artikelen III.4.3.6 en III.1.6.1 van de Beroepscode 2007 zijn overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 17-02-2016
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2016/13
Klager is in hoger beroep gekomen. Hij heeft grieven aangevoerd tegen het deels ongegrond verklaren van de klacht. Deze grieven komen er in de kern op neer dat verweerster niet over de juiste deskundigheid beschikte om het onderzoek te doen.
De psycholoog heeft (deels) gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College van Beroep heeft beslist dat sprake was van een onderzoeksopdracht door de rechtbank in een complexe zaak. Verweerster miste hiervoor de benodigde expertise en had er goed aangedaan iemand met ruime ervaring mee te laten lezen. Het College van Beroep verwijt de psycholoog een hoge mate van naïviteit.
Beroep gegrond, alsnog berisping.
Artikelen III.4.3.1 en III.4.3.2 van de Beroepscode 2007 geschonden.
Datum uitspraak CvB 16-12-2016

Uitspraak 15/30 CvT
Klaagster klaagt met name over het feit dat de psycholoog haar verzoek om het onderzoek in gedeeltes te mogen doen vanwege haar energiebeperking op onheuse wijze heeft geweigerd. De psycholoog weigerde het conceptrapport naar klaagster te sturen om haar in de gelegenheid te stellen het door te lezen en op feitelijke onjuistheden te controleren. Het rapport bevat niet alleen feitelijke onjuistheden, maar ook negatieve kwalificaties over klaagster, die niet zijn onderbouwd.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College heeft op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting geconstateerd dat de verhouding tussen klaagster en de psycholoog op het moment van het onderzoek zo slecht was dat het niet mogelijk was een goed, adequaat en zorgvuldig onderzoek uit te voeren. Naar het oordeel van het College had de psycholoog de opdracht dan ook moeten teruggeven, zoals zij zelf ter zitting ook heeft toegegeven. De psycholoog had klaagster de beschikking moeten geven over de concepttekst, zodat zij de rapportage had kunnen bestuderen en indien gewenst van haar correctierecht gebruik had kunnen maken. Door klaagsters inzagerecht te schenden, heeft de psycholoog het klaagster bovendien onmogelijk gemaakt om van haar correctierecht gebruik te maken. Naar het oordeel van het College worden de conclusies in het rapport niet gedragen door de bevindingen. Een goede onderbouwing van het rapport was ook niet mogelijk, omdat klaagster de vragenlijsten slechts ten dele heeft ingevuld. In het rapport klinkt dermate veel irritatie door over de houding van klaagster tijdens het onderzoek, dat moet worden geconcludeerd dat de psycholoog haar professionele distantie uit het oog heeft verloren.
De artikelen III.2.1.1,III.2.1.2, III.3.2.16, III.3.2.18 en III.4.3.6 van de Beroepscode 2007 zijn overtreden. Nu de psycholoog ter zitting zelfinzicht heeft getoond kan in dit geval worden volstaan met een waarschuwing.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 27-01-2016

Uitspraak 15/28 CvT
Klaagster klaagt met name over het feit dat de psycholoog de diagnose ‘PTSS’ na ongeveer een jaar heeft gewijzigd in de diagnose ‘borderline’ zonder haar hierover te informeren. Klaagster leidt een en ander af uit een dossierstuk, waarvan zij pas later kennis nam. Volgens klaagster heeft de psycholoog haar nooit geïnformeerd over het bewuste dossierstuk en evenmin over haar brieven aan klaagsters huisarts.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College heeft geconstateerd dat, afgezien van het genoemde stuk, het dossier ontbreekt met betrekking tot de behandeling van klaagster, omdat de psycholoog dit op verzoek van klaagster heeft vernietigd. Het gevolg daarvan is dat voor de beoordeling van de klacht, en voor de onderbouwing van het verweer door de psycholoog, essentiële, stukken uit het dossier ontbreken. Het College heeft op basis van de ingediende stukken onvoldoende inzicht kunnen krijgen in de feiten om te kunnen vaststellen dat de psycholoog tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Klacht ongegrond
Datum uitspraak CvT: 27-01-2016
Hoger beroep ingesteld.

Uitspraak 15/01 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog onder andere dat door haar toedoen de hoofdverblijfplaats van de dochter is gewijzigd.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog het standpunt van BJZ dat de hoofdverblijfplaats van de dochter bij moeder diende te worden gehandhaafd, ter zitting niet krachtig genoeg naar voren heeft gebracht.
Artikelen III.1.3.5, III.3.1.2. en III.3.2.1 van de beroepscode 2007 zijn overtreden.
Klacht gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 27-01-2016

Uitspraak CvB 2016/15 

De psycholoog is in hoger beroep gekomen. Zij heeft aangevoerd dat zij voldoende neutraal heeft gehandeld en dat zij tevens kennis had mogen nemen van het door vader opgenomen videofragment.
Klaagster heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College van Beroep oordeelt dat het beroep ongegrond is.
Verweerster heeft bij de rechtbank onvoldoende het belang van de dochter naar voren gebracht. Voorts heeft zij het videofragment bewust bekeken zonder toestemming van moeder.
Beslissing CvT in hoger beroep bevestigd.
Datum uitspraak CvB 11-11-2016

Uitspraak 14/62 CvT
Klager klaagt over de rapportage van de psycholoog, die door het hof als deskundige was benoemd in het kader van een procedure over onder meer een omgangsregeling.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College is van oordeel dat het rapport voldoet aan de criteria waaraan dergelijke rapporten worden getoetst. Het College heeft geconstateerd dat de psycholoog in het rapport duidelijk heeft vermeld om welke feiten het ging. Dat heeft zij gedaan door een overzicht van de geraadpleegde stukken te geven en daaruit uitvoerig te citeren, alsmede door verslag te doen van haar gesprekken met de dochter, met klager en met moeder. Tevens heeft de psycholoog beargumenteerd weergegeven op welke wijze het mogelijk zou kunnen zijn om dochters angst en weerstand jegens klager weg te nemen, zodat zij op kortere of langere termijn wel een contact met hem zou willen en durven aangaan. Voorts heeft de psycholoog in haar rapport nog een aantal specifieke voorwaarden genoemd waaraan haars inziens ten aanzien van de contacten zou moeten worden voldaan. Hieruit leidt het College af dat de psycholoog zich heeft ingespannen om te onderzoeken op welke wijze pogingen om het contact tussen klager en dochter te herstellen, kans van slagen zouden kunnen hebben.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 27-01-2016
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2016/10

Klager is in hoger beroep gekomen. Hij meent dat het College van Toezicht zijn klacht ten onrechte ongegrond heeft verklaard. Het College van Toezicht was partijdig, heeft verzuimd de rol van de psycholoog kritisch te bekijken, het rapport is onjuist en leent zich voor oneigenlijke doeleinden.
De psycholoog heeft verweer gevoerd.
Het College van Beroep heeft overwogen dat de gang van zaken tijdens de zitting bij het College van Toezicht waaruit de partijdigheid zou blijken buiten het bestek van deze procedure valt. De rol van de psycholoog is wel degelijk kritisch bekeken, terwijl het onderzoek en het rapport van de psycholoog voldoen aan de daaraan te stellen vereisten.
Het College van Beroep bevestigt de beslissing van het College van Toezicht.
Datum uitspraak CvB 09-09-2016