Uitspraken 2015

Uitspraak 15/50 CvT
Klager klaagt onder meer over het feit dat de psycholoog hem bij de aanvang van de therapie heeft verzekerd dat hij, afgezien van zijn eigen risico, niets zou behoeven te betalen voor de behandeling, aangezien alles zou worden vergoed door zijn zorgverzekeraar. Achteraf is klager gebleken dat zijn toenmalige zorgverzekeraar geen contract had met de praktijk en heeft hij een factuur van een paar duizend euro van de psycholoog ontvangen.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog niet heeft aangetoond dat zij klager bij de aanvang van de professionele relatie heeft geïnformeerd over de financiële voorwaarden waaronder zij de opdracht aanvaardde. Naar het oordeel van het College is de psycholoog dan ook tekortgeschoten in haar voorlichting aan klager.
De artikelen III.2.2.5 van de Beroepscode 2007, c.q. artikel 63 van de Beroepscode 2015 zijn overtreden.
Het College merkt op dat de vraag of het in rekening gebrachte bedrag terecht is, op het terrein van de civiele rechter ligt.
Klacht deels gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 16-12-2015
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2016/07
De psycholoog komt in hoger beroep. Zij heeft nieuwe feiten aangevoerd inhoudende dat zij de Beroepscode niet heeft geschonden wat betreft het informeren over de financiële voorwaarden nu zij niet de intake heeft gedaan.
Klager heeft niet op het beroepschrift gereageerd.
Het College van Beroep heeft geoordeeld dat de grief slaagt. De klacht zag niet op enig handelen of nalaten van de psycholoog in kwestie.
Het College van Beroep vernietigt de beslissing en de opgelegde maatregel van het College van Toezicht en verklaart de klacht op dit klachtonderdeel alsnog ongegrond.
Datum uitspraak CvB 09-09-2016

Uitspraak 15/43 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog onder andere dat hij haar vooraf te weinig (financiële) informatie heeft gegeven.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog met klaagster een nieuwe professionele relatie is aangegaan toen zij zich in februari 2015 vanwege een persoonlijke situatie en op verwijzing van haar huisarts tot hem wendde. De psycholoog had dus klaagster moeten informeren over de financiële en andere voorwaarden waaronder hij in 2015 zijn (nieuwe) opdracht aanvaardde.
Artikel 63 van de Beroepscode 2015 is overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 16-12-2015
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2016/06
Klaagster komt in hoger beroep. Klaagster vindt onder andere dat het College van Toezicht klachtonderdeel 3 ten onrechte ongegrond heeft verklaard.
Het College van Beroep oordeelt dat klaagster eerst in beroep klachtonderdeel 3 heeft onderbouwd met de stelling dat de psycholoog zich van leugens zou hebben bediend. Los van de vraag of de nadere onderbouwing in beroep te laat is, heeft de psycholoog naar het oordeel van het College van Beroep terecht aangegeven dat de verweten gedraging van de psycholoog geen betrekking heeft op zijn bejegening van klaagster als cliënt. Het gaat om vermeende verklaringen van de psycholoog gedurende deze klachtprocedure. Deze verklaringen maken echter geen onderdeel uit van de klacht. Het College van Beroep is van oordeel dat klachtonderdeel 3 ook met de nadere onderbouwing ongegrond is.
Het College van Beroep bevestigt de beslissing van het College van Toezicht.
Datum uitspraak CvB 24-06-16

Uitspraak 15/34 CvT
Klaagster klaagt over het feit dat de psycholoog zonder klaagster te informeren en zonder haar om toestemming te vragen haar dochter, die op dat moment 15 jaar oud was, in behandeling heeft genomen. Zij acht dit temeer niet professioneel gezien de vriendschappelijke contacten tussen de psycholoog en de stiefmoeder van haar dochter. Doordat de psycholoog de dochter heeft geïnformeerd over klaagsters klacht en tegen haar heeft gezegd dat zij (de psycholoog) niets verkeerd had gedaan, is de dochter volgens klaagster nog verder van haar komen af te staan.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog door na te laten ook aan klaagster vooraf toestemming te vragen om de dochter in behandeling te nemen en haar te informeren over de gang van zaken met betrekking tot de behandeling, in strijd heeft gehandeld met de Beroepscode. Naar het oordeel van het College had de psycholoog, nu zij op de hoogte was van de gespannen verhouding tussen partijen, moeten inzien dat het feit dat zij een vriendschappelijke relatie met stiefmoeder onderhield, de dochter in een loyaliteitsconflict kon brengen. Door de dochter te informeren over de klacht en haar visie daarop, nam de psycholoog het risico dat dit negatieve gevolgen voor de verhouding tussen klaagster en haar dochter zou kunnen hebben.
De artikelen 7, (in samenhang met 61, 62 en 63), 13, 103, 39, 52, 15, 39 en 40 van de Beroepscode 2015 zijn overtreden.
Klacht gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 16-12-2015

Uitspraak 15/33 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog onder andere dat zij een e-mail en een brief over de behandeling aan haar huisarts heeft gestuurd, zonder dit met klaagster te overleggen.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de psycholoog door zonder gerichte toestemming van klaagster tot twee keer toe schriftelijke informatie aan de huisarts te sturen haar beroepsgeheim heeft geschonden.
Artikel 71 van de beroepscode 2015 is overtreden.
Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 16-12-2015

Uitspraak 15/31 CvT
Klager verwijt het adviesbureau dat het de afname van tests faciliteert waarbij de resultaten direct naar de opdrachtgever gaan zonder dat de kandidaat die kan blokkeren.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat het niet onjuist is om met behulp van (online) tests tot oordeelsvorming te komen over een kandidaat. Het adviesbureau dient de techniek echter zodanig in te richten dat aan de artikelen 91 en 94 van de Beroepscode, waarin is bepaald dat de cliënt het recht heeft om – na inzage – rapportage aan de externe opdrachtgever te blokkeren, wordt voldaan. Het College komt tot een ander oordeel dan in de zaak 13/08.
De artikelen 91 en 94 van de Beroepscode 2015 zijn overtreden.
Klacht gegrond, geen maatregel opgelegd.
Datum uitspraak CvT: 16-12-2015

Uitspraak 15/18 CvT
Klager klaagt over de door verweerster in het kader van een neuropsychologisch onderzoek over hem uitgebrachte rapportage.  Hij verwijt verweerster onder meer dat zij hem adviseert om een paragnost/helderziende te consulteren en dat zij een (zeer omstreden) behandeling met EFT adviseert, waarbij zij in haar rapportage aan het UWV schrijft dat deze therapie ‘evidence based’ is.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College is van oordeel dat het rapport in zijn algemeenheid voldoet aan de eisen die daaraan redelijkerwijs mogen worden gesteld. Het College oordeelt echter dat verweerster in de wijze van formulering van haar voorkeur voor EFT stellig en te ongenuanceerd is geweest. Voorts is het geven van een advies om naar een helderziende te gaan naar het oordeel van het College niet in overeenstemming met de professionele standaard.
Artikelen III.4.3.5 en III.2.2.2 van de Beroepscode 2007 zijn overtreden.
Klacht deels gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 16-12-2015
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2016/08
Klager komt in hoger beroep. Hij heeft grieven geformuleerd zowel tegen het gegrond als ongegrond verklaren van klachtonderdelen door het College van Toezicht.
De psycholoog heeft verweer gevoerd.
Het College van Beroep heeft geoordeeld dat de psycholoog met het adviseren van EFT en het consulteren van een paragnost/helderziende in strijd heeft gehandeld met de Beroepscode en dat de rapportage niet voldoet aan de daaraan te stellen vereisten.
Het College van Beroep vernietigt de beslissing van het College van Toezicht deels, verklaart diverse klachtonderdelen alsnog gegrond deels op basis van een andere grondslag en legt een berisping op.
Datum uitspraak CvB 11-11-2016

Uitspraak 15/12 CvT
Klaagster klaagt over een te lange intake en het ontbreken van een diagnose en behandelplan. Ook verwijt zij de psycholoog dat deze de nota te laat heeft verzonden, evenals het dossier, en dat de psycholoog heeft nagelaten haar te wijzen op de klachtprocedure bij het NIP.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College is van oordeel dat het pas in de zesde sessie bespreken van het conceptbehandelplan onaanvaardbaar laat is. Ook voldoet het conceptbehandelplan niet aan de criteria 1, 2 en 3 van de vijf criteria waaraan psychologische rapporten worden getoetst.  Dat de declaratie pas een jaar na de afronding van de behandeling is verzonden, acht het College onzorgvuldig. Ook het dossier is te laat aan klaagster verstuurd.  De psycholoog had, toen zij constateerde dat klaagster ontevreden was, haar (nogmaals) moeten wijzen op de mogelijkheid zich te wenden tot een klachtencommissie, en op haar gebondenheid aan de Beroepscode en op het daaruit voortvloeiende klachtrecht.
De artikelen III.4.3.6, III.3.2.5, III.2.2.5, III.1.1.2, III.3.2.9 van de Beroepscode 2007 zijn overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 16-12-2015

Uitspraak 15/26 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder andere dat deze keer op keer haar eigen traject volgt bij de behandeling van zijn dochter en besluiten neemt, die voorbehouden zijn aan de ouders, zoals aangaande deelname aan een training. Klager zegt de aanpak van de psycholoog als een ontzettende tegenwerking te hebben ervaren.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat niet is gebleken dat de psycholoog niet professioneel heeft gehandeld in haar begeleiding van de dochter. Ook is niet komen vast te staan dat zij klager heeft tegengewerkt.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 11-11-2015

Uitspraak 15/13 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat het gesprek van 22 januari 2015 geen zin heeft gehad. Voorts heeft vereerster klaagster verwezen naar een collega.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat verweerster geen irreële verwachtingen heeft gewekt wat betreft de effecten van haar dienstverlening. Verweerster heeft eveneens juist gehandeld door klaagster in het gesprek te verwijzen naar een collega ten einde alleen met hem de (volgens klaagster) nare mails afkomstig van haar dochter te bespreken. Immers ingevolge artikel III.2.3.3 van de code aanvaardt de psycholoog geen onverenigbare opdrachten.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 11-11-2015

Uitspraak 14/65 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog onder andere dat er geen ontwikkelingsonderzoek maar een beoordelingsassessment heeft plaatsgevonden. Bovendien zijn daarbij geen wetenschappelijk onderbouwde testen gebruikt.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat verweerster doel en opzet van de professionele relatie niet heeft afgestemd met klaagster en de opdrachtgever. Tevens is niet een gedegen wetenschappelijk onderzoek gedaan waardoor slechts een “ongewapend oordeel” is gegeven.
De artikelen III.1.5.1, III.3.2.6, III.3.2.4, III.4.3.1, III.4.3.7, III.3.2.16 en III.4.2.1 van de Beroepscode 2007 zijn overtreden.
Klacht gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 11-11-2015

Uitspraak 14/61 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog onder meer dat zij bij de afname van haar assessment vooringenomen was, dat zij geen terugkoppeling heeft gegeven en de test niet cultuurfair was.

De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College heeft geen vooringenomenheid kunnen vaststellen, een terugkoppeling in de vorm van een schriftelijk rapport is wel gegeven en de test was voldoende cultuurfair om in het geval van klaagster toe te passen.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 11-11-2015

Uitspraak 14/54 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog als kern van haar klacht dat verweersters handelwijze heeft geleid tot ernstige gezondheidsschade bij haar. Daarnaast klaagt zij onder meer over het feit dat de psycholoog plotseling per e-mail de behandeling heeft beëindigd.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College heeft niet kunnen concluderen dat de psycholoog aan klaagster gezondheidsschade heeft toegebracht door de therapeutische relatie op onjuiste wijze vorm te geven. Wel is het College van oordeel dat de psycholoog in de laatste fase van de therapie zich niet had mogen beperken tot e-mail contact. Daarnaast had zij klaagster face-to-face contacten moeten aanbieden. Door dat niet te doen heeft de psycholoog onvoldoende verantwoordelijkheid genomen voor de continuïteit van de professionele relatie totdat de overgang naar een andere behandelaar een feit was.
De eerste regel van artikel III.1.2.1 van de Beroepscode 2007 is overtreden.
De klacht is met betrekking tot één klachtonderdeel gegrond, de overige klachtonderdelen zijn ongegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 11-11-2015
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2016/04
Zowel klaagster als de psycholoog komen in hoger beroep. Klaagster vindt onder andere dat het College van Toezicht een subjectieve interpretatie heeft gegeven van de betrokken feiten en omstandigheden. De psycholoog vindt onder ander dat binnen de omvang van klachtonderdeel 9 niet kan worden geconcludeerd dat de psycholoog niet bezig is geweest met face-to-face contact in een proces van verdere begeleiding.
Het College van Beroep oordeelt dat van de psycholoog in de gegeven omstandigheden gedurende de behandeling en afronding van de behandeling een meer planmatige aanpak verwacht had mogen worden. Verder had zij de professionele grenzen in deze beter moeten bewaken.
Het College van Beroep vernietigt  de uitspraak van het College van Toezicht wat betreft klachtonderdeel 2 en verklaart de klacht op dat onderdeel alsnog gegrond.  De opgelegde waarschuwing wordt gehandhaafd.
Datum uitspraak CvB: 24-06-16

Uitspraak 15/38 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij op verzoek van de advocaat van zijn ex-partner op basis van eenzijdige gesprekken met laatstgenoemde verstrekkende uitspraken over klager heeft gedaan, zonder dat hij ooit contact met hem heeft gehad.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College is van oordeel dat de psycholoog door het afgeven van de bewuste verklaring, wetende dat de ex-partner van klager deze in een gerechtelijke procedure zou gebruiken, heeft gehandeld in strijd met de artikelen 41, 51 en 96 van de Beroepscode 2015.
Klacht gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 14-10-2015
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2016/01
De psycholoog komt in hoger beroep. Zij vindt onder andere dat een berisping past bij grove onzorgvuldigheid en dat dat niet in overeenstemming is met de feiten.
Het College van Beroep oordeelt dat de psycholoog geen maatregelen getroffen heeft om te voorkomen dat de moeder de rapportage van 29 mei 2015 zou gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze was opgesteld. Integendeel, door in de rapportage geen duidelijk omlijnd doel te formuleren en in de rapportage zelfs op te nemen dat de moeder deze naar eigen goeddunken kan gebruiken, heeft de psycholoog een te ruim gebruik van de rapportage in de hand gewerkt. Anders dan de psycholoog meent, is wel degelijk sprake van een grote mate van onzorgvuldigheid. De maatregel van berisping is passend.
Het College van Beroep bevestigt de beslissing van het College van Toezicht van 14 oktober 2015.
Datum uitspraak CvB: 24-06-16

Uitspraak 15/20 CvT
Klagers verwijten de psycholoog onder meer dat zij bij hun dochter een intelligentietest heeft afgenomen, die niet bij haar leeftijd paste en dat zij op basis van die test tot onjuiste conclusies is gekomen.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College is van oordeel dat aan de psycholoog een belangrijke mate van beleidsvrijheid toekomt bij de keuze van de onderzoeksmethoden. Het College acht de keuze van de psycholoog voor de bewuste test in dit geval weloverwogen en zorgvuldig, en passend bij de onderzoeksvraag en onderzoeksopzet, waarmee klagers uitdrukkelijk hadden ingestemd.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 14-10-2015

Uitspraak 14/41 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij zonder haar toestemming haar zoon heeft behandeld. Voorts heeft de psycholoog haar werk niet objectief verricht.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat verweerster ingevolge artikel III.1.5.1 van de beroepscode voorafgaand aan de behandeling van minderjarige kinderen jonger dan 12 jaar aan iedere ouder toestemming moet vragen. Tijdens de speltherapie heeft verweerster een te eenzijdige, slechts op de verhalen van vader gebaseerde, hypothese gehanteerd. Daarmee heeft zij artikel III.4.2.2 overtreden. Verweerster heeft daarnaast onvoldoende naar klaagster geluisterd. Verweerster heeft naar het oordeel van het College bij klaagster de gerechtvaardigde schijn gewekt dat zij meer op de hand was van vader, de opdrachtgever, dan van haar. Verweerster heeft hierdoor in strijd gehandeld met artikel III.2.1.4 van de code. De artikelen III.1.5.1, III.4.2.2, III.3.2.7 en III.2.1.4 van de Beroepscode 2007 zijn overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 14-10-2015

Uitspraak 14/31 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij een test op onzorgvuldige wijze heeft afgenomen en voorts dat zij klager onheus heeft bejegend door uit te gaan van verkeerde veronderstellingen.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat de door klager aan de psycholoog verweten gedragingen niet zijn komen vast te staan.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 14-10-2015
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2016/02
Klager komt in hoger beroep. Hij heeft aangevoerd dat het College van Toezicht uit is gegaan van onjuiste feiten en zijn standpunt onjuist heeft geformuleerd.
De psycholoog heeft schriftelijk verweer gevoerd.
Het College van Beroep heeft geoordeeld dat twee door het College van Toezicht genoemde data onjuist zijn. Daarnaast heeft het College van Toezicht de klacht te algemeen verwoord. Het College van Beroep verklaart de hergeformuleerde klacht alsnog gegrond in die zin dat verweerster heeft gerapporteerd zonder toestemming van klager.
Het College van Beroep verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond en legt de psycholoog een waarschuwing op.
Datum uitspraak CvB: 09-09-2016

Uitspraak 14/51 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder meer dat zij een cursus heeft aangeboden met een onvoldoende wetenschappelijk karakter. Ook is niet duidelijk voor wie de cursus geschikt is.
De psycholoog heeft erkend dat de informatie op de site over het wetenschappelijk karakter en de inhoud van de cursus beter had gekund. De psycholoog heeft de klacht voor het overige gemotiveerd betwist.
Het College overweegt dat uit de algemene informatie over de cursus onvoldoende volgt welke methoden van onderzoek en behandeling gevolgd zullen worden en wat daarvan wel en vooral ook niet te verwachten is. Daarnaast heeft de psycholoog  een cursus aangeboden die gebruik maakt van een omstreden methode, waarvan de effecten onvoldoende zijn aangetoond en waarbij de waarde van de pilot-studie ernstig moet worden betwijfeld.
De artikelen III.3.2.4, III.3.2.5, III.2.2.4 en III.1.5.2 van de beroepscode 2007 zijn overtreden.
Klacht (gedeeltelijk) gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 16-09-2015

Uitspraak 14/53 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder meer dat zij een cursus heeft aangeboden met een onvoldoende wetenschappelijk karakter. Ook was niet duidelijk voor wie de cursus geschikt is.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College is van oordeel dat klager via een intake is verwezen naar de cursus en hij daarmee geschikt was om de cursus te volgen.
Het College overweegt voorts dat uit de algemene informatie over de cursus onvoldoende volgt welke methoden van onderzoek en behandeling gevolgd zullen worden en wat daarvan wel en vooral ook niet te verwachten is.
Tot slot overweegt het College dat de psycholoog op een cursus heeft aangeboden die gebruik maakt van een omstreden methode, waarvan de effecten onvoldoende zijn aangetoond en waarbij de waarde van de pilot-studie ernstig moet worden betwijfeld.
De artikelen III.3.2.4, III.3.2.5, III.2.2.4 en III.1.5.2 van de beroepscode 2007 zijn overtreden.
Klacht (gedeeltelijk) gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 16-09-2015

Uitspraak 14/64 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij in het Nederlands een assessment bij haar heeft afgenomen, hoewel zij had gevraagd dit in het Engels te doen, omdat zij het Nederlands onvoldoende beheerst. Daarnaast klaagt ze onder meer over het feit dat de psycholoog zonder haar toestemming mondeling de resultaten van het assessment met de opdrachtgever heeft gedeeld.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College is van oordeel dat de psycholoog door het verzoek van klaagster om het assessment in het Engels af te nemen af te wijzen, onzorgvuldig is geweest in haar keuze van passende onderzoeksmethoden.
Nu de psycholoog er niet in is geslaagd aan te tonen dat klaagster haar toestemming had verleend om mondeling verslag uit te brengen aan de opdrachtgever moet het er volgens het College voor worden gehouden dat zij daarvoor geen toestemming had.
De artikelen III.3.1.1, III.4.2.2, III.4.3.3, III.3.2.15, III.3.2.16en III.3.2.17 van de Beroepscode 2007 zijn overtreden.
Klacht deels gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 16-09-2015

Uitspraak 14/43 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij klager tevoren onvoldoende heeft geïnformeerd over het doel van het onderzoek, de wijze van onderzoeken en de wijze van rapporteren. Daardoor beschikte klager voorafgaand aan het assessment niet over dezelfde informatie als de opdrachtgever.
Verweerster heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College overweegt dat niet is komen vast te staan dat klager voorafgaand aan het assessment over andere informatie beschikte dan de opdrachtgever. Het rapport bevat daarnaast een voldoende beschrijving van de aan het bureau verstrekte opdracht c.q. vraagstelling. Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 16-09-2015  

Uitspraak 15/08 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij haar een te hoog bedrag in rekening heeft gebracht en haar declaratie te laat heeft verzonden.
Ook acht klaagster de psycholoog incompetent.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College heeft geconstateerd dat de psycholoog klaagster voldoende heeft geïnformeerd over de financiële voorwaarden. Niet is gebleken dat een te hoog bedrag is gedeclareerd. Voor wat betreft het tijdstip van het verzenden van de declaratie was de psycholoog afhankelijk van de voorwaarden van de zorgverzekeraar.
Het College heeft uit de stukken niet kunnen afleiden dat de psycholoog incompetent zou zijn.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 26-08-2015

Uitspraak 15/06 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder meer dat zij zijn moeder, zonder haar te informeren en zonder haar toestemming, en tevens zonder de familie te informeren, psychologisch heeft onderzocht d.m.v. een dementiescreening.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College overweegt dat uit het dossier niet valt af te leiden dat klagers moeder toestemming heeft gegeven voor het onderzoek.
Voorts is het College van oordeel dat de psycholoog er niet op had mogen vertrouwen dat de eerstverantwoordelijke verpleegkundige de familie tijdig en adequaat had geïnformeerd.
De artikelen III.3.2.3, III.1.5.3 en III.3.2.4 van de Beroepscode 2007 zijn geschonden.
Klacht deels gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 26-08-2015

Uitspraak 14/60 CvT
Klagers verwijten de psycholoog dat zij een door hun zoon ingevulde vragenlijst aan zijn school en aan hen, klagers, heeft toegezonden.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College overweegt dat, nu het hier om ruwe testgegevens ging, de psycholoog hen begeleide inzage in de ingevulde vragenlijst had moeten aanbieden, in plaats van deze aan hen toe te zenden.
Door de ingevulde vragenlijst tevens aan de school te sturen heeft de psycholoog haar geheimhoudingsplicht geschonden en is zij onvoldoende zorgvuldig geweest in de communicatie aangaande de vragenlijst.
De artikelen III.3.3.1 en III.3.3.2 van de Beroepscode 2007 zijn geschonden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 26-08-2015

Uitspraak 15/07 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij voorafgaand aan het intakegesprek niet de verwijsbrief heeft gelezen en dat zij dat gesprek ten onrechte bij hem in rekening heeft gebracht. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College van Toezicht is van oordeel dat gelet op de verschillende standpunten van partijen niet kan worden vastgesteld dat verweerster de verwijsbrief niet had gelezen. Niet vast is komen te staan dat verweerster klager ten onrechte voor het intakegesprek zou hebben uitgenodigd.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 08-07-2015

Uitspraak 14/49 CvT
Klagers verwijten de psycholoog dat zij een melding heeft gedaan bij het AMK betreffende hun 17-jarige dochter zonder hen als ouders te raadplegen. Klagers zijn door deze melding als opvoeders in hun hemd gezet. Daarnaast werd de dochter bevestigd in haar boosheid jegens klagers door verweerster. Verweerster heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat gelet op haar leeftijd de dochter de cliënte was van verweerster. Verweerster was daarom niet verplicht de voorgenomen melding te overleggen met klagers. Bovendien wilde de dochter niet dat verweerster met de ouders in gesprek ging. Over de inhoud van de individuele therapie kan het College zich niet uitlaten. Een klacht over de inhoud van de behandeling komt slechts de cliënt en niet de ouders toe.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 08-07-2015

Uitspraak 14/45 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij als deskundige in een strafzaak een diagnose heeft gesteld over zijn overleden broer en moeder zonder een hetero-anamnese te hebben verricht en zonder de beweringen van de verdachte te hebben geverifieerd bij de naaste familie. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College van Toezicht heeft klager ontvankelijk verklaard in zijn klacht aangezien hij betrokkene is in de zin van de Beroepscode. Daarnaast heeft verweerster door haar optreden ter zitting beroepsmatig gehandeld. Inhoudelijk heeft het College geoordeeld dat de door verweerster ter zitting in de strafzaak afgelegde verklaring een rapportage is in de zin van de code. Klaagster heeft zich bij het uitbrengen van die rapportage niet gehouden aan artikel III.3.3.16 van de code. Zij heeft zich in belangrijke mate gebaseerd op gegevens van haar cliënte. Door (voorlopige) diagnoses te stellen op basis van niet objectieve gegevens heeft verweerster voorts gehandeld in strijd met artikel III.4.3.7.  Evenmin heeft zij zich rekenschap gegeven van haar verantwoordelijkheid schade te voorkomen waarmee artikel III.1.3.4 is geschonden.  Artikelen III.3.3.16, III.4.3.7 en III.1.3.4 overtreden.
Klacht gegrond, berisping
Datum uitspraak CvT: 08-07-2015

Uitspraak 15/25 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij, zonder hem ooit te hebben gezien of gesproken, een verklaring over hem heeft opgesteld en die aan de advocaat van de moeder van zijn minderjarige zoon ter hand heeft gesteld. De psycholoog heeft de klacht volledig erkend. Het College is van oordeel dat de psycholoog door de bewuste verklaring op te stellen heeft gehandeld in strijd met de artikelen III.2.1.4, III.3.3.16, III.4.3.2 en III.4.3.3. van de Beroepscode 2007.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 10-06-2015

Uitspraak 14/58 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij heeft nagelaten een AMK melding over hem feitelijk te onderbouwen en dat zij in de melding een diagnose over hem heeft opgenomen zonder hem te hebben gesproken. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog de melding voldoende feitelijk heeft onderbouwd en dat zij de stappen, zoals in de Meldcode voorgeschreven, heeft gevolgd. Het opnemen van uitspraken over klager in de melding acht het College in strijd met artikel III.3.3.16 van de Beroepscode 2007.
Klacht deels gegrond. Waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 10-06-2015

Uitspraak 14/40 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij zonder haar toestemming een onderzoek bij haar dochter heeft verricht. Ook klaagt klaagster over het onderzoeksrapport. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College overweegt dat het hier een deelonderzoek betrof. Voor het totale onderzoek, dat door een andere vestiging werd uitgevoerd, was vervangende toestemming verleend door de kinderrechter. De psycholoog mocht ervan uitgaan dat die toestemming ook voor het deelonderzoek gold. Voorts kon de rapportage de marginale toetsing doorstaan.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 10-06-2015

Uitspraak 14/33 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij een opdracht van klagers werkgever voor een organisatieadvies heeft geaccepteerd, terwijl hij bezig was met een coachingstraject van klager zelf, en dat hij het verslag van het coachingstraject en het reorganisatie advies te laat en niet vooraf aan klager heeft toegestuurd. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog zich schuldig heeft gemaakt aan rolvermenging. Het verslag van het coachingstraject had de psycholoog niet gelijktijdig aan klager en diens werkgever mogen sturen. De psycholoog had klager over het bestaan van het andere rapport moeten informeren. De artikelen III.1.1.2, III.1.5.1, III.2.3.4, III.3.2.19 en III.4.1.2 van de Beroepscode 2007 zijn overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 10-06-2015

Uitspraak 15/05 CvT
Klager klaagt over het feit dat hij een nota heeft gekregen voor een intakegesprek. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog in een intakegesprek professionele diensten aan een cliënt verleent. Deze mag de psycholoog in rekening brengen, ongeacht of de intake in een behandelplan resulteert.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 13-05-2015

Uitspraak 14/66 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder meer dat zij na het intakegesprek niet meteen beschikbaar was voor de behandeling en dat zij een onjuiste declaratie heeft gestuurd. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat een afspraak drie weken na het intakegesprek, mede gelet op de vakantieperiode, niet te laat was. Het College acht het declareren van het reguliere bedrag niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 13-05-2015
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2015/09
Klager komt in hoger beroep. Het College van Beroep is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de psycholoog niet op korte termijn beschikbaar was. Het College van Toezicht heeft het eerste klachtonderdeel dus terecht ongegrond verklaard. De tweede grief van klager berust op een onjuiste zienswijze over de taak van het College van Toezicht en het College van Beroep. De Colleges hebben niet tot taak de rechtmatigheid van de door psychologen in rekening gebrachte tarieven te toetsen. De derde grief van klager is gericht tegen de overweging van het College van Toezicht dat klager zijn stelling dat zijn behandelproces door toedoen van de psycholoog ernstig is vertraagd, niet heeft onderbouwd. Het College van Beroep stelt vast dat klager deze stelling ook in dit hoger beroep niet van een deugdelijke toelichting heeft voorzien. Zijn mededeling dat de vertraging “uit de gang van zaken volgt”, is daartoe onvoldoende.
Het College van Beroep bevestigt de beslissing van het College van Toezicht.
Datum uitspraak CvB: 22-04-2016

Uitspraak 14/50 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij bij een ouderschapsonderzoek en de daaruit voortvloeiende rapportage onzorgvuldig te werk is gegaan. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat onderzoek en rapportage de marginale toetsing volgens de daarvoor gehanteerde criteria kunnen doorstaan.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 13-05-2015
Hoger beroep ingesteld.  
Uitspraak CvB 2015/10
Klaagster komt in hoger beroep. Zij vindt dat in de rapportage alleen de verklaringen van haar ex-partner (hierna: vader) als uitgangspunt zijn genomen, Hierdoor is het rapport suggestief en onvolledig.
Het College van Beroep komt tot de slotsom dat het rapport van 28 augustus 2013 van de psycholoog niet voldoet aan vier van de vijf criteria die voor rapportages zoals deze gelden. Tevens is de rapportage in strijd met diverse bepalingen van de Beroepscode. Het College van Beroep is – anders dan het College van Toezicht – van oordeel dat de inleidende klacht gegrond is en dat een maatregel geboden is. De vastgestelde normschendingen zijn ernstig, mede gelet op de verregaande gevolgen die aan een ondeugdelijke rapportage aan een rechterlijke instantie verbonden kunnen zijn. De psycholoog valt te verwijten dat zij in haar rapportage ‘terloops’ termen heeft gebruikt die alleen uit de koker van vader zijn gekomen. Het College van Beroep neemt aan dat de psycholoog dit niet welbewust of op basis van enig vooroordeel jegens klaagster heeft gedaan, maar is van oordeel dat de psycholoog hierin ontoelaatbaar naïef is geweest. Gelet op een en ander is de maatregel van berisping passend en geboden.
Het College van Beroep vernietigt de beslissing van het College van Toezicht en legt de maatregel van berisping op.
Datum uitspraak CvB: 22-04-2016

Uitspraak 14/47 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij onzorgvuldig is geweest bij de behandeling van klagers zoon en dat zij geen goed afsluitgesprek heeft gevoerd. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen kunnen constateren. Het College acht het niet verwijtbaar dat de psycholoog het afsluitgesprek heeft laten voeren door de directeur zorg, die destijds ook de intake had verzorgd en die de behandeling aan de psycholoog had overgedragen.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 13-05-2015

Uitspraak 14/39 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij haar geen kopie heeft willen verstrekken van het behandeldossier met handgeschreven aantekeningen, dat zij het behandelplan met vertrouwelijke informatie over klaagster aan haar ex-partner heeft verstrekt, en dat zij te lang heeft getalmd met het verlenen van hulp aan klaagster. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College acht alle klachtonderdelen gegrond. De handgeschreven aantekeningen waren relevant voor de kwaliteit en continuïteit van de professionele relatie en behoorden, anders dan persoonlijke werkaantekeningen, tot het dossier. De psycholoog heeft gehandeld in strijd met de artikelen III.3.2.9 en III.1.1.2 van de Beroepscode 2007.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 13-05-2015

Uitspraak 14/23 CvT
De klacht betreft de methode van onderzoek en de rapportage in het kader van een assessment in verband met een door klager geambieerde functie. Klager acht het rapport onder meer te weinig genuanceerd. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College acht de klacht gegrond. De psycholoog is te kort geschoten in de informatie aan klager. Voorts vormde de methode van onderzoek een te wankele basis voor de vergaande uitspraken in de rapportage. Ook ontbrak in de rapportage een beschrijving van de vraagstelling, van de onderzoeksmethode en van de geldigheidsduur van de conclusies. De psycholoog heeft gehandeld in strijd met de artikelen III.1.4.2, IIII.1.5.1, III.3.2.5, III.3.2.6, III.4.2.2 en III.4.3.7 van de Beroepscode 2007.
Klacht gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 13-05-2015

Uitspraak 13/07 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat hij de verkeerde diagnose heeft gesteld en haar onjuist heeft behandeld. Voorts heeft hij grensoverschrijdend gehandeld door haar twee keer te verkrachten. Daarnaast heeft hij onvoldoende dossier gehouden, het contact abrupt verbroken en betalingen aangenomen zonder te factureren. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog een te beperkte diagnose heeft gesteld waarvoor EMDR niet de geëigende therapie was. De verkrachtingen zijn niet vast komen te staan. Wel is sprake geweest van grensoverschrijdend handelen door verweerder en heeft hij zich niet kritisch bezonnen op zijn beroepsmatig handelen. Daarnaast heeft de psycholoog onvoldoende dossier gehouden en heeft hij haar niet verwezen. Van contante betaling zonder facturering is niet gebleken. Artikelen III.2.1.2, III.2.3.2, III.2.3.4, III.2.3.5, III.2.1.2, III.4.1.2, II.2.3.6, III.1.6.1, III.1.2.2, III.1.2.1 overtreden.
Klacht gegrond, voorwaardelijke ontzetting met publicatie en leertherapie.
Datum uitspraak CvT: 13-05-2015

Uitspraak 14/63 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij hem te laat om toestemming heeft gevraagd voor de behandeling van zijn minderjarige dochter. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat het verweer van de psycholoog dat van een behandeling geen sprake is geweest, niet opgaat. Zij heeft beroepsmatig gehandeld, door de dochter te observeren en door te rapporteren. De psycholoog had het vragen van toestemming, die ingevolge artikel I.1.5.1 van de Beroepscode 2007 nodig was, niet aan de moeder moeten overlaten.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 22-04-2015

Uitspraak 14/57 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij grensoverschrijdende uitspraken over zijn nieuwe partner heeft gedaan, dat zij onjuiste facturen heeft gestuurd en dat zij een onjuiste melding bij de politie heeft gedaan. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de psycholoog grensoverschrijdende uitspraken en een onjuiste melding bij de politie heeft gedaan. Voor wat betreft de facturering heeft de psycholoog onvoldoende duidelijkheid verschaft. Zij heeft de facturen echter aangepast en klager aangeboden in gesprek te gaan.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 22-04-2015
Hoger beroep ingesteld.  

Uitspraak 14/52 CvT
Klagers verwijten de psycholoog, die tevens hun buurvrouw is en met wie zij in een burenruzie zijn verwikkeld, dat zij in e-mails, die ook naar hun andere buren zijn gezonden, dreigt met het doen van een AMK melding. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College acht de handelwijze van de psycholoog in strijd met de artikelen II.1.1.2, II.1.1.3, III.2.2.2 en III.3.3.2.
Klacht gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 22-04-2015

Uitspraak 14/38 CvT
Klager heeft een arbeids re-integratietraject bij de psycholoog gevolgd. Hij verwijt de psycholoog dat deze zonder zijn toestemming informatie aan de werkgever heeft verstrekt, onder andere middels een verslag. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de artikelen III.3.3.1, III.3.2.14, III.3.2.16 en III.3.2.18 zijn overtreden.
Klacht deels gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 22-04-2015
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2015/08
De klager is in hoger beroep gekomen van de uitspraak van het College van Toezicht.
Het College van Beroep is van oordeel dat de psycholoog in onvoldoende mate aan de klager heeft toegelicht in welk kader het driegesprek zou plaatsvinden; in het kader van de behandeling of in het kader van de re-integratie. Het College van Beroep begrijpt dat de psycholoog niet het voornemen had om met de werkgever informatie uit te wisselen die hem als psycholoog van de klager ter ore was gekomen, maar dat dit uiteindelijk wel zonder uitdrukkelijke instemming van de klager is gebeurd onder de noemer ‘belastbaarheid’. Dit heeft geleid tot verwarring bij klager ten aanzien van de rol van de psycholoog. Het vergt van de psycholoog extra zorgvuldigheid zowel de belangen van de werknemer als die van de werkgever te dienen.
Het College van Beroep is van oordeel dat klachtonderdeel 1 gegrond is, zodat de daarop gerichte grief slaagt. De uitspraak van het College van Toezicht wordt vernietigd ten aanzien van dit – alsnog gegrond te verklaren – klachtonderdeel en voor het overige bevestigt.
Datum uitspraak CvB: 08-01-2016

Uitspraak 14/29 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder meer dat zij zonder hem om toestemming te vragen met de behandeling van zijn minderjarige dochter is gestart. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog ingevolge artikel I.1.5.1 van de Beroepscode 2007 zich bij het intakegesprek had moeten vergewissen van de toestemming van klager. Niet is komen vast te staan dat de belangen van de dochter ernstig zouden worden geschaad door de betrokkenheid van klager.
Klacht op dit onderdeel gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 22-04-2015

Uitspraak 14/44 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij in een e-mail aan zijn gewezen partner een uitspraak over hem heeft gedaan. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog door de formulering in de bewuste e-mail zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden en daarmee heeft gehandeld in strijd met artikel III.3.3.1 van de Beroepscode.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 18-03-2015

Uitspraak 14/32 CvT
Klager verwijt de psycholoog, gedragsdeskundige, onder meer dat hij weigert zijn rol toe te lichten en inzage in het dossier van klagers minderjarige zoon te verstrekken. Klager is uit het ouderlijk gezag ontheven. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Klager heeft nagelaten zijn stellingen tegenover het uitvoerig gemotiveerde verweer van de psycholoog nader te onderbouwen. Gelet op zijn beperkte rol in het geheel had de psycholoog geen verplichtingen op basis van de artikelen omtrent het inzage- en correctierecht uit de Beroepscode jegens klager.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 18-03-2015
Hoger beroep ingesteld.  

Uitspraak 14/17 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat haar niet duidelijk was waar het onderzoek betrekking op had en dat zij achtergrondinformatie niet in heeft willen brengen. Voorts heeft de psycholoog ten onrechte een cluster B persoonlijkheidsstoornis vastgesteld en heeft zij niet objectief gehandeld. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog heeft nagelaten de vraagstelling met klaagster te bespreken. Voorts had zij het onderzoek moeten staken bij gebrek aan heteroanamnestische gegevens. Niet vast is komen te staan dat een cluster B persoonlijkheidsstoornis is gediagnosticeerd. Tenslotte zijn er geen aanwijzingen dat de psycholoog niet objectief heeft gehandeld. Artikelen III.3.2.6 en III.4.2.2 geschonden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 18-03-2015
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2015/07
Klaagster is tegen de beslissing van 18 maart 2015 in hoger beroep gekomen met een beroepschrift dat te laat lijkt te zijn ingediend. Klaagster is in de gelegenheid gesteld om op deze bevinding te reageren. Klaagster heeft bij e-mail gereageerd. Het College van Beroep heeft op basis van deze reactie besloten om het beroep buiten zitting te behandelen.
Het College van Beroep oordeelt dat het bezwaarschrift na afloop van de termijn is ingediend. Hoewel het een termijnoverschrijding van één dag betreft, gaat het hierbij ook om het belang van de wederpartij, die erop moet kunnen vertrouwen dat het College de in het reglement vastgelegde beroepstermijn als uitgangspunt hanteert. Het College is van oordeel dat het in het belang van de rechtszekerheid is om niet zonder gegronde reden af te wijken van de beroepstermijn van twee maanden.
Het College van Beroep verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Datum uitspraak CvB: 05-10-2015

Uitspraak 14/11 CvT
Klagers verwijten de psycholoog dat zij haar beroepsgeheim heeft geschonden, de privacy van klager heeft geschonden door te vermelden dat hij een spierziekte heeft en ten onrechte onjuiste rapportage heeft overgelegd. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat in dit geval de psycholoog gegronde redenen had haar geheimhouding te doorbreken als enige en laatste redmiddel om gevaar voor klaagster te voorkomen. Voorts heeft verweerster de gegevens zonder toestemming van klagers kunnen overleggen in het kader van het voeren van verweer. Aan de daarbij geldende vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit is voldaan.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 18-03-2015

Uitspraak 13/64 CvT (eindbeslissing)
Klager verwijt de psycholoog dat hij niet heeft voldaan aan de hem bij tussenbeslissing door het College opgelegde opdrachten. De psycholoog heeft bericht dat hij vanwege ernstige ziekte hiertoe niet in staat is geweest. Het College is van oordeel dat alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemende een schorsing van drie maanden in het lidmaatschap van de vereniging en inschrijving in het register A&O NIP redelijk is. Artikel III.1.6.3 geschonden.
Klacht gegrond, schorsing.
Datum uitspraak CvT: 18-03-2015
Zie voor de tussenbeslissing ‘uitspraken 2014’

Uitspraak 14/36 CvT
Klaagster klaagt onder meer over het feit dat de psycholoog regelmatig te laat met de gesprekken begon en over het feit dat hij haar een brief heeft gestuurd in een enveloppe met het logo van de praktijk, hoewel zij te kennen had gegeven dat niet te wensen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College acht het weliswaar wenselijk dat therapeutische gesprekken op tijd beginnen, maar heeft op dit punt geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen kunnen constateren. Het verzenden van een brief in een enveloppe met het logo van de praktijk acht het College onzorgvuldig en in strijd met artikel III.1.1.2.
Klacht deels gegrond, zonder oplegging van een maatregel, onder meer omdat de overtreding van de Beroepscode onvoldoende ernstig was voor een maatregel.
Datum uitspraak CvT: 18-02-2015  

Uitspraak 14/26 CvT
Klaagster klaagt over het feit dat de psycholoog heeft geweigerd te verklaren dat hij contact met de ex-partner van klaagster heeft gehad en dat de psycholoog ten onrechte gesprekken in rekening heeft gebracht. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft niet kunnen constateren dat de psycholoog door zijn weigering de gewenste verklaring af te geven in strijd heeft gehandeld met een verplichting uit de Beroepscode. Ook heeft het College niet kunnen vaststellen dat de psycholoog consulten in rekening heeft gebracht die klaagster niet heeft genoten.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 18-02-2015

Uitspraak 14/21 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog in deze A&O-zaak onder meer dat zij in een te krap tijdsbestek een onjuiste methodiek heeft gevolgd, dat haar leidinggevende geen mede-beoordelaar kan zijn en dat het rapport niet voldoet aan de daaraan te stellen vereisten. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de gebruikte methoden en technieken ontoereikend waren voor een behoorlijke beantwoording van de vraagstelling, dat het op zichzelf niet onjuist is een leidinggevende als mede-beoordelaar op te laten treden en dat de rapportage niet aan de daaraan te stellen vereisten voldoet. Artikelen III.4.3.3, III.1.5.1, III.3.2.16, III.3.2.18, III.3.2.19 III.4.1.2 geschonden.
Klacht gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 18-02-2015

Uitspraak 14/19 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij wederom heeft gerapporteerd over zijn dochter terwijl zij haar nooit heeft gezien. De psycholoog heeft zich voor het karretje van moeder laten spannen. Door haar advies zal de Raad negatief over een omgangsregeling adviseren. De psycholoog heeft de klacht erkend. Het College is van oordeel dat de psycholoog gerichte toestemming voor de rapportage had moeten vragen. Ook heeft zij niet onafhankelijk en objectief gehandeld. Daarnaast hij zij extra informatie verstrekt buiten de vraagstelling om. Artikelen III.3.3.16, III.2.1.4 en III.3.2.21 geschonden.
Klacht gegrond, geen maatregel opgelegd.
Datum uitspraak CvT: 18-02-2015

Uitspraak 14/55 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij ter zitting van het College van Beroep in strijd heeft gehandeld met de Beroepscode. Het College heeft de psycholoog niet gevraagd om verweer aangezien eerst moet worden beoordeeld of de klacht in behandeling kan worden genomen. Het College heeft geoordeeld dat de wijze waarop een partij verweer voert in een tuchtprocedure geen onderdeel kan zijn van een nieuwe tuchtklacht. Anders zou het voeren van verweer steeds tot nieuwe tuchtklachten aanleiding kunnen geven.
Klacht kennelijk ongegrond en niet in behandeling genomen.
Datum uitspraak CvT: 28-01-2015
Hoger beroep ingesteld.  

Uitspraak 14/30 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat hij in een door hem opgestelde verklaring ten behoeve van haar ex-echtgenoot heeft gesteld dat hij laatstgenoemde bij uitstek geschikt acht om zijn rol als vader in een (co-)ouderschapsverband op zich te nemen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat uit de klacht niet kan worden afgeleid dat klaagster als betrokkene moet worden aangemerkt. Klaagster heeft niet gereageerd op meerdere verzoeken van het College om nadere informatie.
Klaagster is niet-ontvankelijk in haar klacht.
Datum uitspraak CvT: 28-01-2015

Uitspraak 14/28 CvT
Klagers klagen over het psychologisch onderzoek dat de psycholoog bij hun minderjarige zoon heeft verricht en over de uit het onderzoek voortvloeiende adviezen. Ook heeft het volgens klagers te lang geduurd voordat zij het definitieve rapport ontvingen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat het onderzoek en de rapportage voldoen aan de criteria voor marginale toetsing. Ook is de termijn van 6 weken waarbinnen de definitieve rapportage gereed was naar het oordeel van het College niet te lang.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 28-01-2015

Uitspraak 14/27 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij hem een geboortekaartje heeft gestuurd en haar echtgenoot met zijn moeder heeft laten bellen of dit was aangekomen. Voorts heeft verweerster het dossier niet aan hem geretourneerd. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College van Toezicht is van oordeel dat de gang van zaken rond het geboortekaartje dat per abuis naar klager is gestuurd ongelukkig is geweest maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het dossier dient verweerster aan klager te retourneren op het moment dat deze uitspraak onherroepelijk is geworden. Voordien heeft verweerster het dossier nodig om zich in deze zaak te verweren.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 28-01-2015
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2015/05
De klager komt in hoger beroep. Hij vindt onder andere dat de psycholoog niet heeft bewezen dat zij op 12 september 2012 per ongeluk een geboortekaartje naar hem heeft verzonden. In de “Beroepscode voor psychologen” is voorts niet terug te vinden dat een psycholoog een dossier niet hoeft af te geven aan de cliënt zolang het dossier nodig is voor een psycholoog om zich in een zaak te verweren.
Het College van Beroep is van oordeel dat de psycholoog niet professioneel heeft gehandeld door cliënten, waaronder (de familie van) klager, op te nemen in een adressenbestand dat zij aan de drukker heeft afgegeven voor het versturen van geboortekaartjes voor haar eerste kind. Deze handelwijze van de psycholoog is echter niet van dien aard dat sprake is van een tuchtrechtelijk te sanctioneren gedraging. Ten aanzien van de afgifte van het dossier is het College van Beroep van oordeel dat uit vaste jurisprudentie blijkt dat een dergelijk verzoek van klager niet hoeft te worden ingewilligd in het geval de psycholoog de betreffende stukken nodig heeft om zich in een door klager aangespannen procedure te kunnen verweren.  Uitspraak College van Toezicht bevestigd.
Datum uitspraak CvB: d.d. 30-10-2015

Uitspraak 14/16 CvT
Klagers klagen over onderzoek door en rapportage van de psycholoog in het kader van een door de rechtbank verzocht deskundigenonderzoek aangaande hun twee kleinkinderen, waarvan klagers als pleegouders zijn aangewezen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat onderzoek en rapportage de toetsing aan de daarvoor geldende criteria kunnen doorstaan. Ook mocht de psycholoog, gelet op de specifieke omstandigheden van de situatie, de instantie, bij wie het toezicht op de kinderen berustte, waarschuwen voor de eventuele risico’s die voortvloeiden uit het slechtnieuwsgesprek dat de psycholoog met klagers ging voeren. De psycholoog heeft echter wel in strijd gehandeld met artikel III. 3.2.18 van de Beroepscode (het correctierecht).
Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 28- 01-2015

Uitspraak 14/07 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij in haar rapport de door klaagster gesignaleerde mogelijkheid van seksueel misbruik van haar zoon door de vader buiten beschouwing heeft gelaten. Verweerster was niet voldoende objectief en heeft geen hoor en wederhoor toegepast. Verder heeft zij haar werkzaamheden onvoldoende gespecificeerd in de facturen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de rapportage die door verweerster is uitgebracht niet aan de daaraan te stellen standaardvereisten voldoet. Verweerster had haar twijfel over mogelijk seksueel misbruik meer moeten laten doorklinken in de rapportage. Verweerster heeft onvoldoende objectief gehandeld. Hoor en wederhoor zijn wel toegepast. De werkzaamheden zijn aan de hand van een urenspecificatie in voldoende mate verantwoord. Artikelen III.2.1.4 en III.3.2.18 overtreden.
Klacht (deels) gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 28-01-2015
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2015/04
De psycholoog komt in hoger beroep. Zij vindt onder andere dat het College van Toezicht het standpunt van de psycholoog ter zitting onvolledig, onjuist en tendentieus heeft weergegeven of samengevat. Zij vindt voorts dat het College van Toezicht ten aanzien van de door de psycholoog opgestelde rapportages een onjuist beoordelingscriterium heeft aangelegd, althans het door het College aangelegde beoordelingscriterium onjuist toegepast. Tot slot vindt zij de maatregel van berisping niet passend.
Het College van Beroep is van oordeel dat het College van Toezicht het onderzoek van de psycholoog niet heeft overgedaan en betreffende de rapportage een juiste maatstaf heeft toegepast. De rapportage voldoet aan de eisen. Wel heeft verweerster te summier aandacht besteed aan vermoedens van seksueel misbruik. De uitspraak van het College van Toezicht wordt deels vernietigd en deels bevestigd. Alles overziende wordt de maatregel van waarschuwing passend geacht.
Datum uitspraak CvB: 08-01-2016