Uitspraken 2014

Uitspraak 14/14 CvT
Klaagster, een B.V., verwijt de psycholoog dat hij heeft nagelaten haar te informeren over de financiële en andere voorwaarden waaronder hij de opdracht, te weten behandeling van klaagsters werkneemster, aanvaardde. Voorts dat de psycholoog heeft nagelaten te reageren op de inhoudelijke kritiek op zijn facturen, die hij bij klaagster in rekening bracht. Tenslotte verwijt klaagster de psycholoog dat hij in zijn rapporten suggereert dat werkneemster ziek(er) is geworden als gevolg van de handelwijze van klaagster. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College acht klaagster niet-ontvankelijk in de eerste twee klachtonderdelen, omdat zij niet als ‘betrokkene met een belang’ kan worden beschouwd, nu zij, anders dan met betrekking tot de voldoening der facturen, niet betrokken was bij het beroepsmatig handelen van de psycholoog. Anders is dit ten aanzien van het derde klachtonderdeel. Nu klaagster in de verslagen aangaande de gezondheidstoestand van werkneemster meermalen wordt genoemd, is zij als betrokkene aan te merken. Het College is van oordeel dat de psycholoog door in zijn rapportages negatieve uitspraken over klaagster te doen, zonder dat deze op eigen waarneming of onderzoek berustten en zonder dat hij de bron van de gegevens heeft vermeld, heeft gehandeld in strijd met artikel III.3.3.16 van de Beroepscode.
Klacht deels niet-ontvankelijk, deels gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 10-12-2014 

Uitspraak 14/13 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat hij geen inzage in haar dossier heeft willen verstrekken ondanks dat daar tot drie keer toe om is verzocht. Daarnaast heeft hij klaagster niet gesteund toen er aangifte tegen haar was gedaan. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is na ambtshalve aanvulling van de klacht van oordeel dat klaagster desgevraagd recht heeft op inzage en afschrift van het eigen dossier. Verweerder is niet onafhankelijk en objectief opgetreden. Daarnaast heeft hij de behandeling onvoldoende duidelijk afgerond waardoor misverstanden zijn ontstaan. Ten slotte heeft verweerder het dossier onvoldoende bijgehouden en was de continuïteit van zorg mede daardoor niet gewaarborgd.
Artikelen III.3.2.7, III.3.2.9, III.2.1.4, III.2.1.2, III.1.6.1 en III.1.2.2 geschonden.
Klacht gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 10-12-2014
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2015/01
De psycholoog komt in hoger beroep. Hij heeft als grief aangevoerd dat de opgelegde berisping voor een belangrijk deel is gebaseerd op het feit dat hij in eerste aanleg zou hebben gezegd dat hij inzage in het dossier als “een gunst” beschouwt. Dit is onjuist. Hij verzoekt op die grond om herziening van de beslissing van het College van Toezicht. Het College van Beroep is van oordeel dat het College van Toezicht de maatregel van berisping niet in overwegende mate heeft gebaseerd op het feit dat de psycholoog gesproken heeft over een gunst, maar daaraan ten grondslag heeft gelegd dat de psycholoog “een aantal belangrijke basisregels die aan professioneel handelen worden gesteld in de Beroepscode” heeft overtreden.
Het College van Beroep bevestigt de beslissing van het College van Toezicht van 10 december 2014.
Datum uitspraak CvB: 30-10-2015

Uitspraak 14/10 CvT
Klagers verwijten de psycholoog dat hij onzorgvuldig te werk is gegaan bij een onderzoek in opdracht van de rechtbank. Het onderzoek had betrekking op hun vier kinderen die in pleeggezinnen verblijven. Klagers zijn het niet eens met verweerders advies de kinderen niet terug te plaatsen naar hun ouders. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College overweegt dat het, gezien de zwaarte van de vraagstelling en het grote belang van klagers en hun kinderen, niet inzichtelijk is waarom de psycholoog niet heeft gekozen voor het inzetten van zwaarder instrumentarium of voor het adviseren van nader onderzoek. Het College is van oordeel dat de psycholoog gelet op de door hem gekozen ‘lichte’ methode van onderzoek niet tot het verstrekkende advies omtrent de meest aangewezen verblijfplaats voor de kinderen had mogen komen. Het College komt tot de conclusie dat de psycholoog de artikelen III.4.2.2 jo. III.4.3.1 en III.4.3.6 van de Beroepscode heeft overtreden.
Klacht deels gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 10-12-2014

Uitspraak 14/01 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij zich onvoldoende flexibel heeft opgesteld. Zijn zoon was ziek en zijn vrouw heeft direct daarna het consult met verweerster afgebeld 28 uur voordat dit plaats zou vinden. Verweerster brengt dit op grond van haar algemene voorwaarden nu toch in rekening. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. De civiele rechter kan het beroep van klager op overmacht wegen.
Klacht niet-ontvankelijk.
Datum uitspraak CvT: 10-12-2014

Uitspraak 13/59 CvT
Klager verwijt de A&O-psycholoog dat zij in het naar aanleiding van een assessment opgestelde rapport onvoldoende inzicht heeft getoond in de gevolgen van de rapportage, dat onvolledige en onjuiste conclusies zijn getrokken en dat klager door verweerster onjuist is getypeerd. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat verweerster zich wat betreft de gevolgen van de rapportage toetsbaar heeft opgesteld. Daarnaast voldoet de inhoud van de rapportage aan de daaraan te stellen vereisten. Dat een onderzochte zich niet herkent in de rapportage is geen objectieve maatstaf die iets zegt over de kwaliteit van de rapportage.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 10-12-2014

Uitspraak 14/18 CvT
Klager verwijt de A&O-psycholoog dat zij in het assessmentrapport een onduidelijk beeld van hem heeft geschetst. Bovendien kwam het gesprek met verweerster over de rapportage te laat en wenste zij de rapportage niet aan te passen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat verweerster voorafgaand aan het assessment te weinig duidelijkheid heeft verschaft aan klager. Daardoor beschikte hij niet over dezelfde informatie als de opdrachtgever. Daarnaast voldoet de rapportage niet aan de daaraan te stellen vereisten. In het natraject besteedde verweerster eveneens onvoldoende zorg aan klager. Artikelen III.3.2.5, III.3.2.6, III.3.2.7 en III.1.3.2 geschonden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 12-11-2014

Uitspraak 13/64 CvT (tussenbeslissing)
Klager verwijt de psycholoog hem in het kader van uitgebrachte rapportage onvolledig te informeren, verkeerde conclusies te trekken, chaotisch te werken en achteraf personen te bewerken. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft geoordeeld dat verweerder informatie heeft achtergehouden en heeft hem opgedragen die informatie alsnog aan klager te verstrekken. In de overige klachtonderdelen is klager niet ontvankelijk verklaard. Artikel III.3.2.16 overtreden.
Klacht gegrond, tussenbeslissing.
Datum uitspraak CvT: 12-11-2014
Zie voor de eindbeslissing ‘uitspraken 2015’

Uitspraak 14/15 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij grensoverschrijdend met hem heeft gecommuniceerd en zich onvoldoende heeft ingespannen een andere psychotherapeut voor klager te vinden. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College kan gelet op de tegenovergestelde standpunten van partijen niet vaststellen of de psycholoog tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 05-11-2014

Uitspraak 14/09 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij in het kader van een reorganisatie bij zijn werkgever zijn competenties niet zorgvuldig heeft uitgevraagd en hem zijn inzage-, correctie- en blokkeringsrecht heeft onthouden. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat verweerster haar rol als onafhankelijk arbeidspsycholoog niet heeft waargemaakt. De competenties zijn getest in te korte tijd en het inzage-, correctie- en blokkeringsrecht zijn geschonden. Artikelen III.3.2.16, II.3.2.18, III.3.2.19, III.1.5.1 en III.4.3.3 zijn overtreden.
Klacht gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 05-11-2014

Uitspraak 14/05 CvT
Klagers verwijten de psycholoog dat zij ten onrechte een melding over hun dochter heeft gedaan bij het AMK, haar beroepsgeheim heeft geschonden en de professionele relatie niet naar behoren heeft afgerond. Verweerster heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat verweerster heeft nagelaten het beeld van kindermishandeling bij klagers te verifiëren, hen geen toestemming heeft gevraagd en hen direct had moeten informeren dat zij met het AMK had gesproken. Bij afronding van de professionele relatie zijn misverstanden blijven bestaan. Artikelen III.3.3.5, III.3.3.6, III.2.1.2 en III.1.2.1 zijn overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 05-11-2014

Uitspraak 14/03 CvT 
Klagers verwijten de psycholoog dat zij haar beroepsgeheim heeft geschonden door betreffende hun zoon een ongerechtvaardigde melding te doen bij het AMK. Daarnaast heeft verweerster klagers vooraf geen inzage gegeven in de melding. Verweerster heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat er onvoldoende objectieve aanwijzingen waren voor een melding. Klagers zijn onnodig blootgesteld aan negatieve ervaringen. In het algemeen is het niet noodzakelijk een melding eerst voor te leggen aan de ouders. Artikelen III.3.2.14, III.3.2.15, III.3.2.16, III.1.3.2, en III.3.2.1. geschonden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 05-11-2014

Uitspraak 14/08 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij hem voorafgaand aan en tijdens de therapie niet goed heeft geïnformeerd over een behandelplan en een diagnose en dat hij geen structuur heeft aangebracht in de therapie. Ook had de psycholoog de huisarts niet mogen informeren zonder klager voorafgaande inzage te bieden en hem om toestemming te vragen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft niet kunnen constateren dat de psycholoog is tekortgeschoten in de informatievoorziening aan klager, maar tekent daarbij aan dat het de voorkeur verdient de informatie schriftelijk te verstrekken. Voorts is voldoende structuur in de behandeling aangebracht. De psycholoog had de brief aan de huisarts niet mogen verzenden zonder klager voorafgaande inzage te bieden en hem toestemming te vragen. Artikelen III.3.2.16 en III.3.2.18 van de Beroepscode zijn geschonden.
Klacht deels gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 08-10-2014
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2014/15
Klager komt in hoger beroep. Hij vindt onder andere dat in de brief van de psycholoog aan de huisarts weliswaar niet staat dat klager manipulatief is, maar uit de sessieverslagen blijkt dat de psycholoog in een overleg met die huisarts wel degelijk heeft gesproken over “de boosheid van de cliënt, de starheid en de manipulatie om zijn doelen te verwezenlijken”. Klager vindt voorts de “lichte waarschuwing” voor de psycholoog een te geringe sanctie.
Het College van Toezicht heeft volgens het College van Beroep terecht vastgesteld dat in de brief aan de huisarts de term manipulatief niet voorkomt, maar dat college beschikte niet over de sessieverslagen. Het hoger beroep biedt de mogelijkheid een eerder geuite klacht nader te documenteren. Dat is wat klager heeft gedaan, de grief is gegrond. Hoewel het College van Beroep tot zwaardere verwijten aan de psycholoog komt dan het College van Toezicht, wordt de opgelegde waarschuwing gehandhaafd. De maatregel van waarschuwing is een passende sanctie, omdat de psycholoog heeft erkend dat zijn werkwijze ten aanzien van de aspecten van inzage, toestemming en het verschaffen van afschrift onjuist was en heeft verklaard dat hij in deze opzichten thans anders te werk gaat.
Het College van Beroep bevestigt de beslissing van het College van Toezicht met wijziging van de gronden.
Datum uitspraak CvB: 19-12-2015

Uitspraak 13/75 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij tijdens de 17 sessies van de therapie niet naar boven heeft kunnen halen wat er werkelijk bij hem speelde. Daardoor voelde klager zich steeds hopelozer. Verweerder heeft niks voor klager gedaan. Verweerder heeft de klacht erkend. Het College is van oordeel dat het verweerder door onervarenheid niet is opgevallen dat de behandeling stagneerde. Verweerder had eerder zijn werkbegeleider in moeten schakelen. Verweerder heeft ter zitting laten zien dat zijn inzicht is gegroeid.
Artikelen III.3.2.4, III.3.2.5 en III.4.3.2 overtreden.
Klacht gegrond, geen maatregel opgelegd.
Datum uitspraak CvT: 08-10-2014  

Uitspraak 14/24 CvT
Klaagster, Stichting Bureau Jeugdzorg, verwijt de psycholoog verregaande onzorgvuldigheid bij zijn onderzoek en rapportage als door het hof benoemde deskundige in een procedure met betrekking tot een omgangsregeling tussen hun minderjarige cliënt en zijn vader. Ook klaagt klaagster over het feit dat de psycholoog in zijn rapport diskwalificerende uitspraken doet over haar medewerkers. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College beantwoordt de vraag of klaagster als betrokkene kan worden aangemerkt in de zin van artikel I.1.2.2 van de Beroepscode bevestigend. Voor zover de klacht betrekking heeft op de rapportage als zodanig verwijst het College naar hetgeen daaromtrent is overwogen in de uitspraak in de zaak 13/42 van dezelfde datum. Het College is van oordeel dat de psycholoog onzorgvuldig jegens klaagster heeft gehandeld door negatieve uitspraken over haar en haar medewerkers te doen. Het College acht de handelwijze van de psycholoog in strijd met de artikelen III.3.3.16 en III.4.3.6 van de Beroepscode.
Klacht gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 03-09-2014
Uitspraak is pendant van 13/42
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2014/13
De psycholoog komt in hoger beroep. Hij vindt onder andere dat het College van Toezicht ten onrechte heeft vastgesteld dat klaagster, een rechtspersoon, de klachten van moeder en stiefvader (in een parallelle klachtzaak) onderstreept. Het College van Beroep acht, anders dan het College van Toezicht, het oorspronkelijke klachtonderdeel 1 niet gegrond, nu daarin zonder meer aansluiting is gezocht bij de klachten van moeder en stiefvader. Klaagster kan echter alleen klagen over schendingen van de Beroepscode die haarzelf betreffen. Het College blijft er bij dat de psycholoog zonder toestemming van klaagster heeft gerapporteerd en dat uit de rapportage niet blijkt wat de vraagstelling was en op welke gronden de conclusies in de rapportage steunen.
Het College van Beroep bevestigt en vernietigt deels de beslissing van het College van Toezicht en legt aan de psycholoog de maatregel van waarschuwing op.
Datum uitspraak CvB: 29-5-2015

Uitspraak 13/42 CvT
Klagers verwijten de psycholoog verregaande onzorgvuldigheid bij zijn onderzoek en rapportage als door het hof benoemde deskundige in een procedure met betrekking tot een omgangsregeling tussen klaagsters zoon en zijn vader. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog de opdracht had moeten teruggeven toen hij er niet in slaagde een afspraak met klaagster te maken en van haar visie kennis te nemen. Voorts heeft de psycholoog naar het oordeel van het College onzorgvuldig gehandeld door gebruik te maken van een bijna tien jaar oud rapport, door na te laten aan behoorlijke bronvermelding te doen en door ten onrechte gebruik te maken van zeven uur filmmateriaal van vader, waarvan klaagster niet op de hoogte was. Ook is de rapportage suggestief en bevooroordeeld ten nadele van klaagster. Het College is van oordeel dat de psycholoog heeft gehandeld in strijd met de volgende artikelen van de Beroepscode: III.2.1.1, III.2.1.4, III.2.2.7 en III.4.3.6. Klacht gegrond, berisping. Daarbij overweegt het College dat de ernst van de overtredingen van de Beroepscode en het feit dat de psycholoog geen enkel zelfinzicht heeft getoond, aanleiding zouden zijn geweest om hem, indien hij nog lid van het NIP was geweest, te schorsen in het lidmaatschap. Nu een schorsing in dit geval zonder gevolgen zou blijven, acht het College de maatregel van berisping passend.
Datum uitspraak CvT: 03-09-2014
Uitspraak is pendant van 14/24
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2014/14
De psycholoog komt in hoger beroep. Hij vindt onder andere dat het College van Toezicht de klachtonderdelen ten onrechte gezamenlijk heeft behandeld en heeft aangevuld. Voorts vindt hij dat het College van Toezicht een ongeoorloofde verruiming heeft gegeven aan artikel III.2.1.1 van de Beroepscode (2007).
Het College van Beroep oordeelt dat de psycholoog niet toelicht in welk opzicht hij nadeel zou hebben ondervonden van de gezamenlijke behandeling van bepaalde klachtonderdelen, en voegt hieraan toe dat het College van Toezicht op grond van artikel 2.1.8 van het Reglement voor het Toezicht de bevoegdheid heeft klachten ambtshalve aan te vullen. Het College van Beroep onderschrijft het oordeel van het College van Toezicht dat uit artikel III.2.1.1 van de Beroepscode volgt dat de psycholoog, nu hij geen kennis heeft kunnen nemen van de zienswijze van klaagster, geen rapport over haar had mogen opmaken. Het College van Beroep verenigt zich met het oordeel van het College van Toezicht dat de psycholoog in dit geval de opdracht had moeten teruggeven.
Het College van Beroep bevestigt de beslissing van het College van Toezicht.
Datum uitspraak CvB: 29-5-2015

Uitspraak 14/06 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij tijdens de therapie de rollen van behandelaar en cliënt heeft omgedraaid. Ook klaagt zij over het feit dat de psycholoog een brief aan haar huisarts heeft gestuurd, zonder dat zij van de inhoud op de hoogte was en zonder dat zij daarvoor toestemming had gegeven. Voorts verwijt klaagster de psycholoog dat zij ieder contact met haar vermijdt en nalaat duidelijkheid te geven over de ontstane situatie. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog is tekortgeschoten in het geven van informatie over de behandeling, waardoor het klaagster niet duidelijk was waarom zij voor de toegepaste therapievorm koos. Ook had de psycholoog gelet op klaagsters problematiek niet moeten doorgaan met eerstelijnsbehandeling. De psycholoog had de brief aan de huisarts niet mogen verzenden zonder klaagster voorafgaande inzage te bieden en haar toestemming te vragen. De psycholoog had voorts meer moeite moeten doen om de therapie goed af te ronden. Het College komt tot de conclusie dat de volgende artikelen van de Beroepscode zijn geschonden: III.2.1.1, III.3.2.4, III.3.2.5, III.3.2.14, III.3.2.16, III.3.2.18 en het tweede gedeelte van artikel III.2.1.2.
Klacht gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 03-09-2014
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2014/16
De psycholoog komt in hoger beroep. Het College van Beroep is van oordeel dat de grieven van de psycholoog falen. De beslissing van het College van Toezicht wordt bevestigd behoudens de opgelegde maatregel. Het College van Beroep is van oordeel dat de maatregel van berisping niet volstaat. Of de psycholoog handelde als therapeut of privépersoon was voor klaagster niet duidelijk. De psycholoog heeft ter zitting geen blijk gegeven van enige vorm van zelfinzicht. Zelfs de experimentele behandeling die jammerlijk heeft gefaald, blijft de psycholoog verdedigen zonder daarvoor enige wetenschappelijke onderbouwing te geven. Gelet op de ernst van deze zaak is het College van Beroep van oordeel dat een voorwaardelijke schorsing in het lidmaatschap voor de duur van drie maanden op zijn plaats is, met als bijzondere voorwaarde supervisie door een gecertificeerd supervisor.
Datum uitspraak CvB: 11-03-16

Uitspraak 13/73 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij nadat klaagster bij haar een selectie-assessment had doorlopen op onzorgvuldige wijze heeft gerapporteerd. Er is selectief gebruik gemaakt van bronnen, testgegevens zijn onjuist geïnterpreteerd en zij heeft niet wetenschappelijke argumenten aangevoerd. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft geoordeeld dat de rapportage vakinhoudelijk voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Echter onvoldoende inzichtelijk is op welke gronden de conclusies in het rapport nu precies steunen.
Artikel III.4.3.6 overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 03-09-2014

Uitspraak 13/72 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij zonder hem te informeren en zonder zijn toestemming zijn minderjarige dochter in behandeling heeft genomen. Ook klaagt klager over het feit dat de psycholoog zonder zijn medeweten en toestemming aan derden heeft gerapporteerd. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd en tevens verklaard dat zij naar aanleiding van deze zaak haar praktijkvoering heeft aangepast. Het College is van oordeel dat de psycholoog heeft gehandeld in strijd met de volgende artikelen van de Beroepscode:
artikel I.1.5.1 in samenhang met de artikelen III.3.2.3, 3.2.4 en 3.2.5; de artikelen III.3.2.14, III.3.2.16 en III.3.2.18.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 03-09-2014

Uitspraak 13/71 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij als gedragsdeskundige bij de Raad voor de Kinderbescherming een rapportage mede op heeft laten stellen die onjuist is en nadelige gevolgen heeft gehad voor klaagster en haar kind. De psycholoog heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid en heeft voorts gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft klaagster ontvankelijk verklaard in haar klacht. Voorts heeft het College geoordeeld dat verweerster onvoldoende haar professionele verantwoordelijkheid heeft genomen door niet te controleren of nagekomen informatie op haar eigen professionele vlak in de rapportage terecht was gekomen. Artikelen III.1.5.1 en III.1.5.2 overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 03-09-2014
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2014/17
Zowel de psycholoog als klaagster komt in hoger beroep. De psycholoog vindt onder andere dat het oordeel van het College van Toezicht dat de psycholoog een ‘professionele relatie’ is aangegaan met klaagster door haar adviserende inbreng in het MDO, onjuist is. Voorts vindt de psycholoog dat een onjuiste formulering door de raadsonderzoeker de psycholoog niet tuchtrechtelijk kan worden verweten. De psycholoog heeft haar advies tijdens het MDO duidelijk verwoord en mocht er, gelet op de ervaring van de raadsonderzoeker, op vertrouwen dat haar advies op juiste wijze in het eindrapport terecht zou komen. Het College van Beroep is met het College van Toezicht van oordeel dat klaagster in haar klacht ontvankelijk is omdat de psycholoog heeft gehandeld in haar bepalende rol van gedragsdeskundige. Verder is het College van Beroep, anders dan het College van Toezicht, van oordeel dat ook het eerste klachtonderdeel gegrond is. De vraag of hulpverlening noodzakelijk is, kan niet worden beantwoord zonder psychologisch onderzoek en zonder klaagster gezien te hebben.
Nu, naast het tweede en derde onderdeel van de klacht, in hoger beroep ook het eerste klachtonderdeel gegrond wordt verklaard, is de volgende beslissing uitgesproken. Het College van Beroep bevestigt en vernietigt deels de beslissing waarvan beroep en berispt de psycholoog.
Datum uitspraak CvB: 30-10-15

Uitspraak CvT 13/51
Klager, voormalig echtgenoot van cliënte, verwijt de psycholoog dat zij onvoldoende heeft opgemerkt dat cliënte zich wilde suïcideren en dat zij haar niet heeft begeleid in het gebruik van gewijzigde medicatie. Tenslotte heeft verweerster te ruim gedeclareerd. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft geoordeeld dat, gelet op het beroepsgeheim, niet kan worden beoordeeld of verweerster te weinig opmerkzaam is geweest en of zij cliënte ontoereikend heeft begeleid. Dat verweerster te ruim heeft gedeclareerd is niet vast komen te staan.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 03-09-2014

Uitspraak CvT 13/49
Klager verwijt de psycholoog dat zij in het kader van een juridische procedure betreffende de omgang met zijn dochter een rapportage heeft opgesteld die niet-objectief is. Voorts heeft klager geen gelegenheid gekregen de rapportage in te zien en was verweerster niet deskundig op dit vlak. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft geoordeeld dat verweerster een gekleurd rapport heeft geschreven, ten onrechte geen inzage heeft verleend in het rapport en dat zij evenmin voldoende deskundig was in deze ingewikkelde zaak te rapporteren. Artikelen III.3.2.16, III.2.1.4, III.4.3.2 en III.1.1.2 zijn geschonden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 03-09-2014

Uitspraak 14/25 CvT
Nadat de behandeling van een zelfde klacht eerder was gestaakt verwijt klaagster de psycholoog thans ten tweede male dat zij beledigende opmerkingen heeft gemaakt en bleef doorvragen over seksueel misbruik. Het College heeft de psycholoog niet om verweer gevraagd teneinde eerst de ontvankelijkheid te kunnen beoordelen. Het College is van oordeel dat klachten waarover reeds uitspraak is gedaan niet nogmaals in behandeling kunnen worden genomen, tenzij een bijzonder belang wordt gesteld. Klaagster heeft een dergelijk bijzonder belang niet naar voren gebracht.
Klaagster is niet-ontvankelijk verklaard.
Datum uitspraak CvT: 02-07-2014

Uitspraak 13/67 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij haar geen uitleg over het dossier heeft verschaft, dat zij klaagster onheus heeft bejegend en dat zij klaagster niet direct informatie heeft willen verstrekken over de klachtprocedure. Verweerster heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Zij heeft in haar contacten met klaagster zorgvuldig en procedureel juist gehandeld.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 02-07-2014

Uitspraak 13/65 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij overleg heeft gevoerd met zijn leidinggevende waarvan hij niet in kennis is gesteld. Het lijkt er op dat het rapport is toegeschreven naar de door de werkgever gewenste conclusie. Het vervaardigde rapport is ontluisterend voor klager. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat klager en de werkgever niet over dezelfde informatie beschikten met betrekking tot doel en opzet van de professionele relatie. Daarnaast is klaagster niet onafhankelijk en objectief opgetreden door alleen overleg te voeren met de werkgever. Artikelen III.3.2.6 en III.2.1.4 geschonden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 02-07-2014

Uitspraak 13/63 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij zich heeft laten misbruiken door zijn werkgever. Verweerster is in haar begeleiding en rapportage niet transparant en integer geweest. Daardoor heeft zij klager in een onmogelijke positie gebracht. De Psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College is van oordeel dat er geen overeenstemming bestond tussen opdrachtgever en cliënt over doel en opzet van de professionele relatie en de voorgenomen werkwijze. Daardoor was het handelen van verweerster niet transparant. Verweerster is niet onafhankelijk en objectief opgetreden. Artikelen III.3.2.6, III.2.2.4 en III.2.1.4 overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 02-07-2014

Uitspraak 13/11 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij een rapportage heeft opgesteld en verzonden aan BJZ die is opgesteld slechts op basis van informatie van haar familie. Bovendien heeft zij een afschrift van die brief zonder toestemming naar haar huisarts gestuurd. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College is van oordeel dat verweerster heeft nagelaten het bij haar opgekomen vermoeden van kindermishandeling te objectiveren. Bovendien heeft zij voorafgaand aan de melding geen gesprek met klaagster hierover gevoerd. Tenslotte had verweerster klaagster om gerichte toestemming moeten vragen voor rapportage aan de huisarts. Artikelen III.2.1.4, III.4.1.2, III.3.3.5 en III.3.2.16 overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 02-07-2014

Uitspraak 13/70 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij zonder zijn toestemming stukken uit zijn medisch dossier aan de zorgverzekeraar heeft gefaxt. De psycholoog heeft toegegeven dat zij er niet van uit had mogen gaan dat zij zonder uitdrukkelijke toestemming van klager informatie over hem aan de verzekeraar, een derde, had mogen zenden. Het College komt tot de conclusie dat artikel III.3.2.21 van de Beroepscode is geschonden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 18-06-2014 

Uitspraak 13/66 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij hem de indruk heeft gegeven een contract met de zorgverzekeraar te hebben, terwijl dat niet het geval was. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. De door de psycholoog gedetailleerd weergegeven gang van zaken is door klager niet weersproken. Het College gaat er daarom vanuit dat de lezing van de psycholoog juist is.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 18-06-2014

Uitspraak 13/46 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat deze de relatietherapie die zij met haar echtgenoot onderging niet zorgvuldig heeft uitgevoerd. Ook zou de psycholoog de therapie niet goed hebben afgerond en vertrouwelijke informatie onvoldoende hebben afgeschermd. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College komt tot de conclusie dat de psycholoog op het gebied van de communicatie onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld en heeft nagelaten de nodige distantie en objectiviteit in acht te nemen, en daarmee de artikelen III.1.1.2 en III.2.1.4 van de Beroepscode heeft overtreden. Met betrekking tot de beëindiging van de therapie heeft de psycholoog gehandeld in strijd met artikel III.1.2.1 en artikel III.2.1.2 van de Beroepscode. Ook heeft de psycholoog de eisen van vertrouwelijkheid geschonden en daarmee de artikelen III.3.3.2 en III.3.3.10 van de Beroepscode overtreden.
Klacht gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 18-06-2014

Uitspraak 14/02 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij door middel van haar boek de ex-partner van klaagster heeft opgestookt waardoor hij haar en de kinderen heeft gestalkt en geïntimideerd. De psycholoog maakt met de ex-partner en derden deel uit van een criminele organisatie. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de klacht niet-ontvankelijk is. Relevant beroepsmatig handelen ten opzichte van klaagster is niet vast komen te staan.
Klaagster niet-ontvankelijk verklaard.
Datum uitspraak CvT: 21-05-2014

Uitspraak 13/61 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij een verklaring over hem heeft opgesteld en deze heeft toegestuurd aan het AMK. Zij stelt klager hierin in een kwaad daglicht. Klager is geen cliënt van verweerster geweest. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog heeft nagelaten het vermoeden van kindermishandeling te objectiveren. Voorts is zij niet onafhankelijk en objectief opgetreden door slechts op informatie af te gaan van de ex-partner. De psycholoog had een gesprek met klager over de voorgenomen melding moeten voeren. Artikelen III.1.1.2, III.2.1.4, III.4.1.2 en III.3.3.5 overtreden.
Klacht gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 21-05-2014

Uitspraak 13/58 CvT
Klager heeft een selectie assessment ondergaan in het kader van een sollicitatie. Hij verwijt de psycholoog dat zij zich negatief en discriminerend over hem heeft uitgelaten. De onderzoeksdag werd getypeerd door desinteresse en bevooroordeeldheid. Het rapport bevat volgens klager tegenstrijdigheden. Ook heeft de psycholoog hem ten onrechte geen inzage in de stukken verleend. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat niet vastgesteld kan worden of de psycholoog klager heeft gediscrimineerd. Het rapport had in een aantal opzichten beter gekund. Zo had onder meer duidelijker gemotiveerd moeten worden waarom negatief is geadviseerd. Uit de rapportage blijken geen vooroordelen of tegenstrijdigheden. Over het geheel genomen is het rapport genuanceerd en zorgvuldig.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 21-05-2014   

Uitspraak 13/57 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij als gedragsdeskundige bij de RvdK er (mede) voor heeft gezorgd dat er een onjuist rapport tot stand kwam. Voorts was de psycholoog niet gekwalificeerd voor deze functie en had zij de zoon van klaagster persoonlijk moeten zien. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog bevoegd was als gedragsdeskundige in het MDO op te treden. Evenmin was zij verplicht de zoon persoonlijk te zien. Wel is in het rapport onvoldoende gemotiveerd waarom de zoon niet bij klaagster kon blijven wonen. De psycholoog heeft ten slotte te weinig dossier gevoerd. Artikelen III.4.3.6 en III.1.6.1. overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 21-05-2014
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2014/11
De psycholoog komt in hoger beroep. Zij kan zich onder andere niet vinden in de wijze waarop het College van Toezicht het onderzoek en de conclusies heeft getoetst. Het College van Beroep deelt het oordeel van het College van Toezicht dat de conclusies en adviezen onvoldoende worden gedragen door de bevindingen niet. Het rapport bevat zoveel feitelijke gegevens over de ontwikkeling van de relatie tussen vader, moeder en zoon alsmede de bevindingen van de school, dat niet gezegd kan worden dat de conclusies van het onderzoek niet worden gedragen door de bevindingen. Ook in de beantwoording van de onderzoeksvragen worden de conclusies naar het oordeel van het College van Beroep voldoende onderbouwd. Daarmee treffen de tweede en derde grief van de psycholoog grotendeels doel. Het oordeel van het College van Toezicht dat de psycholoog in strijd met de Beroepscode “geen enkel dossier” bijhoudt van hetgeen voorvalt in de “tientallen MDO’s waarbij zij als gedragskundige betrokken is“ deelt het College van Beroep niet. Niet alleen is daarover in eerste instantie niet geklaagd, zodat de partijen zich daarover in de schriftelijke procedure niet hebben kunnen uitlaten, maar voorts heeft de psycholoog zich ten aanzien van dit aspect ter zitting in eerste aanleg door gebrekkige voorbereiding hierover onvoldoende kunnen verweren.
Het College van Beroep verklaart de inleidende klacht alsnog ongegrond en vernietigt de beslissing van het College van Toezicht.
Datum uitspraak CvB: 06-03-15

Uitspraak 13/68 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat hij, terwijl zij een professionele relatie hadden, geleidelijk een andere persoonlijke wending aan die relatie heeft gegeven. Voorts heeft hij misbruik gemaakt van een zeer emotionele en moeilijke periode door de professionele relatie over te laten gaan in een persoonlijke intieme relatie en dat hij andere cliënten met naam en toenaam met haar besprak in het bijzijn van haar zoon. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat klaagster en verweerder een professionele relatie zijn aangegaan. Verweerder heeft zich schuldig heeft gemaakt aan rolvermenging. Hij is tekortgeschoten in zijn informatieplicht. Ter zitting heeft hij het seksueel contact met klaagster erkend. Voorts heeft hij erkend dat hij informatie over derden met klaagster heeft gedeeld. Daarmee heeft hij zijn beroepsgeheim geschonden. De artikelen III. 2.3.4, III.2.3.5, III.2.3.7, III.3.2.4 en III.3.3.1 zijn overtreden.
Klacht gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 16-04-2014

Uitspraak 13/52 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij onvoldoende inspanningen heeft geleverd om tot resultaat te komen in de behandeling van haar zoon. De psycholoog heeft de behandeling deels overgelaten aan een onervaren stagiaire. Bovendien heeft zij voor alle sessies hetzelfde tarief in rekening gebracht. Daarnaast is het dossier niet goed bijgehouden en klopt de conclusie dat klaagster overbezorgd is niet. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat niet geconcludeerd kan worden dat de psycholoog of haar stagiaire zich onvoldoende hebben ingezet. De gesprekken zijn steeds voor- en nabesproken en de stagiaire was wel degelijk ervaren. De aanpak van de behandeling behoort tot de beleidsvrijheid van de psycholoog. Terecht is dat het volledige uurtarief is gehanteerd. Dat het dossier niet goed is bijgehouden, kan niet worden vastgesteld. Dat een andere psycholoog tot een andere conclusie komt met betrekking tot eventuele problematiek bij de zoon wil niet zeggen dat deze psycholoog onjuist heeft gehandeld.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 16-04-2014

Uitspraak 13/29 CvT
Klaagster verwijt de verweerster dat zij een advies heeft gegeven maar dat later weer heeft teruggenomen, te snel een verzoeningsgesprek wilde arrangeren, haar heeft verweten dat zij spelletjes zat te spelen en jegens vader en de huisarts haar beroepsgeheim heeft geschonden. Verweerster heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College van Toezicht is van oordeel dat verweerster onvoldoende met klaagster heeft gecommuniceerd en samengewerkt. Zij heeft haar handelwijze te weinig afgestemd met klaagster, is ongevraagd tot diagnoses gekomen en heeft deze gedeeld met vader en de huisarts. Voorts had verweerster geen confronterende interventies uit moeten voeren.
Artikelen III.3.2.5, III.3.2.7, III.2.2.4, III.3.2.1, III.4.2.2. en III.3.3.16 overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 16-04-2014

Uitspraak 13/24 CvT
Klager verwijt de psycholoog, werkzaam als gedragsdeskundige bij de Raad voor de Kinderbescherming, dat er door de Raad een onjuist rapport is opgesteld. Contact tussen hem en zijn kinderen wordt hierdoor belemmerd. Bovendien heeft de psycholoog nagelaten het team op juiste wijze te adviseren, en had zij een gesprek tussen klager en de kinderen moeten organiseren. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat verweerster als lid van het MDO beroepsmatig heeft gehandeld en dat klager kan worden aangemerkt als betrokkene. Klager is dus ontvankelijk in zijn klacht. Inhoudelijk heeft het College geoordeeld dat verweerster als medeverantwoordelijke voor het rapport tot de conclusie is kunnen komen dat het onderzoek zorgvuldig is verlopen. Daarbij komt dat het College bij bestudering van de rapportage niet heeft kunnen constateren dat conclusies en adviezen niet worden gedragen door de bevindingen.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 16-04-2014
Hoger beroep ingesteld.

Uitspraak 13/21 CvT
Klager verwijt verweerder dat hij in het kader van forensische pro Justitiarapportage in zijn strafzaak hem heeft bedreigd en geïntimideerd en dat het door verweerder opgestelde rapport onjuist is. Voorts heeft klager geen nagesprek gekregen en had hij blokkeringsrecht en recht op een afschrift van de rapportage. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft geoordeeld dat het niet kan vaststellen of klager bedreigd is door verweerder nu de door klager gestelde feiten niet vast zijn komen te staan. Evenmin staan er onjuiste feiten in de rapportage. Klager heeft een nagesprek gekregen, had geen blokkeringsrecht en zijn advocaat beschikt over een afschrift van de rapportage.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 16-04-2014  
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2014/12
De klager komt in hoger beroep. Volgens klager heeft de psycholoog hem tijdens het onderzoek geïntimideerd en bedreigd, de door de psycholoog gerapporteerde feiten kloppen niet en uit nieuw onderzoek blijkt dat de diagnose van de psycholoog fout was en niet naar waarheid en beste inzicht is opgemaakt. De psycholoog heeft aangevoerd dat de klachten van klager door het College van Toezicht terecht ongegrond zijn verklaard.
Het College van Beroep overweegt allereerst dat de psycholoog in een aantal passages van zijn rapport een onduidelijke terminologie hanteert. Het feit dat twee jaar na het op 21 juni 2012 uitgebrachte rapport dat in deze procedure ter beoordeling staat, een rapport over klager is opgesteld waarin wordt geconcludeerd tot het bestaan van “onvoldoende kenmerken om tot een persoonlijkheidsstoornis te komen” brengt nog niet mee dat kan worden gezegd dat het rapport van de psycholoog niet naar waarheid of niet naar beste inzicht is opgemaakt. Het feit dat de door de psycholoog gebezigde terminologie op een aantal plaatsen de gewenste scherpte en precisie mist, maakt dit oordeel niet anders.
Het College van Beroep bevestigt de beslissing van het College van Toezicht.
Datum uitspraak CvB: 06-03-15

Uitspraak 13/60 CvT
Klager verwijt de psycholoog, die optrad als assessor in een rollenspel, dat hij klager had geïntimideerd bij het ophalen voor het rollenspel; dat de psycholoog als assessor plotseling van gedrag veranderde; dat de belofte om daarover iets in het rapport op te nemen niet gestand werd gedaan en dat de collega van de psycholoog in een telefoongesprek na afloop probeerde te achterhalen waarom hij een klacht wilde indienen en gretig adviseerde om het rapport te blokkeren. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College van Toezicht stelt vast dat niet is gebleken dat de psycholoog daadwerkelijk intimiderend is geweest. Een verandering van houding in een rollenspel is een gangbare werkwijze in een assessment en daarom niet verwijtbaar. Voorts is niet gebleken dat een belofte is gedaan iets in het rapport op te nemen. Voor het overige kan het College vanwege de verschillende lezingen van partijen de toedracht niet vaststellen.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 12-03-2014

Uitspraak 13/53 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat hij haar in antwoord op een verzoek om informatie niet eerlijk heeft geinformeerd. De klachtenbehandeling van de instelling van de psycholoog voldeed niet en dat wist hij. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College van Toezicht stelt vast dat niet is gebleken dat verweerder zich in zijn mail aan klaagster onjuist, misleidend of anderszins in strijd met de Beroepscode heeft uitgelaten.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 12-03-2014

Uitspraak 13/48 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij de opdracht verkeerd heeft aangepakt, dat zij heeft nagelaten een plan voor de begeleiding in het contactherstel van hem en zijn dochter te maken, dat zij in de gesprekken de verkeerde opstelling koos en dat zij de ouderverstoting jegens hem ontkend. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat de wijze waarop de psycholoog de opdracht invult, behoort tot de beleidsvrijheid van de psycholoog. Dat de psycholoog niet is toegekomen aan een plan is haar niet aan te rekenen. De psycholoog mocht het gedrag van klager begrenzen en is terecht niet getreden in de kwestie van de ouderverstoting.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 12-03-2014

Uitspraak 13/43 CvT
Klaagster stelt onder meer dat de psycholoog rapportage met daarin een professioneel oordeel zonder toestemming aan haar werkgever heeft verzonden. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College van Toezicht oordeelt dat klaagster, anders dan de psycholoog aanvoert, geen toestemming heeft gegeven voor verzending van de rapportage. Het feit dat klaagster er van op de hoogte is dat er op vastgestelde tijden zal worden gerapporteerd binnen het noodzakelijkheidsprincipe houdt geen gerichte toestemming als voorgeschreven in artikel III.3.2.14 in. Artikel III.3.2.14 overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 12-03-2014  

Uitspraak 13/35 CvT
Klaagster is niet tevreden met de inhoudelijke behandeling door de psychologe; de te late informatievoorziening over de betalingsvoorwaarden; de hoogte van de rekening en de manier van inning van de kosten en de verwijzing. De psychologe heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College van Toezicht stelt vast dat klaagster wel tijdig geinformeerd is; dat het in rekening gebrachte tarief niet onredelijk is; dat niet kan worden vastgesteld wat er in de therapie is besproken en of de verwijzing terecht was, nu partijen daarover van mening verschillen en dat wel snel een aanmaning is verzonden, maar dat een fout bij de overboeking, waardoor alles langer duurde, voor rekening komt van klaagster.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 12-03-14

Uitspraak 13/34 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder meer dat hij op verzoek van moeder een zeer eenzijdig rapport heeft opgesteld en dat hij buiten de opdracht is getreden. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat de psycholoog geen advies over de omgangsregeling had mogen geven omdat dergelijke advisering niet tot zijn opdracht behoorde en zijn advies geen steun vindt in ter zake dienend onderzoek. Daarnaast heeft de psycholoog in zijn rapportages niet de terughoudendheid betracht die van hem gevergd wordt.
Artikelen III.4.3.6 en III.3.3.16 overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 12-03-2014

Uitspraak 13/33 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij meerdere rollen door elkaar heeft laten lopen, zaken die voor hem van belang zijn niet in de relatietherapie heeft besproken, zijn ex-echtgenote om hulp heeft gevraagd bij het verweer op de klacht en haar beroepsgeheim heeft overtreden. Verweerster heeft de klacht gedeeltelijk erkend en voor het overige gemotiveerd verweer gevoerd. Het College van Toezicht is van oordeel dat verweerster in strijd heeft gehandeld met de van haar te eisen rolintegriteit. Zij was zowel de individuele therapeut als de relatietherapeut en heeft zakelijke en praktijkbelangen door elkaar gehaald. Klaagster is mede daardoor niet onafhankelijk en objectief blijven optreden. Haar beroepsgeheim heeft verweerster niet geschonden. Artikelen III.2.3.4 en III.2.1.4 zijn overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 12-03-2014

Uitspraak 13/31 CvT
Klager stelt dat de psychologe tijdens zijn ziekenhuisopname ten onrechte heeft gesuggereerd dat zijn klachten psychisch waren; dat zij had moeten zien dat hij heel vaak viel en dat dit voor haar aanleiding had moeten zijn ervoor te zorgen dat hem bepaalde medicijnen niet meer werden toegediend. Dat zij als onderdeel van het team verantwoordelijk is voor de onjuiste voorlichting over het medicijn. De psychologe heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College van Toezicht stelt vast dat de psychologe niet de hoofdbehandelaar was en dat zij slechts enkele ondersteunende gesprekken voerde op verzoek van klager. Niet is komen vast te staan dat de psychologe hem heeft misleid; de klachten had kunnen waarnemen of, als dat al zo was, een link had moeten leggen tussen die klachten en het medicijngebruik. Zij was geen medicus en de relatie tussen klachten en medicijngebruik is niet vastgesteld. Niet gebleken is dat onjuiste voorlichting is gegeven.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 12-03-2014
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2014/07
De kern van het beroep van klager betreft de vraag of er tussen de klager en de psycholoog sprake is geweest van en professionele relatie en in hoeverre de psycholoog als lid van het behandelteam verantwoordelijkheid droeg voor de behandeling. De klager stelt enerzijds dat er geen professionele relatie bestond en anderzijds dat de psycholoog medeverantwoordelijk was voor de behandeling. Gelet op de feitelijke gang van zaken is het College van Beroep, evenals het College van Toezicht, dat er wel degelijk een sprake was van een professionele relatie. Deze relatie heeft vorm gekregen in een zestal gesprekken dat de psycholoog met de klager heeft gevoerd. Bij het  aangaan van een professionele relatie heeft de psycholoog een informatieplicht. Hoewel de feiten op dit punt onduidelijk zijn gebleven is het College van Beroep van oordeel dat de klager voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de informatievoorziening als bedoeld in artikel III.3.2.5 grotendeels achterwege is gebleven. Met betrekking tot de medeverantwoordelijkheid van de psycholoog in het multidisciplinaire behandelteam is het College van Beroep van oordeel dat dit een beperkte verantwoordelijkheid betreft, nu de eindverantwoordelijkheid berust bij een hoofdbehandelaar. Dat neemt echter niet weg dat ook wanneer de psycholoog onderdeel vormt van een multidisciplinair team, de bepalingen van de Beroepscode onverkort van toepassing zijn op het handelen van de psycholoog. Gelet echter op de onduidelijkheid die is blijven bestaan met betrekking tot de totstandkoming van de gesprekken is het eindoordeel van het College van Beroep dat de verwijtbaarheid van het handelen van de psycholoog onvoldoende is voor het opleggen van een maatregel.
Datum uitspraak CvB: 04-12-2014

Uitspraak 13/13 CvT
Klaagster,  arbeidsongeschikt, werd op verzoek van haar verzekeringsmaatschappij, opnieuw gekeurd door de psycholoog. Zij verwijt de psycholoog dat zij een onvolledige rapportage heeft opgesteld, haar geen inzage- en correctierecht heeft laten uitoefenen en dat de psycholoog onvoldoende bekwaam was een dergelijke rapportage op te stellen. Verweerster heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College van Toezicht is van oordeel dat het rapport niet aan de daaraan te stellen vereisten voldoet. Klaagster heeft wel haar inzage- en correctierecht uit kunnen oefenen. Door het onderzoek uit te voeren heeft verweerster de grenzen van haar deskundigheid overschreden. Artikelen III.4.2.2, III.4.3.3, III.1.5.1 en III.1.5.3 zijn geschonden.Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 12-03-2014
Uitspraak is pendant van 13/69

Uitspraak 13/69 CvT
Klaagster, psycholoog, verwijt verweerster dat zij haar collegiaal appel heeft genegeerd, zij een rapportage heeft opgestuurd met een aantal fouten en dat zij klaagster aanvankelijk een verkeerd rapport heeft toegestuurd. Verweerster heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College van Toezicht is van oordeel dat verweerster in voldoende mate aan het collegiaal appèl heeft voldaan, dat het rapport niet aan de daaraan te stellen vereisten voldoet en dat zij niet het gevraagde rapport heeft toegestuurd. Artikelen III.4.2.2, III.4.3.3, III.1.5.1, III.4.3.2 en III.4.3.1 zijn overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 12-03-2014
Uitspraak is pendant van 13/13

Uitspraak 13/10 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat de onderzoeksvragen in het neuropsychologisch onderzoek niet zijn beantwoord, dat het weer hetzelfde onderzoek betrof, dat vertrouwelijke stukken naar de buren zijn gestuurd en dat zij heeft nagelaten het rapport aan de huisarts te sturen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog is tekortgeschoten in de informatieverstrekking. Bij de aanvang van het onderzoek ontstond al zoveel onduidelijkheid dat de basis voor een zorgvuldig onderzoek ontbrak. In het rapport ontbreekt een vraagstelling. Niet is na te gaan waardoor de foute bezorging is veroorzaakt. Dat de stukken niet aan de huisarts zijn verzonden is onder de vastgestelde omstandigheden geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Artikelen III.3.2.4 en III.3.2.5 zijn overtreden.
Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 12-03-2014

Uitspraak 13/54 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij heeft geprobeerd hem onder controle te brengen van zijn familie en heeft getracht zijn karakter te veranderen. Ook heeft zij gezegd dat hij last had van angsten. De psycholoog heeft misbruik van haar positie gemaakt door klager alles te laten vertellen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat de stellingen van klager tegenover het gemotiveerde verweer van de psycholoog niet vast zijn komen te staan.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 19-02-2014

Uitspraak 13/38 CvT
Klagers verwijten de psycholoog dat hij bij de uitvoering van het onderzoek geen rekening heeft gehouden met de beperkte belastbaarheid van klaagster veroorzaakt door ziekte. Voorts zijn er klachten wat betreft het verloop van het onderzoek, de wijze waarop de psycholoog het eindgesprek heeft gevoerd en wat betreft de rapportage. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat de psycholoog zich niet welwillend heeft opgesteld jegens klaagster, haar mee had moeten delen dat er een camera in de testruimte hing, en dat hij weinig begrip en respect heeft getoond voor de omstandigheden van klaagster. De artikelen III.1.1.2, III.3.2.5 en III.3.1.2 zijn overtreden.
Klacht (gedeeltelijk) gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 19-02-2014
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2014/08
De psycholoog en daarna ook de klagers komen in hoger beroep. De psycholoog vindt dat de uitspraak van het College van Toezicht ten dele berust op onjuistheden en inconsistente gevolgtrekkingen en daarmee het werk van expertise-psychologen ten principale onmogelijk maakt. De klagers verwijten het College van Toezicht geen uitspraak te hebben gedaan over het onrechtmatig opvragen van informatie. Het College van Beroep is van oordeel dat de werkwijze en conclusies van een psycholoog behoren tot het beroepsmatige handelen en dat de inhoud daarvan zich slechts leent voor een marginale toetsing. De psycholoog heeft zich in deze zaak voldoende welwillend opgesteld  en bovendien in voldoende mate toegelicht – en op welke gronden – hij heeft vastgesteld en kunnen vaststellen dat de tijdsduur geen invloed heeft gehad op de resultaten. Wat de toonzetting van het rapport betreft stelt het College van Beroep voorop dat het gebruik van vaktaal niet verwijtbaar is nu het een rapport betreft aan een arts. In zijn algemeenheid heeft de psycholoog op een zakelijk verantwoorde manier gerapporteerd over zijn bevindingen. Invoelbaar is dat kaagster zich heeft gestoord aan de wijze waarop de psycholoog zijn bevinding over “onderpresteren” heeft verwoord, maar dit leidt, gezien het bovenstaande, niet tot gegrondverklaring van haar klacht. Dat de psycholoog klaagster niet heeft meegedeeld dat en waarom er een camera in de testruimte hing leidt in de gegeven omstandigheden niet tot strijd met artikel III.3.2.5. Met betrekking tot het opvragen van informatie hebben klagers gelijk nu het daartoe bestemde instemmingsformulier voor het opvragen van informatie bij artsen niet door haar is ondertekend. Daar staat tegenover dat klaagster in een later stadium die toestemming wel heeft verleend, waardoor het aan de psycholoog te maken verwijt onvoldoende zwaar is voor het opleggen van een maatregel. Samengevat is het College van Beroep van oordeel dat de onvolkomenheden bij het onderzoek door het College van Toezicht te zwaar zijn gewogen en dat het  beroep van de psycholoog daarom grotendeels gegrond is. Het beroep van klagers slaagt met betrekking tot één grief, maar het College van Beroep acht dit onvoldoende om tot oplegging van een maatregel te besluiten. Een en ander leidt tot de beslissing dat de beslissing van het College van Toezicht moet worden vernietigd en dat geen maatregel zal worden opgelegd.
Datum uitspraak CvB: 19-12-2014

Uitspraak 13/27 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog, optredend als supervisor, dat zij niet kenbaar heeft gemaakt dat de behandelaar onder haar supervisie werkte, de diagnose niet aan haar is medegedeeld, dat er onduidelijkheid over haar behandeling bleef bestaan en dat zij geen eindgesprek met klaagster wenste te voeren. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College van Toezicht is van oordeel dat geen sprake is geweest van welingelichte instemming met de behandeling. De psycholoog was hiervoor als supervisor mede verantwoordelijk. Voorts heeft de psycholoog niet voorkomen dat bij de beëindiging van de behandelrelatie misverstanden konden ontstaan. Tevens had de psycholoog een eindgesprek aan moeten gaan. Al met al heeft de psycholoog te weinig de regie gevoerd. Artikelen III.1.5.3, III.2.2.1, III.3.2.4, III.3.2.5, III.2.1.2 en III.1.2.3 zijn overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 19-02-2014

Uitspraak 13/25 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij tot klaagster herleidbare vertrouwelijke gegevens op haar site heeft geplaatst, zij geen diagnose of behandelplan heeft opgesteld, te veel sessies heeft laten plaatsvinden en niet heeft gereageerd op haar mails. De psycholoog heeft de klacht gedeeltelijk erkend en voorts gemotiveerd verweer gevoerd. Het College van Toezicht is van oordeel dat de psycholoog haar beroepsgeheim in verregaande mate heeft geschonden, geen overeenstemming met klaagster over diagnose en behandelplan heeft bereikt en had behoren te reageren op de e-mails van klaagster. Artikelen III.3.3.1, III.2.3.2, III.2.3.4, III.4.3.7, III.2.1.2 en III.4.1.2 zijn overtreden.
Klacht gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 19-02-2014

Uitspraak 13/22 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij bij de behandeling van klager, moeder en de kinderen als systeem veel onduidelijkheid heeft gecreëerd zowel wat betreft het behandelplan als de financiële aspecten van de zaak. Daarnaast heeft de psycholoog rapportages opgesteld en die aan het AMK gestuurd zonder klager daarover in te lichten. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat de psycholoog zijn greep op de zaak is kwijtgeraakt. Onduidelijk was of sprake was van individuele dan wel relatietherapie en wie waarvoor zou betalen. De psycholoog heeft gerapporteerd aan het AMK zonder klager te berichten Daarbij komt dat de rapportage niet aan de daaraan te stellen vereisten voldoet. De psycholoog heeft geen blijk gegeven van zelfreflectie. Overtreding van de artikelen III.2.1.4, III.2.2.5, III.2.3.4, III.2.3.5, III.3.2.16 en III.4.3.6.
Klacht gegrond, voorwaardelijke schorsing.
Datum uitspraak CvT: 19-02-2014
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2014/09
De psycholoog en later ook de klager zijn in beroep gekomen .De psycholoog beklaagt zich primair over het handelen van de klager, waaronder het heimelijk opnemen van gesprekken. Het College van Beroep wijst erop dat het tuchtrecht is bedoeld om het handelen van psychologen te toetsen aan de Beroepscode en niet om klagers “de maat te nemen”. Het College van Beroep gaat er, gelet op de formuleringen in de stukken, van uit dat klager inderdaad de gewraakte geluidsopnamen heeft gemaakt. Hieruit volgt dat beoordeeld moet worden of de gedragingen van de psycholoog, ook zonder rekening te houden met de-  mogelijk manipulerende  – weergave van de gesprekken door klager, tot gegrondverklaring van de klacht kunnen leiden. Verder beklaagt de psycholoog zich erover dat het College van Toezicht niet heeft vermeld op basis van welke stukken en welke verklaringen ter zitting het tot de gegrondbevinding van enkele klachtonderdelen is gekomen. Hij acht het oordeel van het College van Toezicht niet naar behoren gemotiveerd en op één onderdeel onbegrijpelijk. Het College van Beroep ziet geen grond voor deze klachten en is, met het College van Beroep, van oordeel dat de psycholoog in deze zaak ernstige en basale fouten heeft gemaakt. Daarbij is van belang dat de psycholoog heeft verklaard te hebben gehandeld volgens zijn vaste werkwijze en niet het besef heeft getoond dat deze werkwijze niet strookt met de door het College van Toezicht aangehaalde artikelen van de Beroepscode. Het College van Beroep acht de opgelegde maatregel niet disproportioneel zwaar, maar in dit geval als proportioneel, passend en geboden.
Datum uitspraak CvB: 19-12-2014

Uitspraak 13/44 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij op verzoek van de advocaat van zijn ex-partner in brieven uitspraken over hem heeft gedaan terwijl zij hem nooit heeft gezien. Die uitspraken zijn gebruikt in de procedure over onder andere de omgangsregeling van hun dochter. Daarnaast heeft de psycholoog door contact op te nemen met de mediator vertraging in de mediationprocedure veroorzaakt. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat de brieven aan de advocaat zijn te kwalificeren als een rapportage over een ander dan de cliënt. Hierop is artikel III.3.3.16 van toepassing. De psycholoog heeft dit artikel geschonden. Tevens heeft zij zich niet gehouden aan de richtlijn van het NIP geen verklaringen af te geven waarmee een direct juridisch belang is gediend. Voorts is zij niet onafhankelijk en objectief opgetreden. Ook heeft zij rollen vermengd door in te grijpen in de mediationprocedure.
Overtreding van de artikelen III.3.3.16, III.2.1.4, III.2.3.4.
Klacht gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 22-01-2014

Uitspraak CvT 13/40
Klager, ex-gedetineerde, en de psycholoog zijn gehuwd geweest. Klager verwijt de psycholoog dat zij haar kennis, kwalificatie en positie als forensisch psycholoog heeft gebruikt om zijn veroordeling met vijf maanden te verlengen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat klager niet aannemelijk heeft gemaakt dat de psycholoog jegens hem anders dan in haar hoedanigheid van gewezen echtgenote heeft gehandeld. Klager voldoet niet aan de definitie van betrokkene bij het beroepsmatig handelen van de psycholoog.
Hij heeft dus geen belang bij de klacht.
Klacht niet-ontvankelijk verklaard.
Datum uitspraak CvT: 22-01-2014

Uitspraak 13/36 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij een offerte aan zijn werkgever heeft verstrekt waarin zijn opgenomen een probleemanalyse, een diagnose en een opsomming van klagers klachten.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat een offerte alleen de allernoodzakelijkste informatie dient te bevatten. De in deze zaak uitgebrachte offerte is te kwalificeren als een rapportage aan derden waarvoor toestemming van de cliënt noodzakelijk is. Klager heeft geen toestemming gegeven om aan zijn werkgever persoonlijke informatie, zoals een diagnose, te verstrekken. Ook heeft klager zijn inzage- en correctierecht niet kunnen uitoefenen. De artikelen III.3.2.14, III.3.2.16 en III.3.2.18 zijn overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 22-01-2014

Uitspraak 13/28 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat in het assessment onzorgvuldigheden hebben plaatsgevonden. Zo zijn beoordelingen uit het verleden niet in de beoordeling betrokken, is haar geen hertest aangeboden en is het rapport niet onderbouwd. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College overweegt dat de klacht ongegrond is. De kandidaten zijn uitvoerig voorgelicht, er is niet onzorgvuldig gekozen voor een capaciteitentest die de situatie op dit moment weergeeft en evenmin behoefde de psycholoog klaagster een herkansing aan te bieden. Het rapport is naar het oordeel van het College voldoende onderbouwd.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 22-01-2014

Uitspraak 13/23 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij als deskundige niet objectief is opgetreden en er sprake is geweest van rolvermenging. Voorts is het uitgebrachte rapport onjuist, zijn haar grenzen door de psycholoog niet gerespecteerd en was de psycholoog onvoldoende deskundig. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College van Toezicht is van oordeel dat verweerster buiten de vraagstelling is getreden, haar rapportage onvoldoende professioneel heeft onderbouwd en zich op een gebied heeft begeven waarvoor zij de deskundigheid mist. Artikelen III.4.3.7, III.2.1.4 en III.4.3.2 zijn overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 22-01-2014

Uitspraak 13/15 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de financiële voorwaarden waaronder de behandeling plaatsvond, er een foutieve DSM-codering is gebruikt en haar dossier zonder overleg is gesloten. De psycholoog heeft de klacht gedeeltelijk erkend en heeft voorts gemotiveerd verweer gevoerd. Het College van Toezicht is van oordeel dat de klacht gedeeltelijk gegrond is. Het ligt op de weg van de psycholoog te controleren of klaagster voldoende financiële informatie heeft ontvangen en of zij die heeft begrepen. Wat betreft de DSM-codering is niet duidelijk dat de verwarring door de psycholoog is ontstaan. De sluiting van het dossier had de psycholoog ondubbelzinnig aan klaagster moeten berichten. Artikelen III.2.2.5 en III.2.1.2 zijn overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 22-01-2014