Uitspraken 2013

Uitspraak 13/39 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij in aanwezigheid van zijn ex-vrouw een gesprek heeft gevoerd met zijn zoon zonder zijn toestemming. Voorts heeft zij bij moeder niet alsnog de naam van klager en zijn adresgegevens opgevraagd. Tenslotte heeft zij vragenlijsten aan moeder meegegeven die bestemd waren voor klager. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat verweerster aan beide ouders toestemming had moeten vragen voor de behandeling. De KNMG-richtlijn dubbele toestemming gezagdragende ouders van minderjarige kinderen is niet van toepassing op psychologen. Tevens had verweerster de adresgegevens van klager moeten opvragen en zelf de vragenlijsten aan hem moeten doorsturen. Nu was zij afhankelijk van de verstoorde communicatie tussen de ouders. Artikel I.1.5.1. is overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 11-12-2013

Uitspraak 13/32 CvT
Klager verwijt de psycholoog in verband met een over hem opgestelde pro Justitia rapportage dat de psycholoog dit rapport aan de Officier van Justitie heeft gezonden zonder klager in de gelegenheid te stellen van zijn correctierecht gebruik te maken. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat klager een verklaring heeft ondertekend waaruit volgt dat hem de gelegenheid is geboden tot inzage, aanvulling en correctie van het rapport. Tevens heeft klager toestemming gegeven het rapport uit te brengen. Onder deze omstandigheden stond het de psycholoog vrij het rapport over te leggen aan de Officier van Justitie.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 11-12-2013
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2014/03
De klager komt in hoger beroep. Hij vindt dat het College van Toezicht een beslissing heeft gegeven op een klacht die klager niet heeft ingediend en daarmee ten onrechte is voorbijgegaan aan de klacht dat de psycholoog heeft geweigerd zijn rapportage te wijzigen in de door hem gewenste zin. Het College van Toezicht heeft inderdaad de klacht verkeerd geïnterpreteerd. De klacht betrof niet het in de gelegenheid stellen tot correctie, maar de weigering van de psycholoog om de door klager gewenste weigering in zijn rapportage aan te passen, ook na inzending van de rapportage aan de Officier van Justitie. De klager beroept zich daarbij op artikel III.3.2.18. Deze grief faalt echter. Artikel III.3.2.18 kan uitsluitend toepassing vinden zolang het rapport nog in handen is van de psycholoog. Er is dus niet een – op de Beroepscode gebaseerd – eeuwigdurend correctierecht. Bovendien is de werking van dit artikel beperkt tot feiten. Correctie van de bevindingen van de psycholoog, waarop de klacht betrekking heeft, sluit het artikel uitdrukkelijk uit. Op de vraag of wettelijke of andere regelgeving al dan niet een “eeuwigdurend” correctierecht gaat het College van Beroep niet in. Het College van Beroep oordeelt alleen op klachten over gedragingen die al dan niet in strijd zijn met de Beroepscode en heeft niet de bevoegdheid om verder gaande uitspraken te doen. Ook deze grief heeft dus geen succes. De beslissing van het College van Toezicht wordt bevestigd.
Datum uitspraak CvB: 20-06-2014

Uitspraak 13/30 CvT
Klager, werkzaam op een middelbare school, is in het kader van zijn ziekteverzuim onderzocht door de psycholoog op verzoek van de verzekeringsarts. Klager verwijt de psycholoog onder meer dat hij geen verslag heeft gemaakt van het gesprek, een ziekmakende wijze van onderzoek hanteerde, het onderzoek voortijdig heeft gestaakt, en aan de verzekeringsarts een onderzoeksresultaat heeft gemeld zonder dat hij daar toestemming voor had gegeven. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de professionele relatie zich heeft beperkt tot het intakegesprek. Klager is nadien ziek geworden. Dat de psycholoog een ziekmakende wijze van onderzoek hanteerde staat niet vast. De psycholoog heeft juist gehandeld door de professionele relatie vervolgens niet langer voort te zetten. De brief aan de verzekeringsarts bevat geen onderzoeksresultaat.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 11-12-2013
Hoger beroep ingesteld.

Uitspraak CvB 2014/04
De klager komt in beroep.  Hij maakt bezwaar tegen een aantal aspecten van de behandeling van zijn klacht door het College van Toezicht. Bij deze grieven heeft klager echter geen belang omdat het College van Beroep zelfstandig moet beoordelen of de klachten, voor zover in beroep gehandhaafd, gegrond zijn. Het College van Toezicht is volgens klager ten onrechte uitgegaan van het vermoeden dat uit (alleen) een intakegesprek geen tuchtrechtelijk verwijtbare handeling kan ontstaan. Dit is onjuist. Van belang is hierbij bovendien dat de psycholoog geen deugdelijk gespreksverslag heeft gemaakt, hoewel dat was overeengekomen. Het College van Beroep stelt vast dat aan het intakegesprek diverse schriftelijke en telefonische contacten zijn voorafgegaan m.b.t. dit eerste gesprek. Klager mocht er dan ook van uitgaan dat van de intake een gespreksverslag zou worden opgemaakt. Blijkens de rapportage van het UWV is dat ook gebeurd, maar heeft de psycholoog het verslag vernietigd, omdat de klager niet met hem verder wilde. Tegen deze achtergrond acht het College van Beroep het verwijtbaar dat de psycholoog, na het gesprek van 3 januari 2013 en de heel kort daarop verzonden brief van 5 januari 2013 van klager, waarin hij onder meer verzocht om vernietiging van zijn dossier, direct op de dag van ontvangst van deze brief de professionele relatie met klager eenzijdig en met onmiddellijke ingang heeft beëindigd zonder daarover met klager eerst nog contact te hebben gehad. Dit is temeer het geval wanneer rekening wordt gehouden met klagers (aan de psycholoog bekende) gezondheidstoestand en zijn beperkte belastbaarheid. Bovendien had de psycholoog geen enkele reden om het toegezegde en ook gereed liggende verslag niet met zijn brief aan klager mee te sturen, maar in plaats daarvan, als onderdeel van het dossier, te vernietigen. Op dit punt krijgt de klager dan ook gelijk en wordt de uitspraak van het College van Toezicht vernietigd. De psycholoog krijgt alsnog een waarschuwing.
Datum uitspraak CvB: 19-09-2014

Uitspraak 13/26 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij haar beroepsgeheim heeft geschonden waardoor de politie hem is komen arresteren. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat klager zijn stelling tegenover het gemotiveerde verweer van de psycholoog onvoldoende heeft onderbouwd. De klacht wordt dan ook bij gebrek aan feitelijke grondslag ongegrond verklaard.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 11-12-2013

 Uitspraak 13/18 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder meer dat zij zonder zijn toestemming een professionele relatie is aangegaan met zijn minderjarige dochter en dat zij hem onvoldoende bij die professionele relatie heeft betrokken. Ook stelt klager dat de psycholoog bevooroordeeld jegens hem is en partij trekt voor moeder. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College komt tot de conclusie dat niet is komen vast te staan dat klager toestemming heeft gegeven voor de professionele relatie tussen de psycholoog en klagers dochter. Ook heeft het College geconstateerd dat de psycholoog zich ten opzichte van klager anders heeft opgesteld dan tegenover moeder. De handelwijze van de psycholoog is in strijd met artikel I.1.5.1, in samenhang met de artikelen III.3.2.3, 3.2.4, 3.2.5 en 3.2.6, en met artikel III.2.1.4 van de Beroepscode.
Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 13-11-2013

Uitspraak 13/17 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat hij een brief aan een instantie heeft opgesteld met daarin een onherkenbaar beeld van haar. Voorts fraudeert hij want hij stuurt nooit rekeningen en heeft hij doorgegeven aan de huisarts dat hij klaagster heeft verwezen naar een psychiater. Klaagster weet hier echter niets van. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat verweerder disproportioneel veel informatie over klaagster heeft verstrekt. Klaagster heeft daartoe geen gerichte toestemming verleend. Wat betreft de facturering heeft het College geoordeeld dat nu partijen hierover verschillende standpunten innemen de klacht niet gegrond kan worden bevonden bij gebrek aan feitelijke grondslag. Ook is niet vast komen te staan dat met klaagster niet is besproken dat een verwijzing naar de tweede lijn noodzakelijk was, nu uit een gespreksverslag blijkt dat dit wel het geval is geweest. Artikel III.3.2.21 is overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 13-11-2013
Hoger Beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2014/05
De klaagster komt in beroep en daarna ook de psycholoog. Klaagster stelt dat alle activiteiten van de psycholoog, alsmede zijn verweer berusten op onwaarheden en leugens en dat de opgelegde maatregel te licht is. De psycholoog is van mening dat het College van Toezicht ten onrechte heeft beslist dat hij met zijn brief aan de participatieconsulente artikel III.3.2.21 zou hebben overtreden en dat een maatregel dus niet gerechtvaardigd is. Allereerst stelt het College van Beroep vast dat klaagster haar grieven niet nader heeft onderbouwd dan bij het College van Toezicht. Zij geven het College van Beroep dan ook geen aanleiding tot een ander oordeel dan dat van het College van Toezicht. De psycholoog wijst erop dat hij  heeft gerapporteerd na een schriftelijk verzoek, vergezeld van een machtiging van klaagster. Naar het oordeel van het College van Beroep heeft de psycholoog echter, mede gelet op de beperkte vraagstelling, verwijtbaar gehandeld door over te gaan tot een uitgebreide uiteenzetting van de psychische problematiek van klaagster, inclusief  een beschrijving van har ziektebeeld in DSM-termen. Dat deze werkwijze bij deze psycholoog gebruikelijk is, neemt niet weg dat dit een veel te ruime interpretatie vormt van de verstrekte machtiging en het voorschrift van artikel III.3.2.21. Ter zitting van het College van Beroep heeft de psycholoog dit ook erkend en aangegeven dat hij zijn werkwijze in dit opzicht inmiddels heeft gewijzigd. Het College van Beroep is van oordeel dat onder deze omstandigheden kan worden volstaan met gegrondverklaring van de oorspronkelijke klacht zonder oplegging van een maatregel.
Datum uitspraak CvB: 03-10-2014

Uitspraak 13/12 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij zonder zijn toestemming een professionele relatie is aangegaan met zijn minderjarige kinderen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd en gesteld dat hij er op basis van een e-mailwisseling tussen klager en moeder vanuit ging dat klager instemde met de professionele relatie tussen verweerder en de kinderen. Het College komt tot de conclusie dat niet is komen vast te staan dat klager toestemming heeft gegeven voor de professionele relatie tussen de psycholoog en klagers kinderen. De handelwijze van de psycholoog is in strijd met artikel I.1.5.1, in samenhang met de artikelen III.3.2.3, 3.2.4, 3.2.5 en 3.2.6 van de Beroepscode.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 13-11-2013

Uitspraak 13/08 CvT
Klager heeft in een selectieprocedure een niveau controle test ondergaan. Hij verwijt de psycholoog dat hij heeft nagelaten de resultaten eerst met hem te bespreken alvorens ze naar de opdrachtgever te sturen. Voorts verwijt klager de psycholoog dat deze heeft geweigerd naderhand de testresultaten met hem te bespreken. Ook had de psycholoog volgens klager niet mogen weigeren hem een verificatietest te laten afnemen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat verweerder met de testfase, waarin het ging om een online test, afgenomen door een testassistente, waarbij de rapportage volledig elektronisch tot stand kwam, geen bemoeienis als psycholoog heeft gehad, zodat het inzagerecht niet van toepassing was. Wel had de psycholoog klagers vragen over de test en de scores moeten beantwoorden. Door dat te weigeren heeft de psycholoog artikel III.3.2.9 van de Beroepscode overtreden. Het College acht het begrijpelijk dat, hoewel de verificatietest kennelijk niet is bedoeld als een recht van de cliënt, klager uit de gebruikte formuleringen de indruk heeft gekregen dat hij de mogelijkheid had een verificatietest aan te vragen. Aangezien het bureau van de psycholoog gebruik maakt van het testinstrumentarium van de uitgever, is de psycholoog ook verantwoordelijk voor de informatie daarover aan de cliënt. Ten aanzien van de informatievoorziening is niet voldaan aan artikel III.3.2.4 van de Beroepscode.
Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 13-11-2013

Uitspraak 12/51 CvT
Klagers verwijten de psycholoog dat hij in het kader van een onderzoek naar het functioneren van hun zoontje op school zijn handelen te weinig met hen heeft afgestemd, de school niet heeft gewezen op hun rechten voortvloeiend uit de code, hen de uitslag van een test heeft doen toekomen zonder uitleg te geven, de werkrelatie met hen zonder meer heeft beëindigd waarbij hij zonder hun toestemming heeft gerapporteerd aan school, het dossier niet zorgvuldig heeft bijgehouden en geen inter- en supervisie heeft gezocht naar aanleiding van deze zaak. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat verweerder te weinig overleg met school en klagers heeft gevoerd over doel en opzet van de professionele relatie en de voorgenomen werkwijze. Daarnaast is verweerder te weinig in overleg getreden met klagers als de wettelijk vertegenwoordigers van hun zoontje, heeft hij te weinig gecommuniceerd over de (afwijkende) testuitslag, heeft hij aan klagers geen toestemming gevraagd voor de rapportage aan school en heeft hij geen overleg gepleegd over beëindiging van de professionele relatie. Ook heeft hij zijn dossier onvoldoende bijgehouden en neemt hij geen deel aan enige vorm van intercollegiaal overleg. De artikelen III.3.2.6, III.3.2.7, III.3.2.1, III.1.1.2, III.2.1.4, III.1.2.1, III.3.3.16, III.1.6.1 en III.4.1.2 zijn overtreden.
Klacht gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 13-11-2013

Uitspraak 13/09 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij er niet bij stil heeft gestaan dat informatie uit zijn coachingstraject door zijn werkgever tegen hem gebruikt zou kunnen worden. Klager heeft zijn traject daardoor achteraf beleefd als uiterst onveilig. Daarnaast was verweerster te amicaal in het contact met de werkgever en heeft professionele en commerciële rollen onvoldoende gescheiden.De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat niet vast is komen te staan dat verweerster de belangen van klager onvoldoende heeft gewaarborgd. Niet gebleken is daarnaast dat verweerster in haar beroepsmatig handelen niet onafhankelijk en niet objectief zou zijn opgetreden.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 16-10-2013

Uitspraak 13/04 CvT
In een procedure over de omgang tussen klaagsters zoon en zijn vader heeft de rechtbank bepaald dat de omgang diende te worden begeleid door de psycholoog. Klaagster verwijt de psycholoog dat zij haar onvoldoende heeft geïnformeerd. Ook klaagt zij over de door de psycholoog uitgebrachte rapportages. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd en zich onder meer beroepen op niet-ontvankelijkheid. Zij stelt zich op het standpunt dat zij geen behandelrelatie had met welke van de betrokken personen dan ook en dat zij niet in haar kwaliteit als psycholoog, maar als mediator heeft gehandeld. Het College acht klaagster ontvankelijk in haar klacht. De psycholoog heeft zich gepresenteerd als psycholoog en heeft bij de vervulling van de opdracht van de rechtbank haar kennis en vaardigheden als psycholoog ingebracht. Klaagster was betrokkene bij het beroepsmatig handelen van de psycholoog. Verweersters handelwijze is in strijd met de artikelen III. 3.2.4 en 3.2.5, III.3.2.9, III.3.3.16 en III.4.3.6 van de Beroepscode.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 16-10-2013

Uitspraak 13/02 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij in een e-mail aan de gezinsvoogd verstrekkende uitspraken over hem doet, die uitsluitend zijn gebaseerd op gesprekken met moeder en haar partner, en dat zij zonder de kinderen te hebben gesproken stelt dat zij het beeld vertonen van parental alienation. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat verweersters e-mail moet worden beschouwd als een rapportage in de zin van artikel I.1.2.15 van de Beroepscode en dat verweerster de in de Beroepscode opgenomen regels over het rapporteren over anderen dan de cliënt heeft overtreden.Verweersters handelwijze is in strijd met de artikelen III. 3.3.16 en III.2.1.4 van de Beroepscode.
Klacht gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 16-10-2013

Uitspraak 13/01 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij niet (tijdig) is ingegaan op zijn verzoek zijn dossier te vernietigen. Voorts heeft zij het gekopieerde dossier bij hem langs gebracht hetgeen hij als bedreigend heeft ervaren. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College overweegt dat verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Zij heeft binnen drie maanden het dossier doen vernietigen. Daarmee heeft zij voldaan aan artikel III.3.2.12 van de code. Evenmin valt haar te verwijten dat zij het dossier op klagers huisadres heeft afgegeven.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 16-10-2013

Uitspraak 12/39 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij het in zijn opdracht vervaardigde rapport te laat aan hem heeft toegestuurd waardoor hij het niet heeft kunnen gebruiken in zijn ontslagprocedure. Daarnaast ontbraken daarin een diagnose en behandelplan. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat het rapport niet te laat is verzonden nu klager niet duidelijk heeft gemeld welk gebruik hij van het rapport wilde maken en op welk moment hij het precies wilde ontvangen. Dat er geen duidelijke diagnose en behandelplan uit het onderzoek naar voren zijn gekomen kan verweerster evenmin worden verweten. Zij beschikte over tegenstrijdige informatie wat betreft klager en kon op grond daarvan geen eenduidig rapport schrijven.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 16-10-2013
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2014/02
Het hoger beroep is ingesteld door klager. Hij stelt dat het College van Toezicht ten onrechte heeft vastgesteld dat niet duidelijk was wanneer de klager aan de psycholoog had medegedeeld dat hij het rapport wilde gebruiken in een ontslagprocedure. Evenmin heeft hij daarbij aangegeven met het rapport geen haast te hebben. Door zonder deugdelijke grond het rapport niet binnen een korte termijn en tijdig toe te sturen heeft de psycholoog verwijtbar gehandeld.. Deze grieven slagen grotendeels. Op grond van de door klager verstrekte informatie had het de psycholoog duidelijk moeten zijn dat klager belang had bij een spoedige afronding van de rapporten. De levering van de  gevraagde second opinion van het neuronpsychologisch onderzoek is niet onaanvaardbaar laat geschied. De door de psycholoog te leveren psycho-diagnostische rapportage is echter, mede gelet op het voorzienbaar voor klager inmiddels gevraagde ontslag, wel te laat geschied. Op grond van de stukken is gebleken dat het (concept)-rapport  tenminste eerst tien dagen na de datering ter post is bezorgd. Bovendien waren op dat moment ruim zes weken verstreken na het laatste consult. Drie dagen na dat laatste consult heeft klager de psycholoog per e-mail verzocht nu op korte termijn de rapporten op te stellen. De klager is het ook niet eens met het College van Toezicht dat de onderzoeksopdracht niet duidelijk was. Ook deze grief slaagt. Het vaststellen van een duidelijke onderzoeksvraag is van groot belang voor de professionele relatie tussen de cliënt en de psycholoog en dient zo spoedig mogelijk te geschieden. Dat is hier niet gebeurd. De psycholoog heeft de opdracht echter wel aangenomen en is gestart met de uitvoering daarvan. Dat de lange duur mede aan klager valt te verwijten doet daaraan niet af. Het College van Beroep legt de psycholoog een waarschuwing op.
Datum uitspraak CvB: 20-06-2014

Uitspraak 13/03 CvT
Klagers verwijten de psycholoog dat zij aan hen kosten in rekening heeft gebracht voor een kort kennismakingsgesprek in het bijzijn van hun gehandicapte dochter. Dat is volgens klagers onjuist. Daarnaast is haar handelen discriminerend ten opzichte van de dochter. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat het niet verwijtbaar is dat verweerster klagers heeft verzocht samen met hun dochter naar het gesprek te komen. Op die manier was verweerster in staat zelfstandig een oordeel te vormen over de beperkingen van de dochter en heeft zij zich gehouden aan artikel III.4.3.2 van de code. Dat verweerster de kosten van het intakegesprek in rekening heeft gebracht is juist. Een eerste gesprek is onderdeel van de professionele relatie waarin de psycholoog beroepsmatig diensten verleend aan de cliënt. Die mag hij in rekening brengen ongeacht of de professionele relatie al dan niet wordt voortgezet.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 11-09-2013

Uitspraak 12/54 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij als gedragsdeskundige bij de Raad voor de Kinderbescherming heeft meegewerkt aan een rapport over klagers minderjarige zoon ten behoeve van de rechtbank en het hof, welk rapport volgens klager niet voldoet aan de in de Beroepscode gestelde eisen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Zij beroept zich allereerst op niet-ontvankelijkheid van klager, omdat zij maar een beperkte consultatieve rol had en omdat niet zij, maar de teamleider eindverantwoordelijk is. Het College concludeert dat de psycholoog op meerdere momenten betrokken is geweest bij het onderzoek en de rapportage, en de belangrijkste conclusies in het rapport heeft gefiatteerd. Er was sprake van beroepsmatig handelen van de psycholoog. Als lid van het multidisciplinaire team was zij medeverantwoordelijk voor de onderzoeksopzet, de conclusies en het advies. Klager is ontvankelijk in zijn klacht. Het College is van oordeel dat de rapportage niet voldoet aan de criteria die worden gehanteerd bij de marginale toetsing van psychologische rapportages. De psycholoog had de raadsonderzoeker en de teamleider moeten aanspreken op de kwaliteitseisen waaraan de rapportage diende te voldoen. De artikelen III. 4.3.6, III.1.5.1, III.1.5.2 en III.1.5.5 van de Beroepscode zijn overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 11-09-2013
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2013/11
De klager komt in hoger beroep. Daarna komt ook de psycholoog in beroep. De klager stelt dat het College van Toezicht ten onrechte heeft verzuimd een van zijn klachten te beoordelen en acht de opgelegde maatregel te licht. Naar de  mening van de psycholoog heeft het College van Toezicht ten onrechte een meer dan marginale toetsing toegepast op haar rapport en voetstoots aangenomen dat zij de overige teamleden niet heeft aangesproken op de kwaliteitseisen. Het College van Beroep is, gelet op de stukken en de ter zitting gegeven toelichting, van oordeel dat de grief van de klager geen doel treft. Het door klager noodzakelijk geachte aparte rapport was inhoudelijk reeds verwerkt in het eindrapport. Wel slaagt de grief van de psycholoog dat het College van Toezicht een meer dan marginale toetsing heeft gehanteerd bij het beoordelen van het rapport, maar tekent daarbij aan dat de psycholoog haar verantwoordelijkheid te mager heeft ingevuld. De artikelen III.1.5.1 en III.1.5.2. zijn onverminderd van toepassing bij een consultatieve rol van de psycholoog binnen een team. De psycholoog is zich daarvan onvoldoende bewust geweest.  De beslissing van het College van Toezicht wordt deels vernietigd, maar de opgelegde waarschuwing wordt gehandhaafd.
Datum uitspraak CvB: 03-10-2014

Uitspraak 12/53 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij moet betalen voor een intakegesprek waaruit is gebleken dat hij en verweerder geen klik met elkaar hadden. Bovendien had de psycholoog het gesprek slecht voorbereid door een rapport niet te lezen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat verweerder klager voldoende heeft voorgelicht over de kosten die aan het gesprek verbonden zouden zijn. De psycholoog mag kosten voor het intakegesprek in rekening brengen ongeacht of de cliënt besluit de professionele relatie voort te zetten. Tenslotte is het in dit geval niet onjuist geweest een rapport over klager niet te lezen. Verweerder heeft daarmee voorkomen dat hij klager direct met bepaalde achtergrondkennis zou observeren.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 11-09-2013

Uitspraak 12/46 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij heeft nagelaten het rapport over klaagsters minderjarige zoon eerst aan in concept aan haar voor te leggen, voordat ze het aan Bureau Jeugdzorg zond. Volgens klaagster heeft de psycholoog ten onrechte nagelaten door haar voorgestelde correcties in het rapport aan te brengen. Ook heeft klaagster bezwaar tegen de diagnose Stoornis van Asperger die de psycholoog m.b.t. haar zoon in het rapport heeft vermeld. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.Het College oordeelt dat de klachten met betrekking tot het inzagerecht en het correctierecht ongegrond zijn, omdat de psycholoog heeft aangetoond dat ze het rapport met klaagster heeft besproken voordat ze het aan de opdrachtgever heeft verstuurd, en dat zij de door klaagster aangedragen feitelijke onjuistheden heeft gecorrigeerd. Het College is van oordeel dat het rapport niet voldoet aan de criteria die worden gehanteerd bij de marginale toetsing van psychologische rapportages. In het rapport is niet op transparante wijze onderbouwd hoe de psycholoog tot de diagnose is gekomen. De artikelen III.4.3.5 en 4.3.6 van de Beroepscode zijn overtreden.
Klacht deels gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 11-09-2013
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2014/01
De psycholoog komt in hoger beroep. Naar de  mening van de psycholoog heeft het College van Toezicht ten onrechte geconcludeerd dat haar diagnose niet goed was onderbouwd en dat zij door de klaagster ingebrachte informatie onvermeld heeft gelaten. Bovendien heeft het College van Toezicht ten onrechte geoordeeld dat er in de rapportage sprake is van vooringenomenheid. Het College van Beroep is met het College van Toezicht van oordeel dat de diagnose Stoornis van Asperger onvoldoende is onderbouwd. Een differentiaaldiagnostiek ontbreekt in het rapport en ook de gebruikelijk (test) instrumenten ontbreken in de rapportage. Deze grief wordt daarom verworpen. Ook heeft de psycholoog nagelaten om hetero-anamnestisch onderzoek te doen. Dergelijk onderzoek kan, in tegenstelling tot de opvatting van de psycholoog, wel degelijk deel uitmaken van zulk onderzoek, ook bij jonge kinderen. Tenslotte is het College van Beroep van oordeel dat de conclusie dat de psycholoog door haar werkwijze de schijn van vooringenomenheid heeft gewekt door het College van Toezicht ontoereikend gemotiveerd. Deze grief slaagt. Samenvattend slaagt het hoger beroep op het punt van de verweten vooringenomenheid maar worden de overige grieven verworpen. De opgelegde waarschuwing blijft gehandhaafd.
Datum uitspraak CvB: 03-10-2014

Uitspraak 12/29 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij hem in het kader van een selectieprocedure onjuist heeft beoordeeld. Hij begrijpt niet waarom hij niet voldoende competent zou zijn voor de functie. Verweerder heeft zijn conclusies niet onderbouwd en het rapport doorgestuurd zonder toestemming van klager. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat niet vast is komen te staan dat het rapport is doorgestuurd aan de opdrachtgever. Het rapport voldoet voorts aan de daaraan te stellen eisen van vakkundigheid en zorgvuldigheid. Wel heeft verweerder klager onvoldoende gewezen op zijn recht op een persoonlijk gesprek met hem. Verweerder heeft daarmee artikel III.3.2.5 van de code onvoldoende nageleefd.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 11-09-2013

Uitspraak 12/21 CvT
Klagers verwijten de psycholoog dat zij bij de behandeling van hun volwassen dochter onvoldoende rekening heeft gehouden met hun belangen en hun dochter een instrument in handen heeft gegeven om hen als zondebok aan te wijzen. Hierdoor hebben klagers thans geen enkel contact meer met hun dochter en evenmin met de kleinkinderen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft geoordeeld dat verweerster door haar handelwijze professionele rollen heeft vermengd. Voor zover dit al aanvaardbaar was, heeft verweerster hierover onvoldoende duidelijkheid geschapen. Zij heeft de valse verwachting gewekt dat zij wellicht zou kunnen bemiddelen. Daarnaast heeft zij zich niet onafhankelijk en objectief opgesteld. Verweerster heeft onvoldoende professionele distantie in acht genomen. Artikelen III.2.3.4 en III.2.1.4 geschonden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 11-09-2013

Uitspraak 12/49 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat hij haar in opdracht van haar werkgever niet goed heeft begeleid in het kader van loopbaanadvies en zij wil het restantbedrag dat met de begeleiding was gemoeid dan ook terughebben van verweerder. Daardoor zal zij elders het traject kunnen vervolgen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat klaagster haar stellingen betreffende de onvoldoende begeleiding niet aannemelijk heeft kunnen maken. Nu de werkgever de opdrachtgever is van verweerder, kan klaagster evenmin aanspraak maken op een mogelijk restantbedrag.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 12-06-2013
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2013/07
De klaagster komt in hoger beroep. Zij verwijt het College van Toezicht dat het geen onderzoek heeft gedaan naar de vakbekwaamheid van de psycholoog. Tevens vindt zij dat de psycholoog onvoldoende inspanningen heeft verricht en heeft hij niet gerapporteerd. Zij handhaaft haar standpunt dat de psycholoog haar een restbedrag moet terugbetalen. Het College van Beroep stelt vast dat het niet tot de taak van de colleges behoort om de vakbekwaamheid van psychologen te beoordelen, maar slechts om te toetsen of het handelen van een psycholoog voldoet aan de beroepsethische eisen. Dat heeft het College van Toezicht gedaan en het College van Beroep is van oordeel dat in hoger beroep geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die maken dat dit oordeel onjuist is. Tussen partijen bestaat onenigheid of er al dan niet rapportages zijn ingezonden. Nu in ook in hoger beroep geen ondersteunend bewijs is aangevoerd is ook deze grief ongegrond. Ook de grief met betrekking tot het terugbetalen moet worden verworpen. De beslissing van het College van Toezicht over deze grief is correct. Het hoger beroep wordt afgewezen.
Datum uitspraak CvB: 09-05-2014

Uitspraak 12/47 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog, praktijkhouder, dat hij geen goede regie heeft gevoerd omtrent het vertrek van haar psycholoog uit de praktijk. Voorts heeft hij niet gereageerd op haar mail die aan hem was gericht. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft overwogen dat verweerder alleen kan worden aangesproken op zijn werkzaamheden als praktijkhouder. De gebruikelijke procedures bij vertrek uit de praktijk van een psycholoog zijn daarbij niet gevolgd. Ook heeft hij niet gereageerd op de mail van klaagster waardoor hij zich onbenaderbaar opstelde. Artikel III.1.1.2 geschonden.
Klacht gegrond, geen maatregel opgelegd.
Datum uitspraak CvT: 12-06-2013

Uitspraak 12/45 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij zonder zijn toestemming zijn dochter is gaan behandelen en dat zij alléén informatie heeft verkregen van zijn ex-echtgenote en niet van hem. De psycholoog heeft de klacht deels erkend en deels gemotiveerd betwist.Het College van Toezicht oordeelt dat klager eveneens om toestemming voor behandeling had moeten worden gevraagd. Voorts heeft de psycholoog er onvoldoende voor gewaakt dat zij onafhankelijk en objectief kon optreden in haar beroepsmatig handelen door alleen moeder te horen. De artikelen III.1.5.1, III.3.2.4, III.3.2.5 en III.2.1.4 zijn geschonden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 12-06-2013

Uitspraak 12/43 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij ondanks zijn beroep op het blokkeringsrecht de resultaten van zijn assessment heeft gedeeld met zijn werkgever. Ook is er op zijn vragen onvoldoende gereageerd. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College kan niet vaststellen of de resultaten van het assessment zijn medegedeeld aan de werkgever van klager, gelet op de verschillende standpunten van partijen op dit punt. Verweerder heeft zelf een evaluatiegesprek met klager gevoerd, zodat het tweede klachtonderdeel eveneens ongegrond is.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 12-06-2013

Uitspraak 12/42 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij zich in het kader van een neuropsychologisch onderzoek ten onrechte heeft beperkt tot het noemen van ongevallen uit een ver verleden als mogelijke oorzaak voor klagers klachten en dat hij heeft nagelaten in te gaan op de invloed van klagers recente burn-out klachten. Volgens klager heeft de rapportage van de psycholoog zijn werkgever in de kaart gespeeld. Ook heeft de psycholoog volgens klager zijn inzage- ,correctie – en blokkeringsrecht geschonden. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College oordeelt dat de psycholoog door de wijze waarop hij de mogelijke oorzaak van klagers klachten in de rapportage heeft verwoord, in strijd heeft gehandeld met artikel III.4.3.6 van de Beroepscode.Voorts heeft de psycholoog naar het oordeel van het College de artikelen III.3.2.5, III.3.2.16, III.3.2.18 en III.3.2.19 geschonden.Verweerders stelling dat aan klager in dit geval geen blokkeringsrecht toekwam wordt door het College verworpen.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 12-06-2013
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2013/10
Beide partijen hebben hoger  beroep aangetekend. De klager vindt dat de psycholoog ten onrechte is uitgegaan van een diagnose van zijn werkgever en geen eigen diagnose heeft gesteld. Bovendien had, naar hij stelt, de discussie over het blokkeringsrecht vermeld moeten worden in het rapport. De psycholoog stelt daartegenover wel degelijk eigen conclusies te hebben getrokken en deze voldoende te hebben genuanceerd. Zijn onderzoek betrof een deelonderzoek  waarvan de rapportage intern aan de psychiater is verstrekt. Daarom was er geen sprake van een inzage- correctie- of blokkeringsrecht. Het College van Beroep oordeelt dat het College van Toezicht juist heeft geoordeeld dat de psycholoog onvoldoende rekening heeft gehouden met de door klager verstrekte informatie. Bovendien zijn de formuleringen in zijn rapportage onvoldoende helder en bovendien onvolledig. Over de klacht over het niet in het rapport opnemen van de discussie inzake het blokkeringsrecht  kan het College van Beroep geen uitspraak doen, omdat deze klacht niet eerst bij het College van Toezicht is ingebracht. Het lijdt geen twijfel dat er sprake was van een blokkeringsrecht. Dit temeer omdat de psycholoog in zijn rapport heeft aangegeven dat de gedragsregels van het NIP – lees: de Beroepscode – van toepassing zijn en daarmee dus ook het blokkeringsrecht. Dat binnen de organisatie van de psycholoog anders wordt gehandeld vindt het College van Beroep onbegrijpelijk omdat het hanteren van de NIP-regels behoort tot de taak van de rapporterende psycholoog. Het blokkeringsrecht geldt alleen dan niet wanneer er sprake is van een wettelijke verplichting tot rapportage. Daarvan was in dit geval geen sprake. Daarmee worden alle grieven van de partijen verworpen en wordt de beslissing van het College van Toezicht bevestigd.
Datum uitspraak CvB: 09-05-2014

Uitspraak 12/41 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij een assessment rapport heeft uitgebracht waar zij zich niet in herkent. Ook is niet duidelijk op welke gronden bepaalde conclusies zijn getrokken. Voorts is klaagster geen mogelijkheid geboden tot nabespreking van het rapport. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College overweegt dat het feit dat klaagster zich niet in het rapport herkent, niet tot de conclusie kan leiden dat het rapport op onjuiste gronden tot stand is gekomen. De gronden zijn voldoende duidelijk en klaagster is zelf niet ingegaan op de mogelijkheid een nagesprek te hebben.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 12-06-2013

Uitspraak 12/26 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij zonder zijn toestemming zijn minderjarige dochter in behandeling heeft genomen en dat hij zonder zijn toestemming een rapport over de behandeling aan de huisarts heeft gestuurd. Ook is klager van mening dat de psycholoog partij heeft gekozen voor de moeder, omdat hij haar buiten de behandelcontacten met de dochter een consult heeft aangeboden. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College overweegt dat artikel I.1.5.1, in samenhang met de artikelen III.3.2.3, 3.2.4, 3.25 en 3.2.6 van de Beroepscode is overtreden, evenals de artikelen III.1.1.2, III.3.2.14 en III.2.1.4.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 12-06-2013

Uitspraak 12/38 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij zonder hem ooit te hebben gesproken uitspraken over hem heeft gedaan in een telefoongesprek met een medewerkster van het AMK. De psycholoog heeft erkend de door klager uit een verslag van deze medewerkster geciteerde uitspraken te hebben gedaan. Het College oordeelt dat de mededelingen van de psycholoog zijn te beschouwen als een rapportage in de zin van artikel I.1.2.15 van de Beroepscode. De psycholoog heeft gehandeld in strijd met artikel III.3.3.16.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 22-05-2013

Uitspraak 12/37 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij in het kader van een assessment aan hem de doelstelling van de dag niet heeft medegedeeld en hem heeft gezegd dat de woordenwisseling niet van invloed zou zijn op haar oordeel over hem terwijl dit aan het einde van de dag wel het geval bleek te zijn. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat beide klachtonderdelen gegrond zijn. De psycholoog heeft onvoldoende informatie over het assessment verstrekt. Daardoor heeft klager niet vrijelijk met het onderzoek kunnen instemmen. Indien sprake is van een incident zoals een woordenwisseling dient de psycholoog een collega bij het assessment in te schakelen dan wel zich terug te trekken teneinde een schijn van vooringenomenheid te vermijden. De artikelen III.3.2.4, III.3.2.5, III.2.1.4 en III.1.1.1 zijn overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 22-05-2013
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2013/09
De psycholoog komt in hoger beroep. Naar haar mening heeft het College van Toezicht ten onrechte vastgesteld dat zij klager onvoldoende heeft geïnformeerd en dat zij de schijn van vooringenomenheid heeft gewekt. Bovendien heeft het College van Toezicht niet correct gehandeld door haar niet in de gelegenheid te stellen haar verweer mondeling toe te lichten. Het College van Beroep is, gelet op de stukken en de ter zitting gegeven toelichting, van oordeel dat de psycholoog niet kan worden verweten klager onvoldoende te hebben geïnformeerd. Ook is het College van Beroep het eens met de psycholoog dat haar geen vooringenomenheid kan worden verweten. De woordenwisseling bij aanvang van de testdag betrof niet zozeer een verschil van mening, maar werd vooral veroorzaakt door verwarring over termen en te gebruiken testen. De psycholoog heeft naar aanleiding van dit incident voldoende adequaat gehandeld door het trachten te bewerkstelligen van de-escalatie en de werkrelatie – en daarmee het oordeel van de psycholoog aan het einde van de testdag – is daardoor niet in betekenende mate verstoord. De beslissing van het College van Toezicht wordt vernietigd.
Datum uitspraak CvB: 09-05-2014

Uitspraak 12/35 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zijn werkwijze onjuist is op grond waarvan het rapport betreffende haar kinderen tot stand is gekomen. De observatie tussen haar en haar kinderen is onjuist en er zijn ondoorzichtige methoden van onderzoek gebruikt. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oodeel dat de rapportage niet op de juiste gronden tot stand is gekomen. De gebruikte observatietechniek was in dit geval niet de juiste en verweerder heeft een door hem gebruikt stuk niet opgenomen in de lijst van geraadpleegde stukken. De artikelen III.4.2.2 en III.2.1.4 zijn geschonden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 22-05-2013

Uitspraak 12/28 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij een door het hof verstrekte opdracht tot forensische mediation onzorgvuldig heeft uitgevoerd, doordat een plan van aanpak ontbrak en het ter beschikking gestelde budget voortijdig was overschreden, doordat de psycholoog naliet de agenda m.b.t. de gespreksonderwerpen te bewaken. Ook klaagt klaagster over het feit dat de psycholoog zonder haar voorafgaande inzage te bieden een brief aan het hof heeft gestuurd. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog heeft gehandeld in strijd met de artikelen III.2.2.5,  III.3.2.4, 3.2.5, 3.2.7 en III.3.2.16.
Klacht deels gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 22-05-2013

Uitspraak 12/48 CvT
Klager maakt bezwaar tegen de uitkomsten van een psychologisch onderzoek dat de psycholoog ter beoordeling van klagers geschiktheid voor een cursus heeft uitgevoerd. Ook verwijt klager de psycholoog dat zij heeft geweigerd het rapport te herzien.De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Klager heeft daarop niet meer gereageerd. Het College verklaart de klacht ongegrond, aangezien de door klager gestelde feiten tegenover de betwisting door de psycholoog niet zijn komen vast te staan.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 17-04-2013

Uitspraak 12/31 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog die in het buitenland woont dat hij op verzoek van haar ex-partner een ongefundeerde verklaring heeft opgesteld over hemzelf en zijn omgang met de kinderen. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College is van oordeel dat klaagster ontvankelijk is in haar klacht. Nu sprake is van verenigingstuchtrecht is al dan niet in het buitenland wonen niet relevant. Klaagster heeft belang bij haar klacht voor zover zij optreedt namens haar kinderen. Er is gerapporteerd in strijd met artikel III.3.3.16 nu verweerder de kinderen niet heeft gezien en klaagster geen toestemming voor het uitbrengen van de rapportage heeft gevraagd. Artikel III.3.3.16 is overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 17-04-2013

Uitspraak 12/27 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat hij haar een onvolledige diagnose heeft medegedeeld en de toegepaste therapie niet heeft uitgelegd. Voorts heeft hij klaagster behandeld door massage en aanrakingen. Klaagster is daardoor blootgesteld aan negatieve ervaringen. Tenslotte heeft verweerder haar dossier niet aan haar nieuwe behandelaar willen verstrekken. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Het college is van oordeel dat er in het geheel geen diagnostiek is verricht en dat een behandelplan ontbrak. Voorts heeft verweerder de behandeling onvoldoende inhoudelijk beschreven. Daarnaast heeft hij nagelaten controle- en evaluatiemomenten in te bouwen, en heeft hij klaagster blootgesteld aan negatieve ervaringen, hij is niet in staat gebleken zich kritisch te bezinnen op zijn beroepsmatig handelen en heeft het dossier onvoldoende bijgehouden. De artikelen III.3.2.4, III.3.2.5, III.1.3.2, III.4.1.2, III.1.6.1. en III.1.2.2 zijn geschonden.
Klacht gegrond, voorwaardelijke schorsing met leertherapie.
Datum uitspraak CvT: 17-04-2013
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak CvB 2013/08
De psycholoog komt in hoger beroep. Zijn grieven houden in dat het College van Toezicht ten onrechte heeft vastgesteld dat hij geen aandacht heeft geschonken aan de diagnose DIS, dat de door hem gegeven toelichtingen onvoldoende duidelijk zijn overgekomen dan wel onjuist zijn geïnterpreteerd door het College van Toezicht  en tenslotte dat een aantal feiten onjuist is weergegeven. Het College van Beroep stelt vast dat het niet mogelijk is om de grieven van de psycholoog te beoordelen zonder kennis te kunnen nemen van het patiëntendossier en heeft de psycholoog daarom verzocht om (een kopie) daarvan over te leggen. De door de psycholoog ingezonden kopie bleek echter grotendeels onleesbaar, waarna de psycholoog is verzocht om het origineel, dan wel een leesbare kopie over te leggen. De psycholoog heeft aan dit verzoek niet voldaan of willen voldoen. Omdat door de psycholoog in zijn beroepschrift onvoldoende gronden zijn aangedragen die aanleiding kunnen geven tot een ander oordeel dan waartoe het College van Toezicht is gekomen, wordt het hoger beroep afgewezen.
Datum uitspraak CvB: 09-05-2014

Uitspraak 12/25 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat hij ten behoeve van een vriend (die haar ex-partner is) een verklaring heeft opgesteld waarin hij een oordeel uitspreekt over haar persoonlijkheid. Onder andere staat daarin opgenomen dat zij de wereld waarneemt via selectieve perceptie. Die verklaring is door haar ex ingediend bij de rechtbank. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Het College verklaart klaagster ontvankelijk in haar klacht aangezien verweerder beroepsmatig heeft gehandeld. Daarnaast wordt de klacht gegrond verklaard omdat verweerder de psychische integriteit van klaagster heeft geschonden en hij het vertrouwen in de psychologiebeoefening heeft geschaad. De artikelen III.3.1.2, III.1.1.1 en III.1.4.1. zijn geschonden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 17-04-2013

Uitspraak 12/04 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij, in het kader van een onderzoek in opdracht van zijn werkgever, negatieve verklaringen van zijn medewerkers over hem naar de opdrachtgever heeft gestuurd, zonder deze te verifiëren. Ook klaagt hij over het feit dat de psycholoog in haar rapport negatieve uitspraken over hem doet zonder hem ooit te hebben gesproken. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Het College is van oordeel dat de psycholoog, die wist dat klager op non-actief was gesteld, terughoudend had moeten zijn in haar formuleringen in het rapport. De artikelen III.2.3.4, III.3.2.6, III.3.3.16, III.4.3.2 en III.4.3.6 zijn overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 17-04-13

Uitspraak 12/22 CvT
Klagers verwijten de psycholoog dat zij zonder hun toestemming aan de Raad voor de Kinderbescherming heeft gerapporteerd. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd en zich beroepen op de artikelen III.3.3.4, 3.3.11 en 3.3.12 van de Beroepscode. Het College is van oordeel dat het beroep van de psycholoog op genoemde artikelen niet opgaat, nu er sprake was van een professionele relatie op vrijwillige basis. Aan klagers kwamen de cliëntrechten, zoals het recht op geheimhouding en toestemming in geval van rapportage aan derden, toe. De psycholoog heeft niet onderbouwd waarom zij van mening was dat in dit geval het doorbreken van de geheimhouding het enige en laatste middel was om direct gevaar voor personen te voorkomen.De psycholoog heeft gehandeld in strijd met de artikelen I.1.4.1, I.1.4.3, III.3.2.14, III.3.3.1, III.3.3.5 en III.3.3.12 van de Beroepscode.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 20-03-13
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak 2013/06 CvB
De psycholoog komt in hoger beroep. Zij vindt dat er geen sprake is geweest van een professionele werkrelatie en dat zij haar geheimhoudingsplicht niet heeft geschonden maar alleen als persoon naar waarheid de vragen van de Raad voor de Kinderbescherming heeft beantwoord omdat zij daartoe verplicht was. Op basis van de stukken verenigt het College van Beroep zich met het oordeel van het College van Toezicht dat, gelet op artikel I.1.2.3 van de Beroepscode, sprake is geweest van een, zij het korte, professionele relatie van de psycholoog met klagers en dat deze professionele relatie onzorgvuldig en niet volgens de gangbare regels is verlopen. Het College van Toezicht heeft zijn oordeel voorzien van een juist en afgewogen oordeel over de gedragingen van de psycholoog waarmee zij is tekortgeschoten in het naleven van de bepalingen van de Beroepscode. Deze overwegingen behelzen tevens een uitgebreide motivering met betrekking tot de onjuiste opvatting van de psycholoog inzake het doorbreken van de geheimhoudingsplicht. Ook daarmee verenigt het College van Beroep zich. De door de psycholoog opgeworpen grieven falen. Voor zover het College van Toezicht de hier besproken klachtonderdelen gegrond heeft verklaard, volgt het College van Beroep dat college dus geheel. Ook acht het College van Beroep het handelen van de psycholoog met betrekking tot de klachten zodanig klachtwaardig dat het opleggen van de maatregel van waarschuwing gerechtvaardigd is. Het hoger beroep wordt verworpen.
Datum uitspraak CvB: 07-02-14

Uitspraak 12/20 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij met zijn kinderen in gesprek is gegaan ondanks het feit dat hij geen toestemming gaf voor psychologisch onderzoek of behandeling van zijn kinderen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog zorgvuldig heeft gehandeld door, zodra zij merkte dat moeder de door haar gevraagde toestemmingsverklaring van klager niet bij zich had, de kinderen naar de wachtkamer te laten gaan en niet inhoudelijk met hen in gesprek te gaan. Wel heeft de psycholoog gehandeld in strijd met de artikelen III.1.1.2 en III.1.1.3 van de Beroepscode door, in tegenstelling tot de door haar bij klager gewekte indruk, niet bereikbaar te zijn op het door hem gebruikte e-mailadres.
Klacht gegrond, geen maatregel.
Datum uitspraak CvT: 20-03-13

Uitspraak 12/15 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij op onjuiste gronden een verkeerde diagnose heeft gesteld. Zij had die diagnose niet mogen doorsturen met de bedrijfsarts zonder de diagnose vooraf te bespreken met klaagster. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is (marginaal toetsend) van oordeel dat de psycholoog tot de gestelde diagnose is kunnen komen op basis van de door haar verzamelde gegevens. Dit klachtonderdeel is ongegrond. Wel had zij klaagster toestemming moeten vragen voor het doorsturen van haar bevindingen aan de bedrijfsarts. Er was geen sprake van een behandeling in teamverband.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 20-03-2013

Uitspraak 12/11 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog onder meer dat zij een door haar ingebracht rapport van een arts kindermishandeling niet heeft willen betrekken in haar pro justitia onderzoek. Zij heeft aan de zoon benoemd dat hij contact zou hebben met zijn vader waardoor nieuwe psychische schade bij hem is ontstaan en zij heeft geen neutrale en toetsende houding aangenomen. Ook heeft zij een onvolledig rapport uitgebracht. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog als onpartijdig deskundige niet verplicht was het rapport in haar onderzoek te betrekken. Niet vast is komen te staan dat de psycholoog met zoveel woorden heeft gezegd dat de zoon de vader zou gaan ontmoeten. De psycholoog heeft voldoende onafhankelijk gehandeld. Het door de psycholoog uitgebrachte verslag van het onderzoeksverloop kan niet worden gezien als rapportage. Aan klaagster kwam dan ook geen blokkeringsrecht toe.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 20-03-2013

Uitspraak 12/05 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog, werkzaam als gedragsdeskundige bij de Raad voor de Kinderbescherming, dat hij uitspraken heeft gedaan over haar dochter terwijl hij haar nooit heeft gezien met alle gevolgen van dien. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog niet zijn verantwoordelijkheid heeft genomen door degene die heeft gerapporteerd niet op haar werkwijze aan te spreken. De psycholoog heeft gehandeld in strijd met de artikelen III.1.5.1, III.1.5.2 en III.1.5.3. Er is sprake van een groter probleem wegens strijd tussen de ministeriële richtlijnen en de Beroepscode van het NIP.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 20-03-2013

Uitspraak 12/36 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij het in opdracht van zijn werkgever op zijn afdeling verrichte onderzoek onzorgvuldig en onprofessioneel heeft uitgevoerd. Volgens klager heeft de psycholoog haar conclusies uitsluitend gebaseerd op interviews met de andere medewerkers en hem geen gelegenheid tot wederhoor geboden. Klager stelt dat de uitkomsten van het  onderzoek van de psycholoog tot zijn ontslag hebben geleid. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog onzorgvuldig heeft gehandeld. Zij had meer tijd moeten inbouwen voor hoor en wederhoor en verificatie van de aan het adres van klager geuite beschuldigingen. Ook had zij klagers rechten met betrekking tot rapportage aan derden moeten respecteren. De psycholoog heeft gehandeld in strijd met de artikelen III.3.2.4, III.3.2.6, III.3.2.14, III.3.2.16, III.3.2.18 en III.3.2.19 van de Beroepscode.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 27-02-13

Uitspraak 12/30 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij ten onrechte drie consulten in rekening heeft gebracht. Het eerste consult was een intakegesprek, dergelijke gesprekken zijn volgens klager vrijblijvend en in de regel gratis. Het tweede consult was volgens klager tijdig afgezegd. Het derde gesprek is niet doorgegaan omdat de psycholoog volgens klager tegen hem had gezegd dat zij hem niet verder wilde behandelen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Klager had een formulier met samenwerkingsafspraken ondertekend. Het College is van oordeel dat het feit dat de psycholoog het intakegesprek in rekening heeft gebracht niet in strijd met de Beroepscode is, ook al had de formulering in het bewuste formulier duidelijker gekund. Het intakegesprek is onderdeel van de professionele relatie tussen de psycholoog en de cliënt. De diensten die de psycholoog in een intakegesprek aan de cliënt verleent mag hij in rekening brengen, ongeacht of de cliënt besluit de professionele relatie al dan niet voort te zetten. Het College acht het eerste klachtonderdeel, dat betrekking heeft op het in rekening brengen van het intakegesprek ongegrond. Voor wat betreft het tweede en derde klachtonderdeel, die betrekking hebben op het in rekening brengen van respectievelijk het tweede en derde consult, is klager niet-ontvankelijk in zijn klacht, omdat deze klachtonderdelen van civielrechtelijke aard zijn.
Klacht is deels ongegrond en deels is klager niet-ontvankelijk in zijn klacht.
Datum uitspraak CvT: 27-02-13

Uitspraak 12/23 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij zonder klagers toestemming een onderzoek heeft gedaan bij zijn minderjarige zoon en daarvan een verslag heeft gemaakt zonder hem dat toe te zenden. Tevens verwijt klager de psycholoog dat hij geen maatregelen heeft getroffen om te voorkomen dat een rapportage wordt gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze is opgesteld. Klager was belast met het ouderlijk gezag en er waren geen redenen om hem er niet bij te betrekken. Het verslag is door de ex-echtgenote van klager in een gerechtelijke procedure overgelegd. De in de verklaring, die is aan te merken als een rapportage, genoemde gronden kunnen voorts volgens klager niet de daaruit getrokken conclusie rechtvaardigen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de omissies in de verklaring, het niet toezenden van de verklaring aan klager en het inhoudelijke gebrek aan de verklaring de psycholoog die reeds vele jaren als eerstelijns psycholoog werkzaam is, ernstig te verwijten. Zijn verweer dat een uitgebreid(er) rapport niet geschreven kon worden, omdat de verzekeraar slechts op basis van productcodes een geringe vergoeding geeft voor een rapportage, snijdt geen hout. De psycholoog heeft gehandeld in strijd met de artikelen I.1.5.1, III.1.4.2, III.3.2.13 en III.4.3.6 van de Beroepscode.
Klacht gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 27-02-13

Uitspraak 12/18 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij zonder dat zij hem kent of ooit heeft gesproken een verslag aan de huisarts van zijn ex-echtgenote heeft gestuurd, waarin zij allerlei negatieve uitspraken over hem doet. Het verslag is door de ex-echtgenote van klager in een gerechtelijke procedure overgelegd. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog de negatieve passages over klager niet in het verslag had mogen opnemen. Door dat wel te doen heeft zij onzorgvuldig jegens klager gehandeld en de artikelen III.1.1.2, III.1.3.4 en III.3.3.16 van de Beroepscode overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 27-02-13

Uitspraak 12/09 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij geen inzage heeft gekregen in de factuur van het onderzoek dat de psycholoog uitvoerde. Klagers zoon is uit de ouderlijke macht gezet en woont al jaren in een pleeggezin. Het onderzoek vond plaats in het kader van de vraag waar de zoon het beste kon wonen. Er heeft geen huisbezoek bij klager thuis plaatsgevonden. Klager stelt voorts dat de onderzoeksopzet en het onderzoeksverslag tekortkomingen hebben. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog klager niet een kopie van de factuur van het onderzoek hoefde te geven. De psycholoog is vrij het onderzoek in te richten en uit te voeren op de wijze als hem goeddunkt met inachtneming van de professionele standaarden. Het onderzoeksrapport wordt slecht marginaal getoetst. Alle onderzoeksvragen zijn gemotiveerd beantwoord.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 27-02-13
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak 2013/05b CvB
De klager komt in beroep. Hij vindt dat hij wel recht heeft op inzage in het contract en de factuur. Het College van Beroep is het eens met het College van Toezicht. Het onderzoekscontract en de factuur maken geen onderdeel uit van het persoonsdossier en klager kan daarom  ook geen inzagerecht ontlenen aan de Beroepscode. Vervolgens is klager van mening dat ten onrechte geen huisbezoek heeft plaatsgevonden, terwijl dat een essentieel onderdeel van een onderzoek behoort te zijn. Ook op dit punt deelt het College van Beroep het oordeel van het College van Toezicht dat een huisbezoek een effectieve onderzoeksmethode kan zijn , maar zeker niet in alle gevallen is vereist .De psycholoog heeft op dit punt dan ook niet verwijtbaar gehandeld. Vervolgens stelt klager dat het onderzoeksrapport op een aantal punten de toets der kritiek niet kan doorstaan. Het College van Beroep is dat met klager eens. De marginale toetsing door het College van Toezicht is te beperkt uitgevoerd, waardoor een aantal onvolkomenheden niet is opgemerkt. Het College van Beroep is van oordeel dat de psycholoog onvoldoende heeft zorg gedragen voor een goede kwaliteit van haar beroepsmatig handelen en daardoor in strijd is gekomen met een aantal artikelen van de Beroepscode. Het College van Beroep verklaart de grieven van de klager deels gegrond en legt de psycholoog alsnog de maatregel van waarschuwing op.
Datum uitspraak CvB: 07-02-14

Uitspraak 11/55 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij geen inzage heeft gekregen in de factuur van het onderzoek dat de psycholoog uitvoerde. Klagers zoon is uit de ouderlijke macht gezet en woont al jaren in een pleeggezin. Het onderzoek vond plaats in het kader van de vraag waar de zoon het beste kon wonen. Er heeft geen huisbezoek bij klager thuis plaatsgevonden. Klager stelt voorts dat de onderzoeksopzet en het onderzoeksverslag tekortkomingen hebben. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog klager niet een kopie van de factuur van het onderzoek hoefde te geven. De psycholoog is vrij het onderzoek in te richten en uit te voeren op de wijze als hem goeddunkt met inachtneming van de professionele standaarden. Het onderzoeksrapport wordt slecht marginaal getoetst. Alle onderzoeksvragen zijn gemotiveerd beantwoord.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 27-02-13
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak 2013/05a CvB
De klager komt in beroep. Hij vindt dat hij wel recht heeft op inzage in het contract en de factuur. Het College van Beroep is het eens met het College van Toezicht. Het onderzoekscontract en de factuur maken geen onderdeel uit van het persoonsdossier en klager kan daarom  ook geen inzagerecht ontlenen aan de Beroepscode. Vervolgens is klager van mening dat ten onrechte geen huisbezoek heeft plaatsgevonden, terwijl dat een essentieel onderdeel van een onderzoek behoort te zijn. Ook op dit punt deelt het College van Beroep het oordeel van het College van Toezicht dat een huisbezoek een effectieve onderzoeksmethode kan zijn, maar zeker niet in alle gevallen is vereist. De psycholoog heeft op dit punt dan ook niet verwijtbaar gehandeld. Vervolgens stelt klager dat  het onderzoeksrapport op een aantal punten de toets der kritiek niet kan doorstaan. Het College van Beroep is dat met klager eens. De marginale toetsing door het College van Toezicht is te beperkt uitgevoerd, waardoor een aantal onvolkomenheden niet is opgemerkt. Het College van Beroep is van oordeel dat de psycholoog onvoldoende heeft zorg gedragen voor een goede kwaliteit van haar beroepsmatig handelen en daardoor in strijd is gekomen met een aantal artikelen van de Beroepscode. Het College van Beroep verklaart de grieven van de klager deels gegrond en legt de psycholoog alsnog de maatregel van waarschuwing op.
Datum uitspraak CvB: 07-02-14

Uitspraak 12/40 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat hij schadelijke uitspraken tegenover de verwijzer heeft gedaan over de manier waarop zij een cliënt behandelde. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog zorgvuldig heeft gehandeld. Hij kon uit klaagsters reactie op een e-mail van zijn kant opmaken dat zij niet tot een dialoog bereid was. Indien hij geen melding had gedaan bij de verwijzer zou de psycholoog naar het oordeel van het College zijn verantwoordelijkheid als psycholoog hebben verzaakt.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 30-01-13
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak 2013/04 CvB
De klaagster tekent hoger beroep aan. Zij formuleert daarvoor een viertal grieven. Klaagster bestrijdt  dat de psycholoog haar in de gelegenheid heeft gesteld om haar visie te geven, alvorens een melding te doen. De twee e-mails met een uitnodiging tot overleg die de psycholoog na overleg in zijn intervisiegroep stelt aan klaagster te hebben verzonden