Uitspraken 2012

Uitspraak 12/13
Klaagster verwijt de psycholoog dat hij door haar aan te raken en te masseren (seksueel) heeft misbruikt. Voorts heeft hij haar verzocht mee te gaan naar de kerk. Daarbij komt dat zij door de lange en verkeerde behandelwijze van de psycholoog veel tijd heeft verloren. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft geoordeeld dat het eerste klachtonderdeel, bij gebrek aan bewijs, ongegrond is. Evenmin is het klachtwaardig in de therapie te spreken over religieuze onderwerpen. Wel heeft de psycholoog klaagster gedurende vier jaar behandeld zonder zijn behandeling met haar te evalueren, heeft hij geen structuur in de behandeling aangebracht en heeft hij geen evidence-based behandeling toegepast.
Klacht gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 12-12-20

Uitspraak 12/02 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij zich niet onafhankelijk heeft opgesteld in een onderzoek betreffende de ouderschapsbeoordeling met betrekking tot klaagsters minderjarige dochter. Ook verwijt klaagster de psycholoog ondeskundigheid en incorrecte beantwoording van de onderzoeksvragen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.Het College komt op basis van marginale toetsing van het onderzoek en de rapportage tot de conclusie dat de klacht ongegrond is.
Datum uitspraak CvT: 12-12-12 

Uitspraak 12/01
Klager verwijt de psycholoog dat zij ongefundeerde en gekleurde adviezen met betrekking tot zijn dochter heeft gegeven. Daardoor is zij buiten haar onderzoeksopdracht getreden. Zij heeft een verkeerde GAF-score opgesteld, zij heeft het rapport alleen aan moeder verstrekt en zij heeft het verzoek om vernietiging van het rapport genegeerd. De psycholoog heeft de klacht gedeeltelijk erkend en voor het overige gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog buiten haar onderzoeksopdracht is getreden. Zij had zich dienen te realiseren dat zij haar objectiviteit diende te bewaren nu klager en zijn ex-echtgenote in echtscheiding lagen. De psycholoog had de rapportage ook aan klager ter beschikking behoren te stellen en had maatregelen moeten treffen om te voorkomen dat het rapport niet voor andere doeleinden werd gebruikt dan waarvoor het was bedoeld.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 12-12-2012 

Uitspraak 11/78 CvT
Klager, uitkeringsgerechtigde in de zin van de Wet Werk en Bijstand, heeft zich in het kader van een re-integratietraject gewend tot een re- integratiebureau. Klager verwijt de bij dat bureau werkzame  psycholoog onder meer dat hij zonder voorafgaande inzage en zonder zijn toestemming een rapport naar de gemeente heeft gestuurd. Ook klaagt klager over het feit dat hij geen inzage in zijn dossier heeft gekregen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat de psycholoog klager ten onrechte geen voorafgaande inzage heeft geboden. Ook acht het College het correctie- en blokkeringsrecht geschonden. Anders dan de psycholoog is het College van oordeel dat in dit geval geen sprake is van een situatie waarin de externe opdrachtgever op grond van een wettelijke regeling een bevoegdheid heeft om rapportage te eisen, zoals de uitzondering op het blokkeringsrecht in artikel III.3.2.19 wordt omschreven. De psycholoog was niet verplicht om te rapporteren. De psycholoog heeft gehandeld in strijd met de artikelen III.3.2.14, III.3.2.16 en III.3.2.18 van de Beroepscode.Daarnaast heeft de psycholoog artikel III.3.2.9 geschonden door niet te reageren op klagers verzoeken om inzage in en afschriften van stukken uit het dossier.
Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 12-12-12 

Uitspraak 11/76 CvT
Klager, uitkeringsgerechtigde in de zin van de Wet Werk en Bijstand, heeft deelgenomen aan een loopbaankansenonderzoek bij een re- integratiebureau. Klager verwijt de bij dat bureau werkzame  psycholoog die het onderzoek heeft uitgevoerd en daarvan een rapport heeft opgemaakt, dat hij hem intimiderend is tegemoet getreden en dat zijn manier van vragen stellen onjuist en onzorgvuldig was. Als aanvullende klacht heeft klager naar voren gebracht dat de psycholoog niet zonder zijn toestemming het gehele psychologische rapport in de klachtprocedure had mogen overleggen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 12-12-12 

Uitspraak 11/74 CvT
Klager, uitkeringsgerechtigde in de zin van de Wet Werk en Bijstand, is in het kader van een re-integratietraject verwezen naar een re- integratiebureau. Klager verwijt de bij dat bureau werkzame  psycholoog dat hij heeft besloten geen offerte uit te brengen voor begeleiding. Ook klaagt klager over de motivering van het besluit van de psycholoog in diens rapport aan de gemeente. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog heeft gehandeld in strijd met de artikelen III.3.2.16 (inzagerecht) en III.3.2.18 (correctierecht) van de Beroepscode door klager geen voorafgaande inzage in zijn rapportage aan de gemeente te bieden.
Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 12-12-12

Uitspraak 11/65 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zijn privacy is geschaad doordat het bureau van de psycholoog zijn contactgegevens door heeft gegeven aan een universiteit ten bate van onderzoek terwijl hij daartegen uitdrukkelijk bezwaar had gemaakt. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft overwogen dat de psycholoog zich weliswaar niet geheel heeft gehouden aan artikel III.3.3.14 van de Beroepscode maar dat dit niet zodanig ernstig is dat hem hiervan een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 12-12-2012 

Uitspraak 12/32 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij zonder zijn toestemming contact heeft gehad met Bureau Jeugdzorg en vertrouwelijke informatie over zijn dochter heeft verstrekt. Ook heeft klager bezwaren tegen het oordeel van de psycholoog over zijn dochter.De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd en zich beroepen op de niet ontvankelijkheid van klager, omdat zijn dochter ten tijde van het indienen van de klacht 16 jaar was. Het College oordeelt dat klager niet ontvankelijk is in zijn klacht. Het College overweegt dat klager er niet in is geslaagd om aan te tonen dat in dit geval een uitzondering aanwezig was op de hoofdregel van artikel I.1.5.1 van de Beroepscode, inhoudende dat een kind dat de leeftijd van 16 jaar heeft, de jaren des onderscheids heeft bereikt en zelf dient te bepalen of hij of zij een klacht wil indienen. Ook heeft klager niet aangetoond dat zijn dochter achter de door hem ingediende klacht staat en hij heeft evenmin aangegeven wat zijn eigen belang is bij de klacht.
Datum uitspraak CvT: 14-11-12 

Uitspraak 12/07 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij haar (meerderjarige) dochter de juiste zorg heeft onthouden, dat zij met de dochter een te persoonlijk contact is aangegaan, dat zij de familie van de dochter in kennis had moeten stellen van de suïcidepogingen, en de dochter in haar suïcidale gedachten heeft gestimuleerd onder andere door haar te verbieden haar nog langer mama te noemen.De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft geoordeeld dat de psycholoog de zwaarte van de pathologie van dochter niet heeft erkend, onvoldoende over haar eigen motieven heeft nagedacht en ten opzichte van de dochter onvoldoende afstand en professionele distantie heeft gehouden. Niet gegrond is bevonden dat zij de familie op de hoogte had moeten stellen van de zelfmoordpogingen van de dochter en haar in haar suïcidale gedachten heeft gestimuleerd.
Klacht gegrond, voorwaardelijke schorsing met leertherapie.
Datum uitspraak CvT: 14-11-2012 

Uitspraak 12/06 CvT
Klager is in behandeling geweest voor angstklachten. Hij klaagt over de therapie en de bejegening door de psycholoog. Klager heeft zijn stellingen dienaangaande, die door de psycholoog zijn ontkend, niet aannemelijk kunnen maken, zodat de betreffende klachtonderdelen ongegrond zijn. Wel is het College van oordeel dat de psycholoog niet zonder klagers medeweten en toestemming een verslag van de behandeling aan de huisarts had mogen sturen, hetgeen door de psycholoog is erkend. De artikelen III.3.2.14, III.3.2.16, III.3.2.18, III.3.2.19 en III.4.3.6 van de Beroepscode zijn overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 14-11-2012

Uitspraak 11/77 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat hij haar is gaan behandelen zonder dat zij wist waar zij aan toe was, dat hij een te omvangrijke test bij haar heeft afgenomen en dat hij haar niet heeft medegedeeld hoe duur een en ander zou zijn. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft geoordeeld dat geen sprake is geweest van informed consent, dat verweerder in dat kader evenmin uitleg over de gebruikte test heeft gegeven en dat verweerder niet aan zijn verplichting klaagster te informeren over de financiële voorwaarden heeft voldaan.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 14-11-2012

Uitspraak 11/62 CvT eindbeslissing
Na ontvangst van de tussenbeslissing heeft de psycholoog gemotiveerd verweer gevoerd en uitgelegd waarom zij niet eerder een verweerschrift had ingediend. Overtreding van artikel III.1.6.3 van de Beroepscode is naar het oordeel van het College niet aan de orde. Het College is van oordeel dat de problemen rond de ontevredenheid van klager met de rapportage zijn ontstaan doordat de psycholoog een te summiere intake had gedaan, namelijk een telefoongesprek en het door de ouders laten invullen van een formulier. Het College oordeelt dat de psycholoog in een persoonlijk gesprek met beide ouders had moeten verifiëren of de vraagstelling juist en volledig was. De artikelen III.3.2.5 en III.3.2.7 van de Beroepscode zijn overtreden. De klacht is gedeeltelijk gegrond.
Maatregel: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 14-11-12 

Uitspraak 11/62 CvT tussenbeslissing
Klager verwijt de psycholoog dat zij een rapport over klagers minderjarige zoon heeft opgesteld dat kwalitatief onder de maat is en dat zij niet ingaat op zijn verzoek om het rapport te herzien. Ondanks herhaalde verzoeken daartoe van de secretaris van het College heeft de psycholoog nagelaten een verweerschrift in te dienen. Het College draagt de psycholoog op om binnen drie weken na de verzending van de tussenbeslissing een verweerschrift in te dienen en te verklaren waarom zij haar medewerking aan de klachtprocedure tot nu toe heeft onthouden.
Datum uitspraak CvT: 21-03-12

Uitspraak 12/24 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij zonder zijn toestemming zijn dochter in behandeling heeft genomen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd en zich beroepen op de niet ontvankelijkheid van klager, omdat zijn dochter ten tijde van de behandeling 17 jaar was. Het College oordeelt dat klager niet ontvankelijk is in zijn klacht. Het College overweegt dat klager er niet in is geslaagd om aan te tonen dat in dit geval een uitzondering aanwezig was op de hoofdregel van artikel I.1.5.1 van de Beroepscode, inhoudende dat een kind dat de leeftijd van 16 jaar heeft, de jaren des onderscheids heeft bereikt en zelfstandig de in de beroepscode aan hem toegekende rechten mag uitoefenen.
Datum uitspraak CvT: 17-10-12 

Uitspraak 11/82 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij haar op een onjuiste en onzorgvuldige wijze heeft bejegend, tijdens het cursusonderdeel groepsdynamica in het kader van een opleiding tot trainer waaraan klaagster deelnam. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat de klacht gegrond is voor wat betreft de wijze waarop de psycholoog klaagster ten overstaan van de groep ‘voor het blok’ stelde om haar vertrouwen in de psycholoog uit te spreken. Ook het feit dat de psycholoog na klaagsters vertrek uit de groep het groepsproces rond het opstellen van een e-mail aan het opleidingsinstituut over de gebeurtenissen heeft begeleid acht het College onzorgvuldig. De psycholoog heeft zich weliswaar niet met de inhoud van de e-mail bemoeid, maar doordat de e-mail ging over het onderwerp ‘klaagster’ en over het conflict tussen klaagster en de psycholoog was het voor de groep lastig om hierin onpartijdig te blijven. De artikelen II.1.1.3, III.1.3.2 en III.3.2.1 van de Beroepscode zijn overtreden.
Klacht gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 17-10-12 

Uitspraak 11/79 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij niet op zijn e-mail heeft gereageerd waardoor hij na het intake-gesprek in psychische nood verkeerde en niet wist waar hij aan toe was. Bovendien heeft de psycholoog daarvoor vervolgens wel een rekening gestuurd. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd en aangeboden de rekening te crediteren. Het College heeft overwogen dat de psycholoog in strijd heeft gehandeld met de zorgvuldigheid door niet op de e-mail van klager te antwoorden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 17-10-2012 

Uitspraak 11/75 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij hem onjuist heeft voorgelicht over het karakter van een door hem met de psycholoog gevoerde gesprek en dat hij vanaf die datum met zijn partner in relatietherapie zou zijn. Voorts heeft de psycholoog hem er niet op gewezen dat hier kosten mee zouden zijn gemoeid. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog klager niet eerlijk en nauwgezet op de hoogte heeft gesteld van de financiële en andere voorwaarden waaronder hij zijn opdracht aanvaardt. Artikel III.3.2.5 geschonden.
Klacht gegrond, geen maatregel.
Datum uitspraak CvT: 17-10-12 

Uitspraak 11/68 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij zijn dochter zonder zijn toestemming in behandeling heeft genomen; dat hij tot twee maal toe verslag heeft uitgebracht aan de advocaat van moeder, waarin hij ongefundeerde uitspraken over hem en zijn nieuwe vrouw heeft gedaan, en dat hij rollen heeft vermengd, door zowel de moeder als de dochter in behandeling te nemen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog toestemming had moeten vragen aan klager voorafgaand aan het in behandeling nemen van diens minderjarige dochter, waarover klager het ouderlijk gezag had. Er was geen sprake van een noodsituatie op grond waarvan het geoorloofd zou kunnen zijn geweest geen toestemming te vragen. Ook had de psycholoog niet zonder toestemming verslag mogen uitbrengen aan de advocaat van de moeder van klagers dochter, terwijl hij wist dat klager en zijn ex-vrouw in een conflict waren over de omgangsregeling, over klagers dochter en hij had daarin geen uitlatingen mogen doen over klager en zijn nieuwe vrouw, zonder hem daarin te kennen. De psycholoog heeft in de behandeling van klagers dochter de therapeutische waarheid van de moeder zonder nader onderzoek tot feitelijke waarheid gemaakt. Het College overweegt dat de psycholoog in strijd heeft gehandeld met de artikelen III.3.2.14, III.3.2.16, III. 3.2.21, III.3.3.16 en III.2.3.4 van de Beroepscode.
Klacht gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 17-10-2012

Uitspraak 11/66 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat hij in slaap is gevallen tijdens haar consult. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Hoewel verweerder later betwistte dat hij daadwerkelijk in slaap is gevallen en minder alert is geweest, is er naar het oordeel van het College plaats voor gerede twijfel aan de juistheid van deze stellingname van verweerder. Het College is van oordeel dat de psycholoog niet tijdig genoeg heeft onderkend dat zijn beroepsmatig handelen negatief beïnvloed werd als gevolg van persoonlijke, psychische of fysieke problemen, althans dat hij niet tijdig advies en ondersteuning heeft gezocht om de problemen te voorkomen, waardoor er sprake is geweest van schending van artikel III.4.3.8 van de Beroepscode van het NIP. Het College acht het niet nodig een maatregel op te leggen, omdat de psycholoog direct maatregelen heeft genomen om herhaling te voorkomen.
Klacht gegrond, geen maatregel.
Datum uitspraak CvT: 17-10-2012 

Uitspraak 11/63 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd, dat zij een onjuiste inschatting heeft gemaakt betreffende de mogelijkheid aangifte van misbruik te doen en dat zij haar niet heeft begrepen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft geoordeeld dat niet vast is komen te staan dat een onjuiste behandeling is uitgevoerd. Evenmin is gebleken dat de psycholoog klaagster tot het doen van een voortijdige aangifte heeft bewogen. Tenslotte kan het verschil in perceptie niet aan de psycholoog worden verweten.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 17-10-2012

Uitspraak 11/56 CvT
Klager is door de verzekeringsarts van het UWV bij de psycholoog aangemeld voor trajectbegeleiding. De opdracht aan de psycholoog hield in de mogelijkheid tot werkhervatting te beoordelen en, indien mogelijk, klager daarbij te begeleiden. Klager verwijt de psycholoog dat hij zonder zijn medeweten en toestemming een verslag aan de verzekeringsarts heeft gestuurd. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd en onder meer gesteld dat in dit geval aan klager geen blokkeringsrecht toekomt.Het College ziet geen reden waarom ter zake van dit verslag zou moeten worden afgeweken van de hoofdregel m.b.t. het blokkeringsrecht, nu er voor de psycholoog geen verplichting bestond om te rapporteren. De artikelen III.3.2.16 en III.3.2.19 van de Beroepscode zijn overtreden.
Klacht gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 17-10-12

Uitspraak 12/12 CvT
Klager klaagt over het feit dat de psycholoog heeft nagelaten om het verslag van het onderzoek van klagers zoon aan hem te sturen en over het feit dat zij niet of nauwelijks is ingegaan op zijn pogingen om contact met haar op te nemen. Pas een jaar na het onderzoek en nadat hij een klacht had ingediend heeft klager het verslag ontvangen. Het College is van oordeel dat de psycholoog de artikelen III.1.1.2, III.1.1.3 en III.1.2.1 van de Beroepscode heeft overtreden.
Klacht gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 19-09-12 

Uitspraak 12/08 CvT
Klager klaagt over het feit dat de psycholoog in een afsluitbericht aan de huisarts met betrekking tot zijn partner, negatieve uitspraken doet over hem zonder dat zij hem ooit heeft gesproken. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog de bewuste passage niet in het afsluitbericht had mogen opnemen. Artikel III.3.3.16 van de Beroepscode is overtreden. Klacht gegrond. Geen maatregel opgelegd, omdat de psycholoog haar fout heeft erkend, excuses heeft aangeboden en heeft getracht haar fout te herstellen. Ook was de psycholoog nog in opleiding en heeft zij gehandeld in overleg met en na toestemming van haar werkbegeleider.
Datum uitspraak CvT: 19-09-12 
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak 2012/14 CvB
De klager gaat in beroep met drie grieven.  Twee daarvan zijn reeds door het College van Toezicht gegrond verklaard en behoeven dus geen bespreking. In zijn derde grief stelt klager dat de psycholoog een berisping verdient en dat zij aan zijn partner een brief moet sturen waarin zij hem vrijwaart van de bewering dat hij zijn partner lichamelijk en geestelijk misbruikt. Het College van Beroep komt, alles afwegende, niet tot een ander oordeel dan het College van Toezicht, noch met betrekking tot de feiten, noch met betrekking tot de opgelegde maatregel.  De psycholoog heeft klager reeds een excuusbrief gezonden waaruit zonder meer blijkt dat zij zelf niets weet over misdragingen van klager. Het College van Beroep tilt daarnaast zwaar aan het feit dat de psycholoog steeds heeft gehandeld in overleg met en met instemming van haar werkbegeleider die eindverantwoordelijk was voor het handelen van de psycholoog in opleiding. Het hoger beroep wordt verworpen en de beslissing van het College van Toezicht wordt bevestigd.
Datum uitspraak CvB: 05-04-2013

Uitspraak 11/73 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat hij aan zijn cliënt en haar ex-partner heeft doorgegeven dat zij zich door hem bedreigd voelde en dat hij hem heeft afgeraden de huissleutel aan haar af te geven. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft geoordeeld dat de psycholoog juist heeft gehandeld door klaagster direct mede te delen dat hij verplicht was om alles wat zij hem vertelde te bespreken met zijn cliënt. Dat hij zijn cliënt heeft afgeraden de sleutel af te geven is niet gebleken.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 19-09-12 

Uitspraak 11/70 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat deze op verzoek van klagers werkgever een onderzoek is gestart naar de problemen binnen het orgaan waarvan klager voorzitter was, zonder dat klager op de hoogte was van de exacte onderzoeksvraag. De klacht houdt tevens onder meer in dat klager geen conceptverslag van het onderzoek heeft ontvangen en geen gebruik heeft kunnen maken van het inzage-, correctie- en blokkeringsrecht. Ook is hem door de psycholoog geen afschift van het definitieve rapport verstrekt. Het rapport is door klagers werkgever gebruikt in een ontslagprocedure jegens hem. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog een aantal essentiële codeartikelen heeft overtreden, waaronder de artikelen III.3.2.4, 3.2.5, 3.2.6, 3.2.14, 3.2.16, 3.2.18 en 3.2.19.
Klacht gegrond: berisping.
Datum uitspraak CvT: 19-09-12 
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak 2012/13 CvB
Zowel de klager als de psycholoog gaan in beroep met een aantal grieven die elkaar deels overlappen.  Het oordeel van het College van Beroep over de klacht wordt door het College van Beroep grotendeels bevestigd. De opgelegde maatregel vindt de klager echter te licht en de psycholoog vindt deze te zwaar, gelet op het feit dat  naar zijn mening een ruim aantal klachtonderdelen ongegrond zijn en het feit dat hij in 30 jaar tijd nooit eerder in een tuchtprocedure is betrokken. Het College van Beroep oordeelt hierover dat een substantieel gedeelte van de klachtonderdelen wel geheel of gedeeltelijk gegrond is. Juist van een psycholoog met een zo lange ervaring mag bij een opdracht als deze worden verwacht dat hij bekend is met de elementaire bepalingen van de Beroepscode en deze ook toepast. In deze zaak heeft de psycholoog daarvan geen blijk gegeven, integendeel. Er is hier sprake geweest van een opeenstapeling van ernstige fouten. Op deze grond oordeelt het College van Beroep dat een zwaardere maatregel behoort te worden opgelegd dan het College van Toezicht heeft gedaan.  Het College van Beroep acht de maatregel van tijdelijke schorsing passend en geboden.
Datum uitspraak CvB: 30-08-13 

Uitspraak 11/60 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij ernstig is te kort geschoten in de wijze waarop hij de relatietherapie tussen klager en zijn toenmalige echtgenote heeft uitgevoerd. De klacht houdt onder meer in dat de psycholoog, hoewel hij wist dat klagers echtgenote van plan was te scheiden, dit niet aan klager heeft verteld en hem in de waan heeft gelaten dat nog werd gewerkt aan herstel van de relatie. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog op het moment dat klagers echtgenote hem meedeelde dat zij wilde scheiden, de therapie had moeten stoppen. Door de individuele sessies met klager voort te zetten steunde de psycholoog klager in zijn irreële verwachting dat nog werd gewerkt aan herstel van de relatie. De codeartikelen III.2.1.2 en III.2.2.4 zijn overtreden.
Klacht gedeeltelijk gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 19-09-12 
Hoger beroep ingesteld.

Uitspraak 11/43 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder meer dat zij vertrouwelijke informatie heeft doorgegeven en haar geheimhoudingsplicht heeft geschonden. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat er tussen partijen geen professionele relatie tot stand is gekomen. De psycholoog heeft er goed aangedaan geen professionele relatie te beginnen aangezien er tussen partijen alleen misverstanden ontstonden. De Psycholoog heeft een verslag van de moeilijkheden in de communicatie aan de opdrachtgever mogen sturen nu daarin de opdracht slechts gemotiveerd wordt teruggegeven en geen sprake is van rapportage.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 19-09-2012 

Uitspraak 10/49 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij partijdig onderzoek heeft (laten) doen naar de vraag bij welke ouder de hoofdverblijfplaats van dochter moet worden vastgesteld. Klaagster kan niet begrijpen dat de psycholoog zonder haar te hebben gesproken het verblijf van dochter bij vader heeft gehandhaafd. Klaagster is het oneens met het uitgebrachte rapport en de psycholoog heeft haar bovendien haar blokkeringsrecht ontnomen. Zij is als ouder buiten spel gezet. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat het rapport niet voldoet aan de vijf standaardcriteria die daaraan in het tuchtrecht worden gesteld. Zo kon de gehanteerde methode van onderzoek bijvoorbeeld niet tot beantwoording van de vraagstelling leiden. Dat de psycholoog niet objectief aan het onderzoek zou zijn begonnen, is niet komen vast te staan. Wel is het blokkeringsrecht geschonden.
Klacht (deels) gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 19-09-2012 
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak 2013 /01 CvB
Beide partijen komen in hoger beroep. De klaagster handhaaft al haar ongegrond verklaarde klachtonderdelen. Het College van Beroep stelt echter vast dat zij daarvoor geen dan wel onvoldoende argumenten heeft aangevoerd om tot een ander oordeel dan het College van Toezicht te komen en verwerpt het hoger beroep van klaagster. Het College van Beroep is het ook eens met het oordeel van het College van Toezicht dat de psycholoog heeft gerapporteerd over een derde zonder haar vermoedens feitelijk te onderbouwen door deze vooraf te toetsen en dat zij bovendien klaagster onvoldoende in de gelegenheid heeft gesteld om kennis te nemen van haar rapportage en daarop te reageren. Of zij, zoals het College van Toezicht stelt, klaagster het blokkeringsrecht heeft ontnomen moet echter in het midden blijven nu de stellingen van de partijen inzake het informeren over het blokkeringsrecht lijnrecht tegenover elkaar staan. Het College van Beroep is het ook niet eens met het College van Toezicht dat het onderzoek van de psycholoog niet voldoet aan de daarvoor geldende standaardcriteria. Het College van Beroep is het eens met de door de psycholoog in de stukken en ter zitting gegeven uitleg waarom zij bewust en afgewogen heeft besloten om in dit geval geen observatie te verrichten en niet door de COTAN getoetste testen te hanteren. De gegrond verklaarde klachtonderdelen van de psycholoog leiden er echter niet toe dat, gelet op de overige normschendingen, de opgelegde maatregel van waarschuwing dient te worden opgeheven. Het hoger beroep van klaagster wordt geheel en het hoger beroep van de psycholoog wordt gedeeltelijk verworpen.
Datum uitspraak CvB: 15-11-2013

Uitspraak 11/81 CvT
Klager verwijt de psycholoog onder meer dat hij geen respect heeft getoond voor hem en de moeder van zijn zoon. Hij heeft geen inzage gegeven in het kinddossier en is een gesprek aangegaan met de ouders zonder dat de zoon erbij aanwezig was. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft geoordeeld dat de stellingen van klager, gelet op het gemotiveerde verweer van de psycholoog, onvoldoende vast zijn komen te staan.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 18-07-12 
Hoger beroep ingesteld.

Uitspraak 11/61 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij op verzoek van de advocaat van moeder ongefundeerde uitspraken over hem als vader en als persoon heeft gedaan en artikel III.3.3.16 van de Beroepscode heeft geschonden. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog alle in voormeld artikel genoemde regels heeft overtreden. De psycholoog is niet objectief en onafhankelijk opgetreden in haar beroepsmatig handelen. Zij heeft de therapeutische waarheid van moeder tot feitelijke waarheid gemaakt. De psycholoog heeft voorts de richtlijn van het NIP overtreden om geen verklaringen te verstrekken indien daarmee een direct juridisch belang is gemoeid.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 18-07-12 

Uitspraak 11/44 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij zonder zijn medeweten en toestemming vertrouwelijke informatie afkomstig uit de relatietherapie die hij en zijn echtgenote bij de psycholoog ondergingen aan het AMK heeft verstrekt. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat de psycholoog alle belangen afwegend in dit geval mocht komen tot het doorbreken van haar geheimhoudingsplicht. Zij had echter wel toestemming aan klager moeten vragen alvorens te rapporteren. Ook had zij klager direct een afschrift van het rapport moeten verstrekken. Artikelen III.3.3.5, III.3.3.6, III.3.2.14, III.3.2.16 en III.4.3.6 van de Beroepscode overtreden.
Klacht gedeeltelijk gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 18-07-12 
Hoger beroep ingesteld.

Uitspraak 10/51 na terugverwijzing CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij haar te lang, acht jaar, op dezelfde manier heeft ‘geholpen’ zonder dat daar een behandelplan aan ten grondslag lag. Klaagster heeft pas een dossier van verweerster ontvangen nadat zij een eerdere klachtprocedure tegen haar was begonnen. Uit dat dossier heeft klaagster begrepen dat er geen diagnose is gesteld en dat de therapie zich heeft beperkt tot ‘een luisterend oor en egoversterking’. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat de bij de therapie gevolgde procedure en toegepaste methode niet aan de professionele standaard voldeden. De volgende artikelen van de Beroepscode zijn overtreden: III.2.1.1, III.2.1.2, III.3.2.4 en 3.2.5, III.3.2.7 en III.4.2.2.
Klacht gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 18-07-12 

Uitspraak 11/71 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij in het kader van een opgelegd ouderschapsonderzoek een rapport heeft opgesteld waarin hij wordt afgeschilderd als een monster. De psycholoog heeft klager echter nooit gezien. Hij heeft alles dat moeder heeft verklaard voor waar aangenomen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de door de psycholoog opgestelde rapportage op geen enkele wijze voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Voorts heeft de psycholoog de vereisten genoemd in artikel III.3.3.16 van de Beroepscode geschonden. Daarnaast mist de psycholoog de specifieke deskundigheid nodig voor deze zaak en voorts inzicht in de verwijtbaarheid van zijn handelen.
Klacht gegrond, berisping.
Datum uitspraak CvT: 13-06-12 

Uitspraak 11/67 CvT
Klager verwijt de psycholoog met name dat zij een rapportage heeft opgesteld die ertoe heeft geleid dat de moeder van zijn zoontje hem het recht op omgang verder heeft ontzegd. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft overwogen dat de rapportage niet voldoet aan de daaraan te stellen vereisten, dat de psycholoog zich niet heeft gehouden aan artikel III.3.3.16 van de code en dat zij haar objectiviteit heeft verloren door zich in het kamp van moeder te laten trekken.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 13-06-12 

Uitspraak 11/50 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij een onjuist schooladvies m.b.t. de schoolkeuze van klagers dochter heeft gegeven. Tevens stelt klager dat de psycholoog de testresultaten eerst met hem had moeten bespreken alvorens ze aan de school kenbaar te maken. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat de klacht ongegrond is, met uitzondering van het onderdeel dat betrekking heeft op de bespreking van de testresultaten. Het College overweegt dat de psycholoog zich ten aanzien van de gehanteerde procedure ten onrechte heeft gebaseerd op de Kernprocedure. Verweerder had de Beroepscode moeten volgen en de resultaten eerst met de ouders als wettelijk vertegenwoordigers moeten bespreken. Het College wijst voorts op het slot van artikel I.1.5.1 van de Beroepscode dat luidt:“Vanaf de leeftijd van 12 jaar wordt de cliënt, ongeacht de aanspraken van zijn wettelijk vertegenwoordiger(s), zoveel mogelijk bij de uitoefening van zijn rechten betrokken.”  Verweerder heeft de volgende codeartikelen overtreden: III.3.2.16, in samenhang met artikel I.1.5.1. Klacht gegrond, geen maatregel, omdat verweerder structurele maatregelen heeft genomen om te vorkomen dat hijzelf en collega’s in de toekomst dezelfde overtreding van de Beroepscode zouden begaan.
Datum uitspraak CvT: 13-06-12 

Uitspraak 11/48 CvT
Klaagster, een bedrijf, verwijt de psycholoog dat hij t.b.v. een werknemer van klaagster, met wie een arbeidsrechtelijke procedure speelt, een verklaring heeft opgesteld, waarin hij onjuiste, denigrerende en grievende uitlatingen doet over het bedrijf en de arbeidsomstandigheden aldaar. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat de klacht gegrond is. Het College overweegt onder meer dat de psycholoog in zijn verklaring belastende uitspraken over klaagster doet, zonder de bron van die uitspraken aan te geven en zonder de beweringen van zijn cliënt te verifiëren. Verweerder heeft zich schuldig gemaakt aan ongeoorloofde rolvermenging en heeft nagelaten de vereiste objectiviteit en professionele distantie in acht te nemen. Verweerder heeft de volgende codeartikelen overtreden: III.2.1.4, III.2.3.4, III.3.3.16 en III.4.3.6.
Klacht gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 13-06-12 

Uitspraak 11/58 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij als forensisch deskundige in een gerechtelijke procedure tussen klaagster en haar (ex-) echtgenoot partijdig is geweest ten opzichte van laatstgenoemde. Ook stelt klaagster dat de psycholoog in haar rapport een oordeel over klaagster zoon heeft opgenomen zonder dat zij hem had gesproken. Voorts zou de psycholoog volgens klaagster zonder haar toestemming informatie over haar aan de gezinsvoogd hebben verstrekt. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College verwerpt het beroep van de psycholoog op niet-ontvankelijkheid, omdat zij niet als psycholoog zou hebben gehandeld. Het College wijst op het feit dat de psycholoog zich op het voorblad van haar rapport als psycholoog heeft geafficheerd en op het feit dat zij een psychologische uitspraak in het rapport doet. Het College oordeelt dat de klacht ongegrond is. De beweerde partijdigheid is niet komen vast te staan. Ook heeft de psycholoog geen oordeel over klaagsters zoon gegeven. Het informeren van de gezinsvoogd was in dit geval geoorloofd, nu sprake was van een acute noodsituatie.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 09-05-12 

Uitspraak 11/53 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog onder meer dat zij zich niet voor heeft laten willen lichten over volwassen autisme. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog niet klachtwaardig handelt door niet akkoord te gaan met deze door klaagster gestelde voorwaarde betreffende autisme. Niet gebleken is dat de psycholoog zich niet heeft gehouden aan artikel III.4.2.1 van de Beroepscode.
Klacht ongegrond
Datum uitspraak CvT: 09-05-12 

Uitspraak 11/51 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij in rapportage een verkeerde diagnose heeft gesteld wat betreft zijn dochter en dat hij daardoor geen omgang meer met haar heeft. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft overwogen dat klager voldoende feiten dient te stellen ter onderbouwing van zijn klacht. Nu klager het bedoelde rapport niet heeft overgelegd na daartoe te zijn verzocht, wordt de klacht bij gebrek aan feitelijke grondslag afgewezen.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 09-05-12 

Uitspraak 11/29 CvT
Klagers verwijten de psycholoog onder meer dat zij de behandeling van hun (meerderjarige) dochter niet heeft willen declareren als psychotherapie. Daarnaast heeft zij consulten gedeclareerd aan klagers die niet vooraf zijn afgesproken. Ook heeft zij een ongepaste opmerking jegens klager gemaakt. De psycholoog heeft de klacht deels erkend en heeft deels gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog er juist aan heeft gedaan behandeling van de dochter niet te declareren als psychotherapie nu zij geen psychotherapeut is. Wat betreft de consulten had de psycholoog duidelijker kunnen zijn. Voorts heeft de psycholoog jegens klager onzorgvuldig gehandeld door het maken van de opmerking. De psycholoog heeft hiervoor echter haar excuses aangeboden.
Klacht gegrond, geen maatregel.
Datum uitspraak CvT: 09-05-12  
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak 2012/10 CvB
De klagers komen in hoger beroep tegen het door het College van Toezicht niet gegrond verklaren van al hun klachtonderdelen. Het College van Beroep is het eens met het College van Toezicht dat de psycholoog  voldoende duidelijk heeft gemaakt dat zij haar consulten niet kon factureren als psychotherapie, reeds omdat zij geen psychotherapeut was. Wel had zij eerder kunnen en moeten reageren op klagers verzoeken hierover. Daarnaast had het klagers in deze zaak voldoende duidelijk moeten zijn dat bepaalde (vervolg)consulten in rekening zouden worden gebracht. Voor zover de psycholoog hierover onvoldoende duidelijk is geweest heeft het College van Toezicht dat klachtonderdeel gegrond verklaard en heeft de psycholoog van incasso afgezien. Tenslotte voeren klagers aan dat het College van Toezicht ten onrechte hun klacht dat de psycholoog tegen klaagster zou hebben gezegd “dat zij niet weet hoe klaagsters brein werkt” ongegrond heeft verklaard. Zij bestempelen de ontkenning van de psycholoog als een leugen. Het College van Beroep sluit niet uit dat in het desbetreffende gesprek, waarin consternatie en animositeit hebben geleid tot een voortijdige beëindiging daarvan, opmerkingen zijn gemaakt die door klagers in de door hen beschreven bewoordingen zijn opgevat. Het College van Beroep heeft echter, gelet op het verweer van de psycholoog, niet met een voldoende mate van aannemelijkheid kunnen vaststellen dat zij het zo heeft verwoord of bedoeld als klagers stellen te hebben ervaren. Bij deze stand van zaken heeft het College van Toezicht met juistheid geoordeeld dat niet kan worden vastgesteld of de aan de klacht ten grondslag gelegde feiten zich werkelijk hebben voorgedaan. Het hoger beroep wordt verworpen en de beslissing van het College van Toezicht wordt bevestigd.
Datum uitspraak CvB: 05-04-2013 

Uitspraak 11/46 CvT
Klaagster klaagt over het feit dat de psycholoog bij wie zij een training volgde, verwachtingen heeft gewekt die zij niet is nagekomen en dat zij zich aan rolvermenging heeft schuldig gemaakt. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de psycholoog inderdaad bepaalde verwachtingen bij klaagster heeft gewekt. Wel is sprake geweest van rolvermenging. De artikelen III.2.3.4 en 2.3.5 van de Beroepscode zijn overtreden. Het College ziet geen aanleiding voor het opleggen van een maatregel, onder meer gelet op de complexiteit van de situatie en het besef van de psycholoog omtrent haar eigen rol en verantwoordelijkheid in het geheel.
Klacht gedeeltelijk gegrond.
Datum uitspraak CvT: 18-04-12  
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak 2012/09 CvB
De klaagster gaat in beroep met een aantal grieven.  Allereerst stelt zij dat het College van Toezicht ten onrechte selectief is geweest in de weergave van de feiten en de belichting daarvan . Daarnaast betoogt zij dat de houding van de psycholoog “haaks staat”op de bepalingen van de Beroepscode. Het College van Beroep verwerpt deze grieven. Deze grieven hebben vooral betrekking op de beleving van de partijen van wat zich tussen hen heeft afgespeeld. Het College van Toezicht heeft zich terecht beperkt tot de (relevante) vaststaande feiten. Op basis daarvan is komen vast te staan dat de psycholoog zich schuldig heeft gemaakt aan rolvermenging. Het College van Beroep is dat met het College van Toezicht eens, maar wijst er op dat niet de complexiteit van deze zaak heeft geleid tot die rolvermenging maar, omgekeerd, dat juist de rolvermenging ertoe heeft geleid dat de zaak complex is geworden. Daarnaast vindt de klaagster het onjuist dat het College van Toezicht – nu het heeft vastgesteld dat een van haar klachtonderdelen gegrond was – de psycholoog geen maatregel heeft opgelegd.  Ook dit is het College van Beroep niet met klaagster eens. Gelet op alle feiten en  omstandigheden vindt het College van Beroep de overtreding van de psycholoog niet zo ernstig dat daarvoor een maatregel moet worden opgelegd.  Het hoger beroep wordt verworpen en de beslissing van het College van Toezicht wordt bevestigd.
Datum uitspraak 30-08-13 

Uitspraak 11/38 CvT
Klager klaagt over het feit dat de psycholoog bij de behandeling van de minderjarige zoon van zijn ex-echtgenote en hem eenzijdig en vooringenomen te werk is gegaan. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog vanaf het begin van de behandeling niet de juiste weg heeft bewandeld, namelijk beide ouders uitnodigen voor het eerste (intake) gesprek. Door klager niet uit te nodigen kon bij hem de indruk ontstaan dat de psycholoog meer aandacht voor moeder had dan voor hem en dat zij moeders kant koos. Ook in een latere fase van de behandeling heeft de psycholoog te lang gewacht voordat zij met klager in gesprek ging. Artikel III.2.3.2 van de Beroepscode is overtreden.
Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 18-04-12  

Uitspraak 11/57 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij door haar loslippigheid zijn baan heeft verloren. Klager was drie dagen gedetineerd en zijn werkgever heeft hiervan lucht gekregen waarna hij is ontslagen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de door klager gestelde feiten niet vast zijn komen te staan.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 11-04-12 

Uitspraak 11/41 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat hij een onjuist (concept)rapport over haar heeft uitgebracht. De psycholoog heeft dit rapport geschreven in opdracht van de Raad voor de Kinderbescherming. In het rapport staan vele onjuistheden en klaagster wordt daarin beschreven als incompetente opvoeder. Klaagster heeft de (concept)rapportage geblokkeerd. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de door de psycholoog uitgebrachte rapportages niet voldoen aan de standaard daaraan te stellen eisen. De conclusies van de psycholoog worden niet gedragen door zijn bevindingen. Dat de geblokkeerde rapportage niet is uitgebracht is niet relevant. Immers, niet uitgesloten is dat klaagster hiervan nadeel heeft ondervonden.
De klacht is gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 11-04-12 

Uitspraak 11/40 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij een vernietigende verklaring over haar heeft afgegeven, waarbij ze zich heeft gebaseerd op onjuiste en selectieve informatie van klaagsters ex- echtgenoot, terwijl ze klaagster nooit heeft gesproken. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog onvoldoende terughoudend is geweest ten aanzien van hetgeen zij heeft verklaard over klaagster en haar kinderen. Ook is niet steeds de bron vermeld en de relevantie duidelijk gemaakt. Artikel III.3.3.16 van de Beroepscode is overtreden.
Klacht gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 11-04-12 
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak 2012/07 CvB
De psycholoog gaat in hoger beroep. Zij betwist dat zij onvoldoende terughoudend is geweest in haar rapportage en is bovendien van oordeel dat zij niet, zoals het College van Toezicht heeft vastgesteld, in haar rapportage een eigen oordeel heeft gegeven.  Het College van Beroep is het eens met het oordeel van  het College van Toezicht over de rapportage: de psycholoog is wel degelijk tot eigen bevindingen gekomen over klaagster en haar kinderen (steeds in een voor klaagster negatieve zin) en heeft deze oordelen,  zonder bronvermelding, aan haar rapportage toegevoegd.  Het hoger beroep is ongegrond en de beslissing van het College van Toezicht wordt bevestigd.
Datum uitspraak CvB: 05-04-2013 

Uitspraak 11/39 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat hij een onjuist rapport over haar kinderen heeft uitgebracht. De psycholoog heeft dit rapport geschreven in opdracht van de Raad voor de Kinderbescherming. In het rapport staan vele onjuistheden en verweerder heeft klaagsters blokkeringsrecht niet gerespecteerd. Daardoor zijn haar kinderen thans uit huis geplaatst. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de door de psycholoog uitgebrachte rapportages niet voldoen aan de standaard daaraan te stellen eisen. De conclusies van de psycholoog worden niet gedragen door zijn bevindingen. Voorts had de psycholoog klaagster er van in kennis moeten stellen dat hij aan haar beroep op het blokkeringsrecht voorbij zou gaan en zijn beroepsgeheim zou doorbreken. De psycholoog was hiertoe –onder omstandigheden- bevoegd maar had klaagster hiervan direct in kennis moeten stellen.
De klacht is gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 11-04-12 

Uitspraak 11/32 CvT
Klaagster klaagt onder meer over de begeleiding van haar twee minderjarige kinderen door een psycholoog die bij het bureau van de psycholoog werkzaam is, en over de bejegening door de psycholoog. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog niet op een adequate manier heeft gereageerd toen klaagster zich met klachten over de begeleiding van haar kinderen tot haar wendde. De artikelen III.1.1.2 en III.4.1.3 van de Beroepscode zijn overtreden.
Klacht gedeeltelijk gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 11-04-12 

Uitspraak 11/30 CvT
Klaagster klaagt over de begeleiding van haar twee minderjarige kinderen door de psycholoog. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft geen onzorgvuldigheden in de begeleiding kunnen constateren.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 11-04-12 

Uitspraak 11/42 CvT
Klager klaagt over het feit dat zijn behandelend psycholoog zonder zijn toestemming heeft gerapporteerd aan de Sociale Dienst. Volgens klager was de rapportage negatief en niet objectief. Ook heeft de psycholoog volgens klager geen behoorlijk dossier bijgehouden. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de psycholoog niet zonder medeweten en toestemming van klager had mogen rapporteren. Het rapport is bovendien onnodig denigrerend. Voorts heeft de psycholoog zich schuldig gemaakt aan rolvermenging door naast de rol van behandelaar ook die van onderhandelaar op zich te nemen. Tenslotte heeft de psycholoog nagelaten een behoorlijk dossier bij te houden. Meerdere codeartikelen overtreden.
Klacht gegrond, berisping en voorwaardelijke schorsing van een half jaar met als bijzondere voorwaarden het ondergaan van supervisie en het volgen van een cursus op het gebied van het gezondheidsrecht en de beroepsethiek.
Datum uitspraak CvT: 21-03-12

Uitspraak 11/31 CvT
Klagers verwijten de psycholoog dat zij te weinig geïnteresseerd was in hun relatieproblemen. Zij heeft een verkeerde test voor het vaststellen daarvan gebruikt. Daarnaast zijn klagers het oneens met de verwijzing naar de tweede lijn. Die komt hen gelet op hun problemen overdreven voor. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is gemotiveerd van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de psycholoog zich in haar professionele relatie met klagers onvoldoende heeft ingespannen. De NRV-test is een test die geschikt is om te gebruiken als indicatiestelling voor relatietherapie en is volgens de COTAN geen omstreden test. Ten slotte zijn klagers volgens het College op goede gronden verwezen naar de tweede lijn. Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 21-03-12 
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak 2012/08 CvB
In hoger beroep handhaven de klagers hun klachten in volle omvang. Zij dichten de psycholoog tal van negatieve kwalificaties toe, gebaseerd op de naar hun mening onjuiste testkeuze en onjuiste verwijzing. Het College van Beroep is het eens met het oordeel van het College van Toezicht over de testkeuze. De verwijzing naar de tweede lijn is, naar het oordeel van het College van Beroep, door klagers ten onrechte opgevat als zou er sprake zijn van dieper liggende problematiek, waarvan naar hun mening geen sprake is. De klagers hebben ook overigens niet aangetoond dat hun klachten aannemelijk zijn. Het hoger beroep is ongegrond en de beslissing van het College van Toezicht wordt bevestigd.
Datum uitspraak CvB: 01-02-2013 

Uitspraak 11/27 CvT
Klagers verwijten de psycholoog dat zij kosten van onderzoek van hun zoon op onjuiste wijze heeft gedeclareerd bij de zorgverzekeraar, persoonlijke bescheiden niet heeft willen retourneren en dossiers open en bloot heeft bewaard. Bovendien is het aan hen verstuurde onderzoeksrapport niet aangekomen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft overwogen dat artikel III.2.2.5 van de Beroepscode niet ziet op de verhouding tussen zorgverzekeraar en verzekerde. De psycholoog heeft klagers voldoende op de hoogte gesteld van de financiële voorwaarden waaronder de opdrachten zijn aanvaard. Voorts kunnen klagers de psycholoog niet verplichten het originele dossier aan hen af te geven, hebben klagers onvoldoende aannemelijk gemaakt dat cliëntendossiers voor eenieder ter inzage liggen en is verzending per post van rapportage niet bij voorbaat onbetrouwbaar.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 21-03-12 

Uitspraak 11/22 CvT
Klagers verwijten de psycholoog onder meer dat een psycholoog in opleiding, die onder haar  verantwoordelijkheid viel omdat zij praktijkhouder was, zonder hun toestemming een brief met een behandelplan aan hun huisarts heeft gezonden. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat de psycholoog als praktijkhouder en praktijkopleider tuchtrechtelijk verantwoordelijk is voor het handelen van de psycholoog in opleiding. De artikelen III.1.5.1, III.1.5.4 en III.1.5.5van de Beroepscode zijn overtreden.
Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 21-03-12 

Uitspraak 11/20 CvT
Klagers verwijten de psycholoog dat een psycholoog in opleiding, die onder zijn verantwoordelijkheid viel, zonder hun toestemming een brief met een behandelplan aan hun huisarts heeft gezonden. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat de psycholoog pas werkbegeleider van de psycholoog in opleiding is geworden nadat laatstgenoemde de bewuste brief had verzonden. De psycholoog kan niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden voor hetgeen voorafgaande aan de periode waarin hij werkbegeleider was heeft plaatsgevonden.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 21-03-12 

Uitspraak 11/18 CvT
Klagers verwijten de psycholoog dat een psycholoog in opleiding, die onder zijn verantwoordelijkheid viel, zonder hun toestemming een brief met een behandelplan aan hun huisarts heeft gezonden. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat de psycholoog als werkbegeleider van de psycholoog in opleiding tuchtrechtelijk verantwoordelijk is. De psycholoog heeft de psycholoog in opleiding kennelijk te veel vrijheid gegeven en onvoldoende op haar handelwijze toegezien. De artikelen III.1.5.3, III.1.5.4, III.1.5.5, III.3.2.4, III. 3.2.5, III.3.2.14, III.3.2.16 en III.3.2.18 van de Beroepscode zijn overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 21-03-12

Uitspraak 11/37 CvT
Klagers verwijten de psycholoog dat hij een onderzoek naar dyslexie bij hun zoon heeft gefrustreerd, dat hij het opgestelde rapport onvoldoende heeft nagekeken, dat hij klager expres heeft gekwetst en hem op onvriendelijke wijze de deur heeft gewezen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat het eerste klachtonderdeel niet vast is komen te staan, het rapport inmiddels op voldoende wijze is gecorrigeerd en dat voorts niet vast is komen te staan dat verweerder klagers onheus heeft bejegend.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 22-02-12 

Uitspraak 11/34 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat deze onzorgvuldig is geweest in de uitvoering van het onderzoek en het opstellen van een rapportage met betrekking tot de omgangsregeling van klaagsters zoon na een echtscheidingsprocedure.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College oordeelt dat de psycholoog is tekort geschoten m.b.t. de informatieplicht, het inzage-, correctie- en blokkeringsrecht. Voor wat betreft de conclusies in het rapport oordeelt het College dat deze tot de beleidsvrijheid van de psycholoog behoren.
De klacht wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de psycholoog krijgt een waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 22-02-12
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak 2012/05 CvB
In hoger beroep geeft klaagster aan dat zij zich kan vinden in het oordeel van het College van Toezicht dat de inhoud en de conclusies van een rapport tot de eigen verantwoordelijkheid van de psycholoog behoren, maar is van mening dat de getrokken conclusies in strijd zijn met de inhoud van het rapport. De conclusies stoelen haar inziens niet op een logische redenering die voortvloeit uit het onderzoek en deze kunnen redelijkerwijs niet in stand blijven nu bovendien vaststaat dat deze nog een rol spelen hoewel zij niet meer actueel zijn. De psycholoog verklaart dat zij haar praktijk inmiddels heeft aangepast aan de gegrond verklaarde klachtonderdelen en dat zij de opdrachtgever schriftelijk heeft laten weten dat zij een omissie heeft begaan door in haar rapport niet aan te geven dat de geldigheidsduur daarvan beperkt was tot twee jaar. De klaagster acht tevens een zwaardere maatregel op zijn plaats. De psycholoog pleit echter voor een gegrondverklaring zonder maatregel omdat zij in een eerdere klachtzaak over dezelfde feiten al een waarschuwing kreeg opgelegd. Het College van Beroep komt, alles afwegende, niet tot een ander oordeel dan het College van Toezicht, noch met betrekking tot de feiten, noch met betrekking tot de opgelegde maatregel.
Het hoger beroep wordt verworpen en de beslissing van het College van Toezicht wordt bevestigd.
Datum uitspraak CvB: 01-02-2013  

Uitspraak 11/33 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden door in het aan de RvdK verstrekte verslag het therapeutisch verleden van moeder tot in detail vast te leggen. Voorts heeft hij in dit verslag uitspraken over vader gedaan zonder hem ooit gezien te hebben, die niet uiterst terughoudend zijn, die slechts gebaseerd zijn op informatie van moeder en die een oordeel inhouden over de omgang tussen hem en zijn dochter.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College is van oordeel dat klager in zijn klacht betreffende de behandeling van moeder niet ontvankelijk is. Een dergelijke klacht is voorbehouden aan de cliënt zelf.
Het tweede deel van de klacht is gegrond. Verweerder heeft artikel III.3.3.16 van de Beroepscode overtreden. Daarbij heeft hij zich te veel gevoegd naar de spoedeisende wensen van de raadsonderzoeker.
Klacht deels niet-ontvankelijk verklaard;
Klacht voor het overige gegrond verklaard, waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 22-02-12 

Uitspraak 11/28 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat deze op verzoek van de moeder in een echtscheidingssituatie zonder zijn toestemming en op basis van onvolledig en onzorgvuldig onderzoek een rapport heeft opgesteld.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College verwerpt het beroep van de psycholoog op de uitzonderingsbepaling van artikel I.1.5.1. Het College oordeelt dat de klacht gegrond is, nu meerdere artikelen van de Beroepscode zijn overtreden.
Klacht gegrond: berisping.
Datum uitspraak CvT: 22-02-12 

Uitspraak 11/24 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over specifieke wensen van de opdrachtgever m.b.t. een assessment in het kader van een sollicitatie. Ook heeft klager bezwaren tegen de rapportage en verwijt hij verweerder dat hij het rapport niet heeft willen aanpassen. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat de klacht op alle onderdelen ongegrond is. Het College overweegt onder meer dat het correctierecht alleen betrekking heeft op feitelijke onjuistheden en niet op de conclusies en bevindingen, daar die tot de verantwoordelijkheid van de psycholoog behoren.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 11-01-12 

Uitspraak 11/21 CvT
Klager heeft bij de psycholoog een assessment ondergaan. Klager verwijt de psycholoog dat hij het rapport met een andere vermelding heeft doorgestuurd aan zijn werkgever dan was afgesproken. Daarom heeft hij alle vertrouwen in de psycholoog verloren.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College heeft geoordeeld dat de handelwijze van de psycholoog als een verrassing is gekomen en dat hij niet geheel gehandeld heeft als van een professioneel beroepsbeoefenaar mag worden verwacht.
Dit is echter niet zodanig ernstig dat hem hiervan een verwijt kan worden gemaakt.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 11-01-12  

Uitspraak 11/19 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij zijn adresbestand van cliënten niet op orde had waardoor het verslag van het intakegesprek tot twee keer toe naar de frietboer op de hoek is gezonden.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College is van oordeel dat de psycholoog heeft gehandeld in strijd met artikel III.3.3.2 van de Beroepscode door niet alle voorzorgen te nemen die maken dat er in de schriftelijke communicatie met zijn cliënt geen vertrouwelijke gegevens ter kennis komen van derden. De klacht is in zoverre gegrond. Het College legt echter geen maatregel op nu de psycholoog zijn excuses heeft aangeboden aan klager en maatregelen heeft getroffen om dergelijke fouten te voorkomen.
Klacht gegrond, geen maatregel.
Datum uitspraak CvT: 22-02-12 

Uitspraak 11/17 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat hij haar niet in behandeling heeft willen nemen. Klaagster’s been was geamputeerd en haar hond was overleden. De psycholoog verwees haar echter naar een buddy. Klaagster voelt zich hierdoor afgewezen.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College heeft geoordeeld dat de psycholoog niet onverantwoord heeft gehandeld door de professionele relatie niet aan te gaan. Steun en hulp behoeven in een normaal rouwproces in eerste instantie niet geboden te worden door een psycholoog. Klaagster had veeleer behoefte aan praktische hulp. Bovendien heeft de psycholoog dit goed uitgelegd aan klaagster en haar ten overvloede een steunend contact aangeboden.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 11-01-12 

Uitspraak 11/15 CvT
Klaagster is ruim vier jaar vanwege een eetstoornis onder behandeling geweest bij de psycholoog. Zij verwijt de psycholoog met name dat deze geen dossier heeft bijgehouden, geen behandelplan heeft gevolgd, niet aan voortgangsevaluatie heeft gedaan en dat zij een therapeutische afhankelijkheids-relatie heeft laten ontstaan.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College heeft geoordeeld dat al deze klachtonderdelen gegrond zijn. Een psycholoog houdt een dossier bij teneinde van zijn professionele handelwijze verantwoording af te leggen. Alleen al het feit dat een deel van het dossier zich in het geheugen van de psycholoog bevindt, maakt dat hieraan niet is voldaan. Voorts was niet sprake van een behandelplan en evenmin van momenten waarin de voortgang van de therapie werd geëvalueerd. Er is tevens een afhankelijkheidsrelatie ontstaan door veelvuldig mail- en telefoonverkeer en het geven van cadeautjes.
Klacht gegrond: berisping
Datum uitspraak CvT: 11-01-12 
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak 2012/03 CvB
De psycholoog komt tegen de uitspraak in beroep omdat zij het niet eens is met het gegrond verklaren van zeven klachtonderdelen en de daarop gebaseerde sanctie. Met betrekking tot het volgens het College van Toezicht ontbreken van een dossier, een behandelplan, een behandeldoel en controlemomenten stelt de psycholoog dat zij dat zij altijd op zoek is naar optimale methoden om aan deze vereisten te voldoen. Deze verdragen zich niet altijd met de letter van de Beroepscode. Zo vormt naar haar oordeel ieder consult een controlemoment. Het College van Beroep komt op deze punten echter tot dezelfde conclusies als het College van Toezicht. Ook omtrent het laten ontstaan van een afhankelijkheidsrelatie komt het College van Beroep niet tot een ander oordeel. Mede met het oog op de langdurige ervaring van de psycholoog met de behandeling van cliënten met ernstige klachten is het College van Beroep van oordeel dat de psycholoog op dit punt is tekortgeschoten in het bewaren van professionele distantie. Dat een psycholoog soms, ook tijdens consulten, telefonisch bereikbaar dient te zijn erkent het College van Beroep, maar tekent daarbij aan dat de organisatie van een praktijk wel zodanig dient te zijn dat therapiegesprekken, uitzonderingen daargelaten, ongestoord kunnen verlopen. De psycholoog heeft aangegeven dat zij haar werkwijze op dit punt inmiddels heeft aangepast. Wel gegrond acht het College van Beroep de stelling van de psycholoog dat het College van Toezicht op onjuiste gronden heeft geoordeeld dat zij de grenzen van haar deskundigheid heeft overschreden door medische en voedingskundige uitspraken te doen. Naar het oordeel van het College van Beroep heeft de psycholoog zich in deze zaak geen deskundigheden aangemeten die in redelijkheid niet (kunnen) voortvloeien uit haar eigen vakgebied. Ook de grief van de psycholoog die is gericht tegen het oordeel van het College van Toezicht dat zij klaagster zonder reden heeft blootgesteld aan negatieve ervaringen door te suggereren dat de kanker van de moeder van de klaagster werd beïnvloed door stress vanwege de problemen van klaagster, acht het College van Beroep gegrond. De lezingen van de partijen over deze uitingen lopen dusdanig uiteen dat, wat er overigens zij van de waarde van een dergelijke interventie voor klaagster, niet kan worden vastgesteld of daardoor bepalingen van de Beroepscode zijn overschreden. Hoewel twee van de zeven door het College van Toezicht gegrond verklaarde klachtonderdelen alsnog ongegrond dienen te worden verklaard acht het College van Beroep het handelen van de psycholoog in de vijf gegronde klachtonderdelen zodanig klachtwaardig dat het opleggen van de maatregel van berisping gerechtvaardigd is.
Datum uitspraak CvB: 08-11-2012 

Uitspraak 11/04 CvT
Klaagster, een stichting, verwijt de psycholoog dat hij aan de advocaat van een werkneemster van de stichting, in het kader van een arbeidsrechtelijke procedure heeft gerapporteerd. Volgens klaagster staan in de brief aan de advocaat onjuiste en suggestieve uitspraken over klaagster. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat de psycholoog door het sturen van de brief meerdere artikelen van de Beroepscode heeft overtreden. De psycholoog doet in de brief belastende uitspraken over klaagster zonder de bron van de uitspraken aan te geven en zonder dat blijkt dat hij de juistheid van de beweringen heeft geverifieerd. De psycholoog heeft nagelaten de vereiste objectiviteit en professionele distantie in acht te nemen.
Klacht gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 11/01/2011