2.3.2. Geautomatiseerde rapportages

2.3.2. Geautomatiseerde rapportages

Het psychologisch rapport wordt veelal door de psycholoog zelf opgesteld, maar er wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van (gedeeltelijk) geautomatiseerde rapportages. Bij het gebruik van geautomatiseerde rapportages dient de verantwoordelijk psycholoog op de hoogte te zijn van de interpretatieregels die in de rapportage worden gebruikt. Als in een rapportage geautomatiseerd combinaties van scores worden berekend − bijvoorbeeld door persoonlijkheidstestscores te vertalen naar competentiescores − dan dient de psycholoog zich ervan te vergewissen op welke wijze deze berekening heeft plaatsgevonden.

 

De psycholoog zal de cliënt bij inzage zowel mondeling als schriftelijk uitleg moeten kunnen geven over de wijze waarop het geautomatiseerde rapport tot stand is gekomen (artikel 67 ‘Inzage in en afschrift van het dossier’ en artikel 91 ‘Gelegenheid tot inzage voorafgaand aan de rapportage’). Zoals eerder genoemd is het van belang dat ook bij het gebruik van digitale instrumenten en automatisch gegenereerde rapportages duidelijk is voor cliënt en psycholoog welke normgroep is gehanteerd.

 

Ten slotte worden antwoorden en ruwe scores op psychodiagnostisch instrumenten steeds meer digitaal opgeslagen en worden slechts schaalscores gerapporteerd. De psycholoog dient echter de antwoorden en de ruwe (item)scores te kunnen inzien. Ook de cliënt heeft recht op inzage, deze gegevens horen immers bij het dossier (artikel 1.14 ‘Dossier’ en artikel 67 ‘Inzage in en afschrift van het dossier’).