2.2.1. Uitnodiging van de cliënt

2.2.1. Uitnodiging van de cliënt

De cliënt wordt persoonlijk, bij voorkeur schriftelijk (op papier of digitaal), uitgenodigd voor het onderzoek. Als de situatie zich voordoet dat een schriftelijke uitnodiging van de cliënt niet mogelijk is, dan gebeurt dit op de best passende wijze. Vóór aanvang van het onderzoek wordt de cliënt, eveneens liefst schriftelijk, op de hoogte gebracht van het doel van het onderzoek, de wijze van onderzoeken, de wijze van rapporteren, de wijze waarop inzage wordt verkregen, de wijze waarop bezwaar tegen het psychologisch rapport kan worden aangetekend, de wijze waarop eventueel correctie op het psychologisch rapport kan worden verkregen en de wijze waarop de (externe) opdrachtgever of verwijzer (voor zover daar sprake van is) op de hoogte gesteld wordt van de uitkomsten van het onderzoek. Pas dan kan de cliënt welingelicht toestemming geven (informed consent) voor het afnemen van het onderzoek (artikel 62 ‘Aangaan en voortzetten van de professionele relatie’; artikel 63 ‘Informatie bij het aangaan en voortzetten van de professionele relatie’).

Bij jeugdigen (tot 16 jaar) of wilsonbekwame cliënten dienen ook de ouder(s) of de andere wettelijke vertegenwoordiger(s) van de cliënt, bij voorkeur vooraf, schriftelijk geïnformeerd te worden; de nadruk blijft echter liggen op de zelfbeschikking van de cliënt (artikel 60 ‘Respectvol handelen bij beperkte zelfbeschikking’).