Preambule

Deze zijn neergelegd in de Beroepscode voor psychologen. De beroepscode heeft tot doel de beroepsethische reflectie te bevorderen en als maatstaf te dienen voor toetsing van het beroepsmatig handelen van psychologen.

Psychologen dienen bij deze reflectie steeds het volgende in het oog te houden:

  • In de beroepsuitoefening zijn veel van de relaties in aanleg
  • ongelijk en kunnen daardoor gemakkelijk leiden tot afhankelijkheid van de betrokkenen.
  • In de beroepsuitoefening van psychologen kunnen de relaties met betrokkenen ontwikkelingen doormaken, waarbij in verschillende stadia van de professionele relatie verschillende regels van de beroepscode van toepassing zijn.
  • Het kan voorkomen dat psychologen tegelijkertijd of kort na elkaar verschillende rollen vervullen ten opzichte van cliënten of andere betrokkenen. Dat kunnen zowel professionele rollen zijn als niet-professionele rollen. Daarbij bestaat het risico dat deze rollen zich ten opzichte van elkaar niet verdragen of dat er verwarring ontstaat bij de betrokkenen.

samenwerken-gg-1200-627Een beroepscode kan geen eenduidige handleiding zijn, die zonder nadere overwegingen uitsluitsel geeft over wat in elke situatie de juiste handelwijze is. In het oog moet worden gehouden dat in een gegeven situatie verschillende basisprincipes en daarop gebaseerde richtlijnen gelijktijdig geldig zijn, maar met elkaar op gespannen voet kunnen staan. In zo’n geval is er sprake van een ethisch dilemma waarbij het gaat om een afweging van welke ethische principes daarbij het zwaarste wegen. De beroepscode is dan het hulpmiddel voor de psycholoog om zijn ethische afwegingen te expliciteren en tot een verantwoorde eigen keuze te komen.

 

Bij dergelijke afwegingen kan het aanbeveling verdienen dat de psycholoog ondersteuning door ervaren collega’s en zijn beroepsvereniging inroept. Het achterwege laten van een dergelijke consultatie behoeft de psycholoog niet altijd te worden aangerekend, als deze een overtuigende motivering heeft voor zijn uiteindelijke beslissing en als het gewicht van deze beslissing een consultatie niet zonder meer vooronderstelt.

Het behoort bij een verantwoorde beroepsuitoefening om bereid te zijn de beroepsethische aspecten van het eigen professioneel handelen onder collega’s ter discussie te stellen. Dat brengt in voorkomende gevallen de verplichting met zich mee het beroepsmatig handelen te verantwoorden aan en te laten toetsen door daartoe bevoegde Colleges en aan een dergelijke toetsing loyaal en coöperatief medewerking te verlenen.

Het zich onttrekken aan die toetsing, of het frustreren daarvan is derhalve in strijd met de geest van de beroepscode.

De beroepscode wordt gedragen door de besluitvorming van de in het Nederlands Instituut van Psychologen georganiseerde psychologen en heeft voor alle individuele leden van de vereniging bindende kracht (artikel 4 lid 1 van de Statuten).

Het Nederlands Instituut van Psychologen is overigens van mening dat de code naar zijn aard zou moeten gelden voor de beroepsuitoefening van alle psychologen.