Integriteit: rolintegriteit

Artikel 48        Niet oneigenlijk bevorderen van persoonlijke belangen

Psychologen laten na in hun beroepsmatig handelen hun zakelijke, persoonlijke, religieuze, politieke of ideologische belangen oneigenlijk te bevorderen.

 

Artikel 49        Onderkennen van onverenigbare belangen

Psychologen onderkennen de moeilijkheden die kunnen ontstaan doordat cliënt, opdrachtgever en personen die deel uitmaken van een cliëntsysteem onverenigbare belangen kunnen hebben. In een zo vroeg mogelijk stadium expliciteert hij zijn positiekeuze daarbij aan alle betrokkenen.

 

Artikel 50        Niet aanvaarden van onverenigbare opdrachten

Psychologen aanvaarden geen nieuwe opdracht die niet goed te verenigen is met een reeds eerder aanvaarde opdracht, ook als er geen sprake is van dezelfde cliënt. Bij motivering van zo’n weigering nemen psychologen de vertrouwelijkheid in acht.

 

Artikel 51        Vermijden van het vermengen van professionele rollen

Psychologen onderkennen de moeilijkheden die kunnen ontstaan uit het gelijktijdig of opeenvolgend vervullen van verschillende professionele rollen ten opzichte van een of meer betrokkenen. Bij voorkeur begeven zij zich niet in een dergelijke positie. Als psychologen onder omstandigheden het vervullen van meer dan een rol na of naast elkaar ten opzichte van betrokkene(n) niettemin verantwoord vinden, dan scheppen zij daarover duidelijkheid tegenover deze(n).
 

Artikel 52        Vermijden van het vermengen van professionele en niet-professionele rollen

Psychologen vermengen geen professionele en niet-professionele rollen die elkaar zodanig kunnen beïnvloeden, dat zij niet meer in staat kunnen worden geacht een professionele afstand tot de betrokkene(n) te bewaren of waardoor de belangen van de betrokkene(n) worden geschaad.

 

Artikel 53        Geen seksuele gedragingen ten opzichte van de cliënt

Psychologen onthouden zich van seksuele toenadering ten opzichte van de cliënt en gaan niet in op dergelijke toenaderingen van diens kant. Zij onthouden zich van gedragingen die seksueel getint zijn of in het algemeen als zodanig kunnen worden opgevat.

 

Artikel 54        Geen seksuele relatie met de cliënt

Psychologen gaan met de cliënt geen seksuele relatie aan tijdens de professionele relatie, of direct aansluitend daaraan. Ook nadien zijn zij daarin terughoudend. Hetzelfde geldt voor de relaties met andere betrokkenen, waarbij sprake is van een aanzienlijk machtsverschil of grote afhankelijkheid, zoals studenten of supervisanten.

 

Artikel 55        Persoonlijke relatie na het beëindigen van de professionele relatie

Bij het aangaan van een persoonlijke relatie na het beëindigen van de professionele relatie, vergewissen psychologen zich ervan dat de voorgaande professionele relatie geen onevenredige betekenis meer heeft.

Als het hierbij gaat om een seksuele relatie zijn psychologen er verantwoordelijk voor dat zij desgevraagd kunnen aantonen dat zij bij het aangaan van deze relatie alle zorgvuldigheid in acht genomen heeft, die van hen als professioneel psycholoog verwacht mag worden.