Deskundigheid: de grenzen van het beroepsmatig handelen

Artikel 102       Professionele en persoonlijke beperkingen

Psychologen onderkennen hun professionele en persoonlijke beperkingen en zijn daar open over. Waar nodig roepen zij deskundig advies en ondersteuning in en verwijzen de cliënt zo nodig door.

 

Artikel 103       Grenzen van de eigen deskundigheid

Psychologen nemen in hun beroepsmatig handelen de grenzen van hun deskundigheid in acht en aanvaarden geen opdrachten waarvoor zij de deskundigheid missen.

 

Artikel 104       Grenzen van het domein van de psychologiebeoefening

Aan elke opdracht dient een duidelijk omschreven doel- of vraagstelling ten grondslag te liggen. Psychologen nemen geen opdracht aan, waarvan de doel- of vraagstelling niet valt binnen het domein van de psychologiebeoefening. Evenmin doen zij dat als de beschikbare methoden en technieken ontoereikend zijn voor een behoorlijke interventie of beantwoording van de vraagstelling.

Als psychologen een dergelijke opdracht krijgen, treden zij met de opdrachtgever in overleg om de doel- of vraagstelling te herformuleren voordat zij de opdracht kunnen aannemen.

 

Artikel 105       Kwalificatie

Psychologen hanteren alleen methoden, waarvoor zij door opleiding, training en/of ervaring zijn gekwalificeerd.
 

Artikel 106       Professionele verantwoording van het beroepsmatig handelen

Psychologen moeten hun beroepsmatig handelen kunnen verantwoorden in het licht van de stand der wetenschap ten tijde van dat handelen, zoals deze uit de vakliteratuur blijkt.
 

Artikel 107       Voorkómen van verminderd vermogen tot verantwoorde beroepsuitoefening

Voor zover mogelijk onderkennen psychologen in een vroeg stadium tekenen die wijzen op zodanige persoonlijke, psychische of fysieke problemen, dat hun beroepsmatig handelen negatief beïnvloed dreigt te worden. Zij roepen tijdig deskundig advies en ondersteuning in om de problemen te voorkomen of te verminderen.

 

Artikel 108       Staken van het beroepsmatig handelen bij verminderd vermogen

Als hun psychische, lichamelijke of oordeelkundige vermogens zodanig zijn aangetast of verminderd, dat dit een verantwoorde beroepsuitoefening in de weg staat, staken psychologen hun beroepsmatig handelen zolang als deze toestand duurt.