Algemeen deel: bijzondere omstandigheden

 

Artikel 3 – Onverenigbaarheid van codeartikelen

Psychologen in een bepaalde situatie van oordeel zijn dat het volgen van een bepaling van de beroepscode ertoe leidt dat een andere bepaling van de beroepscode niet gevolgd kan worden, wegen zij de gevolgen van de keuze voor één van de bepalingen zorgvuldig af en overwegen hun beroepsvereniging en/of ervaren vakgenoten te consulteren.
 

Artikel 4 – Afwijken van de beroepscode

Als de uitzonderlijke situatie zich voordoet dat psychologen redenen hebben om af te wijken van de door de beroepscode voorgeschreven handelwijze, zonder dat er sprake is van tegenstrijdige codeartikelen zoals bedoeld in het vorige artikel, dan dienen zij de beroepsvereniging te raadplegen of een vakgenoot die niet rechtstreeks bij de professionele relatie is betrokken. Dit doen zij voordat zij beslissen over hun handelwijze.

Als de genomen beslissing afwijkt van de beroepscode, moet deze grondig worden gemotiveerd. Uit de motivering moet blijken dat de handelwijze die strijdig is met bepaalde bepalingen van de beroepscode, wel in overeenstemming is met de overige bepalingen van de beroepscode en het resultaat is van een zorgvuldige belangen-afweging.
 

Artikel 5 – Afwijken van de beroepscode vanwege specifieke wettelijke regels

Als specifieke wettelijke regels psychologen verplichten af te wijken van enige bepaling van de beroepscode, dan streven psychologen ernaar zoveel mogelijk de overige bepalingen van de beroepscode te volgen.
 

Artikel 6 – Wettelijk vereiste nakoming van de opdracht

Als de professionele relatie tot stand komt als gevolg van een opdracht door een externe opdrachtgever die een door de wet toegekende bevoegdheid heeft nakoming van de opdracht te eisen, dan blijven de rechten van de cliënt gehandhaafd voor zover dit niet strijdig is met de regels die op deze opdrachtrelatie van toepassing zijn.