20
mei

Verwijzingen naar ggz komen na terugval weer op gang

Sinds de uitbraak van corona waren het aantal verwijzingen naar de ggz sterk afgenomen. Ook het NIP heeft daarover zorgen geuit in het wekelijkse overleg over ggz en corona bij VWS.

Inmiddels blijkt uit onderzoek van NZa en Trimbos dat de ggz-verwijzingen worden hervat.

Vanaf half maart is het aantal verwijzingen door huisartsen naar ggz-aanbieders met naar schatting 49.000 gedaald in vergelijking met voorgaande jaren. Dat is de helft minder dan normaal. Uit het eerste rapport over de opstart van zorg in de ggz van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Trimbos Instituut blijkt nu dat sinds begin april het aantal verwijzingen weer toeneemt.

 

Urgente zorg

Het rapport is een analyse van data van ZorgDomein over verwijzingen naar ggz instellingen. De verwijzingen naar vrijgevestigde zorgaanbieders zijn beperkt beschikbaar. Om een totaal beeld te krijgen van de hele sector zijn de data van de verwijzingen naar instellingen en vrijgevestigde zorgaanbieders in de dataset geëxtrapoleerd.

Uit het onderzoek blijkt dat het aantal verwijzingen per regio weinig verschilt. Urgente verwijzingen, voor mensen die met spoed ggz-zorg nodig hebben omdat zij bijvoorbeeld een psychose hebben, zijn het minst gedaald. De verwijzingen voor minder acute zorgvragen zijn wel over de hele linie in dezelfde mate afgenomen. De cijfers voor de verschillende diagnoses waarvoor huisartsen mensen naar ggz-hulpverleners doorverwijzen wijken nauwelijks af.

Voor bepaalde diagnosegroepen waren de wachttijden voor de corona uitbraak hoger dan de treek normen. Zorgverzekeraars en zorgaanbieders werkten regionaal samen om de wachttijden aan te pakken. De NZa gaat ervan uit dat zorgaanbieders en zorgverzekeraars hun inspanningen rondom de wachttijden de komende tijd onverminderd voortzetten.

 

Digitale zorg

De mogelijkheden voor digitale zorg zijn verruimd door de NZa.

De NZa geeft aan dat zorgaanbieders hun ervaringen met nieuwe vormen van zorg zoals beeldbellen verder kunnen uitbouwen.

Het NIP vindt het positief dat die mogelijkheden er zijn, maar wil psychologen vooral wijzen op de richtlijn ggz en corona. Deze biedt ruimte om weer vaker face-to-face contact te hebben met cliënten. Van belang is samen met de client te kijken wat het best werkt, en dit ook steeds met elkaar te blijven bespreken.

 

Lees ook: