22
sep

Teleurstellend dat demissionaire kabinet de al ingezette lijn niet doorzet

Nederland staat voor grote uitdagingen. Op het gebied van klimaatverandering, inclusie en natuurlijk de stijgende zorgvraag. Deze belangrijke vraagstukken zijn meer dan ooit actueel en het NIP zit op al deze thema’s met stakeholders aan tafel. Het overleg hierover vordert.

Daarnaast zijn er (urgente) ontwikkelingen in de gezondheidszorg die vragen om directe actie en niet kunnen wachten tot er een nieuw kabinet is. Het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) en de Nederlandse Vereniging voor Gezondheidszorgpsychologie en haar specialismen (NVGzP) hebben daarom naar aanleiding van de gepresenteerde plannen op Prinsjesdag drie aandachtspunten die zo snel mogelijk opgepakt moeten worden.

 

1. Focus op mentale gezondheid van de jeugd met specifieke aandacht voor specialistische psychologische expertise 

Het geld dat vrijkomt voor de jeugdhulp moet gedeeltelijk gebruikt worden om de specialistische psychologische expertise breder in te zetten, daar waar die nodig is. Namelijk bij preventie en bij de inschatting van wat de specialistische zorgbehoefte daadwerkelijk is.

Daarnaast is er sprake van versnippering, hoge administratieve lasten en een te hoge druk op kwaliteit in de specialistische jeugd-ggz. Hierdoor blijft een grote groep jongeren, die deze specialistische psychologische behandeling hard nodig hebben, veel te lang op de wachtlijst staan of krijgen zij deze behandeling gewoon niet. Ook hierin zijn de vrijgekomen middelen nodig om dit snel beter te regelen. Want ondertussen neemt het aantal jongeren met ernstige en complexe klachten als depressie, eetstoornissen en suïcidaliteit toe. Ook de recente CBS-cijfers laten zien dat jongvolwassenen het vaakst psychisch ongezond zijn. Zonder bijtijds de juiste hulp is het risico dat zij de gevolgen daarvan hun leven lang mee dragen. Het NIP en de NVGzP roepen daarom de regering op specialistische psychologische expertise bij preventie en inschatting van zorgbehoefte in te zetten. Ook is investering in de landelijke beschikbaarheid van specialistische jeugd ggz en het creëren van de benodigde randvoorwaarden (centrale regie, middelen, bovenregionale samenwerking en zorginkoop) nodig.

 

2. Kwaliteit zorg vraagt om behoud personeel en bevorderen instroom nieuw personeel

Zoals in de Troonrede aangegeven, is het belangrijk om de zorg in de toekomst toegankelijk, betaalbaar én van hoge kwaliteit te laten blijven. Zorg van hoge kwaliteit wordt uiteraard geboden door goed gekwalificeerde zorgprofessionals. Willen we dit ook voor de toekomst borgen, dan zijn er verbeteringen noodzakelijk op de arbeidsmarkt.

De gehele gezondheidszorg heeft al enige tijd te maken met een ernstig tekort aan BIG-geregistreerde psychologen, waaronder gz-psychologen. Uiteraard in de ggz, maar ook in de ouderenzorg, gehandicaptenzorg, revalidatie, ziekenhuiszorg en jeugdzorg. Daarnaast zijn voldoende gz-psychologen nodig om tekorten aan klinisch psychologen (een specialisme bovenop de gz-psychologen) structureel op te lossen. Deze tekorten leiden tot onwenselijke gevolgen voor de patiënt, zoals wachtlijsten, ondermaatse kwaliteit van zorg en onnodige verergering van klachten. In de strijd tegen de wachttijden is het nijpende tekort aan gz-psychologen dus een belangrijke hinderpaal. Helaas bieden de huidige Miljoenennota en bijbehorende begrotingen geen zicht op een snelle oplossing voor deze problemen in 2022.

Het ontbreken van een toereikend aantal opleidingsplaatsen voor gz-psychologen is al jaren een belangrijke oorzaak van het tekort aan goed opgeleide BIG-geregistreerde psychologen Recent Nivel onderzoek bevestigd dit nijpende tekort. Al meerdere jaren wordt het aantal beschikbare opleidingsplaatsen vér overvraagd. Vanwege het beperkte aantal opleidingsplaatsen voor gz-psychologen zijn er voor 2022 500 geschikte kandidaten afgewezen (1.334 aanvragen voor 832 plaatsen). Dit betekent dat er 60% meer masterpsychologen de opleiding tot gz-psycholoog hadden kunnen starten. Veldpartijen zijn wel over een structurele oplossing in gesprek met VWS, het Capaciteitsorgaan en Stichting Top opleidingsplaatsen, maar dit heeft helaas nog niet tot een oplossing op de korte termijn geleid.

Net zoals in de afgelopen jaren, roepen wij daarom de Tweede Kamer en de staatssecretaris op om het aantal opleidingsplaatsen in 2022 alvast incidenteel uit te breiden, in aanloop naar een structurelere oplossing voor de jaren daarna. Een eenvoudig te realiseren oplossing, in lijn met eerder ingezet beleid, die bovendien kostenneutraal kan worden gerealiseerd, is het inzetten van het budget van onbenutte opleidingsplaatsen voor klinisch psychologen voor het opleiden van gz-psychologen.

Naast het realiseren van een grotere instroom van gekwalificeerde, psychologische zorgprofessionals, is het noodzakelijk dat zorgprofessionals het vertrouwen en de professionele vrijheid krijgen om hun vak uit te oefenen. Daarnaast vragen wij het demissionair kabinet om in lijn met de huidige plannen maatregelen te treffen die goed werkgeverschap bevorderen.

 

3. Investeer dit jaar nog in transparante en duurzame beroepenstructuur psychologische zorg

Op dit moment zijn er een groot aantal verschillende beroepstitels dat refereert aan psychologische beroepen of beroepsuitoefening in de zorg. We kennen de gz-psycholoog, de psychotherapeut, de klinisch psycholoog, de kinder- en jeugd psycholoog en veel andere functiedifferentiaties die soms als beroepstitel wordt gebruikt. Voor cliënten is het daardoor momenteel zeer lastig om kwalitatief goede psychologische en doelmatige zorg te vinden die past bij hun hulpvraag.

Om verwijzers en cliënten te ondersteunen bij het snel vinden van de juiste zorg is de nieuwe beroepenstructuur psychologische zorg ontworpen, door de drie beroepsverenigingen (NIP, NVGzP en NVP). De kern is één basisberoep psychologische zorg (gz-psycholoog generalist, artikel 3 wet BIG) en aanvullend een beperkt aantal specialismen (artikel 14 wet BIG). Voor de implementatie hiervan is positieve besluitvorming van de minister van VWS nodig, een eenmalige financiële injectie van 1 miljoen euro en voldoende opleidingsplaatsen. Op basis van de impactanalyse door SiRM lijken er geen belemmeringen te zijn voor implementatie. Niets staat dus positieve besluitvorming door de minister meer in de weg.

  • Zie ook onze gezamenlijke brief hierover met andere beroepsverenigingen van psychologen/psychotherapeuten, die wij eerder dit jaar aan de formateur stuurden.

Willen we nu en in de toekomst zorgen dat elke Nederlander gebruik kan maken van goede, psychologische zorg, is het essentieel dat het kabinet aan de slag gaat met bovenstaande maatregelen.