9
jun

Risico’s wetsvoorstel inkoop Jeugdwet en Wmo

De aangesloten organisaties van P3NL, waaronder het NIP, hebben gereageerd op een wetsvoorstel over de inkoop van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. 
Belangrijkste boodschap is dat de kennis van kleinschalige aanbieders – zoals vrijgevestigden – niet verloren mag gaan, en dat gewaakt moet worden voor meer administratieve lasten.

Het wetsvoorstel Maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015 is bedoeld om  aanbestedingsprocedures voor jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning eenvoudiger te maken.

De gemeenten moeten bij de aanbestedingsprocedures voor het sluiten van contracten (Wmo en Jeugdwet) nu nog kiezen voor de aanbieder met de ‘economisch meest voordelige inschrijving’ (het emvi-criterium). In de praktijk betekent dit een tijdrovend proces van offertes opvragen en beoordelen. Met eenvoudiger aanbestedingsprocedures moet iedere goede aanbieder een eerlijke kans op een contract met de gemeente krijgen.

Het NIP kan zich samen met de andere P3NL-partijen goed vinden in het laten vallen van de emvi-verplichting. Maar de geschetste aanpassingen in structuur, regel- en wetgeving mogen niet leiden tot verschraling van het zorglandschap en uitdunning van de kwaliteit van zorg.

Voorkomen moet worden dat gemeenten alleen nog met een beperkt aantal grote organisaties in zee gaan. Zorgaanbieders worden afhankelijk van de selectiecriteria van gemeenten, en daar lijken vooral kleine(re) aanbieders en vrijgevestigden de dupe van te worden. Risico is dat daarmee een deel van de kennis en kunde van de kleinere zorgverleners verloren gaat. Ten slotte moet het wetsvoorstel niet leiden tot een grotere administratieve druk bij aanbieders.

P3NL wijst in een brief aan de vaste Kamercommissie van VWS op deze risico’s en benadrukt dat de wijze van inkopen en contracteren een middel moet zijn om het bieden van zorg en ondersteuning mogelijk te maken, en geen doel op zich.