20
feb

NIP maakt bezwaar tegen inbreuk beroepsgeheim bij opvragen dossiers weigerende observandi

Het NIP reageerde via een brief op een Ontwerp-besluit van het ministerie van Justitie en Veiligheid, omdat het besluit een disproportionele inbreuk maakt op het beroepsgeheim van psychologen, artsen, psychiaters en andere behandelaars.

Het gaat om het ontwerpbesluit ‘Adviescommissie gegevensverstrekking weigerende observandi’. Het NIP maakte daartegen bezwaar samen met de NVvP, KNMG en Mind.

Aanleiding voor de brief is het voorstel om behandelaars wettelijk te verplichten om afschriften van het gehele medische dossier van verdachten van een ernstig delict, die weigeren mee te werken aan een onderzoek voor het vaststellen van een psychische stoornis, te verstrekken aan een multidisciplinaire Adviescommissie. Er is een bruikbaar alternatief dat minder inbreuk maakt op het beroepsgeheim.

 

Inbreuk op beroepsgeheim

Verdachten die niet willen meewerken aan onderzoek, worden ook wel aangeduid als weigerende observandi. Op deze manier kunnen zij in de veel gevallen oplegging van TBS door de rechter voorkomen.

Met dit Ontwerp-besluit wil het Ministerie van Justitie en Veiligheid de rechter meer mogelijkheden bieden om ook weigerende observandi de maatregel van TBS op te leggen. Volgens het Ministerie kan dit gebeuren door huidige en voormalige behandelaars de verplichting op te leggen om kopieën van volledige medische dossiers aan de adviescommissie te verstrekken.

Volgens het NIP, de NVvP, KNMG en Mind betekent dit een inbreuk op het beroepsgeheim, dat in strijd is met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dit legt ook grote druk op de vertrouwensrelatie met de cliënt en kan de toegang tot de zorg belemmeren. Het kan verdachten ervan weerhouden om tijdig passende behandeling en hulp te zoeken. Dit kan uiteindelijk ook de veiligheid van de maatschappij in gevaar brengen, vindt het NIP.

 

Alternatief

De ondertekenaars van de brief zijn het eens met het uitgangspunt van het Ministerie, zoals vastgelegd in het Ontwerp-besluit, dat de inbreuk op het (medisch) beroepsgeheim van behandelaars zo beperkt mogelijk moet worden gehouden.

Volgens deze opvatting zou de Adviescommissie in eerste instantie kunnen volstaan met het opvragen van informatie aan behandelaars aan de hand van gerichte schriftelijke vragen. Op deze manier kan de behandelaar zelf de afweging maken welke gegevens in het dossier noodzakelijk zijn om aan de Adviescommissie te verstrekken in antwoord op die vragen.

De Adviescommissie stelt een advies op over het bestaan en de bruikbaarheid van gegevens betreffende een mogelijk gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bij de verdachte. De gegevens in het (medische) dossier zijn echter voor een ander doel vastgelegd, namelijk behandeling en zijn daarmee niet ook noodzakelijk en relevant voor de taak van de Adviescommissie.

 

Update 21 februari

We hebben naar aanleiding van deze brief inmiddels bericht ontvangen van het ministerie. De ondertekenaars van de brief zijn uitgenodigd om over de voorgestelde oplossing te praten.

Zie ook: Verzet tegen doorbreking medisch beroepsgeheim tbs-weigeraars (Medisch Contact – 25 februari 2019)