13
dec

Belangrijke wijziging WGBO per 1 januari 2020

Voor behandelend psychologen in de (geestelijke) gezondheidszorg zijn met ingang van 1 januari 2020 een aantal belangrijke wijzigingen van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) van kracht. De wettelijke bewaartermijn voor dossiers wordt verlengd van 15 naar 20 jaar. Nabestaanden krijgen een wettelijk recht op inzage in het dossier van een overleden cliënt. Bij het verkrijgen van toestemming voor behandeling komt de nadruk te liggen op het ‘samen beslissen’. De Jeugdwet wordt overeenkomstig de WGBO gewijzigd.

 

Verlenging bewaartermijn

De nieuwe bewaartermijn van 20 jaar gaat in vanaf de laatste wijziging in het dossier. Zoals ook nu al gebruikelijk adviseert het NIP om daarvoor de afronding van de behandelingsovereenkomst of de beëindiging van de professionele relatie als uitgangspunt te nemen.

Overigens heeft deze wijziging geen gevolgen voor de bewaartermijn van dossiers van psychologen die niet als behandelaar of zorgverlener in de zin van de WGBO werkzaam zijn. In dat geval geldt er immers geen wettelijk voorgeschreven bewaartermijn. De AVG en de Beroepscode bepalen dat de psycholoog zelf een bewaartermijn kiest die noodzakelijk is in verband met het doel waarvoor het dossier is aangelegd. Het is aan te bevelen om aansluiting te zoeken bij het specifieke werkveld. De Beroepscode stelt een minimum bewaartermijn van 1 jaar (artikel 36).

 

Aanvulling informatieplicht

Voor het verkrijgen van informed consent wordt de informatieplicht van de psycholoog aangevuld met de verplichting om tijdig met de cliënt te overleggen en deze uit te nodigen tot het stellen van vragen. Dit past in het principe van ‘samen beslissen’. De psycholoog dient de cliënt ook te informeren over de mogelijkheid om van behandeling af te zien, andere onderzoeken en behandelingen door andere hulpverleners en de te verwachten duur van de behandeling.

 

Inzagerecht nabestaanden

Op basis van de gewijzigde WGBO dient de psycholoog inzage of afschrift van gegevens uit het dossier van de overleden cliënt te verstrekken aan:

  • De persoon aan wie de cliënt daarvoor bij leven toestemming heeft gegeven. De toestemming dient schriftelijk of elektronisch in het dossier te zijn vastgelegd. De veronderstelde toestemming van de cliënt is daarvoor niet meer voldoende;
  • De nabestaande, zoals bedoeld in de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg (Wkkgz), of een vertegenwoordiger van de cliënt, zoals vastgelegd in de WGBO, als die persoon een mededeling over een incident op grond van de Wkkgz heeft ontvangen;
  • Een ieder die een zwaarwegend belang heeft en duidelijk maakt dat dit belang mogelijk wordt geschaad en dat inzage of afschrift van de gegevens noodzakelijk is om het zwaarwegend belang te behartigen.