Vanaf een afstandje

Niels Farenhorst

Kun je (n)iets doen?

Het is zondagmiddag. Vanuit het kamertje naast mij hoor ik het huilen van onze jongste kleindochter. Het is de bedoeling dat ze nu even gaat slapen. Maar waarschijnlijk wil ze liever nog wat met haar zusje spelen. De situatie doet mij even denken aan de ondertitel van een nachtelijk radioprogramma: “voor wie slapen wil maar nog niet kan en voor wie slapen kan maar nog niet wil”. Ik zou nu ook best even willen slapen. Het was gisteravond best laat en voor zevenen was er al weer leven in de brouwerij. Maar er liggen nog te veel klussen die ik vandaag ook wil doen. Jammer is dat. Want slapen kan zo fijn zijn. Daar hebben mijn vriendin en ik overigens wel eens discussie over. Hoe kun je nou weten dat slapen fijn is, je maakt het toch niet bewust mee? Toch hou ik het erop dat het in het algemeen heel prettig is om te slapen. Helaas kennen we allemaal wel eens de ervaring van slecht of niet slapen.

 

Onlangs las ik dat zelfs deskundigen die zelfhulpboeken schrijven over beter slapen ook wel slapeloze nachten kennen. Maar een keertje is dat niet zo erg. Mijn oude vader vindt het middernachtelijk uur –wat volgens hem tussen 3 en 4 uur ligt- zelfs heel bijzonder om wakker te zijn. Hij noemt dat het heilig uur en gebruikt de nachtelijke stilte om over van alles constructief na te denken. Wat mij betreft een mooi voorbeeld van heretiketteren of “omdenken” zoals dat nu wel genoemd wordt. Dat was vroeger bij hem wel anders. Toen was hij in onze ogen zo druk bezig met de cursus “Slapen kun je leren” dat het probleem alleen maar toenam.

 

Slapeloosheid kan een echt probleem worden. Het wordt onder andere gezien als één van de in stand houdende factoren bij verschillende klachten waaronder SOLK en burn-out. Enkele weken geleden hoorde ik op een symposium dat pijnrevalidatie bij chronische pijn weinig zinvol is als de patiënt slecht slaapt. Slapen hoort thuis in het rijtje basale levensbehoeften als eten, drinken, ademen en bewegen. Voor zowel ons lichaam als onze geest is het onmisbaar. Het helpt bij verwerken, helen en leren. Om die reden hoort het thuis in iedere anamnese. Maar zonder het te veel te problematiseren want we hebben er weinig controle op. Slaap is één van de fenomenen die we kunnen uitnodigen maar niet kunnen afdwingen. Dus het is eigenlijk geen werkwoord. We kunnen het alleen maar doen door niets te doen. Geen controle. Geen vrije wil (heeft Victor Lamme dan toch een beetje gelijk?). Slaap is de übermetafoor voor loslaten. En ook bij de opdracht om iets los te laten, kunnen mensen soms wanhopig roepen: ”Hoe doe je dat?”. En ja, ook hier geldt, hoe meer controle je wilt, hoe meer je die verliest. Hoe meer aandacht we besteden aan slapeloosheid, hoe erger het wordt. We zijn allen geboren met een vermogen om te kunnen slapen maar het is een vermogen dat we op sommige momenten wat kwijt lijken te zijn. Ondanks talloze boeken, cursussen en wetenschappelijk onderzoek blijft het een mysterie hoe je kunt wegzinken in ‘Morpheus’ armen.

 

Ooit had ik een lieve tante die toen ze oud werd ’s middags behaaglijk op de bank op haar zij kon gaan liggen, haar handen vouwde en aangaf dat ze “even naar ons lieve Heertje ging”. Even naar een andere wereld. Haar eigen Virtual Reality. Ik denk dat het iets met vertrouwen te maken had.

Zalig zij die goed slapen. Met mooie dromen.

Ik wens u vannacht een goede nachtrust.

 

Lees verder in de Nieuwsbrief Slaap van de sectie Revalidatie