Van de voorzitter, maart 2019

Onlangs mocht ik mijn PIOG toespreken tijdens de uitreiking van de certificaten voor GZ-psychologen, bij RINO Amsterdam. Een mooie gebeurtenis, die moed en hoop geeft: een nieuwe groep collega’s,  goed toegerust voor het complexe werk in de ouderenzorg.

Het leek mij een mooi idee om juist bij mijn toespraak ook het geluid van de cliënt te laten horen. Dus ter voorbereiding heb ik een cliënt benaderd, die bij mijn PIOG onder behandeling was. Ik weet dat hij veel baat heeft gehad bij de behandeling, en goed hersteld is van zijn depressie. Hij gaf aan zeer tevreden te zijn over de behandeling. Dus ik hoopte dan ook op wat gevleugelde woorden over de kwaliteiten van mijn PIOG, die ik zou kunnen citeren. Zijn eerste quote was “ze is een geweldig vrouwtje!” Klinkt wel gezellig natuurlijk, maar nou niet echt als een beschrijving van een bijna GZ-psycholoog. Vervolgens voegde hij er aan toe “ze heeft me heel goede tips gegeven”. Klonk al wel wat beter, maar toch nog mager, als ik bedenk hoe zorgvuldig het behandelplan eruit heeft gezien. Dus hoopvol vroeg ik nog verder door en toen kwam zijn finale antwoord: “zij en ik, wij weten álles van elkaar”. Ik heb hem hartelijk bedankt voor zijn inbreng, en vroeg me vervolgens af of ik dit nou wel kon presenteren, want het was natuurlijk wel een mooie uitspraak, maar eigenlijk niet conform de waarheid,  noch conform onze beroepsrollen. Toch heb ik besloten om deze quote in mijn toespraak op te nemen, en eigenlijk omdat ik hem ijzersterk vind: deze cliënt heeft namelijk iets essentieels over het behandelcontact verwoord, namelijk dat hij daarin wederkerigheid en vertrouwen voelt. Hij drukt hiermee uit dat hij zich als mens gezien en begrepen voelt, door iemand voor wie ook hij iets kan betekenen. En zo is het toch in ons vak: wij storten niet zomaar onze hulpvaardigheid over iemand uit, maar wij doen dit, omdat ook die ander iets voor óns betekent.

Mijn oprechte belangstelling voor de medemens die mijn hulp als psycholoog vraagt, houdt in dat ik ook mag en moet zien wat die ander mij geeft: zijn vertrouwen, zijn levensverhaal, zijn openheid. Prachtig toch, dan we een vak hebben waarin we elkaar nabij mogen zijn!

Marjan van de Laar, voorzitter sectie ouderenpsychologie NIP