Verwarde verdachten: een persoonsgerichte aanpak

Op 23 januari van dit jaar had ik het genoegen om samen met mijn collega’s Erik Sikkens (Psychiater/SPA) en Mathilde van Oudenaren (Onderzoeker/Arkin-AcVZ) de werkwijze Verwarde verdachten te mogen presenteren op het Festival Forensische Zorg voor een volle zaal van collega’s en belangstellenden. Ik zal jullie wat vertellen over de werkwijze zelf, wat de bevindingen zijn en wat het vervolg gaat zijn van dit project.

 

Aanleiding voor dit project kwam zowel vanuit een lokaal als een nationaal niveau. De casus Bart van U. en het rapport ‘Rake Vlakken’ van het NIFP vormde samen met de grootstedelijke problematiek van verwarde personen in Amsterdam de belangrijkste reden voor het opstarten van het project verwarde verdachten. Belangrijkste doelstelling van de werkwijze was (en is) om er voor te zorgen dat personen die in de politiecel verward gedrag vertonen de juiste maat van straf én zorg ontvangen, passend bij het delict en de ernst van de verwardheid.

 

De kern van de werkwijze houdt in dat de politie, vanaf het cellencomplex hoofdbureau, elke verdachte die mogelijk verward is aanmeldt bij de SPA. De verwarde verdachte krijgt binnen 2 uur een psychiatrisch consult waarna de psychiater een behandeladvies uitbrengt en telefonisch toelicht aan de Officier van Justitie (OvJ). Gezamenlijk overleggen psychiater en de OvJ het vervolgtraject van straf en/of zorg. Kenmerkend voor de werkwijze is dat deze is ontwikkeld door en voor de werkvloer. Geen afstandelijke managers of externe consultants maar psychiaters, verpleegkundigen, officieren van justitie, reclasseringsmedewerkers en agenten hebben de werkwijze ontwikkeld en met de hulp van hun collega’s uitgevoerd.

De uitvoering van de pilot is succesvol verlopen. Bijna alle (>95%) van de consulten hebben binnen twee uur plaatsgevonden en ook de communicatie tussen OvJ en psychiater verliep goed. Bijkomend effect was dat de arrestantenverzorgers op het cellencomplex face-to-face contact hadden met de consulterende psychiaters, deze konden vervolgafspraken maken, aanwijzingen voor in de omgang geven of toelichten waarom iemand niet opgenomen kon worden. De communicatie tussen deze partijen zorgde voor meer begrip en kennis van elkaars werk wat als prettige werd ervaren.

 

De volledige cijfermatige analyse laat nog even op zich wachten ten tijde van deze nieuwsbrief. Wel kan ik enkele beschrijvende statistieken meedelen. Van de 120 deelnemers was 85% man en hadden deze een gemiddelde leeftijd van 35 jaar; 51% van de deelnemers had geen Nederlandse nationaliteit. Het overgrote deel van deelnemers was al bekend bij de politie (84%), een kleiner deel was bekend bij het OM (64%) en de SPA (33%). 17% van de deelnemers werden uiteindelijk in de pilot opgenomen met een BOPZ maatregel. Opvallend was dat de gemiddelde leeftijd van de eerste veroordeling bij 27 jaar lag. Dit terwijl we weten dat een latere onset van delictgedrag geassocieerd is met verminder risico op recidive en 63% van de deelnemers in de afgelopen vijf jaar was veroordeeld voor een strafbaar feit.

Op dit moment ben ik samen met mijn collega’s van Arkin hard bezig met het analyseren van deze data en verwachten wij medio dit jaar ons artikel te gaan indienen voor publicatie. Tegelijkertijd wordt de werkwijze doorontwikkeld door onze projectleden. Wij zitten nog steeds om de tafel met dezelfde groep gedreven professionals om de werkwijze te verbeteren en hopelijk op de lange termijn te kunnen uitbreiden naar andere regio’s. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over ons project schroom dan niet om contact met mij op te nemen. Wij zijn altijd op zoek naar gedreven professionals die ons project willen bijstaan.

 

sebastiaan.van.luik@arkin.nl