Terugblik Studiemiddag schematherapie

De studiemiddag van de sectie Forensische Psychologie op 24 november 2017 stond in het teken van schematherapie. Deze werd  door het publiek positief ontvangen, met name doordat de verschillende sprekers vanuit hun eigen deskundigheid een breed scala aan informatie over schematherapie in de forensische zorg presenteerden. Hieronder wordt elke spreker kort toegelicht.

 

Dr. Marije Keulen- De Vos gaf de deelnemers uitleg over de theorie achter schematherapie in de forensische context. Zij legde nadruk op de empirische evidentie van schematherapie binnen de forensische zorg. Uit diverse studies blijkt dat schema’s (chronische, onaangepaste combinaties van opvattingen die iemands kijk op de wereld bepalen) en het modus concept (fluctuerende emotionele toestanden die tijdelijk iemands voelen, denken en doel beïnvloeden) valide concepten zijn binnen het forensische werkveld. Keulen-De Vos doet onder andere onderzoek naar het effect van schematherapie bij tbs’ers.

Een belangrijk resultaat dat zij vond is dat wanneer schematherapie vergeleken wordt met de gebruikelijke behandeling, schematherapie vooral van waarde is binnen de eerste anderhalf jaar van behandeling. Dit resulteert in een grotere afname van symptomen binnen persoonlijkheidsproblematiek cluster b, en meer toegang tot gezonde modi. Ook kreeg deze groep de eerste 18 maanden significant eerder een begeleid verlofstatus en werd het risico (gemeten met de instrumenten START en HCR-20) significant lager ingeschat in het eerste anderhalf jaar van de behandeling. Keulen- De Vos vertelde dat zij binnen een grootschalig dossieronderzoek van patiënten verblijvend in tbs-instellingen in Nederland in detail onderzoek gedaan is naar de verschillende modi die patiënten ervaren prior en tijdens hun indexdelict (het type delict waar patiënt door de rechtbank tbs voor opgelegd heeft gekregen). Wat bleek is dat bij de meeste patiënten voor een delict de ‘eenzame kind modus’ het meest geactiveerd is. Ten tijde van delicten wordt gezien ? Dat de ‘ervaren kind modus’ naar de achtergrond verdwijnt en de meer aanvallende modi bij patiënten geactiveerd worden. Dr. Keulen- De Vos pleitte aan het einde van haar lezing om de verschillende schema modi van patiënten mee te nemen binnen de behandeling en risicomanagement van tbs patiënten

 

Drs. Marjolein van Wijk Herbrink vertelde bij haar presentatie over schema therapie bij jongeren (met ernstige gedragsproblemen) en de aanpassingen die voor deze doelgroep gemaakt dienen te worden. Zij begon met het onderstrepen van de noodzaak om op jonge leeftijd persoonlijkheidsstoornissen te diagnosticeren.. Alhoewel er nu voorzichtigheid is in het diagnosticeren van deze groep, stelt zij dat deze voorzichtigheid de lading de lading van de problematiek niet altijd dekt. in het bijzonder binnen schematherapie worden theoretische relaties tussen schema’s, schema-coping en schema modi binnen jeugd forensische populaties gevalideerd. Tevens zorgt het benoemen van de DSM diagnoses voor een meer heldere overdracht binnen verschillende jeugdinstellingen. Tijdens haar lezing gaf van Wijk Herbrink toelichting over de pilot SAFE Path. Zij liet weten dat er bij het werken met jeugd met gedragsproblemen veel problemen kunnen ontstaan door onbegrip. De pilot, een tweejarig traject, traint de jongere en zijn netwerk om inzicht te geven in wie de jongeren zijn en hoe zij zich anders kunnen verhouden tot hun problematische kant. De eerste resultaten tonen aan dat aan dat na dit traject groepsleiders in staat zijn de basishouding en basistechnieken van schematherapie toe te passen, en dat bij de jongeren de emotionele gedragsproblemen afnamen.

 

De derde en laatste presentatie werd verzorgd door drs. Karin Frijters en dramatherapeut Tjerk Jan Haga; zij gaven uitleg over de module Helpers en Helder. Deze module is specifiek bedoeld voor forensische cliënten met een licht verstandelijke beperking en gedragsproblemen. Bij deze module wordt er veelvuldig gebruik gemaakt van pictogrammen en rollenspellen. Binnen deze therapievorm is het taalgebruik aangepast: zo wordt het woord ‘schema’s’ vervangen door ‘vroegere ervaringen en littekens’ en ‘modi en modi-model’ worden ‘kanten en kantenmodellen’ genoemd. De module werd op humoristische en interactieve wijze tijdens de studiemiddag gepresenteerd, waarbij vrijwilligers uit het publiek werden uitgenodigd deel te nemen. Zo moest een deelnemer aan de hand van verschillende hoeden uitzoeken welke hoed het meest representatief is voor zijn meest gebruikte kant. De deelnemer koos andere vrijwilligers uit die zijn andere kanten moesten representeren, en dit resulteerde in het kantenmodel van deze persoon. Dit kantenmodel werd toegepast binnen een rollenspel over een situatie waar een patiënt te laat kwam bij een programmaonderdeel. De verschillende kanten werden vervolgens ingezet om zo deelnemers via deze oefening onder andere inzicht te geven in hoe hun verschillende kanten een verschillend effect kunnen hebben binnen situaties.

 

We kunnen concluderen dat het een zeer geslaagde studiemiddag was, met interessante sprekers die op elkaar waren afgestemd en er was een goede mix was van wetenschap, theorie en praktijk.