Het doorbroken beroepsgeheim

Binnenkort mogen medische gegevens van weigerende observandi op het Pieter Baarn Centrum zonder toestemming van de verdachte opgevraagd worden. De sectie forensische psychologie was aanwezig bij een expertmeeting over de invulling van deze wet.

 

Het aantal weigeringen voor deelname aan Pro-Justitia onderzoek en enkele schokkende casussen waarbij geen TBS maatregel was opgelegd zorgde afgelopen jaar voor een verhit publiek debat over het opleggen van de TBS maatregel bij weigeraars. Nieuwe wetgeving werd vlot door de Tweede Kamer geloodst en opeens was het een feit: Nederland kent binnenkort een nieuwe situatie waarbij het medisch beroepsgeheim zonder toestemming van de betrokkene doorbroken mag worden. Gezegd moet worden, het gaat hier om extreem uitzonderlijke situaties. Het gaat hierbij om situaties waarbij verdachten die zijn opgenomen in het Pieter Baarn Centrum weigeren hun medewerking aan Pro-Justitia onderzoek te verlenen. Van deze groep mag over enige tijd zonder toestemming van de verdachten medische informatie opgevraagd worden bij eerdere behandelaars zoals psychologen, huisartsen en andere specialisten.

 

Om de precieze uitwerking van de wetgeving af te stemmen met het werkveld, werd door het ministerie van Justitie en Veiligheid een expertmeeting opgezet waarbij onder andere NIP, GGZ Nederland, OM, NIFP, NVVP en de KNMG aanwezig waren. Het NIP en de sectie FP hebben aangegeven de wetgeving in principe te steunen, maar ook de wens uitgesproken om tegelijkertijd toch de inbreuk op de privacy van de verdachte zo beperkt mogelijk te maken. Dit standpunt heeft het NIP zodoende uitgebreid betoogd, zeker omdat andere partijen hier minder oog voor bleken te hebben. Daarnaast konden het NIP en andere medische professionals uitleg geven over welke informatie medische dossiers precies bevatten en hoe deze uitgewisseld kan worden. Het was mooi om te zien dat de artsen, psychologen en psychiaters de meeste standpunten deelden en elkaar konden bijvallen.

 

Na de eerste expertmeeting gaat het ministerie verder werken aan de uitwerking van de wet en wordt het NIP weer gecontacteerd voor een eerste officiële feedbackronde. Heeft u nog toevoegingen op bovenstaande standpunten of wilt u meehelpen aan het becommentarienen van deze belangrijke wetgeving. Neem met mij contact op via sectiefp@psynip.nl

 

Sebastiaan van Luik

Vicevoorzitter