Het ABC van de Groepsdynamica (8)

Monique Bekker | 18-09-2019
Groepsdynamica bevat een rijke terminologie, waar eenieder die zich met groepen bezighoudt, kennis van zou moeten nemen. In de serie Het ABC van de Groepsdynamica worden telkens enkele belangrijke begrippen verklaard.

De U van Uitsluiting

Bij een groep horen is een belangrijke basisbehoefte van mensen. Het hoort bij het mens zijn om onderdeel van een groep te willen zijn. Het geeft ons zelfvertrouwen en een gevoel van eigenwaarde als we bij een groep horen. Uit onderzoek naar uitsluiting in digitale groepen (Williams, 2012, in Bekker, 2016) blijkt uitgesloten worden uit een groep negatieve gevoelens op te roepen. Deze groepen hoeven niet eens echt betekenisvol voor de deelnemers te zijn, zoals bijvoorbeeld een minder belangrijke Facebookgroep.

Uit een ander onderzoek (Pansepp, 2011, in Dijkstra, 2018) blijkt uitsluiting eenzelfde activatie in de hersenen te geven als fysieke pijn. Dit schijnt dus ook voor te komen als mensen van digitale groepen, zoals op LinkedIn, worden uitgesloten. De effecten van de experimentele ‘uitsluiting’ door Williams en zijn handlangers (in Bekker, 2016) blijken heel goed meetbaar, bijvoorbeeld via een score van welbevinden door de proefpersonen zelf. Het is eigenlijk vreemd dat het zo lang heeft moeten duren voordat deze effecten van uitsluiting experimenteel konden worden onderzocht, vindt Williams (in Bekker, 2016). Al in 1890 schreef één van de grondleggers van de moderne psychologie, William James, dat uitsluiting waarschijnlijk erger is dan fysieke marteling.

De V van (sociale) Vergelijking

Door sociale vergelijking kunnen mensen in groepen beïnvloed worden. Het betreft hier dan vooral beïnvloeding van het zelfbeeld. Dit hangt samen met de sociale omgeving. Hoe worden mensen beïnvloed door hun omgeving en hoe beïnvloeden zij de omgeving vervolgens weer?

Sociale vergelijking is een veel bestudeerd verschijnsel binnen de sociale psychologie. De sociaal psycholoog Festinger deed hier als eerste onderzoek naar in zijn sociale vergelijkingstheorie (Festinger, in Bekker, 2016). De basis van deze sociale vergelijkingstheorie is dat mensen graag de juistheid van hun meningen en bekwaamheden op waarde willen schatten. In de oorspronkelijke formulering van de sociale vergelijkingstheorie bespreekt Festinger (in Bekker, 2016) de vergelijking van opinies en bekwaamheden. In latere uitwerkingen is de theorie toegepast op andere vergelijkingsaspecten, met name emoties en status.

Mensen zijn voor kennis over de wereld en over zichzelf mede afhankelijk van de vergelijking met anderen. Van belang is dan de vraag wie men kiest om zichzelf aan af te meten en welk effect die keuze heeft op het resultaat van de vergelijking. Mensen kunnen zich vergelijken met andere mensen die slechter (neerwaartse vergelijking) of beter (opwaartse vergelijking) af zijn.

Beperkt vergelijken
Wanneer mensen zichzelf vergelijken met anderen, doen zij dit om hun zelfvertrouwen en/of zelfwaardering te handhaven of te vergroten. Een andere manier om dit te doen is het gebruikmaken van de beperkte vergelijking. Het maken van beperkte vergelijkingen houdt in dat iemand, bijvoorbeeld een student, zichzelf slechts vergelijkt met anderen waarvan hij weet dat zij ongeveer dezelfde resultaten behalen. Over het algemeen gaat het dan om zwakkere resultaten (Crocker & Major, 1989, in Bekker, 2016). Wanneer studenten bijvoorbeeld zwakke resultaten behalen, vergelijken zij zich liever niet met studenten die veel beter scoren omdat dit bedreigend is voor hun zelfwaardering.

Zo’n beperkte vergelijking noemt men een zelfbeschermende strategie, omdat mensen hun zelfbeeld willen beschermen. Andere zelfbeschermende strategieën zijn bijvoorbeeld het maken van externe attributies (toeschrijven van oorzaken van bijvoorbeeld falen, die buiten jezelf liggen).

De W van Wij-gevoel

Voelen groepsleden zich sterk met elkaar verbonden, dan heeft de groep een grotere invloed op hen. Er bestaat een samenhang op individueel en groepsniveau. Individuele verbondenheid, elkaar aardig vinden, elkaar respecteren en elkaar vertrouwen uiten zich op groepsniveau in een ‘wij-gevoel’. In een sterk verbonden groep ervaren de leden meer plezier en tevredenheid, hebben meer zelfvertrouwen en ervaren minder angst (Lewin et al., in Bekker, 2016).

Het ervaren van de mate van verbondenheid (cohesie) in een groep speelt een grote rol in het wij-gevoel. Een wij-gevoel bevordert de harmonie in een groep en daarmee een veilige sfeer. Wanneer groepsleden te weinig cohesie ervaren in een groep, kunnen zij overwegen om de groep te verlaten. Hoeveel verbondenheid er nodig is in een groep hangt af van de taak en het doel van de groep. Onderzoek suggereert dat de optimale cohesie wordt bereikt bij een groep van vijf tot negen deelnemers, die minstens twaalf sessies bij elkaar komen (Burlingame, McClendon & Alonso, 2011, in Dijkstra, 2018).

De Z van Zelfhandicappen

Hoe houden groepsleden in heterogene groepen hun positieve zelfconcept in stand? Ze worden hier immers blootgesteld aan allerlei groepsleden die anders zijn dan zij.

Om zoveel mogelijk een positief zelfconcept te handhaven kun je verschillende processen toepassen. Een van deze processen is het zelfhandicappen: je stelt extra hoge eisen aan jezelf wanneer je een prestatie moet leveren. Wanneer deze prestatie dan niet lukt, hoef je dit niet aan jezelf te wijten; wanneer de prestatie wel lukt, kun je het succes aan jezelf toeschrijven.

Wanneer je alle bijdragen in A&O-items nog eens doorneemt, heb je een klein overzicht van belangrijke elementen uit de groepsdynamica. Wil je meer weten van groepsdynamica, lees dan mijn boek Groepsdynamica: Werken in en met groepen waarin de groepsdynamica wordt beschreven als groepsbegeleider, maar ook als groepslid.

Literatuur

  • Bekker, M.E. (2016). Groepsdynamica: Werken in en met groepen. Amsterdam: Boom.
  • Dijkstra, P. (2018). Sociale psychologie (2e ed.) Amsterdam: Boom.

Lees ook

 

Monique Bekker, Registerpsycholoog NIP/ Arbeid & Organisatie, docent/trainer in groepsdynamica bij BOPadvies  en auteur van de boeken ‘Leuker Lesgeven’, ‘Focus op Groepsdynamica’ en ‘Groepsdynamica: Werken in en met groepen’.

Reageren? Mail naar A&O-items.