Ik zie het niet meer zitten – Over de burn-out en het ongeloof in keuzevrijheid

Sandra Rethmeier
Vandaag reisde ik met de trein. Ik stapte in samen met een troosteloos uitziende man, in bijpassend kloffie met een versleten tas om zijn schouder. We reisden beiden eersteklas en zaten tegenover elkaar. De koffie verbond ons, we raakten in gesprek. ‘Ik zie het niet meer zitten’, zei hij. ‘Misschien heb ik wel een burn-out.’ Mijn interesse was onmiddellijk gewekt. Hoe kom je daarbij? Wat bedoel je eigenlijk? En wat ga je eraan doen?

De man vertelde over zijn werk. Docent geschiedenis op een scholengemeenschap. Pas 35 jaar. En nu al geen zin meer. ‘Klassiek geval’, zei hij ironisch. ‘Hoort bij het onderwijs.’

Oeps, zo’n depressieve toon al bij aanvang van ons treingesprekje. De werkpet ging nu echt op en we gingen samen op onderzoek.

Eerst analyseerden we zijn openingszin ‘ik zie het niet meer zitten’. Eigenlijk bedoelde hij ‘ik heb er geen zin meer in’. Geen zin in de school, de klas, de leerlingen, de zich herhalende cyclus van jaren en seizoenen. Geen zin ’s morgens op de fiets naar het station, treintje pakken, lopen naar school, collega’s en leerlingen begroeten, et cetera. Gewoon helemaal geen zin. En dat zet zich dan ’s avonds thuis ook voort. Geen zin om te koken, geen zin om vrolijk te zijn, geen zin om te praten met zijn gezin. Ook geen zin om te fulmineren over het werk, veel te vermoeiend en bovendien zinloos wat er dan terugkomt aan commentaar.

Tamelijk hopeloos ja. ‘Heb je dan misschien wél zin in een burn-out?’, vroeg ik hem. Nou nee, tot zijn verrassing eigenlijk niet. Een burn-out zag hij al helemáál niet zitten.

‘Maar waarom blijf je dan het pad volgen dat daar rechtstreeks naartoe leidt?’

In aanvang was hij van mening dat hij daar niets aan kon doen. Hij was nou eenmaal leraar geworden, dan kreeg je dit vanzelf. Maar toen hij dat zei kwam er wel een klein lachje op zijn gezicht. Een vleugje zelfspot, een kort momentje gezonde reflectie. Ik schoot in de lach. Ik dacht aan een liedje van Cornelis Vreeswijk, waarin hij zingt ‘… dan verander ik van toon en speel een A’. Ik vertelde het hem en hij knikte instemmend.

Op dit punt in het gesprek aangekomen dacht ik: hij gaat het doen! Hij gaat nu zeggen dat hij van koers gaat veranderen, het heft in eigen handen nemen en het roer omgooien! Maar nee helaas, er speelde nog veel meer. Een soort basisgevoel van ongeloof in de maakbaarheid van zijn eigen bestaan en in de vrijheid om andere keuzes te maken. Wie ben ik dat ik uit ga zoeken wat ik leuk vind, wat ik graag zou willen? Wie ben ik dat ik mijn baan opzeg, nog een keer vriendelijk zwaai naar mijn oude bestaan en opnieuw de wereld ga verkennen?

Ik werd er stil van. Dit is meer iets voor een therapeut, dacht ik nog. Behandeling voor depressie misschien, of wat prozac nodig. De stilte duurde voort. Ik wist het even niet meer. Ik zag het even niet meer voor hem zitten.

‘Ik kies niet voor een burn-out’, zei de man toen. ‘Ik ben still alive and kicking en ga gewoon door. Dat heb ik vroeger ook altijd gedaan. Ik ben misschien vergeten hoe het moet, maar ik kan het vast wel weer oppakken.’

Hij schonk me een vriendelijke glimlach en stond op. Bestemming bereikt.

‘Goeie reis!’, zei ik nog. Maar hij was al op pad. Er was iets wat hij weer zag zitten.

Sandra Rethmeier, A&O-psycholoog en eigenaar van Spiral Consult.

Reageren? Mail naar A&O-items.