Op weg naar depressie?

Sandra Rethmeier 27-11-2019
Het is herfst. Als de avond valt lijkt het alsof de dag voorbij is. Als de blaadjes vallen lijkt het alsof de zomer voorgoed afscheid heeft genomen. En als ik ‘s morgens in het pikkedonker de hond uitlaat, als de haan vertwijfelt kraait onzeker of de dag nog gaat starten, dan komt er een claustrofobisch gevoel over me heen. Ben ik op weg naar een depressie? Of is het gewoon de winterblues.

Herfst is niet alleen een weertype, maar ook een stemmingstoestand denk ik weleens. Zeker begin november, als de hoop op toch nog een warme zonnige dag echt vervlogen is. Regen, wind en wolkenmassa’s kondigen duidelijk aan dat het over is met de pret. Tochtige stations maken de reis naar het werk er niet vrolijker op. Een blik naar buiten op een bagger-vieze auto, op natte schapen en landerijen omlijst door regendruppels op het raamkozijn maakt mij somber.

Maar herfst is ook dat er drie tintjes grijs kuikentjes door het gras huppelen. Samen met een paar zwarte kippen, een vette rooie en een paar ongewis gekleurde kleine kipjes vormen zij een levend schilderij in dit barre landschap. Er is ook nog een wit fluffy geval, een wit krielkipje met enorm veel veren dat nog net niet weggeblazen wordt. En dat zich ondanks zijn engelachtige voorkomen kranig gedraagt bij de rest. Tja, daar moet ik wel voor naar buiten om te voeren! En ja, dat doe ik best heel graag.

Wat maakt dat de blik zo snel verschuift van het idyllisch panorama naar de melancholie, naar de sad-side of de story? Het puzzelt me elk jaar weer, en dit jaar is dus geen uitzondering.

Ik weet dat het komt, dus ik doe er alles aan om het voor te zijn. Om 5 uur gaat de haard aan, kaarsjes branden, gezelligheid ten top. Maar het blijft dweilen met de kraan open. De uiterlijke gezelligheid is fijn maar weegt niet zomaar op tegen het innerlijke gevoel van donkerte. Misschien moet ik die donkerte dan toch maar verkennen.

Op een normale dag heb ik aardig wat tijd nodig om op te starten. Wakker worden, dieren voederen, mail checken, ontbijtje en de honden eruit… dat is zomaar twee uur. Dan heb ik daarna zeker twee uur nodig om op te starten voor ik me aan echte werkzaamheden waag. Als ik eenmaal lekker aan de slag ben dan kan ik wel lekker doorhalen. Vroeger maakte het me niet uit of het licht of donker was buiten. En misschien herken je het wel, maar ik ervaar steeds vaker dat het vallen van de avond duidelijk maakt dat het werk weer even klaar is. Niet de klusjes, maar wel het werk. Dus alleen als ik nog afspraken of overleg heb ben ik feitelijk aan het werk in het donker, en anders dan val ik een soort van stil.

De schoen wringt dus ergens bij de invasie van de donkerte en het korter worden van de dagen. Maar dat kan het toch niet zijn, zo simpel? Wat is het, dat ik werken zozeer aan licht ben gaan koppelen, hoe kan het dat mijn ogen sluiten als het donker zijn intrede doet? Dat ik pas op wil staan als het licht weer aangaat, als de gordijnen hemelsblauw weerschijnen en vragen om snel open te gaan? Wat is het dat ik me liever omdraai als het nog donker is, dan dat ik met een vrolijke sprong uit bed spring en in m’n kleren schiet om de dag te beginnen?

Ik weet het niet lieve mensen. Ik troost me met de gedachte dat ik daar niet alleen in sta. Correctie, ik troostte me daarmee tot vandaag! Want er valt niets te troosten wat een onzin. Ik ben toe aan een moment van bezinning op licht en donker, op moeten en willen, op actie en reactie! Een moment dat zich elk jaar opnieuw aandient, wat een kadootje! Tijd voor gesprekken en bespiegelingen met partner en kids over alles wat ons bezig houdt. Tijd om naar binnen te keren, met kaarsjes en de haard aan. Het is de winterslaap van de beer die hem helpt om volgend jaar weer met hernieuwde energie het leven in te stappen. Het is de tijd dat de kippen geen eieren leggen om energie te sparen, zodat ze in het voorjaar weer zin hebben om te paren, om eieren te leggen en kuikentjes te krijgen! Het is de tijd om de schijnwerpers naar binnen te richten, tijd voor bezinning en contemplatie, tijd om van elkaar te genieten.

Ik zal u bekennen, ik leef toe naar 21 december. De dag dat de winter begint en de dagen weer gaan lengen. Ik leef toe naar Sinterklaas want dat is altijd een magisch feest met ons gezin! En ik kijk uit naar de jaarwisseling, het moment waarop het mogelijk lijkt dat alles in één keer verandert. En dan gaan we met hele grote stappen en een bloedvaartje door januari en februari, op naar 21 maart als de lente weer begint!

Die eerste lentedag ga ik zeker een column schrijven. Een jubelbericht aan iedereen die het wil horen, dat ik de winter weer heb overleefd! Ik ga belachelijk genieten van die voorjaarsmaanden, en hard werken om de appels en de pruimen in de zomer te oogsten.

Ik ga op in het moment, en ik ga dat moment gewoon niet meer loslaten. Nooit meer.

Sandra Rethmeier, A&O-psycholoog en eigenaar van Spiral Consult.

Reageren? Mail naar A&O-items.