Klimaatdiscussie in religieuze sferen: angst verdringt de wetenschap

Huibrecht Boluijt 27-11-2019
In het huidige tijdgewricht wordt de klimaathype nogal eens vergeleken met religie. Op niet zelden dramatische en profetische wijze wordt een waarheid gepredikt, waarbij onder andere het einde der tijden, schuld en boete doen de thematieken zijn. De mens zou zich strikt moeten houden aan geboden.

Deze boodschap die redding zou brengen wordt bovendien ook nog eens gebracht door een jonge mens (Greta Thunberg), die als een haast Messiaanse leider met vermeende objectieve inzichten de zuiverheid en oprechtheid moet personifiëren.

Een aantal psychologische tendensen zetten bij dit alles de wetenschap onder druk:

  • Virtue signalling
    Het fenomeen virtue signalling is in de klimaatdiscussie niet van de lucht, volgens Patrick Moore, oud-directeur van Greenpeace. Hij windt er geen doekjes om en noemt de geuite paniek omtrent de opwarming van de aarde niet meer dan virtue signalling (Moore, 2019). De verklaring hiervoor is dat het menselijk tekort niet te kunnen voldoen aan de absolute norm, wordt gecompenseerd door het expliciet uitdragen van het geloof in de zaak. Men gaat dan vooral belijden een volgeling te zijn. En net zoals bij de zondige mens in religies, gebeurt dit met woorden en wordt het falen met goede bedoelingen gecamoufleerd.


    UN-klimaatspecialisten die naar aanleiding van de uitspraak van Greta Thunberg (2019): ‘You have stolen my dreams and my childhood’ (23 september), de handen blauw applaudisseerden, deden recent hetzelfde. Applaudisseren voor deze ridicule terechtwijzing is als zelfverloochening. Het publieke debat polariseert daardoor. Omdat het niet meer op inhoud wordt gevoerd maar op uiterlijkheden. Wie durft immers openbaar een jong en kwetsbaar kind met haar allerbeste bedoelingen de mond te snoeren? En zij die het lef wel hebben om deze oneigenlijke vertoning aan de kaak te stellen en een genuanceerd inhoudelijk debat voorstaan, worden daarmee niet alleen als beledigend maar ook nog eens als klimaatontkenners weggezet, als vijand, als afvalligen. Kritisch zijn is ook in religieuze kringen not done. Het tegengeluid, hoe nadrukkelijk wetenschappelijk onderbouwd ook, wordt weggehouden.  Het alsmaar herhalen van de eigen boodschap doet het geloof erin groeien.

  • Gebrekkige modellen
    Naast de uiterlijke overeenkomsten die bij de beleving van het klimaatprobleem de vergelijking met religiebeleving oproept, is er qua inhoudelijke benadering van waarheidsvinding een nog kernachtiger overeenkomst met religie aan te wijzen. Voormalig professor in de geofysica Guus Berkhout omschrijft dit als volgt:


    Het verschil tussen wetenschap en religie is dat wetenschappelijke uitspraken altijd geverifieerd moeten kunnen worden met observaties. Theoretische modellen moeten dus altijd gevalideerd zijn door modelresultaten kritisch te vergelijken met metingen. Als dat niet is gebeurd, mag je modellen niet toepassen. Hoe ingewikkelder het vraagstuk, des te belangrijker de metingen. (Labohm, 2019)


    Daar vliegen dus veel klimaatonderzoekers uit de bocht. Zij pretenderen met de huidige gebrekkige modellen de waarheid in handen te hebben.  Daar nu ligt exact de overeenkomst met religie. Ook daar wordt op basis van overleveringen, particuliere sensaties, aannames en wensgedachten (en niet op basis van metingen en causaliteit) een waarheid verkondigd.

  • Angst
    Mythologie en religie hebben tegenwoordig plaatsgemaakt voor individualisme en materialisme. Bij het gemis aan spiritueel houvast lijkt de moderne mens zijn existentiële angst te projecteren op niet-religieuze ideologieën, waaronder het klimaat. Diepere behoefte aan zingeving en angst voor de eeuwige dood krijgen in tegenstelling tot vroeger tijden geen vorm meer in het eren van een abstracte god of entiteit, maar worden zichtbaar en tastbaar gemaakt in het nastreven van idealen. Echter met een grote mate van zelfbedrog. Immers rust de waargenomen en verkondigde en onaantastbare waarheid van de klimaatactivisten niet op een absoluut meetbare waarheid, maar op een keuze voor een waarheid die samengevat is in predictieve modellen en aannames.


    Er wordt gesteld dat er zo’n twee biljoen (!!) sterrenstelsels zijn. Astronomen geven duidelijk aan dat astronomische cycli als enige invloed hebben op klimaatsveranderingen (Hilgen, Krijgsman & Lourens, 2000). De reden dat we toch zo graag willen blijven geloven dat wij met ons zonnepaneeltje enige invloed zouden kunnen hebben op de klimatologische dynamiek op aarde, heeft alles te maken met onze neiging te willen controleren als tegenwicht tegen de angst voor het ongrijpbare.

  • Aannames
    Zolang de mens bestaat, houdt deze zich emotioneel op de been door voor al het ongrijpbare aannames te formuleren, om vervolgens de verantwoordelijkheid ver buiten zichzelf te leggen. Letterlijk in tijd en ruimte. Bij alle klassieke mythologieën en moderne religies waren en zijn het goden (of één god) die ver weg en na de dood zouden oordelen. Ook hier vertoont de klimaathype overeenkomsten met religie. Doelen worden opnieuw veilig ver weg ter evaluatie bepaald en vooral op minimale criteria. Tienden van graden Celsius over 30 tot 50 jaar. Wie dan leeft die dan zorgt. En alles keurig in een sociaal wenselijk actieplan gegoten: iedereen blij. Het geeft ons mensen het idee dat we in controle zijn als we maar willen. Maar we zijn het niet en onbewust camoufleren we derhalve onze angst en ons falen. Want wie goed om zich heen kijkt, ziet het falen in elke plofkip en plastic verpakking.


    Kortom, de neiging om onze onvolmaaktheid te ontkennen, leidt onze gedachten en overtuigingen. Met het formuleren van klimaatdoelen en met het prediken dat we de aarde moeten redden, sussen we onze angst en ons geweten en leven we voort in de illusie dat we wel grip hebben. En elk geluid dat afdoet aan die illusie wordt de nek omgedraaid.

Psychologisch dilemma
Wetenschap is er om te verklaren om vandaaruit te kunnen voorspellen. Ook binnen de klimaatdiscussie moet dit het argument zijn. Maar we verliezen de bewustwording dat de mens een angstig en falend wezen is en blijft, en dat dit ook onze benadering (niet de uitoefening) van de wetenschap beïnvloedt. Hoe paradoxaal dit ook mag klinken. We shoppen wetenschappelijke bewijzen naar goeddunken bijeen. Dus is het probleem vooral psychologisch.

Dat is van alle tijden. Zie de oorsprong van geloven en bijgeloven. Het zijn angst en gebrek aan zelfinzicht die ons tot ‘conclusies’, ‘waarheden’ en godsbeelden leiden. Zolang we dus maar doen en actief gericht zijn op een doel, kunnen we leven in de overtuiging dat we in controle zijn. We ervaren grip. We zijn immers op weg naar… een hiernamaals, een beter klimaat, een illusie. Het leven is nu eenmaal groter dan wij. Waarom we dat niet accepteren is, omdat we dan onze nietigheid moeten erkennen en onze angst niet gestild wordt. Daarmee blijven we onze angst overschreeuwen. We grijpen in paniek om ons heen.

De psychologie als wetenschap zou zich meer moeten uitpreken over menselijke angsten en moeten aandringen op een meer genuanceerde kijk op de (klimaat)werkelijkheid in plaats van mee te lopen in een stoet van angst en polarisatie. Er zijn al religies genoeg.

Literatuur

Huibrecht Boluijt, Registerpsycholoog NIP/ Arbeid & Organisatie, Gezondheidspsycholoog en Sportpsycholoog bij Psychologenbureau Boluijt.

Reageren? Mail naar A&O-items.