F*ck het protocol – (In)adequate begeleiding bij burn-out

Huibrecht Boluijt | 01/05/2019
Iedere keer verbaas ik me weer over het feit dat bij uitval door psychische problemen zoveel werkgevers de neiging hebben om zich van meet af aan met het herstel van de zieke werknemer te bemoeien. Met name bij uitval door burn-outklachten leggen zij de zieke werknemer belachelijke eisen op.

Wekelijks het standaard kopje koffie op de afdeling doen of een telefoontje plegen met de teamleider om aan te geven hoe het herstel verloopt, lijkt de gewoonste zaak van de wereld. Het staat immers in het protocol, dus is het goed. Zelfs huisartsen en bedrijfsartsen volgen regelmatig dit ongenuanceerde ‘ritueel’. Ondanks dat wetenschappelijk onderzoek uitwijst dat juist een tekort aan regelmogelijkheden en autonomie, en een verminderde self-efficacy een burn-out veroorzaken, gaat men vrolijk door met het beknotten van de zieke werknemer. Dergelijk inadequaat handelen moet eindelijk eens klaar zijn!

Plichten en rechten
Het lijk wel alsof werkgevers óf hun eigen positie te hoog inschatten als het gaat om hun bijdrage aan het herstel óf gewoon achterdochtig zijn richting werknemer. Omdat psychische fenomenen zo ongrijpbaar zijn en eenvoudig te simuleren. Maar het zijn niet de lijntrekkers die uitvallen vanwege een burn-out. Het zijn juist vaak loyale, plichtsgetrouwe en oververantwoordelijke medewerkers die de kwaliteit van hun werk en de persoonlijke binding hoog in het vaandel hebben staan. Die tegen grenzen van zichzelf zijn opgelopen en over het randje gekukeld, juist doordat zij altijd hebben afgestemd op omgevingseisen en minder goed naar zichzelf hebben omgezien. Ze zijn vaak van zichzelf en hun sociale omgeving vervreemd geraakt en hebben nergens meer energie voor over. Ze zijn helemaal op.

Deze mensen kun je bij burn-out niet opleggen contact te houden met het werk, want hun emotionele veerkracht is stuk. Maar zodra zij hun emotionele en psychische draagkracht hervinden, zullen zij uit zichzelf de weg naar de werkvloer weer zoeken. Juist omdat ze zo betrokken zijn bij het werk dat ze doen en bij de mensen, waarmee en voor wie ze hun werk doen.

Dus werkgevers en bedrijfs- en huisartsen: hoe meer u ze tijdens hun ziekte op hun nek zit hoe meer u ze uitput en hoe verder ze van het herstel verwijderd blijven. Zij kennen hun plichten, geeft u ze dan ook hun rechten!

Burn-out niet werk-gerelateerd
In allerlei herstel- en re-integratieprotocollen staat dat het contact met de werkvloer vooral niet verloren mag gaan. Deze theorie wordt vaak botweg op elke casus gekopieerd zonder te kijken naar de uniciteit van de werknemer in relatie tot de uniciteit van diens psychische klachten. Ook kennis van de richtlijn Overspanning en burnout (Verschuren et al., 2011) kan leiden tot een verkeerde aanpak van het probleem, doordat de richtlijn geen onderscheid maakt tussen (lichte) stressklachten en overspanning of burn-out.

Niet-kenners zien burn-out nog te vaak als een uitsluitend werk-gerelateerde aandoening. Niets is minder waar. Emotionele uitputting en depressieve klachten voeren vaak de boventoon en van distantie tot het werk of minder ervaren competentie hoeft lang niet altijd sprake te zijn. Het feit dat cognitief en emotioneel disfunctioneren wel in arbeid tot uiting kunnen komen, maakt burn-out nog niet exclusief werk-gerelateerd.

Burn-out veelzijdig construct
Met andere woorden burn-out is een veelzijdig construct. Een goede aanpak van burn-out ligt dan ook bij specialisten met kennis van psychodiagnostiek en psychotherapie. Zoals bij psychologen en psychiaters, die tijd hebben voor diepgaande gesprekken en kennis van analyses.

Uitgebreide psychodiagnostiek is nodig om te kunnen onderzoeken wat de exacte aard en herkomst zijn van de klachten. Het beeld van iemands psycho-structuur in relatie tot de vaak grillige klachten en zijn vermogens vertoont een unieke situatie die vraagt om een unieke aanpak. Vaak wordt in de eerste gesprekken al duidelijk dat afgesplitste affecten en trauma’s in de beleving terugkomen. En gevoelens van burn-out hebben niet zelden ook de functie innerlijke conflicten af te weren, of heftige agressieve ontladingen te voorkomen of confrontatie met eigen agressie en zelfconfrontatie uit de weg te gaan.

Het laat zich dus raden dat het herstel slechts in grove lijnen der verwachtingen is uit te drukken. En het maakt duidelijk dat een verplichte kop koffie hier helemaal niets aan het herstel toevoegt. Elk protocol ter spijt.

Protocollen als verdienmodellen
Protocollen zijn als een gemiddelde casus- en herstelbeschrijving. Ze zijn daarom voor marketing erg interessant. Commerciële bureaus ‘verkopen’ een op het protocol gebaseerde behandeling als zou deze een voorspelbaar verloop hebben en zorgverzekeraars gebruiken het protocol gretig als meetinstrument voor kostenbewaking. Maar als een statistisch gemiddelde gaat staan voor realiteit, ontstaan er problemen.

Protocollen scheppen onterechte ideeën met nadelige bijeffecten. Bijvoorbeeld dat herstel in een tijdpad is te vatten. En dat de werkgever grip op het herstel kan hebben. Zo maakt het protocol de werkgever als het ware medeverantwoordelijk voor het herstel. De werkgever dient immers ten gunste van het herstel betrokkenheid te tonen en allerlei aanpassingen te doen om de zieke werknemer in arbeid te kunnen laten re-integreren. En het liefst zo snel mogelijk allemaal. Onzin dus.

Begrippen als overtallig werken of een aangepaste of beschermde werkplek blijken vaak schijn. Ze kunnen pas aan het einde van het herstelproces van betekenis zijn, als de cliënt de gedachte uitspreekt weer arbeidsactief te kunnen zijn en de psycholoog het voornemen tot gedegen werkhervatting onderschrijft.

Op de plaats rust
Goede werkgevers en andere arbeidsdeskundigen aan het burn-outfirmament gunnen de zieke ‘alle’ tijd tot herstel. Ze accepteren dat de werknemer ziek is en blijven tot nader order buiten beeld. Zij geven mandaat aan de therapeut. Een goede therapeut is namelijk nooit advocaat van een cliënt noch van de opdrachtgever/doorverwijzer. Het tonen van respect en vertrouwen naar de zieke zal het herstel ten goede komen en tevens een goede arbeidsrelationele basis vormen voor als het werk weer hervat gaat worden.

Zoals eerder aangegeven: mensen met een burn-out lastigvallen, bijvoorbeeld met vragenlijsten en werkboeken en huiswerkopdrachten, werkt niet. Het brein is van slag, out of order. Van belang is om op de rem te trappen als mensen zelf zeggen snel weer beter te willen worden. Natuurlijk is dat een begrijpelijke wens, maar het bezigen van het woord snel is meteen ook de kortste weg naar een terugval en een verankering van een destructief patroon.

Op de plaats rust, is dus het motto. En een kop koffie alleen wanneer men dat zelf wil!

Literatuur
Verschuren, C.M., Nauta, A.P., Bastiaanssen, M.H.H., Terluin, B., Vendrig, A.A. (…) Loo, M.A.J.M. (2011). Eén lijn in de eerste lijn bij overspanning en burnout: Multidisciplinaire richtlijn overspanning en burnout voor eerstelijns professionals. NVAB, NHG, LVE.

Huibrecht Boluijt, Registerpsycholoog NIP/ Arbeid & Organisatie, Gezondheidspsycholoog en Sportpsycholoog bij Psychologenbureau Boluijt.

Reageren? Mail naar A&O-items.