Kunstmatige intelligentie, driedubbele kansen voor de psychologie

Huibrecht Boluijt
Daar waar in vromer tijden het credo ‘bid en werk’ ons nog wees op de noodzakelijke balans tussen in- en ontspanning lijkt nu alleen de ‘doe-stand’ nog maar te kunnen worden gepredikt. Men contempleert nauwelijks meer.

Druk zijn is in. Introversie not done. Exposure een must. Voeg daaraan toe de verplichting tot het verantwoorden van elke punt en komma, elke handeling die men in arbeid verricht en de sereniteit is uit het werk geslagen.

In een vakblad van collega’s uit de complementaire geneeskunde was onlangs een interessant artikel te lezen over de evolutionaire achtergrond van depressie en burn-out (Frankhuizen, 2019). De analytische ruminatiehypothese werd daarin aangehaald. Deze veronderstelt dat depressie en mentale inertie in het algemeen een psychologische reactie zijn op complexe sociale en emotionele problemen. We hebben tijd nodig om te processen. En die tijd is er niet en die vinden wij als mensen ook niet meer. Alleen ziek zijn legitimeert ons blijkbaar nog om op adem te mogen komen. Of een sabbatical. Maar dat laatste is dan weer niet voor iedereen weggelegd.

Robotisering en verrobotisering
Robots leveren binnen tal van beroepssectoren steeds vaker hun bijdrage aan het arbeidsproces. Ook de zogenaamde intelligente robots zullen binnen niet al te lange tijd hun opwachting maken en veel reguliere arbeid van ons overnemen. Dat lijkt gewenst, gezien de stijgende tendens onszelf zowel emotioneel als fysiek volledig te gronde te richten. Een intelligenter ‘soort’ is dan nodig om dat wat gedaan moet worden te kunnen blijven doen. Wat immers te denken van de reeds geschetste ‘burn-out-economie’ die het gevolg is van het absoluut overvragen van de menselijke biologische en psychologische systemen en voor heel veel menselijk leed en financieel verlies zorgt?!

Laten we daarom op tijd onze menselijke beperking inzien dat we niet in staat zijn goed voor onszelf te zorgen, onszelf overvragen. Enerzijds door de, ondanks tomeloze wilskracht bij velen, beperkte menselijke capaciteit en anderzijds door de druk van het economische systeem dat ons in de draaikolk van de hectiek slurpt. We verdwalen daardoor van een existentieel deel van onszelf: de vrije, speelse, contemplerende en creatieve geest. Robotisering kan voorkomen dat de mens verrobotiseert.

Artificial Inteligence (AI)
In de vorige A&O-items sprak collega Godfried Westen over Kunstmatige Intelligentie (KI) en de rol van algoritmisering in de praktijk van met name de selectiepsychologie (Westen, 2018). Niet onterecht merkt hij op dat het stil is over de bijdrage (als die er al is) vanuit de selectiepsychologie als het gaat over het ontwikkelen en monitoren van steeds ‘slimmer’ wordende AI binnen dat vakgebied. Ook vraagt hij zich af wat de mechanisering van oordeelsvorming betekent voor de beroepspraktijk van psychologen in het algemeen. Westen spreekt dan met name over AI en hoe algoritmisering in zelflerende systemen op basis van veel data en data-analyse voorspellingen doet.

Deze zogenaamde machine learning-systemen (niet te verwarren met chatbots die slechts voorgekauwde antwoorden reproduceren) hebben reeds aangetoond een waardevolle toevoeging te zijn op het standaard vakmanschap van de betrokken psycholoog/ assessor.

Men spreekt van AI-gedreven Human Capital Management. Dat klinkt mooi, maar waar is de psycholoog in dezen? Het verdient nadrukkelijk aanbeveling om ons te bezinnen over hoe de positie van de psycholoog te verankeren/definiëren is in relatie tot kunstmatige intelligentie nu deze technologie ons vakgebied betreedt. Tot op heden zijn het sowieso vooral de technici uit de IT-wereld en cognitiewetenschappers die zich bezighouden met de ontwikkeling van AI.

Artificial General Intelligence (AGI)
Nog pregnanter wordt de noodzaak tot profilering als we denken over de aanstondse ontwikkeling van AGI, Artificial General Intelligence. AGI zal niet alleen de logische vervolgstap in deze technologische ontwikkeling zijn maar er ook voor zorgen dat we grip houden op de ontwikkeling van AI en de effecten ervan (Willems, 2012). Het woord General betekent hier het kunnen redeneren op basis van het vermogen tot conceptualiseren en mentaliseren. De ontwikkelingen binnen de huidige AI behelzen slechts het verbeteren van algoritmen en neurale netwerken om zodoende het gemiddelde resultaat van analyses en formules te optimaliseren. Dat gaat op basis van steeds meer data.

De zogenaamde zelfbewuste machine zal echter niet meer afhankelijk zijn van door mensen ingeklopte gegevens en immens grote datacenters maar op basis van een zelfredenerend vermogen adequaat gaan inspelen op de uniciteit van alledaagse situaties. Naar verwachting zal AGI sneller dan de voorspelde termijn van decennia op het toneel verschijnen (Boluijt, 2019). En als het gaat over zelfbewustzijn en redeneren, is de rol van de psycholoog per definitie onontbeerlijk. Daar gaat de psychologie namelijk expliciet over.

Existentiële angst
Er wordt veel gesproken over het gevaar van zelfbewuste robots. Mijns inziens een overtrokken angst. Het is existentiële angst, zoals die zich op alle momenten in onze menselijke geschiedenis voordeed als er een grote uitvinding werd gedaan, waarvoor nog geen concepten in het menselijk bewustzijn waren aangelegd. Wat de mens dus een gebrek aan controle gaf en daardoor angst genereerde. Bij elke technologische ontwikkeling (automobiel, tv, pc, internet, smartphone, et cetera) herhaalde deze angst zich en wierp meteen de vraag op over de wenselijkheid van de betreffende ontwikkeling. Mensen willen immers grip krijgen op de interne spanning.

De vraag over wenselijkheid of bedreiging van het nieuwe zal daarom altijd worden gesteld vanuit het zoeken naar houvast en voorspelbaarheid. Dat is nu eenmaal een ingebakken psychologische eigenschap van mensen. De psycholoog kan hier een bijdrage leveren door de menselijke reacties zoals angsten en weerstanden te duiden.

Zingeving
Het lijdt vanuit de wetenschappelijke hoek geen enkele twijfel dat de tijd nadert dat de zelfbewuste machine een feit is. Ook al verschillen de meningen nog wel over de termijn waarop.

Het huidige tijdgewricht vraagt meer en meer van mensen dan wat de menselijke systemen aankunnen. Je zou kunnen zeggen dat onze kwetsbaarheid wordt ontmaskerd. Maar evenzeer kunnen we in kansen denken en zeggen dat we met de komst van een intelligente robot terug kunnen naar de essentie van ons bestaan. De essentie die in elk levend wezen schuilgaat: leven in harmonie met jezelf en de natuurlijke en menselijke omgeving. Ook bij deze nieuwe zingeving zal de psycholoog meer dan ooit gewenst zijn.

Driedubbele taak voor de psycholoog

  • Psychologen zullen meer dan ooit hun stappen binnen de technologie moeten gaan zetten om hun onontbeerlijke bijdrage te kunnen leveren aan de ontwikkeling en het monitoren van intelligente machines (AGI).
  • Daarnaast kan de psycholoog, wanneer veel van het mensenwerk zal worden overgenomen door AGI, de mens van nut zijn bij het leren omgaan met verandering van patronen en overtuigingen die door de eeuwen heen zijn ingeslepen. Als werk namelijk niet meer centraal staat in het menselijk bestaan, zal het zoeken naar nieuwe zingeving ongetwijfeld de nodige intrapsychische en externe onrust geven. Vooral bij mensen wier identiteit op arbeid rust.
  • Tot slot is er werk aan de winkel om met name de mensen die argwanend of angstig staan ten opzichte van deze technologische ontwikkelingen, te leren hoe zij zich verhouden tot kunstmatige intelligentie. Dat gaat dan onder andere over het leren hoe ermee om te gaan, maar vooreerst zeker ook over het leren aanvaarden dat AGI een steeds nadrukkelijker plek krijgt naast de mens en hoe het de mens ten dienste kan zijn. En bovendien dat al deze ontwikkelingen an sich niets betekenen om bang voor te zijn.

Literatuur

 

Huibrecht Boluijt, Registerpsycholoog NIP/ Arbeid & Organisatie, Gezondheidspsycholoog en Sportpsycholoog bij Psychologenbureau Boluijt.

Reageren? Mail naar A&O-items.