En toen was er niets

Sandra Rethmeier
Geen zonnige start in het nieuwe jaar
Alleen een doorkijkje naar het verdere bestaan
Voor iedereen die de non-existentiële dimensie heeft ervaren

Op 1 januari liep ik vrolijk bij hem weg. Mooi gesprek, fijne uitwisseling, goed gevoel. Ik had een weekje vakantie voor de boeg, goeie start van het jaar, maar toch knaagde er iets. Een dag later werd ik gebeld. Wil je snel komen? Ik kwam heel snel. Om te begrijpen dat haast geen zin meer had. Mijn vriend was eruit gestapt. Uit het leven. Knoopje om z’n nek en springen maar. Zo simpel. Ik had geen echt bewustzijn meer. Ik denk dus ik besta… ik voel niet dus ik besta niet… wie gaat het zeggen.

Zijn leed, mijn leed. Zijn leed grijpt iedereen aan. Zijn besluit puzzelt alle mensen om hem heen. Mijn leed is van mij, diep vanbinnen. Mijn leed is een afgeleide. Maar ik moet er wel mee om kunnen gaan. Hoe ga ik dat doen in de maalstroom van werk, studie, bezorgde ouders, liefhebbende anderen… Ga ik het blussen, verbloemen, overschreeuwen? Ga ik anderen verwijten of beschuldigen? Ga ik ten onder met donderend geweld, of met zachte nuances in de ondergaande zon? Zijn er collega-studenten, zijn er collega’s van mijn werk, zijn er familie, vrienden, bekenden die mijn zompige binnen kunnen begrijpen? Willen begrijpen? Zijn er mensen die gewoon kunnen aanvaarden dat met het heengaan van mijn vriend, ook een deel van mijn eigen leven tot stilstand is gekomen?

Misschien kom ik eruit, binnenkort. Misschien ook niet. De piketpalen staan niet echt gericht op een snelle recovery, een pad met rozen geplaveid op korte termijn. Al was het er, ik zou het niet zien. Tijd gaat helpen hoor ik. Ik hoor het ook niet. Ik zie op mijn netvlies de dood van mijn vriend, de dood van mijn opa, de dood van alle andere mensen en ook dieren die ik zo beminde in mijn korte leven. Tijd gaat niet helpen. Ze komen niet terug. Ze blijven altijd ver verwijderd. Soms voel ik ze als geest, als zielsverwant, als van een andere aard, vluchtig tastend in mijn leven. Ze willen me iets geven, iets vertellen of gewoon even bij me zijn.

Toen ik jong was kon ik soms niet slapen omdat de ziel van mijn opa of oma langskwam. Mijn ouders verdreven de spirits dan door met ze te praten en ze weg te sturen. Als het nodig was verhieven zij hun stem. En de spirits gehoorzaamden eigenlijk altijd. Maar nu ben ik zoveel ouder. Moet ik zelf omgaan met de stemmen van de geesten. Moet ik ze een plek geven in mijn bestaan. Hoe blij ik ook ben dat de geesten zich openbaren, hoe zwaar het ook is om met het echte verlies om te gaan. Het is bizar en onwerkelijk. Het roept vragen op die nu niet en vooral ook nooit niet te beantwoorden zijn.

Wat een harde les van het leven. Je moet zelfs de mensen waar je van houdt laten gaan. Ultieme acceptatie. Je gaat niet over het leven of het bestaan van een ander. Je gaat alleen over je eigen wensen, ideeën, gevoelens en gedachten. Wat een les om te leren. Eén die zich zomaar aandient, die er ineens is. Een ervaring die zich onverwacht en ongewild bemoeit met mijn bestaan. Er is geen therapie om te genezen. Waar zou je van willen genezen? Maar er komt slachtofferhulp, ook voor mij. Maar waarom ben ik dan eigenlijk slachtoffer? En waarvan zou ik dan slachtoffer zijn? Van de zelfmoord van mijn vriend, mijn broer, mijn zoon, mijn…

Maar ze willen wel dat ik slachtofferhulp krijg. Ze wijzen de beste psychologen aan. Ik moet praten over mijn diepste leed met mensen die geschoold zijn om daarover te praten. Maar ik ken ze niet! Ze kennen mij niet! Ik heb geen idee wat ik voel, wat ik moet zeggen, waar het over moet gaan… en zij dus ook niet!!

Op mijn werk opperen ze ook een coach. Ik heb immers al drie weken niet gewerkt, en het is belangrijk dat ik weer ‘de draad oppak’. Ik heb al een paar dagen gewerkt, maar dat is me niet goed bekomen. De eerste twee dagen kon ik aan iedereen vertellen wat er was gebeurd, hoe de uitvaart was, hoe achterlijk veel mensen er waren en hoe intens de kontakten waren. Hoe ik bezig ben geweest met regelen, organiseren, verdragen, rationaliseren en incasseren. Die eerste dagen waren een warm bad van begrip. Dacht ik.

Maar inmiddels besef ik dat ik verdrink in goedbedoelde adviezen. In het afgrijzen van anderen die met me willen praten over het vreselijke besluit van mijn vriend om uit het leven te stappen. Ik word geconfronteerd met het verdriet van anderen die dat onverbloemd over mij uitstorten, verdriet dat niet alleen voorbijgaat aan mijn eigen leed maar verdriet dat mijn bestaan overstijgt. En ik besef zelf nog niet eens wat ik werkelijk voel. Dat ik niet meer stil kan staan bij mezelf, bij mijn broer en mijn vriendin. Dat ik niet meer besef dat ik nog een soort eigen leven had. Heb. Wil hebben.

Hoe vind ik weer een nieuwe balans in al dat geweld, hoe vind ik weer een nieuwe balans in mijn eigen jonge bestaan, tussen het verdriet van mij en al die anderen, tussen mijn misschien wel stiekeme hoop en verlangen in het leven en het stille verdriet van dierbare anderen. Maar gelukkig ken ik mezelf. Ik weet wat ik nodig heb. Tijd. Liefde. Aandacht. Ruimte om te schreeuwen, om te krijsen, om te schelden en te vloeken. Mensen die me onvoorwaardelijk steunen als ik niet zo leuk ben vandaag.

Ik ben blij dat er psychologen, therapeuten en coaches zijn die kunnen helpen. Ik ben nog blijer dat ik zielsverwanten heb die me in mijn leven bijstaan…

Sandra Rethmeier, A&O-psycholoog en eigenaar van Spiral Consult.

Reageren? Mail naar A&O-items.