Kunnen én durven kiezen helpen stress en burn-out voorkomen - Huibrecht Boluijt

Kunnen én durven kiezen helpen stress en burn-out voorkomen

Huibrecht Boluijt

Een eeuw van wetenschappelijk onderzoek naar gedrag van mensen heeft geleerd dat mensen niet rationeel (verstandig) zijn. Zelfs met alle informatie voorhanden, zijn zij vaak niet in staat om verstandig en gezond te handelen. Hoe kan dat nou? En hoe lukt dat dan wel?

 

‘Niet het vele is goed, maar het goede is veel’. Dat zei mij ooit een oud-collega toen het gebruik van internet, e-mail, mobiele telefonie en social media hun intrede deden. Ondanks de voordelen van deze technologieën blijkt een grote digitale onrust ons leven te zijn binnengeslopen. Bovendien stellen tegenwoordig levensgebieden als arbeid, studie en het gezinsleven veel meer eisen aan mensen dan in vroeger tijden. En ook hierbij werkt de technologie lang niet altijd onverdeeld ten gunste van de gebruikers.

 

Iedereen is tegen wil en dank ‘druk, druk, druk’. De  media en wetenschappelijke literatuur staan bol van artikelen over keuzestress, burn-out en de noodzaak tot onthaasten en hoe dat dan zou kunnen. Mindfulness-cursussen schieten als paddenstoelen uit de grond en worden in de psychologische hulpverlening volop ingezet. De mensen willen afrekenen met de stress die onze digitale- en informatiecultuur bij ons veroorzaakt.

 

Alles moet kunnen
Al sinds de eerste helft van de vorige eeuw wordt het credo ‘rust, reinheid en regelmaat’ ingezet bij de opvoeding van onze kinderen om te waken voor overprikkeling en om ze te behoeden voor wanorde. Het leven moet immers beheersbaar zijn. En dat geldt evenzeer voor volwassenen. Maar in onze moderne wereld blijkt het ook voor hen steeds moeilijker om rust en regelmaat  en daarmee beheersing in het eigen leven in te bouwen.

 

Alles moet kunnen. Het leven moet ‘volop’ geleefd worden. De rem lijkt onvindbaar, structuren vervagen en de onrust regeert. Het volop genieten van het leven lijkt te zijn veranderd in overleven. Met als gevolg de toegenomen ervaren stress en somberheidsgevoelens onder jonge kinderen en de schrikbarende toename van depressie en burn-out onder pubers en jongvolwassenen (millennials). En ook ouderen bezwijken massaal onder de druk van het almaar moeten presteren.

 

Ook in arbeid

Ook in arbeidssituaties zien we al heel lang die ontwikkeling. De tijden van de kleine kruidenier zijn voorbij. Consumenten willen kunnen kiezen uit een assortiment. En men wordt als professional pas erkend als men generalist is. De ontmoeting met de consument of cliënt  wordt gereduceerd tot een economische handeling. Tijdschrijven, verantwoorden, weinig handen nog aan het bed; de ziel is er helemaal weggehaald.

 

Robotisering doet daarbij een extra duit in het zakje. Ook hier geldt dat men het besef kwijt is dat het grote in het kleine zit. De kracht van de ontmoeting is namelijk bewezen de enige parameter die de kwaliteit van arbeid en diens product bepaald. Want automatisering in arbeidssituaties heeft dan wellicht bijgedragen aan de verbetering van het fysieke welbevinden, het mentale welbevinden lijkt eerder afgenomen, gezien de hoge uitval door psychische problematiek.

 

De werkende mens en de organisaties waarin zij werken zullen zich moeten beraden op de vraag waarom ze niet kunnen of durven kiezen en het vele willen blijven najagen.

 

Kunnen en durven kiezen

Velen nemen zich vaak voor om weg te blijven van het jachtige bestaan. Maar hoe, dat blijkt vaak de lastigste te beantwoorden vraag. Het ervaren van stress en overbelasting leidt namelijk lang niet altijd vanzelf tot meer adequaat handelen. Vaak nemen mensen dan juist nog meer hooi op hun vork om de onrust en vermoeidheid niet te hoeven voelen. Men durft geen keuzes te maken in een tijd, waarin we extreem worden overladen met mogelijkheden en verlokkingen; bang om zaken te missen, achter te lopen, niet meer mee te tellen en daardoor minder waard te zijn.

 

Deze tendens zet zich voort in de werksituatie. Werkgevers jagen hun mensen over de kling met bijscholingen, volle mailboxen, vakliteratuur en tal van wettelijke voorschriften die elkaar in rap tempo opvolgen. Het moet, want zodra je verslapt loop je achter. En voor je het weet staat je bedrijf of baan op de tocht. Werkgevers en overheden zouden moeten ingrijpen en de regeldruk wegnemen maar doen dat niet. Althans niet met zichtbaar positief effect.

 

Zelfsturing

Het besef van de nadelige (ongezonde) effecten van een rusteloos en wanordelijk bestaan op het eigen (arbeids)leven en dat het anders moet, is nodig voor het kunnen aanbrengen van orde en daarmee het uitbannen van ongezond en stresserend gedrag. Dus ook in arbeid. Pas dan kan de wil ontstaan om dit gedrag aan te passen.

 

Weten wat de waarden en normen in het leven zijn en het kunnen onderscheiden van hoofd- en bijzaken kunnen helpen bij het maken van keuzes. In arbeid is daar bovendien ook lef voor nodig. De werkgever zal niet als vanzelf de noodzaak voelen. Maar het tonen van lef houdt niet meteen in dat men ook in staat is tot verandering. Uitsluitend het willen en het besef hebben van de manieren waarop men kan ordenen en ingrijpen op het eigen (ongezonde) handelen, blijken voor velen onvoldoende om daadwerkelijk veranderingen door te zetten.  Het geheim van daadkracht en het zich eigen kunnen maken van adequaat gedrag zit ‘m in de ervaren eigenwaarde.

 

Uit psychologisch onderzoek blijkt dat wanneer mensen in hun  jonge jaren in de opvoeding hebben meegekregen dat ze autonoom zijn, dat ze competent zijn en dat er sprake is van emotionele verbondenheid met hun naasten, dat zij dan als volwassen personen beter in staat zijn tot adequate zelfsturing; zij staan in hun latere leven krachtig aan het roer hetgeen hun gedrag aanstuurt. Mensen met deze opvoedingservaringen zijn vaker geboeid en nieuwsgierig. Mensen die moeite hebben met kiezen en ordenen lijken deze psychologische basis te missen. Zij voelen zich  eerder hulpeloos en zijn meer passief; belijden vaak veel met de mond maar missen de daadkracht.

 

Eigenwaarde en interventies in arbeid

De psychologische bijdrage op de werkvloer of in de spreekkamer is hierin gelegen, dat men werkt aan de drie hierboven genoemde pijlers. Het individu moet zich uiteindelijk zelf belangrijk genoeg vinden om grip op keuzes te willen hebben. Deze EIGENWAARDE is de verbondenheid met het ‘ ik’. Daarbij moet men zich bewust zijn van het feit dat men alleen ZELF de regie over het leven kan voeren (autonomie) en dat men kan ingrijpen als er een WIL is (competentie).  Zowel de keuzes an sich creëren dan welbevinden maar juist ook het ervaren vermogen te kunnen kiezen; de ervaring van de eigenwaarde.

 

Levensgeluk

Men kan pas die mobiele telefoon laten liggen, die tv uitzetten, die sigaret uitdrukken, een dag eens geen krant lezen, de werk-mail uitsluitend op het werk openen zodra men eigenwaarde ervaart en men zichzelf de moeite waard vind om te kiezen. In onze Westerse cultuur van hoogopgeleide en zogenaamd zelfbewuste mensen lijkt dit een vanzelfsprekendheid, maar dat is het geenszins.

 

Mensen die leven in minder welvarende culturen (wat is dus eigenlijk wel-varend?!), waarin men onder andere vaker (face tot face) sociale contacten heeft en waarin meer rust en stilte ‘hoorbaar’ zijn, rapporteren veel meer sereniteit en levensgeluk dan zij die leven in individualistische en hoog technologische samenlevingen. Niks Bruto Nationaal Product maar Bruto Nationaal Geluk.

 

Huibrecht Boluijt, Registerpsycholoog NIP/ Arbeid & Organisatie, Gezondheidspsycholoog en Sportpsycholoog bij Psychologenbureau Boluijt.

Reageren? Mail naar A&O-items.