Het ABC van de Groepsdynamica (4)

Monique Bekker
Groepsdynamica bevat een rijke terminologie, waar eenieder die zich met groepen bezighoudt, kennis van zou moeten nemen. In de serie Het ABC van de Groepsdynamica worden telkens enkele belangrijke begrippen verklaard.

De J van Jezelf zijn in een groep

Onder het zelf verstaan we het geheel van psychologische processen, gedragingen, gedachten en gevoelens die bepalen hoe mensen hun eigen persoon ervaren. Daarnaast wordt binnen de sociale psychologie het begrip ‘zelfconcept’ gebruikt: hoe goed is iemands kennis over zichzelf? Dit wordt ook wel het zelfbeeld genoemd. Om vaardig te worden in het omgaan met groepen is het belangrijk om aan zelfobservatie te doen. Zelfkennis en het vermogen om kritisch naar jezelf te kijken helpen hierbij. Om te weten hoe deze processen werken, volgt hier een korte beschrijving over het ‘zelf’.

Het zelf en drie niveaus van zelfbewustzijn
Wanneer we ons meer bewust zijn van onszelf, hebben we een scherper zelfbewustzijn. We nemen onszelf meer bewust waar, en zien onze goede of minder goede kanten. Binnen dit zelfbewustzijn kunnen we drie niveaus onderscheiden: het subjectief, het objectief en het extensief bewustzijn.

  • Het subjectief zelfbewustzijn bestaat uit het vermogen om een onderscheid te maken in wat vertrouwd of ‘vreemd’ is. We zetten het in wanneer we iets waarnemen. Belangrijke functies hierbij zijn het vermogen om je ruimtelijk te oriënteren, dus welke plek je inneemt of in wilt nemen in een ruimte, en het coördineren van je eigen motoriek. Zo kan het zijn dat je tijdens een gesprek met de groep ervaart dat je spieren zich aanspannen, waarop je kunt besluiten om van houding te veranderen. Je ziet bijvoorbeeld je docent, die voor de groep staat, regelmatig van houding veranderen. Oriëntaties van het zelfbewustzijn hebben een egocentrisch (gericht op jezelf) trekje; reageren op de wereld gebeurt namelijk vanuit het eigen, persoonlijke perspectief. Opvallend hierbij is de neiging om aan te nemen dat anderen de wereld net zo waarnemen als jijzelf. Hierin kan een verklaring liggen voor het verschijnsel dat wij mensen ons niet voldoende in de echte belevingswereld van een ander verplaatsen. Het is dus niet altijd opzet of ongeïnteresseerdheid; we nemen op dat moment subjectief (vanuit onze eigen ideeën) waar, en doen dat niet bewust.

    Wanneer je communiceert met een groep(slid), is het belangrijk om je te verplaatsen in de ander. Het bevordert de interactie tussen jou en de deelnemer(s). Wanneer er daarbij te veel van het subjectief zelfbewustzijn wordt uitgegaan, dus te veel vanuit het eigen beeld wordt gehandeld, bevordert dit impulsiviteit. Impulsiviteit levert meestal geen professioneel gedrag op. Bedenk dus steeds dat je meestal uitgaat van je eigen gezichtspunt en leer open te staan voor de handelswijzen van de ander. Je kan je in je professionele rol wel inleven in de ander, maar je eigen verhaal speelt geen rol. De ander heeft niet dezelfde ervaringen als jij.

 

  • Het objectief zelfbewustzijn verwijst naar het vermogen van de mens om zichzelf te herkennen als een zelfstandig persoon, je kunt bijvoorbeeld naar jezelf kijken alsof je je eigen waarnemer bent. Dit wordt versterkt door in de spiegel te kijken of een geluids- of video-opname van jezelf te maken terwijl je in de groep handelt. Hierdoor kun je jezelf vergelijken met hoe je vindt dat je zou moeten zijn. Afwijkingen van hoe je denkt dat je bent of doet (het jou vertrouwde beeld) kunnen als bedreigend worden ervaren, zeker als je het gevoel hebt dat je niet (meer) voldoet aan de eisen die je aan jezelf stelt. Veel mensen vinden zichzelf raar overkomen op een filmpje. Dit kan je positieve zelfbeeld verminderen.Wanneer iemand onder druk wordt gezet, neemt vaak zijn objectieve zelfbewustzijn toe, wat er vervolgens toe kan leiden dat routinetaken slechter uitgevoerd worden.Wanneer je bijvoorbeeld geobserveerd wordt door derden (bijvoorbeeld een opleider), of je training wordt beoordeeld, kan het zijn dat je juist slechter presteert. Het objectieve zelfbewustzijn neemt door die aanwezigheid van anderen (direct of indirect door een camera) namelijk sterk toe. Je kunt het vergelijken met wanneer je poseert voor een foto. Veel mensen vragen zich hierbij af hoe zij op het beeld overkomen. Deze cognitieve inspanning kost extra energie, wat bij prestaties kan leiden tot een slechtere uitvoering. Dit komt omdat mensen zichzelf als het ware bekijken en evalueren. Dit leidt bovendien tot een lagere concentratie op de handeling die zij uitvoeren.

 

  • Het extensieve (of uitgebreide) zelfbewustzijn is het vermogen om nieuwe ervaringen te koppelen aan eerdere persoonlijke herinneringen en emoties. Dit bewustzijn is sterker aanwezig wanneer je terugdenkt aan vroegere gebeurtenissen. Daaraan ontleen je hoe je in het leven staat en welke waarden je belangrijk vindt. Een belangrijke ervaring die verbonden is met het extensieve bewustzijn is een gevoel van autonomie, het gevoel dat je krijgt als je zelfstandig denkt, voelt en keuzes maakt.
    Ook helpt het extensieve zelfbewustzijn om doelgericht bezig te zijn, doordat het je helpt een verbinding te leggen met waarden en ervaringen die je belangrijk vindt. Hierdoor kun je jezelf voor iets motiveren. Het extensieve zelfbewustzijn helpt ook om negatieve gevoelens te verwerken en gebeurtenissen in een breder perspectief te zien. Het helpt je om een gebeurtenis makkelijker te relativeren. Wanneer je feedback ontvangt, wordt je extensieve zelfbewustzijn aangesproken en kun je leren om het te verdiepen. Tot slot bevordert het extensieve zelfbewustzijn je creativiteit. Door je eigen keuzes te maken, en af te zetten tegen eerdere ervaringen, kun je nieuwe plannen maken en nieuwe ontdekkingen doen. Hierdoor stimuleer je je creativiteit.

    ‘Te’ bewust zijn van datgene wat je doet, kan echter ook leiden tot het afzien van zaken die mogelijk niet bij je passen. Je kunt zo goed beredeneren waarom je iets niet zou doen, dat je er ook niet aan begint. Dit kan je belemmeren in je ontwikkeling. Ook kun je besluiten om ideeën van anderen, die jou verder kunnen helpen, weg te wuiven.

De K van Kurt Lewin

De sociaal psycholoog Kurt Lewin (1890-1947) staat bekend als de grondlegger van de groepsdynamica. Hoewel hij niet de uitvinder van de groepsdynamica was, heeft hij wel een grote rol gespeeld in de ontwikkeling van het gebied en heeft hij veel toekomstige wetenschappers beïnvloed. Hij bedacht de term interactionisme, waarmee hij bedoelde dat gedrag een combinatie is van persoonskenmerken en omgevingskenmerken. In 1945 richtte hij het Research Centre voor Group Dynamics op. Hier bestudeerde hij de gevolgen van afhankelijkheid tussen groepsleden. Daarnaast onderzochten Lewin en zijn collega’s de invloed van leiderschap op het werkklimaat, de productiviteit in de industrie, het verminderen van vooroordelen en de beïnvloeding door de groep op attitudes.

Een bekende uitspraak van Kurt Lewin is: ‘Niets is zo praktisch als een goede theorie’ (Aronson et al., 2011, p. 46). Hij maakte in zijn onderzoek gebruik van het bestuderen van mensen in hun normale omgeving. Kurt Lewin vond bepaalde zaken in groepen erg belangrijk (Bekker, 2016):

  • Hoe kunnen mensen zich ontwikkelen?
  • Hoe kunnen mensen hun eigen opvattingen behouden en uitdragen terwijl zij met anderen samenwerken?
  • Hoe kunnen mensen met conflicten omgaan?
  • Mensen moeten niet alleen theorie leren maar juist de verbinding met de praktijk leggen.
  • Als je mensen iets wilt leren, moet je op zoek gaan naar voorbeelden uit hun eigen leven.
  • Mensen leren meer in kleine groepen dan in grote groepen.

Veel van deze zaken zien we nog terug binnen onderwijs en training. Let maar eens op de invalshoeken die trainingsbureaus benoemen wanneer zij hun trainingen aanprijzen.

Lewin was ook de grondlegger van het actie-onderzoek, waarbij hij onder andere de focus legde op leren in het hier en nu (Ruijters & Simons, 2012). Na zijn plotselinge dood werd zijn werk door velen voortgezet.

Literatuur

  • Aronson, E., Wilson, T.D. & Akert, R.M. (2011, 7e editie). Sociale Psyhologie. Amsterdam: Pearson Education Benelux.
  • Bekker, M.E. (2016). Groepsdynamica: Werken in en met groepen. Amsterdam: Boom.
  • Ruiters, & Simons, R. (2012). Canon van het leren. Deventer: Kluwer.

 

  • Lees ook

 

Monique Bekker, Registerpsycholoog NIP/ Arbeid & Organisatie, docent/trainer in groepsdynamica bij BOC Onderwijsadvies  en auteur van de boeken ‘Leuker Lesgeven’, ‘Focus op Groepsdynamica’ en ‘Groepsdynamica: werken in en met groepen’.

Reageren? Mail naar A&O-items.