Adequaat verzuimbeleid? Huur een clown!

Huibrecht Boluijt
Als gezondheidspsycholoog ontmoet ik zowat dagelijks mensen die opgebrand zijn, uitgeput en gedesoriënteerd. Deze groep mensen is de afgelopen jaren steeds groter en bovendien gemiddeld jonger geworden.

Kregen de opgebrande senioren 15 jaar geleden gezelschap van de groep dertigers, nu blijkt de laatste paar jaar schrijnend genoeg dat ook veel pubers en twintigers de druk van alledag niet meer aankunnen. En tot overmaat van ramp zet de early life stress (de meest recente benaming voor dezelfde soort klachten bij de kleinsten onder ons) deze treurige trend voort naar zelfs kleuters die moe en prikkeloverbelast zijn.

Emotioneel verdwaald
Stress en burn-out poogt men af te doen als grillen van een steeds kwetsbaarder wordende generatie. Hoe het ook zij, generatie X (’61-’80) krijgt de boemerang keihard retour en kan het boetekleed aantrekken. Zij bepaalden immers richting in het grootbrengen van de nieuwe generaties en domineren via politiek bestuur ook de huidige tijd. Een politiek van macht door kennis en economie.

Bijzonder eigenlijk dat deze generatie, die zich vrijvocht van strakke normatieve, culturele en religieuze banden de emotionele zelf-connectie mee overboord schijnt te hebben gegooid. Want er is iets grondig mis met de manier waarop we met al onze emoties omgaan.

De illusie van de meetbare samenleving
VUCA is een pakkende (met name in Amerika gebezigde) afkorting, waarmee men de wereld waarin wij ons als mensen op dit moment bevinden als volgt omschrijft: Volatile (snel veranderend), Uncertain (onzeker) Complex, Ambiguous (vaag / dubbelzinnig). Ontwikkelingen, meningen en verwachtingen veranderen continu met een hoge mate van onzekerheid en complexiteit. De wereld is minder voorspelbaar geworden. Dat geeft mensen veel spanning. In het gezin, de samenleving en dus ook op de werkvloer. Men zoekt naar houvast. Ook beleidsbepalers. Maar de steeds sneller veranderende leefomgeving, vraagt om meer dan slechts de voor de hand liggende protocollen, psychologische en/of leefstijladviezen.

Om grip te krijgen op al deze veranderingen (ook in arbeid) ontwikkelt men tal van meet- en monitoringsinstrumenten. Maar de ironie wil dat deze vaak nog voor hun implementatie al zijn verouderd en de ene na de andere aanpassing op het individu wordt afgevuurd. Vervolgens gaan we weer meten om de nieuwe situatie in kaart te krijgen om nog adequater te kunnen sturen op gedrag. Enzovoort, enzovoort.

De reden nu waarom we met z’n allen uitgeput raken, heeft alles te maken met deze tendens, de zogenaamde illusie van een meetbare en controleerbare samenleving waarin we leven. In de zorg bijvoorbeeld moet elke activiteit tot op de minuut geadministreerd worden en zodoende al het handelen gemeten op effect en efficiëntie worden gescoord (ROM). Het brengt niets dan een schijnwerkelijkheid. Op papier hebben leidinggevenden en bestuurders  zich steeds keurig ingedekt, maar de weerbarstige (lees: VUCA-)wereld laat zich niet vertalen in een tot een protocol gereduceerde werkelijkheid en daarmee zet het ’t individu in een spagaat.

De werknemer voelt zich namelijk voortdurend tekort schieten en wordt bovendien aangesproken op plichten en verantwoordelijkheden, waaraan hij niet kan voldoen. Tenzij hij zich reduceert tot robot. En dat zien we gebeuren. De ziel gaat uit het werk en mensen raken afgestompt.

Met het creëren van beleid dat is gestoeld op metingen van wat buiten ons ligt, verliezen we namelijk de grip op onze binnenwereld en op die van anderen, we overleven en zien niet meer om.  En als we al willen omzien en meten dan zet dit bovendien nog niet eens aan tot de meest adequate plannen.

Neem het onlangs door staatsecretaris Blokhuis gelanceerde  Nationaal Preventieakkoord, Hoe goed bedoeld ook, met het willen terugdringen van roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik zijn we alleen maar gericht op de fysieke gezondheid.  Dat wat het gedrag draagt, de psychologie van de mens, wordt namelijk buiten beschouwing gehouden. Effect van de campagne: nihil. Kosten van de campagne: torenhoog!

Inmiddels kun je geen magazine open slaan of de  leefstijladviezen vliegen je om de oren; op tijd naar bed, geen alcohol maar groene thee, geen blauw scherm voor het slapen gaan, neem tijd voor ontspanning, fitness op de werkvloer, beweeg meer, eet gezond en bezoek vaker familie en vrienden. Allemaal waar maar ontoereikend.

Werkgevers moeten ‘soft’
Wat de moderne samenleving van ons vraagt is niet slechts kennis en beheersing van uiterlijke en meetbare vaardigheden. De steeds veranderende stress van alledag  vraagt het individu om voortdurend bij zichzelf vinger aan de emotionele pols te houden.  Het zorgt ervoor dat men vanuit eigen drijfveren en behoeften richting  durft te geven in plaats vanuit de ervaren noodzaak om te moeten voldoen aan alle overmatige eisen van de buitenwereld. En daarom moeten we met z’n allen ander gedrag gaan oefenen. Want dat houdt in dat we moeten leren omzien naar onszelf en elkaar en dat betekent tijd creëren voor wat werkelijk belangrijk is; de ontmoeting met jezelf en de ander. De grote golf aan mentaal overbelaste mensen, of het nu gaat om depressie- of burn-out-gerelateerde problematiek, is het in zicht komen van de wal die het schip zal doen keren. Ander gedrag, ook op de werkvloer, is noodzakelijk. Gedrag wat vertrekt vanuit de unieke individuele psychologische en emotionele capaciteiten en behoeften in plaats van het slechts tonen van de vereiste cognitieve en praktische vaardigheden. Men moet (of dat nu in onderwijs of in arbeid is) minder cerebraal en op het proces worden aangestuurd maar meer worden uitgedaagd op zelfkennis, intuïtie, talent en de ontmoeting met de ander; fundamentele bronnen van levensenergie.

Na het wegvallen van veel oude sociale structuren blijft het werk vaak over als voornaamste secundaire ontmoetingsplek. Een goede werkgever moet dit inzien en investeren in de emotionele en relationele betrekkingen in plaats van slechts focussen op de inhoudelijke kant van arbeid. Sondra Kornblatt belicht in haar boek A better Brain at Any Age (2009) het nieuwe onderzoeksveld Gelotologie. Deze wetenschap, die de fysieke en psychologische aspecten van lachen onderzoekt, leert ons onder andere dat lachen meer energie, alertheid, creativiteit, geheugen en leervermogen oplevert.  Het zorgt bovendien voor een betere fysieke gezondheid en verbinding met elkaar. Het zal ons ook weer helpen ervaren wat we nu echt leuk vinden in ons werk. Is dat dan de taak van de werkgever? Ja.

Huur een clown
Uitsluitend aandacht voor het product brengt geen welbevinden en duurzaamheid in arbeid. Verzuimbeleid betekent investeren in wat we onterecht soft noemen; het nastreven van veiligheid, saamhorigheid, rust, wederkerigheid, naastenliefde, compassie, vreugde en vrijheid. Allemaal wezenlijke voorwaarden voor geestkracht en lijfsbehoud.

Nodig als werkgever eens een clown uit of een theatersport- of psychodramadocent, in plaats van de zoveelste nascholing over productverbetering of over hoe ‘we zullen moeten gaan bezuinigen’. Dat weet men allang. Bovendien snijdt een deskundige grapjurk, naast de lach, ook de voor verbetering vatbare thema’s uit een organisatie op een geraffineerde wijze aan en snijdt het spreekwoordelijke mes dus aan twee kanten. Wie durft?

 

Literatuur

  • Kornblatt, S. (2009). A Better Brain at Any Age: The Holistic Way to Improve Your Memory, Reduce Stress, and Sharpen Your Wits. Newburyport, MA: Conari Press.
  • Ofman, D. (2017). Bezieling en kwaliteit in organisaties. Utrecht: Kosmos.

 

Huibrecht Boluijt, Registerpsycholoog NIP/ Arbeid & Organisatie, Gezondheidspsycholoog en Sportpsycholoog bij Psychologenbureau Boluijt.

Reageren? Mail naar A&O-items.