Hoor ik er wel bij?

Monique Bekker | A&O-items, november 2021

Veel van mijn lezers kennen mij van de artikelen over groepsdynamica en ACT. Omdat het thema voor deze nieuwsbrief onder andere te maken heeft met ‘inclusie’ is het bruggetje met groepsdynamica al snel gemaakt. Veel van mijn columns gaan over ‘hoor ik erbij?’ in de groepen, en over het buitensluiten van groepsleden. Als psycholoog werkend met ACT, kom ik echter ook andere vormen van buitensluiten tegen, wel of niet terecht? Ik neem jullie mee met de casus van Linda.

Net als veel jongeren droomde Linda van een betekenisvol leven. Opgegroeid in een wereld waarin volwassenen in de zorg en het recht werkten, wilde zij iets doen met het zorgen voor mensen, maar ook met oog voor rechtvaardigheid. Iets met sociaal recht moest het worden en zij schreef zich in voor HBO-Rechten. Na een turbulente periode op de middelbare school waarin haar ouders scheidden, haar hooggespannen verwachtingen als gymnasiumleerling niet werden waargemaakt, en vriendinnen geen vriendinnen bleken te zijn, zou het HBO een veelbelovende, nieuwe periode worden. Wat niemand wist was dat Linda gedurende haar middelbare schooltijd een afschuwelijke ervaring had opgedaan die haar leven blijvend zou beïnvloeden. Om erbij te horen besloot zij hier tegen niemand over te praten. Het zou toch vast aan haar zelf gelegen hebben, en wie had oog voor haar?

Dromen van een betekenisvolle baan

Als snel bleek dat Linda haar behaalde HBO propedeuse inzette om psychologie te gaan studeren, daar zou ze de ander echt mee kunnen helpen, en ondertussen ook nog iets over zichzelf kunnen leren. Aanvankelijk leek er geen vuiltje aan de lucht, en door haar perfectionisme en volharding in het halen van studieonderdelen, was het eerste jaar zo voorbij. Moe van het heen en weer reizen tussen vader en moeder besloot Linda op zichzelf te gaan wonen, in een studentenflat in een grote stad, wat wil je nog meer als jongvolwassene? Door haar hoge cijfers werden Linda extra, wetenschappelijke modules voorgelegd en Linda besloot dat dat er nog wel bij kon. In die tijd ontstonden de eerste, echte psychiatrische verschijnselen. Linda bleef veel op haar kamer, onder het mom van dat ze hard moest studeren, terwijl ze eigenlijk te angstig was om erop uit te gaan. Haar medebewoners hielden al snel op haar mee te vragen, toen Linda steeds weigerde om mee uit te gaan. Om haar angst te bestrijden kocht Linda een hond, die haar echter veel werk bezorgde, waardoor zij nog minder contact met anderen zocht.

Gedrevenheid

De angsten bleven, en Linda werd somber. Het leven werd vooral door anderen geleefd. Zij hoorde er niet bij. Toen zij voor een lichamelijke klacht naar de huisarts ging, besloot Linda hem deelgenoot te maken van haar angsten en somberheid. Er volgde medicatie en psychotherapie en even leek het erop dat het beter ging. De bachelor werd met torenhoge cijfers afgerond, evenals de extra gevolgde modules. Toen Linda stage ging lopen bij 113, bekend van de zelfmoordpreventie, juichte iedereen dat toe. Die Linda, wat een gedrevenheid en zo belangeloos! Vervolgens liep ze voor haar Master ook nog stage in de GGZ. Linda was zo druk en raakte zo oververmoeid dat ze daar een fout maakte, betreffende privacygevoelige informatie. Dit werd haar zo zwaar aangerekend dat ze de stage moest verlaten. Niemand van de stageplek vroeg hoe het was gekomen en wat dit met haar deed. Niet lang daarna deed Linda een eerste zelfmoordpoging.

Hoor ik er nog steeds niet bij?

Hierdoor kwam Linda in het GGZ-circuit. Diagnoses werden gesteld, therapieën kwamen en gingen, maar Linda werd niet beter. Het trauma uit haar jeugd werd heftiger, haar angsten groter en haar vermogens om haar leven enigszins te leven op een betekenisvolle wijze namen steeds meer af. Haar werd duidelijk dat zij op deze wijze nooit meer als psycholoog zou kunnen gaan werken. Al het plezier dat zij ooit aan haar vak ontleende was weg, en de angsten dat zij collega’s of studiegenoten, die natuurlijk wel als psycholoog aan het werk waren, tegen zou komen, zorgden ervoor dat zij alles wat aan de psychologie deed denken, ging vermijden. Zij was ‘besmet’ en hoorde er niet meer bij.

En nu?

Nu zou er natuurlijk een mooi slot moeten komen waarin ik als psycholoog vanuit ACT met een mooie aanpak kwam, en dat alles nog goed kwam. Helaas is dit niet zo. Linda is geen cliënt meer van mij maar ik hoor nog wel eens iets over haar en houd mijn hart vast voor haar. Haar vertrouwen in de toekomst is gedaald naar een nulpunt en omdat zij denkt haar mooie vak niet meer uit te kunnen voeren, ziet zij ook geen perspectief. De angst om ontmaskerd te worden als psychiatrisch patiënt is te groot. Op LinkedIn worden regelmatig succesverhalen gepost van psychologen die ondanks hun aandoeningen en trauma’s zich ontwikkelen tot vakbekwame professionals of soms als ervaringsdeskundigen. Zover is Linda niet. Misschien komen er ooit collega’s op haar pad die haar bij de hand nemen en haar helpen haar vak opnieuw uit te oefenen. Dan hoort zij er weer bij…

TIP

Mensen verder helpen, bij voorkeur in groepsverband, is mijn lust en leven, en daar ga ik graag mee door. Regelmatig geef ik trainingen voor psychologen. Kijk op de cursussite van het NIP of op mijn website voor meer informatie