De wil en innerlijke autoriteit: behoeften en motivatie (3)

Godfried Westen | A&O-items juli 2021

Over de wil is veel geschreven. Vooral door filosofen en in de tweede plaats ook door psychologen. En als men de ermee in verband staande onderwerpen – zoals wilskracht, motivatie, drijfveren, behoeftes, autonomie – meeneemt, ontstaat al snel het beeld van mer à boire: onbegonnen werk.

Ondanks het brede discours over de wil, zijn veel vragen over het onderwerp onbeantwoord gebleven of hebben geen sluitend antwoord gekregen. Nu is dat voor psychologen een dagelijkse realiteit: openstaande vragen zijn er meer dan beantwoorde. Toch zijn er weinig onderwerpen die zo’n belangrijke rol spelen in het leven van mensen als de wil. Wat dat betreft zou je wellicht net zo’n inzet mogen verwachten als nu voor het coronavirus om uit te zoeken hoe het precies zit met de wil. Dat is echter niet het geval, moet de constatering zijn, zelfs verre van dat.

Het is speculeren naar een verklaring voor dat gebrek aan inzet. Toevallig bezondig ik mij daar graag aan. Ik vermoed dat mensen terugschrikken voor diepere zelfkennis, in het algemeen zowel als de wil betreffend, omdat de feiten en de waarheid niet altijd fraai blijken. In mijn onlangs verschenen boek De wil: innerlijke autoriteit heb ik een aantal vragen van een indefinitief antwoord voorzien. Met als belangrijkste doel een antwoord te vinden op de vraag of er zoiets bestaat als een innerlijke autoriteit. In een serie  artikelen werk ik naar dat antwoord toe. Van Carl Jung leen ik de volgende omschrijving: er is sprake van innerlijke autoriteit als wilskracht een instinctief of reflexmatig verlopend proces nog aantoonbaar kan beïnvloeden (in zijn geschrift Ik en zelf  1). In de eerste bijdrage behandelde ik de voor de hand liggende vraag: wat is de wil? behandelde ik de voor de hand liggende vraag: wat is de wil? In de tweede bijdrage behandelde ik enkele aan de wil verwante begrippen. In deze derde bijdrage ga ik verder in op de relatie tussen behoeftes, instinct en drijfveren en de wil en willen.

 

Behoeftes, drijfveren en instincten

Behoeftes kunnen omschreven worden vanuit een biologisch of vanuit een psychologisch perspectief. Biologisch gezien betekent een behoefte dat het lichaam een stofje mist of dat er sprake is van een verstoord lichamelijk evenwicht. Dat kan o.a. voedingsstoffen betreffen maar ook bijv. prikkels of nog iets anders waaraan we maar een tekort kunnen ervaren. Psychologisch vat ik een behoefte op als een aansporing tot specifiek gedrag. En dan met name actie die leidt tot aanvulling van datgene waar een tekort aan ervaren wordt, bewust of onbewust.

Zoals vaak het geval is wordt het begrip drijfveer niet heel scherp onderscheiden van behoefte. Maar in zijn algemeenheid kun je zeggen dat het bij drijfveren niet zozeer om een tekort gaat – zoals bij voedingsstoffen – als wel om een hormonale toestand die bepaald gedrag (bijv. bewegen) waarschijnlijker maakt. Instincten tenslotte zijn een bepaald soort behoeftes, namelijk de meest basale die direct verband houden met de overleving en instandhouding van het organisme. We delen ze in ieder geval met dieren. De overige, minder basale behoeftes kunnen opgevat worden als ‘sublimeringen’ van instincten om ze in sociaal opzicht meer acceptabel te maken, cq de scherpe kantjes eraf te halen. Zo kan een basaal sterk overlevingsinstinct van een specifieke persoon zich uitdrukken in een min of meer sterke behoefte aan sociaal geaccepteerde zekerheid en orde of machtsbehoefte.

Het belang van behoeftes is moeilijk te overschatten: bijna al ons gedrag is ertoe te herleiden. Ook is er op het eerste oog een sterke link met de Big Five (of Six) persoonlijkheidsfactoren. Al blijft daar bij onderzoek – contra-inuïtief – weinig van over. Ons gedrag kan direct gestuurd worden door een behoefte zonder dat we ons van een behoefte bewust zijn.

 

Motivatie, behoeftes en willen?

Motivatie wordt opgevat als een grotendeels onbewust verlopend proces van ‘doelbepaling’, uitmondend in (theoretische) bereidheid ergens energie in te stoppen. Wat is nu de verhouding tussen behoeftes, motivatie en willen? Wat we willen is de bewuste uitdrukking van onze (vaak onbewuste) motivatie en behoefte plus omstandigheden. Waar behoeftes het verlangen en motivatie de bereidheid bepalen, is willen het besluit om een doel daadwerkelijk te gaan realiseren.

Er is natuurlijk nog veel meer te zeggen over het onderwerp ‘willen’ en de wil. Aan het eind van de vorige bijdrage wierp ik de vraag op of een mens een instinctief of reflexmatig verlopend proces – zoals in het geval van behoeften en motivatie – nog aantoonbaar kan beïnvloeden. In een vierde bijdrage zal ik die vraag proberen te beantwoorden.

 

Corona en behoeftes

De coronamaatregelen raken psychologen in de uitvoering van hun werk en wellicht nog meer in hun privéleven. Behoeftes spelen daarbij naast én in wisselwerking met omstandigheden zo hun rol. In welke mate, dat verschilt natuurlijk van persoon tot persoon. Zo zal iemand met een sterke behoefte aan autonomie – ruimte om het werk naar eigen inzicht in te richten – meer stress kunnen ervaren van opgelegde veranderingen in de wijze van uitvoering van opdrachten.

Een andere psycholoog, die zorgen voor anderen als behoefte heeft, zal die veranderingen misschien makkelijker accepteren en doorvoeren in de eigen aanpak om het risico op besmetting voor cliënten zo laag mogelijk te houden. Iemand die sterk gericht is op het boeken van – veelal korte termijn – resultaten en ervan overtuigd is dat dat via ZOOM niet gaat, zal het besmettingsrisico eerder voor lief nemen. Weer iemand anders heeft misschien heel afgewogen en bewust een wilsbesluit genomen om geen enkel risico te nemen zelf corona op te lopen. Als zelfstandige professional kun je dat er tenslotte niet bij hebben uit oogpunt van de behoefte te voorzien in je brood!

En dan is er nog een belangrijke derde onbekende variabele: de omstandigheden. Die leggen ook hun gewicht in de schaal, vaak meer dan we voetstoots aannemen. Bijvoorbeeld het wel of niet zorg dragen voor jonge kinderen zal veel verschil kunnen maken. Voor veel ouders zal terug naar ‘normale schooldagen’ niet snel genoeg kunnen gaan. Het zal duidelijk zijn dat voorspellingen, gezien de hoeveelheid variabelen die zich voor een groot deel onttrekken aan ons zicht, laat staan onze invloedsfeer, weinig  kans hebben uit te komen. Toch lijkt het waarschijnlijk dat één instinct een bepalende invloed zal hebben op onze nabije toekomst en de loop der dingen: de vertrouwdheid en veiligheid van de groef van het oude vertrouwde gewoonteleven. Alleen verandering die voortkomt uit een persoonlijke keuze is ‘leuk’. Voor de meesten van ons is verandering slechts enigszins acceptabel zolang we overtuigd zijn van de noodzaak en onontkoombaarheid.

Al acht ik het persoonlijk altijd onverstandig om iets volledig uit te sluiten. Dus misschien lukt het je om ‘not to waste a good crisis’ en werkelijk iets wezenlijks te veranderen. Ik wens het iedereen toe.

 

Noot: 

  1. Carl Gustav Jung, Ik en Zelf. Lemniscaat, 1993. Vertaling van de eerste hoofdstukken van Aion (1951), een van de werken van de Zwitserse psychiater (1875-1961).