De wil en innerlijke autoriteit (2)

Godfried Westen | A&O-items april 2021

Over de wil is veel geschreven. Vooral door filosofen en in de tweede plaats ook door psychologen. En als men de ermee in verband staande onderwerpen – zoals wilskracht, motivatie, drijfveren, behoeftes, autonomie – meeneemt, ontstaat al snel het beeld van mer à boire: onbegonnen werk.

Ondanks het brede discours over de wil, zijn veel vragen over het onderwerp onbeantwoord gebleven of hebben geen sluitend antwoord gekregen. Nu is dat voor psychologen een dagelijkse realiteit: openstaande vragen zijn er meer dan beantwoorde. Toch zijn er weinig onderwerpen die zo’n belangrijke rol spelen in het leven van mensen als de wil. Wat dat betreft zou je wellicht net zo’n inzet mogen verwachten als nu voor het coronavirus om uit te zoeken hoe het precies zit met de wil.  Dat is echter niet het geval, moet de constatering zijn, zelfs verre van dat.

Het is speculeren naar een verklaring voor dat gebrek aan inzet. Toevallig bezondig ik mij daar graag aan. Ik vermoed dat mensen terugschrikken voor diepere zelfkennis, in het algemeen zowel als de wil betreffend, omdat de feiten en de waarheid niet altijd fraai blijken. In mijn onlangs verschenen boek De wil: innerlijke autoriteit heb ik een aantal vragen van een indefinitief antwoord voorzien. Met als belangrijkste doel een antwoord te vinden op de vraag of er zoiets bestaat als een innerlijke autoriteit. In een serie  artikelen werk ik naar dat antwoord toe. Van Carl Jung leen ik de volgende omschrijving: er is sprake van innerlijke autoriteit als wilskracht een instinctief of reflexmatig verlopend proces nog aantoonbaar kan beïnvloeden (in zijn geschrift Ik en zelf).1 In de eerste bijdrage behandelde ik de voor de hand liggende vraag: wat is de wil? In deze tweede bijdrage behandel ik enkele begrippen die verwant zijn aan ‘het willen’.

 

De mechanismen van behoefte en wil

Wie ‘willen’ zegt, kan vele andere werkwoorden en begrippen aanvoeren die het soortgelijke uitdrukken: streven, aansporen, begeren, benodigen, eisen, strijden, belang hechten aan, lusten naar, hunkeren, behoeven, wensen. Ik pretendeer geen volledige lijst samen te stellen. Je kunt wellicht zelf nog meer woorden en termen bedenken die verwant zijn aan willen en de wil. Als je die lange lijst beziet, illustreert dat dan het belang van ‘willen’ en de wil voor ieder van ons?

Wat we willen is vaak een invulling van wat we bewust nodig denken te hebben. Met andere woorden: wanneer we ons bewust worden van een drijven veroorzaakt door hormonale of electrochemische lichaamstoestanden. De mechanismen van behoefte en wil – mijns inziens te vergelijken met organische algoritmes – streven naar een evenwicht, homeostatis. Maar dat wordt nagenoeg nooit bereikt in de praktijk. Er is altijd wel iets uit het lood, iets wat we nodig denken te hebben of waartoe we een bewust drijven ervaren.

Dit proces van verlangen naar is voor de meesten van ons zonder einde, een leven(s)lang. We kunnen die eindeloosheid ervaren als we eenmaal krijgen wat we verlangen. Dan blijkt het begeerde vaak snel zijn aantrekkelijkheid te verliezen: bezit van de zaak is het einde van het vermaak. In wetenschappelijke literatuur staat dit bekend als ‘hedonistische adaptatie’. Misschien is dit de reden dat welbevinden niet zozeer voortvloeit uit krijgen wat je wilt, maar willen wat je krijgt.

 

Gevoelstoestanden herbeleven

Dit is echter niet het hele verhaal. Bijvoorbeeld als het erom gaat bepaalde prettige gevoels- en gemoedstoestanden te herbeleven. Welbeschouwd ligt het verlangen een gevoelstoestand te herbeleven ten grondslag aan veel van ons doen en laten. En ook al kunnen sommige zaken ons dan minder vermaken, opgeven willen we het desondanks niet: want zoals bekend moet een verlieservaring ten koste van veel voorkomen worden. Ook zijn er genoeg aardse zaken waar we geen genoeg van lijken te kunnen krijgen. Denk hierbij aan behoefte aan materieel bezit, geld, macht en aandacht.

De meest belangwekkende vraag voor ieder van ons is nu of de mens zichzelf kan sturen. Of is de mens volledig onderworpen aan, slaaf van dergelijke behoefte en omgevingsinvloeden? Anders gezegd: kan een mens een instinctief of reflexmatig verlopend proces nog aantoonbaar beïnvloeden? In mijn derde bijdrage, in de volgende aflevering van A&O items, ga ik dieper in op het begrip behoefte.

 

Noot: 

  1. Carl Gustav Jung, Ik en Zelf. Lemniscaat, 1993. Vertaling van de eerste hoofdstukken van Aion (1951), een van de werken van de Zwitserse psychiater (1875-1961).