Geef jezelf vooral geen ruimte

Angela Koolmees | 23-09-2020
De zomervakantie is weer voorbij. Een periode van ruimte en vrijheid om te bezinnen en pas op de plaats te maken. En om ruimte te geven aan andere zaken dan in het dagelijks leven. Zeker in deze tijd kan ruimte geven heel letterlijk opgevat worden met de 1,5 meter die we afstand moeten houden van elkaar.

‘Het ruimte geven aan’ is een uitdrukking die vaak gebruikt wordt en dan met name in de positieve betekenis. Maar daar zit ook een andere kant aan. Een kant die ik regelmatig tegenkom in mijn praktijk.

Ruimte is goed
Ruimte geven aan wat je wilt, daar is niets mis mee; ruimte geven aan verlangens en dromen. Het geeft een doel en een richting om naartoe te werken. Dat draagt bij aan een gevoel van zingeving waarvan onderzoek heeft aangetoond dat het goed is voor de gezondheid (Koolmees, 2020). Daarbij komt ook dat als er aan meer zingeving ruimte gegeven wordt, zaken die niet meer dienen of niet meer nodig zijn, losgelaten kunnen worden. Dat geeft vervolgens ook weer ruimte.

Ook goed is het om ruimte te hebben om te leren van je fouten. Zoals Dweck (2012) in haar onderzoeken laat zien, is kunnen leren van je fouten goed om stappen te zetten in je ontwikkeling.

Als het gaat om ruimte geven aan emoties, laat onderzoek zien dat het tegenovergestelde, bijvoorbeeld het onderdrukken van emoties, ongezond is voor je hart (Eaker, Sullivan, Kelly-Hayes, D’Agostino Sr. & Benjamin, 2007). Het opkroppen van emoties kan juist het effect geven dat de emoties toenemen met alle nadelige gevolgen van dien (Vohs, Glass, Maddox & Markman, 2011).

Ruimte geven aan anderen helpt in samenwerking en kan betere resultaten opleveren. Maar het tegenovergestelde, micromanagen, is iets iwaar mensen over het algemeen gefrustreerd van raken en wat productieverlagend werkt (White Jr., 2010).

Hiermee is te concluderen dat ruimte geven veel positieve kanten heeft en kan er de gedachte zijn dat je dat maar zoveel mogelijk moet doen. De vraag is dan of dat wel altijd positief is.

De andere kant
Tot zover de positieve effecten van ruimte geven. Zoals aan alles, is er ook hier een andere kant. En die is dat ruimte geven een vorm van vermijding kan zijn. Deze vorm zie ik regelmatig in mijn praktijk. Als het gaat over voornemens, doelen stellen en met name de concrete uitvoering kan iemand zichzelf de ruimte geven om het niet echt te doen.

Bijvoorbeeld het voornemen om minder tv te gaan kijken, wat nu voornamelijk een avond zinloos zappen is. Maar in plaats daarvan te gaan lezen of iets te doen wat meer energie geeft, zoals sporten of creatief bezig zijn.

Het komt voor dat bij het concreter maken van dit voornemen al vooraf wordt aangegeven dat het waarschijnlijk niet gaat lukken. Dat hij/zij het wel gaat proberen, maar dat het eerder niet gelukt is, dat de partner …, dat de vakantie …, et cetera. In deze redenatie zit de ruimte om het voornemen niet uit te voeren. Er kunnen allerhande redenen zijn waardoor het niet zou kunnen lukken. Op zich doen die er niet zozeer toe. In feite gaat het erom juist zo min mogelijk ruimte te geven aan het mogelijke mislukken van het voornemen.

Verzin een manier
Een voornemen uitvoeren vraagt om een stevig besluit en focus om het te realiseren. Iemand die wil verzint een manier, iemand die niet wil verzint een reden. In de realisatie is het telkens weer bewustzijn van het besluit en het waarom met de uitdaging om in het nu te blijven. De realisatie zal niet vanzelf gaan, maar wel stap voor stap. Dat is waar ik vervolgens in de begeleiding mee werk: de stapsgewijze plezierige manier om het voornemen te laten lukken. Compleet met back-upplannen in het geval er een kink in de kabel komt.

Tot slot
Ruimte beperken geeft ruimte voor zaken die er echt toe doen. Het vraagt focus en kan gezien worden als een oefening in mindfulness die ook veel plezier geeft. Zoals Thich Nhat Hanh zegt: ‘Smile, breathe and go slowly’ (Hanh, 2016).

Literatuur

  • Dweck, C. (2012). Mindset: Changing the way you think to fulfil your potential. UK: Hachette.
  • Eaker, E. D., Sullivan, L. M., Kelly-Hayes, M., D’Agostino Sr., R. B. & Benjamin, E. J. (2007). Marital status, marital strain, and risk of coronary heart disease or total mortality: the Framingham Offspring Study. Psychosomatic Medicine, 69(6), 509-513.
  • Hanh, T. N. (2016). The miracle of mindfulness: An introduction to the practice of meditation. Boston, USA: Beacon.
  • Koolmees, A. (2020). Zingeving, de drijvende kracht in je leven. Loopbaanvisie, 3,
  • Vohs, K. D., Glass, B. D., Maddox, W. T. & Markman, A. B. (2011). Ego depletion is not just fatigue: evidence from a total sleep deprivation experiment. Social Psychological and Personality Science, 2(2), 166-173.
  • White Jr., R. D. (2010). The micromanagement disease: Symptoms, diagnosis, and cure. Public Personnel Management, 39(1), 71-76.

Angela Koolmees is A&O-psycholoog en (mindfulness)trainer. Zij begeleidt organisaties in de onderstroom van veranderingen, o.a. door het vergroten van sociale steun vanuit de organisatie, om zo uitval door burn-out, een negatief organisatie-imago en hoge kosten te voorkomen.