De wil en innerlijke autoriteit (1)

Godfried Westen | A&O-items 25-11-2020

Over de wil is veel geschreven vooral door filosofen en in de tweede plaats ook door psychologen. En als men de ermee in verband staande onderwerpen – zoals wilskracht, motivatie, drijfveren, behoeftes, autonomie – meeneemt, ontstaat al snel het beeld van mer à boire.

Desondanks zijn er veel vragen onbeantwoord gebleven of hebben geen sluitend antwoord gekregen. Nu is dat voor psychologen een dagelijkse realiteit: openstaande vragen zijn er meer dan beantwoorde. Toch zijn er weinig onderwerpen die zo’n belangrijke rol spelen in het leven van mensen als de wil. Wat dat betreft zou je eerder net zo’n inzet verwachten als nu voor het coronavirus om uit te zoeken hoe het zit met de wil.

Dat is niet het geval moet de constatering zijn, zelfs verre van dat. Een verklaring daarvoor vereist speculatie. Toevallig bezondig ik mij daar graag aan. In mijn onlangs verschenen boek De wil: innerlijke autoriteit heb ik een aantal vragen van een indefinitief antwoord voorzien. Met als belangrijkste doel een antwoord te vinden op de vraag is er een innerlijke autoriteit? In een serie artikelen werk ik naar dat antwoord toe. Van Carl Jung (1875-1961) leen ik de volgende omschrijving: er is sprake van innerlijke autoriteit als wilskracht een instinctief of reflexmatig verlopend proces nog aantoonbaar kan beïnvloeden. In deze eerste bijdrage behandel ik de voor de hand liggende vraag: wat is de wil?

Dwingend beginsel
De wil en willen kun je zien als het vermogen bewust energie te bestemmen voor daadwerkelijke uitvoering van een handeling. Een actie die voor het overgrote deel gericht is op bevrediging van een behoefte. Volgens de filosoof Arthur Schopenhauer (1788-1860) is de wil een dwingend beginsel, een drijvende kracht om te leven. ‘Ieder mens is dat wat hij is door zijn wil; willen vormt de grond van zijn wezen.’ Overigens was Schopenhauer een aartspessimist en zag hij maar één uitweg uit deze ellendige wereld, namelijk consequente negatie van ‘de grond van zijn wezen’, kortom de wil. Hoe paradoxaal. Daarbij ging hij gemakshalve maar voorbij aan het feit dat het voor mensen niet makkelijk is hun wil te negeren.

Affect van het bevel
Friedrich Nietzsche (1844-1900),  een vakbroeder die beïnvloed werd door Schopenhauer, formuleerde het kernachtiger: ‘Willen is het affect van het bevel.’ Ook al is een poging om de wil en willen te vangen in woorden gedoemd te mislukken, een zekere afbakening kan er wel mee verkregen worden.

Wens tot handelen
In onze tijd kennen we in de psychologie geen breed gedragen, eenduidige definitie van de wil. Wel wordt motivatie onderscheiden van willen en de wil. Motivatie is dan een proces van doelbepaling dat voorafgaat aan het willen. De wil is dan het bewuste besef dat men ‘iets’ wil. Zoals gevoelens de bewuste manifestaties zijn van emoties, is de wil het bewust worden van een ‘wens tot handelen’.

Naast woorden hebben we nog een andere, meer subjectieve optie om begrip te verwerven van een psychologisch – of toch biologisch? – construct als de wil en willen: persoonlijke beleving, ervaring en innerlijke waarneming. We zijn als psychologen misschien minder geneigd om daarop niet zo te vertrouwen – en met reden – maar toch blijft het een van de bronnen van kennis. Probeer maar eens het volgende:

  • Richt je aandacht op de wil.
  • Is er een wens die je koestert? Of een streving waar je je al langer van bewust bent? Iets dat je graag wilt?
  • Dan ervaar en beleef je op datzelfde moment de betekenis van ‘willen’ en ‘de wil’.

De volgende aflevering ga ik nader in op een aantal verwante begrippen zoals behoeftes, drijfveren en instinct.

Godfried Westen, A&O-psycholoog NIP, publicist en eigenaar van de School voor psychologieGodfried ontwikkelde de workshop ‘Welbevinden voor teams’ en publiceerde de boeken ‘Welbevinden – Wat je zelf kunt doen’ en ‘De wil: innerlijke autoriteit’.