Cultural Formulation of Diagnosis (CFI)

Een nieuw onderdeel van DSM-5 is het Cultural Formulation Interview (kortweg CFI). Wat is het CFI en wanneer gebruik je het? In DSM-5 is meer aandacht voor cultuur dan in voorgaande edities. En niet zonder reden. Een goed behandelplan, zo is in het voorwoord van de DSM-5 te lezen, houdt rekening met de cultuur en context van de patiënt. Voor het in kaart brengen van deze factoren is de Cultural Formulation of Diagnosis (culturele formulering)  geïntroduceerd in DSM-IV (1994). De culturele formulering was niet meer dan een overzicht van thema’s en aandachtspunten en niet erg gebruikersvriendelijk. Dat was reden om de culturele formulering te operationaliseren in de vorm van een screener met een beperkt aantal thema’s, voorbeeldvragen en verdiepingsmodulen.

Het CFI is het basisinterview, waarin aan de orde komen: de culturele definitie van het probleem (wat is er volgens patiënt en omgeving aan de hand?), de culturele perceptie van oorzaken, steun en stress (wat is volgens de patiënt de oorzaak van het probleem, wat helpt hem daarbij en wat niet, wat is zijn culturele referentiekader?), culturele factoren van invloed op het eerder en huidige hulpzoekgedrag (hoe gaat de patiënt om met het probleem en waar loopt hij tegenaan)? Afhankelijk van de situatie is het CFI uit te breiden met een van de twaalf verdiepingsmodulen. Daarnaast is er een versie voor naasten van de patiënt. Omdat culturele factoren in het contact met elke patiënt een rol spelen, is het zo samengesteld dat het bij iedere patiënt, ongeacht zijn culturele identiteit, te gebruiken is. Het wordt sterk aanbevolen het CFI zo vroeg mogelijk in het intakeproces af te nemen.

Het CFI is geen vragenlijst zoals gebruikelijk in de intake. Het CFI ‘meet’ niets, maar is eerder een handreiking om met de patiënt in gesprek te gaan over zijn kijk op de klachten, hun oorzaken en gepast hulpzoekgedrag. Daarbij wordt steevast ook de visie van de naasten van de patiënt betrokken. Het CFI heeft veel kenmerken van herstelgerichte zorg. Vormvastheid wat betreft vragen en hun volgorde is niet vereist. De vragen van het CFI zijn vooral voorbeeldvragen, die afhankelijk van de context geherformuleerd kunnen worden, en geen vaste volgorde kennen. Ervaringen in de praktijk leren dat patiënten in het algemeen het CFI waarderen, dat een gesprek langs de lijnen van het CFI relevante informatie oplevert om te komen tot behandelplan waarin patiënt en behandelaar zich in kunnen vinden en bijdraagt aan een therapeutische relatie.

In een aantal GGZ-instellingen wordt inmiddels gebruik gemaakt van het CFI als onderdeel van de intake. Parnassia Groep heeft voor jeugdigen en hun ouders en voor ouderen aangepaste versies van het CFI ontwikkeld, alsook pocket cards er ondersteuning van het gebruik ervan in de klinische praktijk. Voor meer informatie: specialismen@parnassiagroep.nl

Nederlandstalige versies van het CFI en de aanvullende modules zijn te vinden op de site en zonder kosten te downloaden.

De Centrale Commissie Culturele Diversiteit en Psychologie wil het CFI meer onder de aandacht van de leden van het NIP brengen. Heb je vragen over het CFI? Stel ze per mail (culturelediversiteit@psynip.nl) aan de commissie.