Verschillende akkoorden voor de ggz sinds 2012 op een rij

Op 11 juli 2018 ondertekende staatssecretaris Blokhuis met de gezamenlijke partijen in de ggz het zogenaamde hoofdlijnenakkoord ggz. Dit akkoord bouwt op een reeks van eerdere bestuurlijke afspraken die de ggz sinds 2012 in ontwikkeling heeft gezet: In 2012 vormde het Bestuurlijk akkoord ggz de basis voor het nieuwe ggz stelsel waarin de generalistische basis-ggz werd gevormd, de zorg voor psychische klachten binnen de POH-ggz werd geïntensiveerd en de gespecialiseerde ggz op grote schaal ging ambulantiseren. Het Netwerk kwaliteitsontwikkeling werd opgericht voor de ontwikkeling van kwaliteitsstandaarden en er werden afspraken gemaakt over brede toepassing van de ROM. In ruil voor deze kwaliteitsontwikkeling die collectief werd bekostigd, zegde VWS een beheerste groei van de ggz toe van 1% boven op de jaarlijkse prijsindexatie.

Jeugdwet

De invoering van de Jeugdwet zorgde in 2015 voor een scheiding van ggz-zorg voor jeugdigen tot 18 jaar die vanaf dan onder de Jeugdwet kwam te vallen. De ggz-zorg voor volwassenen bleef onder de zorgverzekeringswet. Een verschil van inzicht in vergoeding van ongecontracteerde zorg leidde er toe dat toenmalig minister Schippers het Bestuurlijk akkoord opzegde en zelf de brief ‘kwaliteit loont’ naar de Kamer stuurde. Eind 2015 kwam de sector zelf met een antwoord op ‘kwaliteit loont’ met de Agenda GGZ voor gepast gebruik en transparantie. Belangrijk onderdeel hierin is de afspraak dat iedere zorgaanbieder in de ggz vanaf 2017 beschikt over een kwaliteitsstatuut waarin de kwaliteit van zorg beschreven staat. Ook maken partijen afspraken om een nieuwe bekostiging voor de ggz te ontwikkelen die de bestaande DBC’s en prestaties basis ggz vervangen. Naar aanleiding van een hele discussie over het verzamelen en analyseren van de ROM besluiten partijen tot oprichting van een onafhankelijk kwaliteitsinstituut voor de ggz onder de naam akwa. In de zelfde tijd maken partijen afspraken om de administratieve lasten in de ggz te verminderen en de wachtlijsten terug te brengen. Veel van deze elementen komen terug in het akkoord dat het NIP en andere partijen in juli met staatssecretaris Blokhuis tekende. Voor een het NIP belangrijk onderdeel daarin is een extra budget (in 2019 € 20 miljoen) voor opleidingsplaatsen en nascholing. Daarnaast staat ook de centrale positie van de patiënt en diens omgeving en daarmee de verbinding met het sociaal domein meer centraal. Eerdere afspraken over doorontwikkeling van kwaliteitsstandaarden binnen akwa, aanpak van de wachtlijsten aanpak van de administratieve lasten dit akkoord.