Hoofdbehandelaarschap in de Geneeskundige GGZ

De Commissie Meurs heeft haar advies ‘Hoofdbehandelaarschap in de GGZ’ op 18 mei 2015 gepresenteerd. Het NIP was medeopdrachtgever voor dit advies. In het advies wordt het concept van de regiebehandelaar geïntroduceerd als het centrale aanspreekpunt voor de patiënt, zijn naasten en andere bij de behandeling betrokken behandelaren.

De commissie adviseert de invoering van een kwaliteitsstatuut dat daarbij de kaders aangeeft waarbinnen de zorg in de ggz wordt verleend en beschrijft de te onderscheiden verantwoordelijkheden van alle betrokken zorgverleners. Het persbericht van de Commissie Meurs over het advies vindt u hier. Inmiddels is in april 2016 dit advies door de Minister van VWS overgenomen en is een Model Kwaliteitsstatuut, waarin het begrip Regiebehandelaar uitgebreid staat beschreven, gedeponeerd in het kwaliteitsregister van het Zorg Instituut NL. In het themadossier kwaliteitsstatuut curatieve ggz kunt u hierover alles lezen. Als opdrachtgevers spreken we onze dank en waardering uit voor het werk dat de commissie Meurs de afgelopen periode heeft verricht en voor het eindresultaat dat er ligt. De scheiding die is aangebracht tussen de invulling van het hoofdbehandelaarschap en de bekostiging van zorg brengt het onderwerp terug naar de inhoud en kwaliteit van zorg. De invalshoek die de commissie heeft gekozen, om het perspectief van de patiënt als leidend perspectief te nemen en de regiebehandelaar te positioneren als het centrale aanspreekpunt in de behandeling, is in onze ogen een goede keuze. Het rapport is voor de sectie daarmee helder en ondersteunend bij het realiseren van goede kwaliteit van zorg voor de patiënt en bij het verantwoord handelen door de professional. Naast een beschrijving van de oplossing die de commissie voorstelt, bevat het advies bovendien een aantal duidelijke actiepunten die ons als ggz-partijen helpen om het advies daadwerkelijk te gaan implementeren. Want om het daadwerkelijk tot uitvoer te kunnen brengen zijn veel acties nodig en dat vraagt betrokkenheid en commitment van alle partijen. Voor de sectie is het van vitaal belang dat de ontwikkeling van het kwaliteitsstatuut actief wordt opgepakt om op juiste wijze invulling te kunnen geven aan het regiebehandelaarschap; het advies van de commissie biedt daarvoor de aanknopingspunten. De Minister heeft in een brief aan de kamer haar reactie op het advies gegeven. De brief van de Minister leest u hier. Samen met haar partners in de Federatie P3NL, zal het NIP binnenkort haar inhoudelijke reactie geven en de betekenis voor de verschillende (deel-)groepen schetsen. In het advies staan een aantal actiepunten om tot de implementatie van het advies te komen. De planning is dat deze voor april 2016 zijn uitgewerkt, zodat voor de inkoop van 2017 deze norm zal gelden. Tot die periode zullen waarschijnlijk de huidige afspraken gelden. NIP zal met BA GGZ partners, waaronder de verzekeraars bespreken wat  er in die tussentijdse periode al met visie van het Advies van Cie Meurs kan worden gedaan. In de huidige situatie geldt de brief van de Minister van VWS van 2 juli 2013 als duiding voor het hoofdbehandelaarschap. Daarin staat dat als hoofdbehandelaar in de GGZ kunnen optreden: de klinisch psycholoog, klinisch neuropsycholoog, psychotherapeut de gz-psycholoog en voor het zorg voor jeugd de K&J psycholoog en Orthopedagoog-generalist. Dit heeft de minister in haar brief van 2 september 2013 laten weten aan de Tweede Kamer.

Huidige uitgangspunten voor hoofdbehandelaarschap

De minister hanteert voor het hoofdbehandelaarschap in 2014 en 2015 de volgende uitgangspunten: In de contractering voor 2014 en 2015 is door de zorgverzekeraars de limitatieve lijst gebruikt als longlist, waarbij ze zelf een nadere inperking hebben aangebracht. In de praktijk betekent dat dat afhankelijk van verzekeraar en werkveld beperkt beroepen als hoofdbehandelaar zijn ingekocht. Zie voor contractering verder het themadossier zorgstelsel.Voor 2016 zet het NIP zich in om alle BIG-psychologen als hoofdbehandelaar aangemerkt te krijgen in de contractering van zowel de GGGZ als de GBGGZ.