Contactonderzoek en beroepsgeheim

Als de psycholoog vermoedt of op de hoogte is dat de cliënt is besmet geraakt met het Coronavirus of wordt benaderd door de GGD in het kader van contactonderzoek geldt in principe het beroepsgeheim.  Het beroepsgeheim is echter niet absoluut en kan – wanneer daar noodzaak toe is –  op verschillende manieren worden doorbroken.

 

Beroepscode

Op grond van de Wet publieke gezondheid (Wpg) heeft in dit geval alleen de arts een meldingsplicht, deze heeft een wettelijke verplichting om de geheimhoudingsplicht te doorbreken, toestemming van de cliënt is daarvoor niet noodzakelijk. De psycholoog moet met de cliënt bespreken dat de GGD contact heeft opgenomen in het kader van contactonderzoek en toestemming vragen voor het informeren van de GGD.

In geval de psycholoog geen toestemming krijgt van de cliënt om de GGD in te lichten kan zich voor de psycholoog op basis van de risico’s voor de volksgezondheid een conflict van plichten voordoen, waarbij aan een aantal vaste criteria moet zijn voldaan (zie ook artikel 74 t/m 76 van de Beroepscode voor psychologen).

Het voldoet niet aan de eis van gerichte toestemming om voorafgaand aan de behandeling aan cliënten toestemming vragen om – indien noodzakelijk – de GGD in te lichten. Daarvoor dient de psycholoog de cliënt vooraf te informeren aan wie welke gegevens worden verstrekt en met welk doel (artikel 81 Beroepscode).

 

Richtlijn ggz en corona

In de richtlijn ggz en corona is onderstaande paragraaf over het beroepsgeheim opgenomen:

 
Beroepsgeheim

Indien er sprake is van een vermoeden dat een patiënt is besmet met het coronavirus is het van belang om dit met de cliënt te bespreken en, indien nodig, hem of haar (in geval van ambulante behandeling) te vragen contact op te nemen met de huisarts.

Er zijn situaties waarin de ggz-professional zijn beroepsgeheim mag, moet en kan doorbreken. De wetgeving biedt mogelijkheden om de zwijgplicht te doorbreken:

  A. Als er toestemming van de patiënt is

De ggz-professional mag zijn zwijgplicht doorbreken wanneer hij toestemming heeft van de patiënt om belangrijke informatie door te geven aan derden en dit in overeenstemming is met het goed hulpverlenerschap. Voor het informeren of contacteren van de huisarts is in principe toestemming van de patiënt nodig.

  B. Als er een meldplicht is

De melding zoals bedoeld in artikel 22 lid 1 Wpg is een wettelijk voorschrift waarop het beroepsgeheim kan worden doorbroken. Op grond van artikel 22 lid 1 de Wpg moet een arts voor groep A (waaronder COVID-19 valt) onverwijld een melding maken bij de GGD.

  C. Als er sprake van een conflict van plichten is

Wanneer de patiënt weigert contact op te nemen of de ernst van de situatie niet erkent kunt u als professional in gewetensnood verkeren. De ggz-professional kan zijn zwijgplicht dan doorbreken als informatie verstrekken de enige oplossing lijkt om gevaar af te wenden. De essentie van een conflict van plichten is dat de ggz-professional dient te zwijgen op grond van de geheimhoudingsplicht, maar dat hij zich tegelijkertijd (moreel) verplicht kan voelen derden informatie te verschaffen om gevaar af te wenden. De volgende criteria moeten worden afgewogen:

  • bij het niet-doorbreken van het beroepsgeheim ontstaat naar alle waarschijnlijkheid ernstige schade voor de patiënt of een ander;
  • er is geen andere weg dan doorbreking van het beroepsgeheim om het te verwachten gevaar af te wenden;
  • het is vrijwel zeker dat door de doorbreking van het beroepsgeheim schade aan de patiënt of anderen kan worden voorkomen of beperkt;
  • de ggz-professional verkeert in gewetensnood door het handhaven van zijn zwijgplicht;
  • de ggz-professional heeft alles in het werk gesteld om toestemming van de patiënt te krijgen om informatie te delen met derden.

Al deze criteria moeten van toepassing zijn voordat het medisch beroepsgeheim doorbroken mag worden. Dit betekent dat COVID-19 besmettingsgevaar, nadat bovenstaande inspanningen zijn verricht, voldoende reden is om het beroepsgeheim te doorbreken.